Home

In tijden van woningtekort hoeven verhuurders geen hulp te krijgen

is hoofdredacteur en commentator van de Volkskrant

Huizenbezitters mogen weer hogere huren vragen. Dat is onnodig. Verhuur is al aantrekkelijk genoeg en het is niet eerlijk om de rekening voor de falende volkshuisvesting bij de huurders te leggen.

Elanor Boekholt-O’Sullivan, minister van Wonen, komt huizenverhuurders te hulp. Ze mogen meer huur vragen, althans voor huizen op goede locaties, huizen zonder balkon en huizen in een rijksmonument. De mogelijkheden om tijdelijk kamers te verhuren aan studenten worden ook verruimd.

Deze maatregelen werden een half jaar geleden al aangekondigd door Boekholts voorganger, Mona Keijzer. Boekholt voegt daar nog een huurtoeslag voor nieuwbouwwoningen aan toe. Huizenbezitters mogen een aantal jaar 10 procent meer huur vragen.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Het pakket is een correctie op de forse ingreep die Keijzers voorganger Hugo de Jonge deed. Met de Wet betaalbare huur, die bijna twee jaar geleden van kracht werd, maximeerde hij de zogenaamde middenhuur. De correctie komt vroeg, nog voordat er een serieuze evaluatie is gemaakt.

Huizenbezitters hebben vanaf het begin een stevige tegenlobby gevoerd. Ze probeerden de indruk te wekken dat huizen verhuren zo onaantrekkelijk was geworden dat tienduizenden huurwoningen verloren zouden gaan, waardoor veel Nederlanders geen huis meer zouden kunnen vinden.

Die zorg leek overtrokken. De ingrepen van De Jonge waren juist een correctie op een dolgedraaide huizenmarkt. Voordat de Wet betaalbare huur werd ingevoerd, was verhuur extreem aantrekkelijk. Omdat er een woningtekort was, konden hoge huren worden gevraagd. En doordat de huizenprijzen hard stegen, kon elk jaar een forse vermogenswinst worden geboekt. Huizenverhuurders met ambitie konden in recordtijd een vastgoedimperium opbouwen.

Ze werden extra geholpen door de mogelijkheid huizen voor twee jaar te verhuren, waardoor ze om de twee jaar de huur konden verhogen en – indien nodig – het huis leeg konden verkopen. Ook die mogelijkheid schrapte De Jonge.

Dat aan die zeer lucratieve omstandigheden een einde is gemaakt, is toe te juichen. Dat sommige vastgoedbeleggers hun woningen verkopen, is ook prima. Starters hebben daardoor bijvoorbeeld weer veel meer kansen.

Er zijn ook verhuurders die bescheiden huren vragen. Die hebben geen last van de maatregelen van De Jonge, maar wel van de vermogensbelasting die ongeveer tegelijkertijd is ingevoerd. Als zij gedwongen worden hun woning te verkopen is dat te betreuren. De oplossing zit echter niet in het verhogen van de maximale huur maar in het verlagen van de vermogensbelasting door die afhankelijk te maken van de huuropbrengsten.

Het kan zijn dat ook andere verhuurders in de problemen komen. Zij die een duur huis op een prachtlocatie hebben gekocht, bijvoorbeeld, en erachter komen dat de maximale huur niet genoeg is om de kosten te dekken. De vraag is of het erg is als zij worden gedwongen hun huis te verkopen.

Het kan ook zijn dat projectontwikkelaars terugdeinzen voor investeringen in middenhuurwoningen. Dat zij nu een hogere huur mogen vragen, trekt hen wellicht over de streep, maar de huurder betaalt zo de prijs voor een falend volkshuisvestingsbeleid.

De verhuur van studentenkamers zal weer aantrekkelijker worden, maar de vraag is of dat goed nieuws is. Studenten betalen vaak astronomische bedragen aan particuliere verhuurders. Dat is niet iets om te stimuleren.

Boekholt en Keijzer lijken nog steeds te denken dat de markt hard nodig is om het woningtekort op te lossen, maar de geschiedenis leert dat overheid en woningcorporaties beter de regie kunnen nemen. Zolang er schaarste aan woningen is, moet de markt juist aan banden worden gelegd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next