De Eerste Kamer heeft tegen de asielwet gestemd, maar op 12 juni treedt het migratiepact van de EU wel in werking. Op papier voorziet dat pact in een duidelijk systeem. De praktijk is echter weerbarstig, verwachten deskundigen.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over de EU en internationale samenwerking. Hij woont in Berlijn.
Wat houdt het pact in?
Het pact voorziet in een snelle schifting van asielzoekers in selectiecentra aan de buitengrenzen van de EU. Wie kans maakt op asiel, gaat de gewone asielprocedure in. Iemand die kansarm is, bijvoorbeeld omdat hij uit een veilig land komt, komt in een snelle procedure terecht. Als de aanvraag wordt afgewezen, wordt hij meteen teruggestuurd. In principe moet dit binnen een week zijn afgerond. In de tussentijd mag hij worden vastgehouden.
Zal het werken?
In theorie is dit een helder systeem. De praktijk zal echter weerbarstiger zijn, verwachten deskundigen. Allereerst is het de vraag of het echt lukt om asielaanvragen zo snel af te handelen. Als dat niet lukt, zitten grenslanden als Italië en Griekenland met grote aantallen asielzoekers opgescheept en zullen ze in de verleiding komen om ze door te laten reizen naar Noord-Europa, zoals nu ook gebeurt.
Daarnaast is het de vraag of migranten zich netjes zullen melden bij de selectiecentra aan de buitengrens. Waarschijnlijk zullen zij ook illegaal naar Noord-Europese landen reizen. Als zij daar worden gepakt, moeten ze teruggestuurd worden naar de selectiecentra aan de Europese buitengrens. Als die vol zitten, zullen grenslanden er weinig voor voelen de migranten op te nemen.
Lukt het om asielzoekers terug te sturen?
De grootste twijfels gaan over de terugkeer van afgewezen asielzoekers. Terugsturen staat of valt met de bereidheid van landen van herkomst om afgewezen asielzoekers terug te nemen. Dat is de afgelopen jaren steeds moeilijk gebleken.
Daarom willen EU-lidstaten afgewezen asielzoekers naar ‘terugkeerhubs’ sturen. In het verleden zijn landen als Rwanda, Oeganda of Albanië genoemd. Van de hubs moet een afschrikwekkende werking uitgaan. Het heeft niet zoveel zin om de levensgevaarlijke reis naar Europa te ondernemen, als je vervolgens in Oeganda eindigt. Australië slaagde erin de asielmigratie sterk te beperken door migranten naar Papoea-Nieuw-Guinea en het eilandje Nauru te sturen.
Tot dusverre komen deze ‘terugkeerhubs’ echter niet van de grond. Nederland kondigde in 2025 een deal met Oeganda aan, maar het kabinet-Jetten wil daar niet mee doorgaan vanwege de slechte mensenrechtensituatie in dat land.
In de praktijk blijkt het moeilijk om landen te vinden die afgewezen asielzoekers willen opvangen. Bovendien zullen Europese rechters uitzetting naar zulke hubs verbieden als de rechten van asielzoekers niet voldoende worden gewaarborgd.
Kunnen EU-lidstaten worden gedwongen om asielzoekers op te nemen?
Als sommige lidstaten een onevenredig groot aantal asielzoekers moeten opvangen, treedt een solidariteitsmechanisme in werking. De asielzoekers worden dan verdeeld over andere lidstaten. Dit solidariteitsmechanisme wordt bekritiseerd door radicaal-rechtse partijen, omdat zij vrezen dat daardoor de immigratie in hun land toeneemt. De lidstaten kunnen hun verplichtingen echter afkopen, met geld of door bijvoorbeeld personeel te leveren voor de grensbewaking.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant