Home

Militaire censuur in Israël verhult wat de Iraanse vergeldingsaanvallen aanrichten

Militaire censuur Welke schade hebben de Iraanse vergeldingsaanvallen op Israël aangericht? Door de militaire censuur in Israël is dat moeilijk te zeggen, en blijven strategische doelwitten onderbelicht. „Er is in Israël geen debat over militaire aanwezigheid in burgergebieden.”

Hulpverleners op de plek waar een Iraans projectiel is ingeslagen, in de buurt van Beit Shemesh.

Tijdens een livenieuwsuitzending vanaf een dak in Tel Aviv vorige maand wijst CNN-verslaggever Erin Burnett naar de donkere lucht. „We laten dit niet live zien, maar ik zie onderscheppingsraketten omhoog gaan. […] De Israëlische regering staat ons niet toe om te laten zien waar die mogelijk vandaan kwamen.” Het is een zeldzame erkenning van de militaire censuur in Israël. Journalisten mogen er geen verslag doen van de locaties van luchtafweerraketten of militaire doelen die zijn geraakt, omwille van Israëls nationale veiligheid.

Hoewel de meeste Iraanse raketten zijn onderschept door de Israëlische luchtafweer, is de schade door inslagen en neerdalend materiaal van onderschepte raketten aanzienlijk. In Israël en op de bezette Westelijke Jordaanoever vielen 24 doden en ruim zevenduizend gewonden.

Zijn er militaire doelen geraakt? En hoe doet Israëls luchtafweer zijn werk? Daarvan geven media in Israël geen compleet beeld. Op sociale media circuleerden daarom de wildste geruchten: Iraanse raketten zouden enorme schade hebben aangericht in Israël, die door de censuur buiten beeld bleef.

„Mensen leven hier door de censuur soms in parallelle werkelijkheden”, zegt Haggai Matar, directeur van het online journalistieke platform +972 Magazine, telefonisch vanuit Tel Aviv. „Een Palestijnse vriend uit Israël belde me laatst op en vroeg of het klopte dat Tel Aviv in puin lag, dat had hij op de Iraanse radio gehoord.”

Censuur verder opgevoerd

De militaire censuur bestaat al sinds de oprichting van Israël in 1948 en komt voort uit de noodtoestand tijdens het Britse mandaatbestuur. De hoofdcensor wordt aangesteld door de Israëlische minister van Defensie. Een speciale legereenheid past vanuit een kantoor in de omgeving van Tel Aviv de censuur toe.

Daaronder vallen onder meer locaties van inslagen, gebruik van civiele infrastructuur door het leger, inzet en beweging van troepen, en informatie over inlichtingendiensten en het gebruik van cybertools. Ook kan tijdelijke censuur worden ingesteld voor specifieke gebeurtenissen.

Israëlische en buitenlandse media die vanuit Israël werken vallen onder de censuur. Mediaredacties zijn zelf verantwoordelijk voor het indienen van militair gevoelig materiaal, wat in geval van internationale journalisten zeldzaam is. Als de censor ingrijpt, mogen media niet zeggen wat er gecensureerd is.

Door de oorlogen die Israël voert, in Gaza, Libanon, Iran en Syrië, draaide de censor de afgelopen jaren overuren. Net als tijdens de Twaalfdaagse Oorlog met Iran, in juni vorig jaar, is de controle tijdens de huidige oorlog verder opgevoerd.

Matar schreef vorig jaar dat de militaire censuur in Israël een „extreem niveau” had bereikt: in 2024 werden 1.635 artikelen volledig gecensureerd, en nog eens 6.265 artikelen gedeeltelijk. Cijfers voor 2025 zijn nog onbekend.

Hulpverleners aan het werk op de plek van een inslag in Ramat Gan, in centraal Israël, na een Iraanse raketaanval op 6 april.

Hetzelfde door een Iraans explosief getroffen gebouw in Ramat Gan is een dag later afgeschermd met een grote Israëlische vlag.

Volgens Anat Saragusti, hoofd van de afdeling persvrijheid van de Israëlische journalistenvakbond, is de censuur breed geaccepteerd, en voelen veel Israëliërs zich er veiliger door. „Bij iedere Israëlische televisiezender zit een afgevaardigde van de censuureenheid. Iedereen kent diegene, alsof het een normale medewerker van het kanaal is”, zegt ze telefonisch vanuit Tel Aviv.

Veel televisiekanalen gebruiken volgens Saragusti het bijschrift ‘Deze uitzending is door de censor goedgekeurd’ als trotse boodschap aan de kijkers. „Toen ik als journalist voor Channel 12 werkte, klaagde het publiek tijdens oorlogen dat de media te veel onthulden en daarmee de vijand in de kaart speelden.”

Zelfcensuur onder journalisten

De militaire censuur heeft verregaande gevolgen, zegt Saragusti. Ze leidt tot zelfcensuur en creëert een bijzondere relatie tussen de krijgsmacht en de militaire correspondenten, die onder voorwaarden meer toegang krijgen tot exclusieve informatie.

Bovenal verhult de censuur of strategische locaties doelwit zijn en schade hebben opgelopen, zoals Israëls nucleaire faciliteiten in Dimona, of de luchthaven Ben-Gurion bij Tel Aviv. Of er daadwerkelijk veel schade buiten beeld blijft, is juist wat we niet weten, zeggen Saragusti en Matar.

Uit recent onderzoek van de Israëlische krant Haaretz blijkt dat in de laatste week voor het staakt-het-vuren ruim een kwart van de Iraanse raketten door de luchtafweer brak. De meeste inslagen kwamen van raketten met clustermunitie. Hoewel militaire bronnen die de krant sprak niet expliciet erkenden dat er tekorten waren, zeiden zij wel dat onderscheppingsraketten om strategische redenen werden opgespaard.

Het is waarschijnlijk geen toeval dat dit onderzoek tijdens het bestand naar buiten komt, denkt Matar. „Het feit dat de censor dit goedkeurde, kan een aanwijzing zijn dat hij inschat dat het delen van informatie over Israëls luchtafweer nu minder riskant is.”

De Israëlische luchtafweer onderschept projectielen boven het noorden van Israël, gezien vanaf de bezette Golanhoogte.

Geen publiek debat

Volgens Matar verhindert de censuur een publiek debat over Israëls militaire aanwezigheid in burgergebieden en militair gebruik van civiele infrastructuur. Zo zit het hoofdkwartier van het leger in het centrum van Tel Aviv. In juni vorig jaar sloeg er in deze omgeving een Iraanse raket in.

„Brengt dat de burgerbevolking in gevaar? Mikken de Iraniërs op militaire doelen? De Iraanse clusterbommen zijn een mogelijke oorlogsmisdaad, omdat ze zich niet richten op een specifiek doel. Maar er zijn ook opnieuw ballistische raketten gebruikt, waarvan je wil begrijpen wat hun exacte doelen waren. Die discussie kunnen we in Israël nauwelijks voeren.”

Verschillende journalisten die verslag wilden doen van inslaglocaties zijn gearresteerd. Ook verbiedt de politie journalisten regelmatig beelden te maken of op een bepaalde locatie aanwezig te zijn, zegt Matar. Palestijnse journalisten worden vaker opgepakt, of hun spullen worden in beslag genomen.

De sanctiemogelijkheden zijn aanzienlijk, legt Matar uit. „De censor kan een mediakanaal sluiten als het de censuurregels overtreedt.” De laatste keer dat dit gebeurde, was in 1984.

De censuur is maar beperkt effectief. „Belachelijk”, noemt Saragusti het dat media in Israël onder militaire censuur vallen, terwijl op Instagram, TikTok en Telegram talloze video’s circuleren die het leger niet kan censureren. „Ook van soldaten die in Gaza en Libanon dienden.” Bovendien kunnen Israëlische media citeren uit in het buitenland gevestigde media, en zo de censuur omzeilen.

Zo kon de censor onlangs niet voorkomen dat nieuws naar buiten kwam over een inslag in de zuidelijke plaats Dimona, dicht bij Israëls vermeende kerninstallatie. Twintig minuten nadat een raket insloeg bij een olieraffinaderij in Haifa, werd de censuur daarover opgeheven.

Media

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next