Home

Waarom voel je (g)een klik met een ander? Journalist Kate Murphy schreef er een boek over: ‘Het is magisch’

Waarom voel je met de ene persoon meteen ‘een klik’ terwijl je de ander al binnen een halve minuut achter het behang wil plakken? Die vraag probeert wetenschapsjournalist Kate Murphy te beantwoorden in haar nieuwe boek Waarom we een klik hebben.

is mediaverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.

Kate Murphy, wetenschapsjournalist en schrijver van het recent verschenen Waarom we een klik hebben – Het mysterie van de menselijke aantrekkingskracht ontrafeld, wil liever niet videobellen, zegt ze telefonisch vanuit haar woonplaats Houston, in Texas.

‘Tijdens videobellen krijg je geen oogcontact. De ander kijkt niet in jouw ogen, maar in de camera en ziet er op je scherm uit alsof hij door een beveiligingscamera wordt gefilmd. Daardoor mis je subtiele signalen. Ik heb het idee dat ik veel meer uit een interview haal als ik me alleen op het gesprek hoef te concentreren. Maar het allerbeste blijft natuurlijk een fysieke ontmoeting.’

Dan zegt ze ineens dat ze een paar dagen later naar Nederland vliegt vanwege onderzoek voor zowel een artikel in The New York Times als een boek. ‘We kunnen ook daar afspreken?’

Keukenhof

Een week later zegt Murphy in een Amsterdams hotel dat haar allereerste activiteit in Nederland een bezoek aan Keukenhof was. Met wijdopen ogen en Texaans accent: ‘O my God. De geur van de hyacinten, de felle kleuren. Dat was zó mooi.’

Bezoekers daar zag ze vaak foto’s nemen van tulpen waarmee ze gelijkenissen vertoonden, zegt de op een prettige manier Amerikaanse Murphy. ‘Er was een gal met zwart haar en zwarte nagels dat foto’s maakte van donkerpaarse, bijna zwarte tulpen. Oh my gosh, zei ik, jullie matchen!’

Met de Poolse bezoeker knoopte Murphy daarna een gesprek aan, onder meer over de neiging van mensen om zich aangetrokken te voelen tot iets wat op ze lijkt. Murphy: ‘Aan het einde hadden we een klik.’

Waarom voel je met de ene persoon meteen een klik, terwijl je de ander al binnen een halve minuut achter het behang wil plakken? Die vraag probeert Murphy te beantwoorden in Waarom we een klik hebben.

Hersenen op dezelfde golflengte

Murphy raakte geïnteresseerd in dit onderwerp tijdens onderzoek voor haar vorige boek, Je luistert niet, een pleidooi voor goed luisteren. ‘Een neurowetenschapper van de Princeton-universiteit liet me toen op een monitor zien dat als een luisteraar en een spreker elkaar écht begrepen, hun hersengolven op dezelfde golflengte kwamen. Ik vond dat verbluffend en heb dat altijd in mijn achterhoofd gehouden.’

Tijdens aanvullend onderzoek kwam Murphy erachter dat het niet alleen de hersengolven zijn die zich tijdens een goed gesprek langdurig gaan spiegelen. ‘Van mensen die elkaar na een eerste date nog eens terug wilden zien, bleek het in een onderzoek ook te gaan om een synchroon lopende hartslag, bloeddruk, ademhaling, hormoonregulatie en pupilverwijding. Dat is toch magisch?’

Wetenschappers staan voor een raadsel, zegt Murphy. ‘Want bijvoorbeeld de hartslag van de ander kunnen we helemaal niet zien. Hoe kunnen mensen die dan toch synchroon laten lopen? Er zijn verschillende theorieën. De meest intrigerende is dat we dit kunnen doordat we onbewust minuscule variaties in de huidskleur van de ander waarnemen. Deze kleurveranderingen verraden hoeveel bloed er door de aderen stroomt, en die bloedtoevoer staat weer in verband met onze hartslag.’

Interpersoonlijke synchronie

Onderzoek naar ‘interpersoonlijke synchronie’, zoals wetenschappers de klik noemen, heeft de laatste vijf jaar een vlucht genomen, zegt Murphy. ‘Vroeger moesten proefpersonen in een enorme machine gaan liggen als we hun hersengolven wilden meten. Dankzij nieuwe sensoren kunnen we nu ook de hersengolven volgen van mensen die gewoon aan tafel een gesprek voeren.’

Door deze goeddeels onbewuste lichamelijke processen voelen we vaak instinctief aan wie onze vriend is, zegt Murphy, en wie onze vijand. ‘Het is een superkracht.’

Onderzoek wijst uit dat mannen en vrouwen binnen dertig seconden weten of ze geïnteresseerd zijn in een ander, zowel op romantisch als op vriendschappelijk gebied, zegt Murphy. In die halve minuut kunnen ze volgens haar een even nauwkeurig oordeel vellen als tijdens een langer gesprek. ‘Dankzij het onderzoek naar interpersoonlijke synchronie weten we nu zo’n beetje hoe dat komt.’

Paul Eastwick, hoogleraar psychologie aan UC Davis, een universiteit in Californië, en maker van de podcast Love Factually, lijkt hier anders naar te kijken. ‘Je eerste indruk voorspelt slechts in beperkte mate hoe je in de toekomst over die persoon zult denken’, schrijft hij op basis van eigen onderzoek in zijn zojuist verschenen boek Bonded by Evolution. ‘Een slechte eerste indruk kan worden gevolgd door een geweldige, en een geweldige eerste indruk kan worden gevolgd door een slechte. Je tweede indruk is een veel betere indicator voor hoe je je uiteindelijk zult voelen.’

Murphy: ‘Ik denk zeker dat zenuwen tijdens een eerste date een klik in de weg kunnen staan, en de timing speelt ook mee – of twee mensen op precies dat moment open staan voor elkaar. Ik ben absoluut voor tweede en zelfs derde kansen.’

Desondanks zegt ze dat als de vonk er niet is, die er simpelweg niet is – hoeveel dates je ook hebt. ‘Je kunt jezelf niet dwingen om je tot iemand aangetrokken te voelen, net zomin als je jezelf kunt dwingen om je níét tot iemand aangetrokken te voelen.’

De mens als radio

Voor de duidelijkheid, zegt Murphy, ook mensen die geen klik met elkaar hebben, synchroniseren met elkaar. Ze zegt dat je jezelf kunt zien als een soort radio: wanneer je iemand ontmoet, stem je als het ware af op haar of zijn frequentie.

‘Sommige frequenties zijn ruizig en moeilijk te ontvangen, terwijl andere muziek uitzenden die je niet echt aanspreekt’, zegt ze. ‘Maar als je iemand ontmoet met wie je meteen een klik voelt, is het alsof je hebt afgestemd op een zender die heerlijke muziek draait, muziek waarbij je het volume hoger wilt zetten. Een echte klik ontstaat wanneer beide partijen op elkaar afgestemd blijven en de ervaring als plezierig ervaren.’

Nu Murphy weet dat iemands houding zo besmettelijk is, probeert ze positiever te zijn. ‘Waar ik vroeger misschien op een bijeenkomst arriveerde terwijl ik klaagde over het verkeer in Houston, zeg ik nu dat ik blij ben iedereen te zien.’

Tegelijkertijd let Murphy er ook op wanneer ze op het punt staat om de stemming van anderen over te nemen. ‘Nu ik weet hoe sterk we ons op elkaar afstemmen, begrijp ik eindelijk waarom sommige mensen me energie geven, terwijl anderen me juist helemaal leegzuigen. Als dat laatste het geval is en ik merk dat ik iemands gespannen gezichtsuitdrukking of houding begin na te bootsen, probeer ik het ritme van het gesprek te doorbreken door mijn houding te veranderen en mijn schouders te ontspannen.’

Diepe vragen

Wie wél met iemand wil klikken, kan dat niet forceren, omdat zoveel aspecten ervan zich in het onderbewuste afspelen. Wel kunnen we de kans erop vergroten, zegt Murphy. ‘Bijvoorbeeld door echt goed naar de ander te luisteren en diepe vragen te stellen.’ Diepe vragen gaan niet over feiten (‘Waar werk je?’) maar over overtuigingen of ervaringen (‘Wat is het mooiste aan je werk?’).

Ook een gezamenlijke activiteit (fysieke synchronie) leidt vaak tot een klik (interpersoonlijke synchronie). ‘Ga samen wandelen, fietsen, roeien, voetballen of drummen’, zegt Murphy. ‘Onderzoek laat zien dat we de neiging hebben een band te ontwikkelen voor mensen die op hetzelfde moment hetzelfde doen als wij. Niet voor niets ben je vaak bevriend met mensen met wie je in de klas of in het sportteam hebt gezeten. Ik zit op een linedance-cursus. Met bijna niemand heb ik behalve een liefde voor dansen iets gemeen, maar we zijn ontzettend hecht geworden.’

Al millennialang synchroniseren mensen hun gedrag, zegt Murphy. ‘Denk aan marcherende soldaten of knielende kerkgangers. Zo bouwen ze verwantschap met elkaar op.’

Sommige mensen – de populaire types – klikken makkelijker met de medemens dan anderen. Bij het vermogen om te klikken speelt iemands vroegste jeugd vaak een bepalende rol, zegt Murphy. ‘Als een ouder lacht of grote ogen opzet en de baby imiteert dat, leert de baby zich sociaal af te stemmen. Bij een minder betrokken of expressieloze ouder krijgt de baby die sociale training niet. Dat betekent niet dat die het vermogen om te klikken later, in contact met anderen, niet alsnog kan leren. Maar het is als het leren van een vreemde taal. Op latere leeftijd is dat gewoon lastiger.’

De vraag blijft staan waarom je met de ene persoon op een prettige manier synchroniseert en met de ander niet. ‘Het is superonvoorspelbaar’, zegt Murphy. ‘Kijk alleen al naar alle stellen waarvan je je afvraagt hoe die in hemelsnaam bij elkaar zijn gekomen. Op wonderbaarlijke wijze blijken die toch met elkaar te synchroniseren. Dat vind ik ook mooi: er zit nog steeds magie bij.’

Kate Murphy: Waarom we een klik hebben – Het mysterie van de menselijke aantrekkingskracht ontrafeld. Volt; 336 pagina’s; € 22,99.

Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next