Home

‘Natuur kan veel stedelijke problemen helpen oplossen’ – toch hapert in de vier grote steden de vergroening

Klimaatbeleid Aan ambities geen gebrek, maar het groenbeleid van de vier grote steden schiet tekort, zo concluderen hun Rekenkamers. Zonde, want iedereen is het erover eens: een groene stad is beter om in te wonen. „Maar vergroenen wordt vaak gezien als iets wat erbij moet.”

Het Utrechtse park Oosterspoorbaan.

Een blik op de Oudegracht in Utrecht, vanuit het oude stadhuis, toont grachtenpanden in de voorjaarszon. Op de rechteroever staan drie bomen, al een beetje in het blad; op de linkeroever slechts één piepklein jong boompje, voor een werfkelder. In het voorjaar van 2024 was het beeld compleet anders: met vijf grote, volgroene bomen. Twee moesten verdwijnen van de kade vanwege de stabiliteit van de onderliggende kelders. Er kwam slechts die ene, jonge boom voor terug. Schaduw in de steeds warmere zomers is er op de linkeroever niet meer.

Wat in Utrecht gebeurt, speelt in alle grote steden. De ambities en doelen voor meer groen botsen met de praktijk en worden vaak niet gehaald.

Dat blijkt uit vier onderzoeken van de lokale Rekenkamers van Amsterdam (2021), Rotterdam en Utrecht (2024) en Den Haag (2025). „Al deze steden hebben veel groene ambities”, zegt ecoloog Nanda ’t Lam, als bestuurslid verbonden aan de Rekenkamer Utrecht, in het stadhuis met dat uitzicht op die Oudegracht. Gemeenten willen hun groene leefomgeving vergroten, verbeteren en verduurzamen. „Maar in de praktijk komt daar weinig van terecht of gaat het moeizaam. Doelen hangen vaak onvoldoende samen, waardoor onduidelijk blijft wat nodig is om ze te bereiken.”

’t Lam spreekt ook namens de andere Rekenkamers. Deze onafhankelijke organen houden zich meestal op de achtergrond: ze onderzoeken of gemeenten hun geld goed besteden en bekijken of beleid werkt. Maar nu willen ze zich uitspreken. „Omdat de overeenkomsten tussen de vier gemeenten zo opvallend zijn en de noodzaak van meer groen alleen maar toeneemt”, zegt ’t Lam.  

Waterafvoer in natte tijden

Aan groene plannen is geen gebrek en de grote steden doen ook veel, toch blijven ze achter bij hun eigen beloftes. Dat laten alle vier de onderzoeken zien, ook al verschillen ze in aanpak. Zo is het groen in Den Haag de laatste jaren toegenomen, maar zijn de doelen te vaag om te beoordelen of de stad op schema ligt. Ook komt „een belangrijk deel van die toename” doordat de gemeente al bestaand groen in beheer heeft genomen, aldus de Rekenkamer Den Haag. In Rotterdam zijn doelen voor klimaatadaptatie volgens de Rotterdamse Rekenkamer „niet concreet uitgewerkt”.

In Utrecht daalde het gemiddeld aantal vierkante meters openbaar groen per huishouden juist van 66,5 in 2022 naar 63,5 in 2026. In Amsterdam waardeerden de meeste inwoners het groen (in 2021), maar ontbreken heldere definities van welke vormen van groen bijdragen aan bijvoorbeeld sociaal welzijn of klimaatadaptatie.

Dat het niet goed lukt is opvallend, omdat groen grote voordelen heeft. Mensen voelen zich gelukkiger met uitzicht op groen en ontmoeten elkaar vaker in groene buurten. Meer groen is ook beter voor de gezondheid – tien extra bomen per stratenblok zorgen er al voor dat gezondheidsklachten die met veroudering te maken hebben, zoals hart- en vaatziekten, gemiddeld zeven jaar later optreden.

Ook helpt groen tegen hitte in de zomer, die steeds warmer wordt door klimaatverandering. En groen is belangrijk voor waterafvoer in natte tijden, zeker in versteende binnensteden – voorspellingen laten zien dat Nederlandse winters natter worden, buien steeds extremer. Daarmee groeit het belang van groen als het gaat om klimaatadaptatie: het maakt steden weerbaarder. Daarnaast zorgt groen voor meer biodiversiteit. En voor de economisch georiënteerde mens: huizen met groen in de directe omgeving stijgen gemiddeld 4 tot 15 procent in waarde.

