Het gaat niet goed met de zorg voor mensen met ernstige psychiatrische problemen. Desondanks presenteerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid dinsdag een rapport met een optimistische toon. ‘We moeten ook de succesverhalen leren begrijpen.’
is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken.
Scott Douglas (42) moet toegeven: ‘Soms was het tegen beter weten in.’ Maar in het dinsdag gepresenteerde rapport over de tekortschietende zorg voor mensen met een ernstige psychiatrische aandoening wilde de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) de toon ‘koppig optimistisch’ houden.
‘Niet vanuit naïviteit of onbegrip. In onze eerdere rapporten, onder meer over de moordenaar van Anne Faber, hebben we zeker oog gehad voor wat er mis kan gaan en de pijn die dat veroorzaakt’, zegt OVV-raadslid Douglas. ‘Maar om uit de huidige situatie te komen, moeten we niet alleen de incidenten onderzoeken waarbij het vreselijk misging, maar moeten we ook de succesverhalen leren begrijpen.’
Afgelopen decennium verscheen al een flinke stapel onderzoeken over hoe de zorg voor mensen met ernstige psychiatrische problemen beter kan. Meestal was de aanleiding een fataal incident, zoals de dood van een 11-jarig meisje in Nieuwegein in 2025. Zij werd doodgestoken door een psychotische man.
Na die zaak pleitte de politie voor een ‘fundamentele verbetering van de zorg’, en ook twee inspecties concludeerden dat het zorgstelsel voor mensen met verward en gevaarlijk gedrag te moeilijk in elkaar zit en dat hulpverleners te vaak verdwalen in een wirwar van wetten en financieringsregels.
Het zijn signalen die de OVV herkent. Sterker nog: in 2019 publiceerde de Onderzoeksraad, die als taak heeft te onderzoeken waar het misgaat en daaruit lessen te trekken, al eens een soortgelijk rapport. Maar omdat er zo weinig met de aanbevelingen was gedaan, ligt er nu – zeven jaar later – een vervolgrapport.
‘Daar zit wel een stukje buikpijn’, zegt Douglas. ‘Maar we moeten als Onderzoeksraad kritisch kijken naar de impact die we hebben gehad. Het gaat ons niet om rapporten, maar om de vraag of de veiligheid in de samenleving is toegenomen.’
Het antwoord daarop is nee. Want ook ditmaal constateert de OVV dat door toenemende wachtlijsten, oplopende personeelstekorten en een gebrek aan huisvesting steeds meer mensen onvoldoende zorg en ondersteuning dreigen te krijgen. Hierdoor nemen de veiligheidsrisico’s voor henzelf en voor anderen toe.
Toch zegt u: er is reden voor hoop.
‘Als we echt vooruit willen komen, moeten we leren zien waar wél beweging zit. Daarom hebben we dit onderzoek van onderop gedaan, vanuit de leefwereld van de betrokkenen zelf. Daarbij zijn we overal in het land ‘koppige optimisten’ tegengekomen.’
‘Neem de hulpverleners die keer op keer langs gingen bij Freek, een man die twee jaar onder een viaduct in een tentje woonde. Eerst wilde hij niet geholpen worden, uiteindelijk wel. Of denk aan een boekhouder die zegt: er is eigenlijk geen verzekeringscode voor het verlenen van deze zorg, maar ik ga toch op zoek naar budget.
‘Dat zijn mensen die zich niet laten beperken door het ‘systeem’, maar juist binnen het zorgstelsel zelf ‘systeempjes’ maken zodat wél gedaan kan worden wat nodig is.’
Nederland telt zo’n 250 duizend mensen met een ernstige psychiatrische aandoening, zoals schizofrenie, angststoornissen of depressies. Geregeld is dat niet het enige probleem: een groot deel van hen kampt ook met een verstandelijke beperking of verslaving. Het is juist die opeenstapeling die het lastig maakt om hen binnen de hokjes van het zorgstelsel goed te helpen.
Soms zijn de problemen bovendien zo ernstig dat deze mensen een gevaar vormen voor zichzelf. Hoe groot die groep precies is, is lastig te zeggen. Schattingen lopen uiteen van 24 duizend tot 60 duizend mensen. Een klein deel van hen, zo’n 1.500 mensen, kan bovendien een gevaar vormen voor anderen.
Bent u niet bang dat er nu weer te weinig verandert?
‘Er zijn twee gevaren bij dit onderwerp. Het eerste is dat we ons weer verliezen in incidenten waarbij het mis is gegaan. Dus dat de vier betrokken ministers, onder meer die van Justitie, Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid, daardoor opgeslokt worden.
‘Het andere gevaar is dat we het stelsel willen fixen en alleen bezig zijn met het ontwikkelen van nieuwe blauwdrukken. Natuurlijk kunnen we het perfecte stelsel bij elkaar dromen, maar voordat we dat daadwerkelijk gerealiseerd hebben, zijn we jaren verder.
‘Waar we nu baat bij hebben, is om te zeggen: welke lokale initiatieven zijn er die werken en die we volgende maand al verder kunnen verspreiden? Zo werken hulpverleners in het Brabantse Oss op wijkniveau. In plaats van dat iedere hulpverlener naar zijn eigen doelgroep kijkt en de cliënten op basis van hun zorgindicatie heen en weer schuift, wordt er samengewerkt, naar de populatie van een wijk gekeken en gezegd: wat heeft die bewoner nu nodig?’
U pleit ook voor het gebruik van andere woorden. Zo zou ‘zorgmijder’ beter een ‘zorgvuldige zorgzoeker’ genoemd kunnen worden. Zijn mensen die kampen met psychoses, verslaving of dakloosheid daarmee bezig?
‘Voor de duidelijkheid: ik hoop niet dat dit rapport gaat leiden tot een grote nieuwe woordenstrijd. Maar we hebben wel cliënten gesproken die moeite hebben met de huidige labels. Als je iemand een zorgmijder noemt, dan doe je dat omdat je vanuit het ‘systeem’ geen grip krijgt op de persoon.
‘Neem het voorbeeld van de man die in de tent woonde. Freek was niet elke keer dat de hulpverleners langskwamen vriendelijk en wilde lang geen hulp. Maar achteraf zei hij: ik voelde me wel gezien. Toen hij na twee jaar klaar was om terug te keren naar de opvang, wist hij ze te vinden. Is hij dan een zorgmijder? Willen we dit oplossen, dan moeten we echt beter kijken vanuit het perspectief van de cliënt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant