Soms is een huwelijk (of duurzame partnerrelatie) dood en niet meer te redden. Dan hoeft men niet te blijven, maar mag men afscheid nemen en weggaan. Een scheiding, niet omdat het kan, maar omdat het mag én moet.
Graag nuanceer ik het door briefschrijver Danny Schram geschetste beeld van onze omgang met liefdesrelaties, naar aanleiding van de rubriek De liefde van nu.
Is de vraag vooral een ‘durven blijven’, zoals hij zegt, of is het juist ook een ‘mogen weggaan’ uit een huwelijk (of een andere duurzame partnerrelatie)? Vraagt het moed te durven blijven, of vraagt het juist moed te mogen weggaan? Ik wil een lans breken voor hen die de moed hadden dat laatste te doen. ‘Duurzaam zonder opoffering’ bestaat niet, zoals Schram terecht opmerkt. Ik heb als gezondheidszorgpsycholoog-psychotherapeut echter veel opoffering gezien, totdat het niet meer te doen was.
Over de auteur
Ruud Joppen is gepensioneerd gezondheidszorgpsycholoog-psychotherapeut.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Ik heb de pijn, het verdriet, de gevoelens van schuld en schaamte, het gevoel van falen en de ontreddering gezien waarmee een scheiding gepaard kan gaan. Zich verantwoordelijk voelen voor het welzijn en geluk van de partner. Inderdaad niets van zelfzuchtigheid, gemakzucht of egoïsme, niets van ‘I want it all!’, op zoek naar het schijnbaar altijd groenere gras aan de overkant, maar een zichzelf wegcijferen en opofferen.
Ik heb de grote zorg om (het verdriet van) de kinderen gezien. De zorg en angst voor de invloed van de scheiding op hun persoonlijke ontwikkeling. Het besef dat kinderen het maar moeten doen met de besluiten van volwassenen. Het weten van de pijn bij de ander wanneer het initiatief tot de scheiding vooral van één kant komt. De wanhoop wanneer men keek naar een toekomst vol onzekerheden. Alle praktische consequenties. Het onder ogen zien van het verlies dat men, van een ooit verliefd stel, nu intieme vreemden is geworden.
De vraag: ‘Waar in godsnaam zijn we elkaar kwijtgeraakt? Hoe heeft het zover kunnen komen?’ Het huwelijk (of duurzame partnerrelatie) dat je tussen de vingers door zomaar uit handen is geglipt. De onvermijdelijkheid dat er soms te veel pijn en schade is aangericht die, ondanks het harde werken in de hoop elkaar weer ‘terug te vinden’, niet reparabel blijken.
Een relatie vergt het vervlechten van ieders persoonlijke historie met soms oude pijn (verlieservaringen) of zelfs trauma’s binnen het stamgezin, die als een sluipend gif de relatie kunnen beschadigen. Ieders littekens als getuigenissen van oude wonden. Vensters naar het verleden die opengaan en die men niet meer kan sluiten, waardoor van alles binnenwaait.
Soms is er sprake van verbaal en lichamelijk geweld, is er angst en vraagt het extra moed om uit een beschadigende relatie te stappen.
Ik heb het proces gezien van zichzelf toestaan te mogen zoeken naar meer geluk in de liefde. Te mogen weggaan in plaats van het huwelijk (of duurzame partnerrelatie) te zien als een project, een levensopdracht waarbij men niet mag falen en die koste wat kost tot een goed einde moet worden gebracht. De confronterende aanvaarding dat men ‘uit elkaar kan groeien’, dat ieders eigen persoonlijke ontwikkeling kan zorgen voor stille, sluipende verwijdering. Voor samen eenzaam zijn. Nog wel dezelfde, maar niet meer hetzelfde zijn als toen.
De tragiek van de invloed van ingrijpend verlies (zoals het overlijden van een kind) dat partners niet dichterbij elkaar brengt, maar juist van elkaar kan doen verwijderen door grote verschillen in omgaan met dit hartverscheurende gegeven: verschillen in de manier van rouwen en/of verschillen in tempo. Niet bepaald lichtzinnigheid, maar een uitputtende, vergeefse, soms radeloze zoektocht om elkaar weer ‘terug te vinden’. Een zoektocht naar nieuwe verbinding.
Mogen stoppen met zich opofferen (vaak de vrouw, soms de man) voor de ander door een sterk ontwikkelde zorgkant of parentificatie, bijvoorbeeld bij een chronische depressie of andere ernstige, belastende psychische problematiek, waardoor de wederkerigheid vermolmt. De last van ‘het verdragen van de verkeerde momenten met dezelfde persoon’ kan eenvoudigweg te groot worden.
Een scheiding, niet omdat het kan, maar omdat het mag én moet. Uit zelfbehoud. Het is niet altijd durven blijven, soms is het mogen weggaan.
En na de breuk: de veerkracht. Ex-partners die in co-ouderschap en samengestelde gezinnen met respect met elkaar omgaan, wetende dat ex-vaders en -moeders niet bestaan.
Vormen zij allen een uitzondering, een minderheid? Wellicht, ik weet het niet. Wat ik wel weet, is dat zij bestaan. Ik heb ze gezien en gesproken in mijn spreekkamer, met hun pijn, machteloosheid, (wan)hoop en rouw. En ik voelde respect voor hun volharding en intentie het huwelijk te ‘redden’, en voor hun moed uiteindelijk weg te mogen gaan.
Natuurlijk slaat Danny Schram de spijker op zijn kop! We ontdekten dat shoppen bij Shein en AliExpress slecht is voor het milieu, maar in relaties shoppen we net zo gemakkelijk goedkoop. We investeren financieel voor de lange termijn in vastgoed, auto’s, campers en jachten, maar investeren in je relatie moet vandaag winst opleveren en mag bijna niets kosten. Dat kan gewoon niet. Ook een van de redenen voor ons woningtekort: honderdduizenden gezinswoningen bewoond door een gescheiden single.
John den Besten, Zuid-Beijerland
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant