De Rotterdamse Tea Slonina heeft een wel heel bijzondere kunstcollectie. Ruim driehonderd werken telt die inmiddels en die zijn zó klein dat ze er een miniatuurmuseum voor heeft gebouwd. ‘Ik ben niet de enige die zoiets raars doet.’
is kunstredacteur van de Volkskrant.
Sommige kunstverzamelaars noemen het kopen van kunst een verslaving, anderen hebben het over een obsessie. Feit is dat het vaak uit de hand loopt. Een enkeling opent uiteindelijk zelfs een eigen museum.
Zo iemand is de Rotterdamse neerlandica Tea Slonina. Haar stadsappartement puilt uit van kunst. Tot in de badkamer. Een opslag hoeft ze niet te huren, het leeuwendeel van haar collectie is bijzonder handzaam: tentoonstellingen richt ze in op een plank in haar boekenkast. Met miniatuurkunstinitiatief Top Shelf is ze al vijf jaar actief op Instagram.
Slonina (63) heeft inmiddels een aanzienlijke collectie, van ruim driehonderd kunstwerken. Binnenkort is ze toe aan haar honderdste expositie op Instagram. Niet dat het altijd Slonina’s droom was om een miniatuurexpositieruimte te bestieren. ‘Het is’, zegt ze, ‘gewoon zo gegaan.’
Toch gaat het bij de meeste mensen niet zo. Zonde eigenlijk. Het is een verbluffende ervaring om Slonina’s ‘galerieruimten’ te bekijken: schilderijtjes die maar een paar vierkante centimeters meten, ieniemieniesculpturen, maar ook: lambriseringen en bankjes die een paar centimeter hoog zijn.
Het zijn tafereeltjes om meteen ‘oooo’ en ‘aaaa’ en ‘ach’ en ’och’ bij te zeggen. Maar wel zachtjes. Zo’n kleine wereld dwingt in al zijn kwetsbaarheid eerbied af.
Slonina heeft al zo lang ze zich kan herinneren een bovenmatige interesse in miniatuur. Een poppenhuis mocht ze vroeger niet. ‘Dat vonden mijn ouders maar gekkigheid, daar wilden ze geen geld aan uitgeven.’ Lego had ze wel, om te bouwen. Met fimo, modelleerklei die je in de oven kunt afbakken, maakte ze spulletjes. ‘Maar die mocht ik niet bakken, want dan kun je er daarna niks meer mee doen. Alles viel steeds uit elkaar. Heel frustrerend.’
Decennia later zou ze ontdekken dat er een actieve subcultuur is van volwassenen die zich met miniaturen bezighouden. Zo ontmoette ze een vrouw die meedeed aan beurzen, zoals de jaarlijkse Dollhouse Nederland Show in Arnhem, en daar leerwaren verkocht.
Slonina sloot zich bij haar aan. Van bijzonder dun leer maakte ze tassen en notitieboekjes, schaal 1:12. ‘Dat is de standaard in de poppenhuiswereld.’ Het was een kwestie van snijden, knippen en plakken. ‘Zo klein kun je leer niet naaien.’ Bovendien maakte ze duizenden minuscule knoopjes voor beursbezoekers die op kleine schaal breien en haken. Knoopjes van fimo, afgebakken en wel.
Het was een prettige scene om in te verkeren, zegt ze. ‘Ongelooflijk wat mensen kunnen. Er zijn bijvoorbeeld schilders, meubelmakers, keramisten, zilversmeden en glasblazers die op schaal de meest fantastische dingen maken.’ Gelijkgestemden ontmoeten was ook op een andere manier verrassend. ‘Het voelde als een soort validatie: ik ben niet de enige die zoiets raars doet.’
Wat deze mensen drijft? Slonina: ‘Het kleine is beheersbaar, denk ik. Daarin kun je de dingen naar je hand zetten, meer dan in de 1:1 wereld. Die is tamelijk dystopisch aan het worden.’ Een van de terugkerende beursdeelnemers, een miniaturenmaker uit Malta, schrijft op haar website dat haar hobby uitgroeide tot een ‘lifestyle’.
Bij Slonina heeft deze ‘lifestyle’ zich de afgelopen jaren een heel specifieke kant op ontwikkeld. Kunst verzamelen deed ze al, dus toen ze in coronatijd haar eigen woonkamer had nagemaakt op poppenhuisformaat moest daar ook iets aan de muur komen. Dat eerste schilderijtje maakte ze zelf, geïnspireerd door een van haar eerste kunstaankopen: een schilderij dat sinds haar scheiding tot de inboedel van haar ex-man behoort.
