Analoge camera’s, langspeelplaten, een bromfiets in de schuur en een studie geschiedenis – Hamish Castricum is wel een oude ziel te noemen. Met de bijbehorende zorgen: ‘Alle informatie zit in je broekzak, maar het gevolg van die toegankelijkheid valt me vies tegen.’
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor de koloniale geschiedenis.
Waar ben je opgegroeid?
‘Hier in Uitgeest, in dit huis op de dijk.’
Dan: ‘Wacht, dit gaat niet goed. Hij loopt alles omver.’ Bulterriër Angus (‘een Schotse naam, net als Hamish’) met een grote plastic kap om (‘een wondje aan zijn poot’) gaat naar de voorkamer, tussendeur dicht.
‘Zo, waar was ik? Ik ben enig kind. Mijn moeder kreeg in 2003 een herseninfarct. Ze raakte verlamd en invalide en verloor haar spraak. Het huis is aan mijn moeder aangepast: beugels, traplift. Waar nu mijn wereldradio staat, stond een verstelbaar bed, toen ze hier nog woonde.’
25 in ’26
In de serie 25 in 26 vragen we jongeren die dit jaar 25 (zijn ge)worden hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in26@volkskrant.nl
Waar woont ze nu?
‘In een zorginstelling voor begeleid wonen in Castricum, hier verderop. Dat heeft ze besloten toen ik 19 werd. Om ons te ontlasten. Niet dat wij het storend vonden dat ze hulpbehoevend is. Ik denk dat ze zelf ook rust wilde.
‘Hij (een hoofdknikje richting vader Erwin, die in de aangrenzende keuken met koptelefoon aan tafel zit) wordt ook een dagje ouder.
‘Het was wel onverwachts dat mijn moeder wegging, maar zij voelt zich daar prettig. Ze heeft dagbesteding, lekker boetseren enzo. Het is dichtbij, meestal fietsen we zondag even langs.’
Hoe communiceren jullie, als zij niet kan praten?
‘Je moet gesloten vragen stellen, anders raakt ze in de war. Ja en nee gaat prima, en ze kan vloeken, haha. Godverdomme en zo. Maar echte gesprekken voeren – dat is niet mogelijk.’
Hoe was het om op te groeien met een invalide moeder?
‘Ik weet niet anders. Bij vriendjes zag ik wel dat de situatie anders was. Die hadden een moeder die werkte, broertjes en zusjes, wij hadden een hulp voor het huishouden en iemand die overdag bij mijn moeder bleef.
‘Ik heb ook even in een pleeggezin gezeten, in het weekend. Dan hadden mijn ouders een beetje tijd samen. Maar dat pleeggezin richtte zich op kinderen met een verstandelijke beperking, dus ik paste daar niet echt. Toen ging ik naar mijn tante in Akersloot, dat was veel gezelliger. Met mijn nichtjes en zo.’
Wat voor kind was je?
‘Een beetje een vreemd kind, anders dan veel leeftijdsgenoten, qua hobby’s, interesses en thuissituatie. Ik zat bijvoorbeeld op langebaanschaatsen, niet op voetbal of hockey. Ik had wel altijd mijn eigen vrienden, die ook allemaal net even anders waren. Je zoekt elkaar een beetje op.
Hamish Castricum wordt 25 op 20 oktober.
Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? Qua maatschappelijke betrokkenheid: een 8. Qua carrière en gezin: een 4.
Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘Nee. Ik vind dat generatiedenken nergens op slaan.’
Waar ben je over zeven jaar? ‘Ik hoop dat ik leuker werk heb gevonden, in Uitgeest woon en met dezelfde mensen optrek als nu.’
‘De vrienden van toen zijn nog steeds mijn vrienden. Ik ben erg gesteld op dat soort zekerheden. Sommige mensen gaan studeren, op kamers, laten hun oude kliek achter, ontmoeten allemaal nieuwe mensen. Daar had ik geen behoefte aan.’
Wat doe je graag met vrienden?
‘Bij elkaar op de borrel gaan, plaatjes draaien. Ik houd van muziek. Zappa, Kraftwerk, klassiek, Boudewijn de Groot, Hawaiian en surf guitar, dat zijn verschillende genres. We doen een spel of een kaartspelletje.
‘We gaan altijd naar hetzelfde café, bezoeken musea. En we doen soms thema-dinertjes. Een vriend had laatst een historische Sovjetmaaltijd gemaakt met allerlei soorten borsjt, koolsoep, zure augurken en wodka. Ik heb afgelopen zomer een Caribische barbecue gegeven op basis van wat de Boekaniers in de 17de eeuw aten: langzaam gegaard varkensvlees, tropische vruchten en natuurlijk bruine rum.’
‘We hebben allemaal een beetje een eigen stijl. Een vriend is een echte metalhead, die heeft langer haar dan ik, een langere baard en allemaal tattoos. Ik ben meer late jaren zestig, een beetje mod. Altijd kistjes. Hawaïaanse shirts in de zomer. Dat begon een beetje na 5 havo.
‘Waarom zou je er als kopieën van elkaar bijlopen? Zelfde kapsel, zelfde jasje, zelfde gymschoenen. Ook hier in het dorp.’ Lachend: ‘Hebben ze ook allemaal dezelfde voornaam? Jayden ofzo. Of Mike.’
Wat heb je na de havo gedaan?