Dat steden graag wíllen vergroenen, blijkt uit hun plannen. Utrecht wil dat er in 2040 boven op het al bestaande groen nog 450 hectare bijkomt, 250 hectare recreatieve groengebieden in de directe omgeving van de stad plus zestigduizend extra bomen. Rotterdam wil tot 2050 zelfs 1.000 hectare groen extra toevoegen aan de stad. Amsterdam stelt eisen aan de hoeveelheid groen per woning. In het centrum moeten woningen toegang hebben tot acht vierkante meter groen, in gemengde stadswijken zestien. Den Haag heeft als hoofddoel „een kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen” en als streven om in 2030 5 procent meer groenoppervlak te hebben dan in 2023.

Op de hoek van de Jaarbeursboulevard en Croeselaan verrezen in 2024 twee ‘groene’ torens genaamd Wonderwoods.

Weinig geld, schaarse ruimte

Een rondje door de Utrechtse binnenstad laat de obstakels zien. Zo staan in de smalle straten rondom het stadhuis weinig tot geen bomen en is het gezien de ruimte moeilijk voor te stellen dat die nog worden geplant. „Je kunt je voorstellen dat dit in de zomer een hitte-eiland wordt”, zegt ’t Lam, manoeuvrerend door het centrum.

Een gebrek aan geld is een belangrijke reden dat vergroening zo slecht lukt. „Voor de groene ambities is veel meer geld nodig”, zegt ’t Lam. „Neem Utrecht, een stad die de afgelopen jaren werd bestuurd door een groen college, dat ook extra geld uittrok voor vergroening”, het budget steeg van 2,3 miljoen euro naar structureel 10 miljoen per jaar. „Maar volgens de gemeente zelf is jaarlijks 80 miljoen nodig.”

Dat geld is nodig voor de aanleg van groen, maar vooral ook voor het beheer en onderhoud, zoals het maaien en snoeien van parken, perkjes, struikgewassen en bomen. Een kostenpost die „structureel te weinig aandacht” krijgt. In Utrecht concludeert de Rekenkamer dat budget hiervoor bij nieuw groen „niet altijd gereserveerd” wordt, „waardoor dat niet altijd onderhouden kan worden”.

Ook de schaarse ruimte in binnenstedelijk gebied speelt mee. „In historische stadscentra is het lastig nieuw groen in te voegen”, zegt ’t Lam. „In nieuwbouwwijken lukt dat beter, maar dat kan ik nog geen inhaalslag noemen.”

Gemeenten hebben bovendien veel andere ruimtelijke opgaven. „Denk aan een parkeernorm; woningbouw en ook mobiliteit kosten ruimte, net als het aanleggen van nieuwe energiestructuren”, aldus ’t Lam, zoals lokale warmtenetten die werken met buizen onder de grond. „Groen”, legt ze uit, „wordt vaak gezien als iets wat erbij moet, als sluitstuk van een ander project. Terwijl het zelf al een enorme opgave is.”

Groen plein nabij Taagdreef (Overvecht) in Utrecht.

Te veel op zoek naar meetbare prestaties

„Natuur kan veel stedelijke problemen helpen oplossen”, zegt econoom en universitair hoofddocent Helen Toxopeus, die veel onderzoek doet naar het vergroenen van de stad aan de Universiteit Utrecht. „Meer natuur is een investering, ja, maar wel een die uiteindelijk kostenefficiënt is en duurzaam, die werkgelegenheid biedt, welzijn vergroot én biodiversiteit beschermt.”

Volgens Toxopeus denken overheden nog te vaak in meetbare prestaties. „Van een rioolbuis kun je bijvoorbeeld berekenen hoeveel water die kan afvoeren per seconde. Maar natuurlijke oplossingen werken afhankelijk van hun conditie. Zo kan een perk al verzadigd zijn na een piekbui van een week eerder.” Er wordt, zegt Toxopeus, ook nog altijd gedacht in de maakbaarheid van oplossingen. „Maar als natuur de oplossing is, moeten we ons aanpassen aan die natuur.”

Een andere oorzaak is verkokering, zegt Toxopeus, gemeentelijke afdelingen werken met eigen budgetten en aparte doelen. „Zo zal een ambtenaar die verantwoordelijk is voor water interesse hebben in het vasthouden van water, maar niet per se in de winst die dat groen oplevert voor de biodiversiteit of sociale cohesie. Daardoor worden de brede voordelen van vergroening vaak niet gezamenlijk meegewogen, terwijl de baten van vergroening de gezamenlijke kosten kunnen overstijgen.”

Toch lukt het op sommige plekken wel. Zoals bij de Catharijnesingel in Utrecht, waar een vroegere snelweg veranderde in een groene, waterrijke omgeving met natuurvriendelijke oevers, vooral bedoeld voor voetgangers. „Hier loop ik graag een rondje in mijn pauze”, zegt ’t Lam. „Het is mooi, koel in de zomer en de biodiversiteit is zichtbaar. Hier zie je goed wat vergroening kan opleveren.”

Duurzaamheid

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next