Bijna de helft van de mbo-opleidingen scoort een onvoldoende op studiesucces, maar wat zegt dat ons eigenlijk? Studiesucces is een kompas, geen eindoordeel over de waarde van een school.
Soms krijg je de zenuwen van een rapport. Niet van de inhoud zelf, want die is zorgvuldig en integer, maar van de beeldvorming die eromheen ontstaat. De Staat van het Onderwijs 2026 concludeert dat bijna 45 procent van de onderzochte mbo-opleidingen onvoldoende scoort, vrijwel altijd vanwege studiesucces. En voor je het weet klinkt het in de media als een aanklacht. Tegen het mbo. Tegen de scholen. Tegen de docenten.
Maar er is ook een ander verhaal. Dat meer recht doet. Een verhaal dat begint bij de ambitie, niet bij het falen.
Over de auteur
Remco Meijerink is voorzitter van het college van bestuur van onderwijsinstelling Firda.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Het mbo heeft in Nederland toelatingsrecht. Jongeren met uiteenlopende achtergronden, in taal, in ontwikkeling, in persoonlijke problematiek, hebben recht op een plek. Dat is niet alleen wettelijk bepaald, het is ook een morele keuze van scholen: wij geloven dat elk mens de kans verdient om een vak te leren, bij te dragen aan de arbeidsmarkt, mee te doen in de samenleving.
Die keuze heeft consequenties. Want als je de deur breed openzet, komen er mensen binnen die het zwaar hebben. Jongeren met weinig rust thuis, jongeren voor wie Nederlands nog niet vanzelfsprekend is, jongeren die moeite hebben met plannen en volhouden. Inclusiviteit is geen gratis cadeau. Het kost inspanning, geduld en vakmanschap van iedereen die in het onderwijs werkt.
Wat zelden in de krant staat, is de buitengewone inzet van docenten en scholen: zoveel mogelijk jongeren opleiden voor een vak, hun een kansrijke ervaring bieden, en tegelijk de kwaliteit van het diploma overeind houden. Die laatste eis is niet onderhandelbaar, en terecht. Een mbo-diploma is van waarde op de arbeidsmarkt. Aan de kwaliteitseisen wordt niet getornd.
Maar juist omdat die eisen overeind blijven en er geen selectie aan de poort is, zal er altijd een groep zijn die de finish niet haalt of op een andere wijze dan aanvankelijk gedacht. Dat is niet het falen van het systeem. Dat is het systeem dat werkt zoals het bedoeld is: veeleisend en tegelijk open.
Er is nog iets wat de statistieken niet vangen. We vragen jongeren op een leeftijd waarop ze de wereld nog nauwelijks kennen om te beslissen welk pad ze willen bewandelen. Dat is eigenlijk te veel gevraagd.
Wanneer een student na een jaar van richting verandert, boeken de statistieken dat als uitblijvend studiesucces. Maar er valt ook iets anders te zien: een jongere die heeft ontdekt dat deze richting niet bij haar of hem past. Die nu beter weet wie zij of hij is. Die vindt pas na één of twee keer switchen betekenis in een studierichting. Is dat mislukken? Of is het leren?
De kwaliteit van een samenleving kan gemeten worden aan hoe zij omgaat met hen die struikelen, aan hoeveel ruimte er is voor een nieuwe start. Het mbo biedt die ruimte. Switchen is geen probleem dat opgelost moet worden. Het is een kans om te ontdekken, te groeien, en uiteindelijk te landen op een plek die echt de jouwe is.
De bevindingen van de inspectie verdienen serieuze aandacht. Studiesucces als kwaliteitsmaatstaf is zinvol, en goede kwaliteitszorg helpt scholen om uitval vroeg te signaleren en gericht te verbeteren.
Maar studiesucces is een kompas, geen eindoordeel over de waarde van een school. Een opleiding die bewust kiest voor brede toegankelijkheid, die alle jongeren – ook die met een zware rugzak – verwelkomt en begeleidt in plaats van selecteert, scoort op de lat van het studiesucces nu eenmaal anders dan een opleiding met strenge poortbewaking. Dat verschil verdwijnt in de statistieken. En daarmee verdwijnt ook het verhaal achter de cijfers.
Het mbo verdient waardering. Niet ondanks de uitdagingen, maar juist vanwege de manier waarop het hiermee omgaat. Dag in, dag uit werken docenten met veel kansrijke en begaafde jongeren en ook met jongeren die het niet altijd makkelijk hebben. Ze bouwen vertrouwen op, bieden structuur, geloven in mensen die soms zelf niet meer in zichzelf geloven. Dat werk is onzichtbaar in een tabel. Maar het is het fundament van alles.
Soms krijg je de zenuwen van een rapport. Van de headlines die volgen. Van de toon die zich nestelt in het publieke debat. En die staart doet iets met mensen, met docenten die weten hoe hard ze werken, met studenten die weten hoe ver ze al zijn gekomen, met scholen die weten wat ze bieden.
Het mbo verdient beter dan die staart. Het verdient een verhaal dat recht doet aan de werkelijkheid: complex, veeleisend, menselijk en vol van mensen die elke dag het beste van zichzelf geven. Dát is ook de staat van ons onderwijs.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant