Rechtszaak De Syriër Rafiq al-Q. zou in Syrische gevangenissen gedetineerden hebben gemarteld en seksueel geweld hebben toegepast. Nu staat hij in Den Haag terecht op verdenking van misdaden tegen de menselijkheid. „Dit is een van de grootste zaken in internationale misdrijven die we ooit in Nederland hebben gehad.”
De Syriër Rafiq al-Q. werd in 2023 in Druten aangehouden en wordt beschuldigd van het martelen en verkrachten van landgenoten in 2013 en 2014.
Af en toe werpt Hassan, een 34-jarige Syriër die in eigen land langdurig is gemarteld, steelse blikken over zijn schouder. Schuin achter hem in de Haagse rechtszaal, op enkele meters afstand, zit Rafiq al-Q. (57), de man die ervan wordt verdacht hem en vele anderen ten tijde van het regime van oud-president Bashar al-Assad te hebben gemarteld. Ook zou Al-Q. regelmatig seksueel geweld hebben gebruikt tegen gedetineerden, vooral vrouwen.
„Ik geniet van de ironie dat de man die ons gevangenzette, nu zelf een gevangene is”, zegt de uit Duitsland overgekomen Hassan naderhand buiten de rechtszaal. „Niet alleen voor mezelf, maar ook namens de slachtoffers die zijn martelingen niet hebben overleefd.” Zijn achternaam houdt Hassan uit veiligheidsoverwegingen liever uit de krant, maar die is bekend bij de redactie. Tientallen Syrische nabestaanden en slachtoffers volgen de zaak tegen Al-Q. via een livestream vanuit de Haagse rechtbank.
Rafiq al-Q. staat terecht op verdenking van misdaden tegen de menselijkheid. Dat zijn zulke ernstige misdrijven dat verdachten op grond van het beginsel van universele jurisdictie in Nederland kunnen worden berecht, ook al hebben de misdrijven zich buiten Nederlands grondgebied afgespeeld.
Drie jaar geleden werd Al-Q. in het Gelderse Druten opgepakt, waar hij al enige tijd met zijn gezin woonde, nadat hij in Nederland asiel had aangevraagd. Sinds 8 april wordt zijn zaak behandeld in Den Haag. Het is voor het eerst dat ook seksueel geweld als misdaad tegen de menselijkheid voor een Nederlandse rechtbank wordt behandeld.
„Dat betekent dat het Openbaar Ministerie het seksuele geweld ziet als een systematische of wijdverspreide aanval op de burgerbevolking. Niet als individuele aanrandingen of verkrachtingen”, zegt Marieke de Hoon, hoofddocent internationaal strafrecht aan de universiteit van Amsterdam.
In januari 2024 was Mustafa A. de eerste pro-Assad-Syriër die in Nederland werd veroordeeld. Hij kreeg een celstraf van twaalf jaar voor het medeplegen van een illegale arrestatie, medeplichtigheid aan marteling en lidmaatschap van een criminele organisatie met het oogmerk oorlogsmisdaden en misdrijven tegen de menselijkheid te plegen – de beruchte militie Liwa al-Quds.
Tegen een aantal andere Syrische aanhangers van Assad loopt in Nederland nog een zaak. „Maar dit is een van de grootste zaken in internationale misdrijven die we ooit in Nederland hebben gehad”, vertelt De Hoon. „Hoeveel slachtoffers bereid zijn te verklaren, het vele ondersteunende bewijs, de wijdverbreidheid en stelselmatigheid van de foltering, marteling en seksueel geweld.”
In de rechtszaal doen een handvol slachtoffers een boekje open over de misdaden die Al-Q. volgens hen beging. „Nog steeds zie ik zijn pistool in mijn mond en hij vraagt me: ‘Ruik je het kruit? Ik kan een einde maken aan je leven'”, vertelt Hassan via een vertaler. „Niemand was erger dan hij.” Al-Q. genoot er volgens Hassan van gedetineerden pijn te doen en te vernederen. Sommigen werden enige tijd opgehangen aan hun voeten, anderen moesten urenlang stilstaan tot ze erbij neervielen, soms werden gevangenen onder stroom gezet. Ze kregen bedorven eten. „Het was een sadistisch ritueel, waarbij de plegers genoten van de geur van bloed.”
Tijdens de zitting leest de rechter verklaringen voor van twee Syrische vrouwen die zeggen dat Al-Q. hen tijdens de verhoren betastte en verkrachtte. „Hij stopte zijn vingers binnen in mijn baarmoeder met geweld”, citeert de rechter een. Hij dwong haar om hem oraal te bevredigen en seks met hem te hebben. „Het heeft alles bij elkaar heel lang geduurd. Toen ik vrijkwam probeerde ik mezelf van binnen met chloor te wassen. Ik was totaal gebroken.”