Het is een knap werkje, temeer omdat het een interieur verbeeldt met erin twee nog kleinere schilderijtjes. Slonina is kritisch: ‘Voor de illusie is het oké. Maar ik ben hier niet mee doorgegaan. Er zijn mensen die dat veel beter kunnen.’ Namelijk: kunstenaars.
Regelmatig benadert Slonina kunstenaars om op uitnodiging een kunstwerkje voor Top Shelf te maken. Telkens maakt ze verrassende combinaties waarin ze twee werken combineert, zoekend naar verwantschap of juist een contrast. Elke twee weken wisselt ze. ‘Zo kan ik blijven spelen.’ De grootste kunstwerken meten iets meer dan 10 centimeter, de meeste zijn nog veel kleiner.
Haar smaak is breed: de collectie bevat figuratieve kunst, abstracte kunst, sculpturen, schilderijen en fotografie. ‘Als ik iets zie, weet ik direct of ik het fijn vind.’ Een medium dat nog ontbreekt, is videokunst. ‘Dat zou een mooie toevoeging zijn. Dan kan ik daar klapstoeltjes bij maken.’
Slonina scoutte aanvankelijk vooral in Rotterdamse kunstkringen; bekende Rotterdamse kunstenaars als Hester Scheurwater (die een pikante minifoto leverde), Silvia B. (een houten sculptuur) en Inge Aanstoot (een schilderijtje) kregen een plek in Top Shelf.
Bij uitzondering koopt ze kunst van iemand die al gewend is om op schaal te werken. Henk Fresen uit Apeldoorn maakt bijvoorbeeld piepkleine bronzen sculpturen van dieren. Voor de anderen is dit een nieuwe uitdaging; die kopen bijvoorbeeld een speciale set extra fijne kwasten voor het gepriegel en zetten voor het eerst hun leesbril op bij het maken van kunst.
Inmiddels is ook Instagram jachtterrein voor Slonina: ‘Daar zie ik vaak iets dat mij triggert.’ Vervolgens gaat ze op atelierbezoek of nodigt ze kunstenaars bij haar uit. Daarbij vertelt ze over de twee eisen die ze stelt: ‘Het resultaat moet geloofwaardig zijn op schaal 1:12, dus niet te groot of te grof, en het moet gewoon een goed werk zijn.’
Sommigen, zoals Olphaert den Otter en Elma Čavčić, kozen ervoor om een bestaand schilderij in miniatuur uit te voeren. Anderen gaan een experiment aan, bijvoorbeeld met nieuwe materialen. Zo maakte Paul Vinken een wandsculptuur van nietjes. In alle gevallen geldt dat de kunstwerken wonderbaarlijk goed standhouden op kleine schaal.
Een enkele kunstenaar gaat meteen na de uitnodiging aan de slag, vaak moet Slonina een jaar of langer wachten op het eindresultaat. Op dit moment staan er opdrachten uit bij ‘een stuk of vijftien’ kunstenaars. Soms krijgt ze zo’n kunstwerk cadeau, anders variëren de prijzen, tot 600 euro als de aankoop via een galerie gaat.
Slonina’s eigen specialiteit, naast leer, is hout. Denk aan deuren, lambrisering, visgraatvloeren (heel veel stukjes fineer), meubels en lijsten. Dat zij de inlijstingen voor haar rekening neemt, vinden de kunstenaars prettig. ‘Als ik uitleg dat ze zich daarover geen zorgen hoeven te maken, zie ik vaak een opluchting.’
De tasjes die ze heeft gemaakt doen dienst als rekwisieten. Ook voor details als stopcontacten zorgt ze zelf. ‘Zulke details zijn nodig voor de geloofwaardigheid van de ruimte.’
Op Instagram houdt ze die illusie deels in stand. Wie swipet naar extra foto’s ontdekt de ware schaal, bijvoorbeeld door een foto met Slonina’s hand of poes Eva: ‘Zij heeft weleens in dingen gehapt terwijl ik een foto maakte, maar dat heeft gelukkig geen blijvende schade opgeleverd.’
De poppenhuisbeurs in Arnhem heeft voor Slonina inmiddels haar aantrekkingskracht verloren. ‘Ik vind er te weinig pareltjes. Bovendien wordt er nu te veel met 3D-printing gedaan. Dat vind ik zonde. Ik wil het ambacht in ere houden.’
Sinds kort denkt ze na over een grotere behuizing voor Top Shelf, misschien in een op zichzelf staand galeriegebouw. ‘Ik zou meer diepte willen en meer opties om met de belichting te spelen.’ Een galerie, in de 1:1 wereld, heeft al interesse getoond. Mogelijk groeit Top Shelf in de toekomst de boekenkast uit.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant