Home

Als de brug gebombardeerd is, leg je gewoon zelf een nieuwe aan

Hoewel de wapenstilstand tussen Israël en Libanon tijdelijk is, keren ontheemden massaal terug naar het zuiden van Libanon. Tussen de puinhopen treffen ze hun landgenoten die achterbleven en nu getuigen van het oorlogsgeweld. ‘Ze schoten op alles wat bewoog.’

is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij doet verslag vanuit het zuiden van Libanon.

Geef een Libanees een probleem, en hij vindt een oplossing. Als alle bruggen over het water kapot zijn, bouwt hij eigenhandig een nieuwe. Wie het niet gelooft, kan zelf gaan kijken nabij het dorp Qasimiyeh. Je treft er de 42-jarige Ali Ghazal, een man in spijkerbroek en sneakers, halverwege de kersverse brug. Omdat het ding nieuw is, weet niemand de weg. ‘Waar moet je naartoe?’, roept hij passerende chauffeurs toe. ‘Tyrus? Dan moet je naar rechts.’

Dit alles gaat gepaard met een brede, verlossende glimlach. Er kan gelachen worden in zuidelijk Libanon, want sinds vrijdagnacht geldt een staakt-het-vuren met buurland Israël. Tienduizenden families, ontheemd in eigen land, grepen het bestand aan om terug te keren naar hun dorpen. Ze trotseerden urenlange files. Matrassen op de wagen en gáán. Het ontlokt Ghazal een woord van trots. ‘In vredestijd is er geen beter land dan het onze.’

Voor wat er in de smalle Litani-rivier ligt, is ‘brug’ trouwens een groot woord. Een rijtje betonnen afwateringsbuizen, meer is het niet, met daarbovenop een bedje van stenen en zand. Het bestand startte middernacht. Zes uur later lag er een brug. ‘Het werk van gewone mensen’, glundert Ghazal, in het dagelijks leven fruitverkoper. Dat de militante beweging Hezbollah – in deze streek invloedrijk – er wellicht iets mee te maken had, ontkent hij ten stelligste.

Te midden van zoveel vrolijkheid zou je bijna vergeten hoe fragiel het bestand is. De bestandstekst is door de onderhandelaars van de Amerikaanse regering ruim geformuleerd, met expliciete ruimte voor Israëls ‘zelfverdediging’. In meerdere Libanese grensdorpen werden er Israëlische artilleriebeschietingen gemeld, evenals geweervuur van de kant van Hezbollah-strijders.

Ook opvallend: de regering van buurland Syrië zei zondag een poging van Hezbollah te hebben verijdeld om vanaf Syrisch grondgebied raketten richting Israël af te vuren. De dood van een Franse blauwhelm, in dienst van VN-vredesmacht Unifil, zorgde voor nog meer onrust. De Franse president Macron wees met de beschuldigende vinger naar Hezbollah. Beiroet heeft een onderzoek toegezegd.

Het opblazen van huizen op Libanees grondgebied gaat intussen gewoon door. Volgens de Israëlische regering van premier Benjamin Netanyahu (gezocht door het Internationaal Strafhof wegens mogelijke oorlogsmisdaden) is dat bedoeld om een nieuwe grens te creëren, een ‘gele lijn’ naar analogie van die in Gaza. Het moet een zone markeren (zo’n 55 dorpen diep) waar niemand mag komen – geen dorpelingen, geen strijders, niemand.

De lucht is zwanger van de dreiging. Dus waarom zou je als zuiderling terugkeren? Moet je dan straks niet opnieuw vluchten? De antwoorden variëren, afhankelijk van wie je het vraagt. ‘Het is onze aarde’, klinkt het, ‘onze geboortegrond.’ Zuiderlingen zijn anders, beweert een tweede, waarmee hij bedoelt: koppig, compromisloos, eigenwijs. ‘Al moeten we lopend terug’, bezweert Nadia Skeikeh (38), zittend op de bijrijdersstoel van een Fiat-bestelbusje.

In de file heeft haar echtgenoot Hoessein (48) de lachers op zijn hand. Hij werkt voor het Libanese staatselektriciteitsbedrijf, en wordt door andere automobilisten herkend. ‘Als we straks in het zuiden zijn, zorg jij dan voor stroom?’ Hoessein beaamt het gelijk, een grijns op zijn gezicht. Wat kapot is, gaat hij repareren.

