Home

‘Istanbul staat achter Boedapest. Het tij keert’, schrijft de burgemeester van Istanbul vanuit de gevangenis

De overwinning van oppositieleider Peter Magyar in Hongarije geeft de Turkse oppositie nieuwe hoop. Kan ook in Turkije het tijdperk van de ‘sterke man’ ooit eindigen?

schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.

Meteen nadat Viktor Orbán de Hongaarse parlementsverkiezingen smadelijk had verloren, richtte de burgemeester van Istanbul, Ekrem Imamoglu, op zijn X-account het woord tot de winnaar. ‘Vanuit een gevangeniscel in Silivri stuur ik mijn hartelijke felicitaties aan oppositieleider Peter Magyar en aan elke kiezer die in de rij stond om de rechtsstaat te verdedigen.’

Het was een veelbetekenend gebaar. Niet omdat ook in Hongarije uitdagers van de zittende macht op twijfelachtige gronden in de gevangenis belanden, zoals Imamoglu. Zó ver was Orbán nog niet gezonken. Wel omdat de oppositie in Turkije te maken heeft met precies dat waaraan de kiezers in Hongarije een halt hebben toegeroepen: een ‘illiberaal’ bewind, dat de persvrijheid fnuikt en de rechtsstaat naar zijn hand zet.

‘Vanavond heeft het Hongaarse volk de wereld eraan herinnerd dat geen enkele sterke man onoverwinnelijk is wanneer burgers weigeren hun vrijheid op te geven’, schreef Imamoglu. Het was duidelijk welke andere ‘sterke man’ hij op het oog had: president Recep Tayyip Erdogan, de politicus die met zijn 23-jarige regeerperiode plucheplakker Orbán (zestien jaar aan de macht geweest) nog overtreft.

‘Hongarije heeft gekozen voor hoop in plaats van angst, voor democratie in plaats van autocratie’, aldus de burgemeester, die een jaar geleden werd gearresteerd, maar officieel nog steeds in functie is. ‘Uw overwinning behoort toe aan allen die geloven dat stemmen sterker is dan angst, dat gerechtigheid nooit verslagen wordt. Istanbul staat achter Boedapest. Het tij keert.’

Zou het? Kan het echt? Gaan de kiezers in Turkije het voorbeeld van Hongarije volgen en zal ook hier de oppositie er over twee jaar – of wellicht eerder – in slagen de kiezers te mobiliseren voor een massaal ‘nee’ tegen de autoritaire koers van de sterke man?

Gesterkt door Hongaarse omwenteling

In ieder geval geeft Magyars overwinning de Turkse oppositie hoop. Op sociale media en in de kritisch gezinde pers in Turkije (ja, die bestaat nog) wordt Orbán vergeleken met Erdogan en naast Imamoglu tonen ook andere leden van de CHP, de belangrijkste oppositiepartij, zich gesterkt door de Hongaarse omwenteling. ‘Figuren die zichzelf boven de democratie en de rechtsstaat plaatsen, zullen uiteindelijk verliezen’, schrijft CHP-leider Özgür Özel op X.

De Hongaarse kiezers hebben, kortom, bewezen dat de stembus een machtig wapen kan zijn tegen leiders die menen de democratie in hun zak te hebben. Dat is een boodschap die tot ver buiten de landsgrenzen van Hongarije doorklinkt. ‘De mogelijkheid dat een stevig verankerd systeem via verkiezingen kan worden uitgedaagd, is een ontwikkeling van wereldwijde betekenis’, schrijft de Turkse politicologe Sezin Öney in Balkan Insight. Ook de Turkse oppositie geeft het moed.

Lokale verkiezingen 2024

De CHP heeft overigens zélf al eens bewezen dat het mogelijk is. De lokale verkiezingen van 2024 liepen uit op een eclatante overwinning voor de oppositie. Voor het eerst werd niet de in 2001 opgerichte regeringspartij AKP, maar de CHP de grootste partij van het land, met ruim 35 procent van de stemmen (tegen 32 procent voor de AKP). Van de 81 provincies vielen er 35 toe aan de CHP, de AKP zakte terug naar 24.

Turkijes grootste steden bleven ferm in handen van de CHP, waaronder de hoofdprijs, de metropool Istanbul. Imamoglu werd herkozen, nadat hij de stad vijf jaar eerder had veroverd op de AKP. Een vernederende klap voor Erdogan, die ooit als burgemeester van Istanbul zijn klim naar de top was begonnen.

Zijn electorale succes in 2019 bracht de toen 49-jarige Imamoglu in beeld als mogelijke tegenkandidaat van Erdogan voor het presidentschap. Peilingen wezen erop dat hij de sinds 2003 keer op keer herkozen AKP-leider ruimschoots zou kunnen verslaan.

Waarnemers binnen en buiten Turkije gingen er daarom in de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2023 vanuit dat er weleens een eind zou kunnen komen aan het tijdperk-Erdogan. Dat gebeurde niet. Onder andere omdat toen al een rechtszaak dreigde tegen Imamoglu, schoof de CHP een ander naar voren als kandidaat, de electoraal veel zwakkere Kemal Kiliçdaroglu.

Grote verschillen

Natuurlijk, Magyars succes kan niet zomaar worden gekopieerd. Er zijn grote verschillen tussen Hongarije en Turkije. Erdogans bewind is repressiever dan dat van Orbán. Imamoglu is niet de enige CHP-bestuurder die juridisch wordt aangepakt, om van de Koerdisch gezinde partij DEM maar te zwijgen.

Orbán en Erdogan zijn ideologisch gezien geen dubbelgangers. Ze hebben hun regeerstijl gemeen, hun nationalisme, hun sociaal conservatisme en hun afkeer van woke en lhbti. Maar Erdogan is nooit aangeschoven bij Orbáns radicaal-rechtse netwerk CPAC. Hij zou zich niet thuis hebben gevoeld bij islamhaters als Geert Wilders en Marine Le Pen.

Ook ontbeert Erdogan sommige van Orbáns zwakke plekken. De corruptie in Turkije is minder flagrant dan in Hongarije en Erdogans buitenlands beleid levert hem eerder stemmen op dan dat het, zoals bij Orbán, zou kunnen bijdragen aan een verkiezingsnederlaag.

Toch kan het Hongaarse voorbeeld besmettelijk zijn, constateert Öney. Net zoals sterke mannen van elkaar leren, zo leren ook de tegenkrachten van elkaar. ‘De dynamiek is niet eenzijdig’, schrijft ze. ‘Oppositiebewegingen leren elkaar kennen en beginnen inspiratie te putten uit grensoverschrijdende samenwerking.’

Een gelopen race is het voor de Turkse oppositie bepaald niet. De AKP haalt alles uit de kast om wisseling van de wacht in 2028 te voorkomen en van een breed front tegen ‘het systeem’ is in Turkije vooralsnog geen sprake. Maar het Magyar-zaadje is geplant. Het kán.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next