‘De opleiding tot leraar geschiedenis aan de HvA in Amsterdam. Na drie jaar ben ik gestopt. Het eerste jaar was top, toen kwam corona. Dan moest je stage lopen via Teams. Zat je in je pyjama naar een scherm te staren waarop je stagebegeleider lesgeeft. Dat noem ik geen onderwijs.
‘Toen ben ik geschiedenis gaan studeren aan de UvA. In oktober ben ik afgestudeerd, op de geschiedenis van de bromfiets in Nederland. Ik heb zelf ook een Puch, die staat in de schuur.
‘We gingen naar Den Haag voor Kouwe Klauwe, een groot brommerevenement waar alle nozems van Europa naartoe komen. Ik had mijn brommer in de stationwagen van een vriend vervoerd, toen zijn de versnellingskabels losgekomen. Nu moet ik sleutelen, maar ik houd niet van priegelen met kleine moertjes. Behalve aan camera’s, want dat kan gewoon aan de keukentafel, met een lamp erbij.’
Ik zie veel oude camera’s. Verzamel je die?
‘Ik gebruik ze, maar het is ook een soort verzameling. Foto’s maken met een telefoon vind ik niks. Dan maakt-ie een geluidje dat klinkt als een sluiter, maar het is gewoon een screenshot. Ik houd van dingen met knopjes. In Dublin lopen met drie van die dingen om je nek – dat is een vibe.’
Werk je?
‘Bij de Action, om de hoek. Ik heb leuke collega’s en het salaris is niet verkeerd, maar het is niet waarvoor ik gestudeerd heb. Ik maak het een beetje leuk door bedragen te verbinden aan historische jaren. ‘Dat wordt dan € 14,92. 1492: Columbus komt in Amerika aan.’ Vinden klanten best geinig. Weer wat geleerd, zeggen ze dan.
‘Ik solliciteer op alle vacatures, in de museumwereld bijvoorbeeld, zonder resultaat. Ik hou van nautische geschiedenis, dus ik had gesolliciteerd bij het Scheepvaartmuseum, maar ook op juniorfuncties bij het Amsterdam Museum, het Rembrandthuis en het Rijksmuseum. Zet me maar neer als suppoost, laat me rondleidingen doen. Ik houd van publieksgeschiedenis. Een programma als Andere Tijden of bij Beeld & Geluid werken, dat soort dingen zou ik echt top vinden.’
Wil je op jezelf wonen?
‘Ik zit hier wel prima bij mijn vader. De meeste van mijn vrienden wonen ook nog thuis. Als ik op mezelf ga wonen, dan wel in het dorp.’
Wat maakt Uitgeest zo fijn voor jou?
‘Het gaat om geworteldheid. Ik ben politiek gezien vrij progressief, ik ben lid van de SP, maar op sociaal gebied ben ik een beetje conservatief. Ik zou nooit in een grote stad willen wonen. Ik houd van het dorpse karakter van Uitgeest.
‘Castricum is ook een dorp, bijvoorbeeld, maar dat vind ik gewoon een woonwijk. Dorps is: je kent elkaar, je begroet elkaar op straat. Je maakt praatjes, je komt elkaar tegen in het café, in de supermarkt. Mensen letten op elkaar. Vragen: hoe gaat het nou met hem, ik heb hem al zo lang niet gezien.
‘Mensen zitten niet allemaal in een individualistische bubbel, lopen niet met een koptelefoon op langs elkaar heen. Dat zie je meer in de stad, al heb je ook daar leuke buurtjes waar mensen elkaar kennen.
‘Uitgeest is een wat ouder dorp, dat vind ik mooi, met een oud centrum, een dorpshuis, een kroeg en een kerk. Niet dat ik gelovig ben, maar die plekken zitten nog wel in het collectieve geheugen van de mensen die er wonen. O, en het verenigingsleven, ook belangrijk, de scouting, de zangclub, de bingoclub voor de bejaarden, de kermis, de zomermarkt en de kerstmarkt, weet je wel.
‘En dat het niet te druk is. Niet dag en nacht verkeer, sirenes, hectiek. Een mens heeft rust nodig, stilte.’
Waar maak je je zorgen over?
‘De gezondheid van mijn vader. En mijn eigen toekomstperspectief, qua baan. Ik wil graag iets doen waarvoor ik gestudeerd heb.
‘En over de politieke ontwikkelingen in Nederland. Als je het klimaatprobleem ontkent, waarom mag je dan in de politiek? Dat is een vorm van desinformatie. Het populisme, de demagogie, dat partijen mogen beweren dat alle problemen in onze samenleving worden veroorzaakt door bepaalde groepen mensen. Trap er niet in, denk ik dan. Ze willen de samenleving helemaal niet helpen. Ik snap niet dat daar geen grens wordt getrokken.
‘We leven in een wereld waarin alle informatie letterlijk in je broekzak zit. Het gevolg van die toegankelijkheid valt me eerlijk gezegd vies tegen. De wetenschap wordt in twijfel getrokken door mensen die ongehinderd door enige kennis allerlei meningen verkondigen op basis van (maakt aanhalingstekens in de lucht, red.) ‘alternatieve feiten’.’
Hoe zie je de toekomst?
‘Ergens denk ik ook dat de tijd wel weer omwaait. De oplossing is in elk geval niet allemaal flessen water in je kelder zetten en geweren kopen. Ik ben overtuigd antimilitarist, pacifist.
‘Lees een boek, geloof niet in makkelijke oplossingen voor complexe problemen. En verzet je tegen desinformatie en propaganda.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant