Jaitsen Singh, de gedetineerde die de Nederlandse staat dwong hem uit een Amerikaanse gevangenis naar Nederland over te plaatsen, verscheen dinsdag voor het eerst in het openbaar. In de Amsterdamse rechtbank bepleitte hij zijn vrijlating.
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘Als u zou vrijkomen, hoe zou dat voor u zijn?’, vraagt de rechter.
De verdachte: ‘Ik ben vergeten wat vrijheid is, na 42 jaren.’
De oude man in de beklaagdenbank is Jaitsen Singh, de 81-jarige Nederlander die het langst in het buitenland heeft vastgezeten. Na 42 jaar detentie in de VS en een lange juridische strijd tegen de Nederlandse staat, die hij eind augustus won, werd hij 13 maart op last van het gerechtshof teruggehaald naar Nederland, waar zijn familie woont.
Hoewel hij bekend werd doordat de Nederlandse en Amerikaanse media al decennia over zijn omstreden zaak berichten en de Tweede Kamer verschillende keren over Singh debatteerde, verschijnt hij deze dinsdag voor het eerst in het openbaar. ‘Het doet mij enorm veel verdriet dat Nederland mij zo lang heeft tegengewerkt’, zegt hij in zittingszaal B3 van de Amsterdamse rechtbank. En nee, hij heeft ‘geen enkel bezwaar’ tegen beeld- en geluidsopnamen, want, zo zal hij vandaag herhalen, hij is een onschuldig man.
De internationale rechtshulpkamer moet de komende weken beslissen of Singhs straf wordt omgezet naar Nederlandse maatstaven. In 1986 kreeg hij in Californië ‘56 jaar tot levenslang’ opgelegd, wat neerkomt op levenslang met kans op vrijlating (parole). Omzetting naar Nederlands recht impliceert dat hij voor gratie in aanmerking komt.
De officier van justitie benoemt de gruwelijke daden die aan Singh worden toegeschreven. Hij zou in 1983 opdracht hebben gegeven voor de moorden op zijn vrouw Grace en 17-jarige stiefdochter Daphne. Zij werden thuis door onbekende inbrekers mishandeld met een honkbalknuppel, gestoken met een mes en gewurgd met een elektriciteitskabel uit Singhs huis.
De daders zijn nooit achterhaald en Singh heeft altijd ontkend. ‘Maar het gaat hier vandaag niet over de schuldvraag’, preciseert zijn raadsvrouw, Rachel Imamkhan. ‘Het gaat hier om omzetting van zijn straf.’ Ze betoogt dat levenslange opsluiting, volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, onmenselijk is. Het Hof schrijft voor dat rechters na 25 jaar detentie moeten herbeoordelen of een levenslang gestrafte in aanmerking komt voor terugkeer in de maatschappij. In 2017 nam Nederland dat oordeel over.
‘Dat traject duurt gemiddeld 3,5 jaar’, benadrukt Singhs advocaat. ‘Die tijd hééft Singh niet meer. Hij is 81 jaar, terminaal ziek, zijn verwachte levensduur is beperkt, hij is cognitief kwetsbaar en zit inmiddels 42 jaar en elf dagen vast. Een langdurige voortzetting van detentie zou hem ieder reëel perspectief ontnemen.’
Zelfs de officier van justitie laat zich ontvallen dat de verdachte, ‘correct me if I’m wrong’, naar verwachting zal overlijden ‘ergens in november of december van dit jaar’.
En dan komt het wonderlijke dat deze zitting uniek maakt: omdat Singh nog maar kort in Nederland is, heeft hij nog geen burgerservicenummer, geen ziektekostenverzekering en geen huis. Hij lijdt aan myeloïde leukemie, een agressieve vorm van bloedkanker, en krijgt in het gevangenisziekenhuis waar hij nu vastzit geregeld bloedtransfusies en chemobehandelingen.
Daarom verzoekt zijn advocaat om Singh vrij te laten, maar wel ‘onder voorwaarden’. Hoewel ze wil dat hij per direct vrijkomt, bepleit ze dat haar cliënt blijft vastzitten totdat zijn medische traject is geregeld: zijn ziekenhuisopname, kankerbehandelingen, passende huisvesting, BSN-registratie en een ziektekostenverzekering.
‘Geachte rechtbank’, betoogt ze, ‘deze zaak is in alle opzichten uitzonderlijk. Singh bevindt zich in een situatie die ik in mijn praktijk niet eerder ben tegengekomen. Enerzijds verlangt hij begrijpelijkerwijs naar een leven buiten de gevangenismuren. Anderzijds wil hij niet zonder vangnet, zorg of structuur op straat komen te staan. Ik ben mij ten volle bewust van de complexiteit van de beslissing die vandaag aan u voorligt.’
Singh – kale man, leesbril, witte gympen onder zwarte kleren en een houten wandelstok die aan de rand van de beklaagdenbank bungelt – vraagt en krijgt het laatste woord. Hij vouwt een handgeschreven brief open en leest de tekst voor.
‘Geachte rechters, ik weet dat het hier niet gaat om de schuldvraag’, begint hij, ‘maar ik ben onschuldig. Tot op heden zijn de moorden van mijn echtgenote en dochter nooit opgelost. Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik me afvraag wie hun leven heeft afgenomen, en waarom. Ik mis hen beiden enorm en draag Grace en Daphne elke dag met mij mee in mijn hart, mijn leven en mijn bestaan. Hun gruwelijke heengaan heeft mij achtergelaten in onpeilbaar leed en gemis.’
Wederom geeft hij af op de Nederlandse staat, die hem ‘al vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw in de steek heeft gelaten en mij steeds zwaarder heeft tegengewerkt’, maar toch probeerde hij altijd positief te blijven, leest hij voor.
‘Ik was een dead man walking. Ik zit al langer vast dan ik buiten ben geweest. Dat ik eindelijk terug naar Nederland heb mogen komen, en zodoende licht aan het eind van mijn leven heb mogen zien, doet mij heel veel. Jammer dat mijn leven bijna ten einde komt door de leukemie. Mijn enige wens is dat ik de laatste maanden van mijn leven bij mijn familie mag doorbrengen buiten de gevangenis.’
De internationale rechtshulpkamer doet op 19 mei uitspraak.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant