Home

Opinie: Onderwijsverbetering begint bij de leraar die de regie voert op basis van expertise

Wanneer we het onderwijs echt willen verbeteren, moeten we leraren niet de rug toekeren aan de wetenschap, maar hen juist toerusten met de kennis die nodig is om elke dag het verschil te maken.

In reactie op het opiniestuk van Symen van der Zee over de ‘wankele basis’ van evidence-informed werken is het essentieel om het debat te verleggen naar de kern van onderwijskwaliteit: de professionele kennis van de leraar. Na veertig jaar in het onderwijs zie ik dat de kennis van de leraar tekortschiet om alle leerlingen in het onderwijs te laten leren, als ‘de primaire taak van het onderwijs’.

Van der Zee waarschuwt voor het risico dat ‘evidence’ een verstikkend dwangmiddel wordt. Hiermee gaat hij echter voorbij aan het feit dat wezenlijke onderwijsverbetering onmogelijk is zonder een stevig fundament van wetenschappelijke inzichten over hoe leerlingen leren.

Over de auteur

Petra Veltman is adviseur op het gebied van onderwijskwaliteit.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant weerspiegelt. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Vrijheid

Van der Zee stelt dat het wettelijk afdwingen van evidence-informed werken de pedagogische vrijheid inperkt. Maar echte professionaliteit is juist gebaseerd op het maken van geïnformeerde keuzes. Vrijheid zonder kennis van effectieve didactiek is slechts de ‘vrijheid om het wiel telkens opnieuw uit te vinden’, vaak ten koste van de meest kwetsbare leerlingen. Wanneer leraren begrijpen hoe het werkgeheugen functioneert en hoe kennis wordt opgeslagen in het langetermijngeheugen, vergroot dit juist hun autonomie om hun onderwijs effectief in te richten binnen hun eigen visie.

De kritiek dat de wetenschappelijke kennisbasis ‘te wankel’ zou zijn, miskent de enorme vooruitgang in de cognitieve psychologie. Hoewel individuele onderwijsonderzoeken contextafhankelijk kunnen zijn, zijn principes zoals retrieval practice en de Cognitive Load Theory (CLT) zeer robuust gebleken. Zoals eerder besproken, gaat het niet om een blinde focus op één studie, maar om het benutten van de ‘best bets’: strategieën die de grootste kans op succes bieden voor de leerling.

Kritisch denken

Van der Zee vreest een smalle kijk op kwaliteit die zich beperkt tot meetbare prestaties in taal en rekenen. Maar juist om de door hem gewenste ‘persoonsvorming’ te bereiken, hebben leerlingen een stevige basis van kennis nodig. Je kunt immers niet kritisch denken of creatief zijn in een vacuüm; daarvoor is domeinspecifieke kennis vereist. Evidence-informed praktijken (zoals expliciete directe instructie) zijn geen doel op zich, maar een middel om ervoor te zorgen dat alle leerlingen de basis beheersen die nodig is voor die bredere ontwikkeling.

Onderwijsverbetering begint daarom bij de leraar die de regie voert op basis van expertise. Het verheffen van evidence-informed werken tot deugdelijkheidseis mag dan controversieel zijn, het negeren van wetenschappelijke inzichten over leren is een stap terug. Wanneer we het onderwijs echt willen verbeteren, moeten we leraren niet de rug toekeren aan de wetenschap, maar hen juist toerusten met de kennis die nodig is om elke dag het verschil te maken.

Uit ervaring weet ik dat het werkt. Veel scholen, vanuit verschillende stromingen, werken evidence-informed en zien dat het onderwijs voor al hun leerlingen verbetert. Het evidence-informed werken heeft dus weinig met artikel 23 te maken.

De vrije Nederlandse opvoedcultuur eist haar tol in het onderwijs. Terwijl we onze ‘mondigheid’ koesteren, bungelt Nederland internationaal onderaan op het gebied van klassendiscipline. In Frankrijk en Duitsland is de leraar nog een autoriteit; bij ons is hij verworden tot een ‘coach’ die elke instructie moet polderen met dertig leerlingen.

De gevolgen van dit gezagsreductisme zijn desastreus. Uit PISA-cijfers (Programme for International Assessment) blijkt dat leerlingen in rumoerige klassen bijna een vol schooljaar achterlopen bij wiskunde. We laten de kwetsbare leerling, die juist snakt naar structuur en rust, volledig in de steek.

Het gebrek aan orde jaagt bovendien goede docenten het vak uit. Gezag is een stoffig relict uit het verleden, maar een absolute voorwaarde voor kennisoverdracht. Als we de kwaliteit van ons onderwijs willen redden, moet de hiërarchie terug in het lokaal.

Leren begint immers met luisteren.
Hans Bos, Rosmalen

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next