Op het circuit van Silverstone Circuit is Nigel Mansell deze dagen weer een vertrouwd gezicht. De wereldkampioen van 1992 is er betrokken bij nieuwe hospitality-initiatieven rond de Grand Prix, maar blikt in een exclusief interview met Motorsport.com vooral terug op een carrière die zelden volgens het boekje verliep.
Mansell herinnert zich zijn eerste stappen in de autosport nog haarscherp. "Ik deed een test in Formula Ford op Mallory Park. Ik betaalde ervoor en na afloop zeiden ze dat ik 'absoluut waardeloos' was", vertelt hij met een glimlach. "Dat was natuurlijk fantastische motivatie."
Die vroege tegenslag typeert zijn mentaliteit. "Ik hield gewoon van winnen. Het was pure koppigheid", zegt Mansell. "Als je er echt over nadenkt, was een ander waarschijnlijk iets anders gaan doen."
Wat volgde was geen rechte lijn omhoog, maar een pad vol obstakels. Toch wist Mansell zich in de kijker te rijden, waarna Colin Chapman hem een kans gaf bij Team Lotus - een beslissend moment in zijn loopbaan. "Binnen een paar rondjes was ik al snel en competitief met ervaren Formule 1-coureurs. Vanaf dat moment wist ik dat ik het kon, al hebben we ook zware klappen gehad."
In die beginjaren speelde hij bovendien een actieve rol in de ontwikkeling van zijn auto - iets wat volgens hem kenmerkend was voor die generatie coureurs, die niet alleen reden, maar ook mee dachten over de techniek.
Een van de zwaarste momenten volgde in 1982 met het plotselinge overlijden van Chapman. "Het was alsof ik een tweede vader verloor", zegt Mansell. "Zonder hem had ik hier vandaag niet gezeten." Naast het persoonlijke verlies bracht het ook grote onzekerheid met zich mee: zijn net getekende vijfjarige contract werd onmiddellijk ontbonden.
Na een moeilijke periode vond Mansell nieuw momentum bij Williams, al verliep zijn carrière allesbehalve lineair. Zijn periode bij Scuderia Ferrari eind jaren tachtig maakte hem immens populair bij de tifosi, die hem de bijnaam "Il Leone" gaven - een verwijzing naar zijn compromisloze rijstijl en strijdlust.
De echte bekroning volgde echter pas in 1992, toen alles samenkwam bij Williams en hij dominant de wereldtitel veroverde - na jaren waarin hij er meermaals dichtbij was geweest.
Mansell kijkt dan ook bovenal met trots terug op zijn loopbaan, waarin hij na zijn Formule 1-titel ook het Indy car series kampioenschap in 1993 wist te veroveren - een zeldzame prestatie die zijn veelzijdigheid onderstreept. Daarbij benadrukt hij ook de rol van zijn directe omgeving, met name zijn vrouw Roseanne, die volgens hem essentieel was voor zijn succes.
De onvoorspelbaarheid van de turbo's zorgde ook voor iconische momenten, zoals zijn legendarische inhaalactie op Nelson Piquet tijdens de 1987 British Grand Prix op Silverstone.
Foto door: David Phipps
Toch is het vooral het turbo-tijdperk van de jaren tachtig dat volgens Mansell het meest extreme hoofdstuk vormt. "Die auto's wilden je in elke bocht vermoorden", zegt hij. Zoals Martin Brundle het volgens hem treffend samenvatte: "In dat tijdperk probeerde de auto je in elke bocht te doden."
Met kwalificatievermogens die konden oplopen tot ongeveer 1500 pk waren de auto's nauwelijks te beheersen. "Je gaf gas en er gebeurde niets. Eén, twee, drie seconden later kwam ineens alle kracht – vaak midden in de bocht. Dan was je passagier."
"Je moest het gas al ruim vóór de apex indrukken om überhaupt goed uit de bocht te komen. Als je timing niet perfect was, lag je eraf."
Die onvoorspelbaarheid zorgde echter ook voor iconische momenten, zoals zijn legendarische inhaalactie op Nelson Piquet tijdens de 1987 British Grand Prix op Silverstone. "Ik dacht er al rondenlang over na", herinnert Mansell zich. "Dat soort acties kwamen puur van de coureur, niet van systemen."
"Het was een tijd waarin coureurs elke cent verdienden", concludeert Mansell. "Het was gevaarlijk, maar ook ongelooflijk bijzonder."
Wat zou jij graag willen zien op Motorsport.com?
- Het Motorsport.com-team
Source: Motorsport