De tweede vrouw verklaarde dat Al-Q. haar sloeg in haar gezicht, op haar borsten en vagina, terwijl haar handen op haar rug waren gebonden. „Ik kreeg stroomstoten op mijn borst en later werd het stroomstootwapen in mijn broek geduwd en tegen mijn vagina gehouden.” Al-Q stopte zijn hand in haar vagina, verklaarde ze, „en zei steeds: hier ben je geneukt, hè?”. Mannelijke getuigen verklaarden onder meer dat Al-Q. ze sloeg op hun geslachtsdeel. Bij één van hen zou de verdachte de loop van een geweer in de anus hebben geprobeerd in te brengen.
Volgens het OM speelden de misdaden waaraan Rafiq al-Q. schuldig zou zijn, zich af in Salamiyah, een provincieplaats zo’n tweehonderd kilometer ten noorden van de Syrische hoofdstad Damascus. Al-Q. zou lid zijn geweest van de NDF, een paramilitaire groep van vrijwilligers die vanaf 2012 hielp om Assad in het zadel te houden. Met vaak grof geweld probeerde de NDF de aanhoudende protesten, die in 2011 tijdens de Arabische Lente waren opgelaaid tegen het repressieve Assad-regime, de kop in te drukken.
Al-Q. zou als verhoorder van de NDF in Salamiyah hebben gewerkt in een ondervragingscentrum, gevestigd in een geconfisqueerde boerderij buiten de stad. Daar werden vele geweldloze betogers tegen het Assad-regime langdurig vastgehouden. Hassan zat er zes maanden, waarna hij werd overgeplaatst naar een normale gevangenis, waar de omstandigheden minder slecht waren en gedetineerden bezoek mochten ontvangen.
Al-Q. ontkent alle beschuldigingen. Hij zegt slechts als griffier te hebben gewerkt bij de lokale rechtbank. Hij zou alleen zijn ingeschakeld als er mensen waren overleden of vermoord waren aangetroffen in de stad en daarbuiten. Foto’s van hem in NDF-uniform en uitgerust met wapens, onder meer aangetroffen op de telefoon van zijn vrouw, zouden slechts deel hebben uitgemaakt van een verkleedpartij. De chauffeur van de militaire politie van wie hij het uniform leende, wachtte in zijn onderbroek in de woonkamer, terwijl Al-Q. in diens kleding poseerde, zegt hij. Ook het feit dat hij regelmatig werd gesignaleerd in restaurants met de chef van de inlichtingendienst, zegt volgens hem niets.
Volgens de aanklagers komt Al-Q.’s naam ook in verscheidene NDF-documenten voor. Uit die documenten zou ook blijken dat een verzoek van Al-Q. om te worden overgeplaatst naar het naburige Hama, werd geweigerd, omdat hij wegens zijn seksuele geweld tegen verdachten zelfs in NDF-kringen een slechte reputatie had gekregen.
Volgens de verdachte zou hij in werkelijkheid tégen het bewind van Assad zijn geweest. Hij stelt in 2014 zelf te zijn ontvoerd en gemarteld. „Ze wilden mij afmaken, maar om een of andere reden werd dat omgezet in een ontvoering”, aldus Al-Q. Enige jaren later, in 2019, zou hij mede hierom hebben besloten om zijn werk bij de griffie op te geven en om Syrië te verlaten. In 2021 vroeg hij asiel aan in Nederland.
Dat negen getuigen allen onafhankelijk van elkaar hebben bevestigd door hem te zijn gemarteld en in sommige gevallen ook met seksueel geweld van zijn kant te zijn geconfronteerd, schrijft Al-Q. op het conto van een samenzwering. Kwade genius hierachter zou onder meer de bekende Syrische mensenrechtenadvocaat Anwar al-Bunni zijn. Het was dezelfde Al-Bunni die de Nederlandse autoriteiten heeft geattendeerd op de misdaden die Al-Q. zou hebben begaan in Syrië.
„Deze zaak is op maat gemaakt om mij te vervolgen”, stelt Al-Q. Waarom al deze mensen tegen hem zouden samenspannen, kon de verdachte niet uitleggen. Deze week (dinsdag of woensdag) hoort Al-Q. de eis tegen hem van het OM. Op 9 juni volgt de uitspraak.
Hope Rikkelman, directeur van de Nuhanovic Foundation die slachtoffers van internationale misdrijven ondersteunt in toegang tot het recht verkrijgen, is blij met de actieve rol van de Nederlandse justitie bij zaken als die van Al-Q. De stichting zelf hielp eveneens enkele getuigen naar Nederland te halen. „We merken al veel enthousiasme over deze zaak binnen de Syrische gemeenschap”, zegt Rikkelman. „Deze zaak laat zien dat ook in Nederland ruimte bestaat om internationale misdrijven te vervolgen en slachtoffers toegang tot recht te bieden. Dat is voor Syrische slachtoffers en nabestaanden die erkenning en gerechtigheid zoeken van groot belang.”
Dreigen meer van zulke Syrische zaken met een Nederlands tintje de toch al overbelaste Nederlandse justitie niet verder in moeilijkheden te brengen? „Ik vind het eigenlijk heel goed dat Nederland dit doet”, zegt Rikkelman. „Den Haag wil graag de justitiehoofdstad van de wereld zijn. Als je dat serieus neemt, betekent dat ook dat je een tandje bij moet zetten.”