Het is een opvallend tafereel, zoals de auto’s massaal de rivier oversteken. Voor Libanezen is de Litani meer dan alleen een kabbelend strookje water, het is een scheidslijn tussen noord en zuid, tussen een leven in vrede, hoe relatief ook, en een leven in oorlog. Het omgekeerde is ook waar: in het noorden ben je een vluchteling op wie menigeen neerkijkt, in het zuiden ben je thuis.

Een maand geleden leek deze route nog potdicht. Dagenlang bombardeerde Israël vrijwel iedere brug over de Litani. Het was bedoeld, zo zei minister Israel Katz (Defensie), om te voorkomen dat Hezbollah-strijders het zuiden zouden kunnen bereiken. Alle bruggen waren daarom ‘opgeblazen.’

De praktijk blijkt weerbarstiger. Er zijn geïmproviseerde bruggetjes zoals die van verkeersregelaar Ali, maar er is ook de hoofdbrug van Qasimiyeh, een kwartier verderop, die de blauwhelmen van Unifil altijd nemen. De brug is grotendeels intact. Bij nader inzien blijkt niet de brug zelf gebombardeerd, maar de aanhechting met de hoofdweg. De ontstane schade kon door het Libanese leger relatief gemakkelijk worden gerepareerd.

‘Het valt niet mee om een brug precies te raken’, zegt Mohanad Hage Ali desgevraagd aan de telefoon. Als analist is hij verbonden aan denktank Carnegie Middle East. ‘Maar het kan ook een kwestie zijn van planning. Mocht Israël besluiten de invasie uit te breiden, dan hebben ze de bruggen zelf nog nodig.’

Iedere keer dat de hoofdbrug geraakt wordt, is de nevenschade voor rekening van mensen als Ali Habli, de 29-jarige baas van het tankstation ernaast. Eigenlijk wilde hij zijn tankstation vanwege de oorlog sluiten, maar daar zag hij op verzoek van zijn personeel vanaf. Het bleek een keuze met grote gevolgen. Afgelopen donderdag, de ochtend vóór het bestand, sloegen Israëlische drones hard toe. Een auto met twee mannen erin werd pal naast de brug geraakt, op luttele meters van het pompstation. Naar hun lichamen wordt nog gezocht.

De broer van een van de pompbediendes kreeg een droneaanval op zijn hoofd. Waarom hij dood moest, weet niemand. ‘Iedere keer dat er een bestand aankomt, gaan de Israëliërs wild tekeer’, weet Habli. ‘Ze schoten op alles wat bewoog.’ Zijn buurman kan erover meepraten. De 23-jarige Jamal Jaseem, uitbater van een koffiekiosk, zag op tien meter afstand hoe zijn Mercedes door een drone geraakt werd – een voltreffer. Hij kwam er met lichte verwondingen vanaf.

De Litani is alles tegelijk: een plek om over te steken, een plek waar de dood op je wacht. Het is ook een plek waar het water gul de aarde bevloeit. Drie Palestijnse vrouwen zijn deze ochtend bezig dikke, glanzende aubergines te oogsten. Toen de brug geraakt werd, gingen ze plat op de grond liggen. Een week later ligt het puin nog tussen de kassen. De vrouwen zijn nazaten van families die in 1948, bij de stichting van de staat Israël, hun land moesten ontvluchten. Het dorp waar hun wortels liggen, Khalisa, heet tegenwoordig Kiryat Shmona (Noord-Israël). In deze oorlog was vluchten geen optie. ‘Waar kunnen we naartoe?’, vraagt Amina Mahmoud (55) retorisch.

Er zijn mensen die denken dat het Israël om de grondstoffen begonnen is, om de rivier zelf. Water is een schaars goed in het Midden-Oosten. ‘Netanyahu heeft het toch zelf over Groter-Israël?’, speculeert de 40-jarige Ali Mohsen, een boer met op zijn hoofd een petje van Amal, een sjiitische groepering die samen optrekt met Hezbollah. ‘De rivier biedt een ongekende rijkdom. Hij geeft ons watermeloenen, limoenen, bananen, alles.’

Bestand of geen bestand, er zijn altijd redenen om een oorlog voort te zetten. Het is een scenario waar de meeste Libanezen rekening mee houden. Wie vanaf de brug een stukje doorrijdt, bereikt als vanzelf de buitenwijken van havenstad Tyrus. Een filiaal van Qard al-Hassan, de bank van Hezbollah, ligt volledig in puin.

George Darbali, een 51-jarige verkoper van gebotteld drinkwater, is ondanks dergelijke klappen nooit het zuiden ontvlucht. In de wijk zag hij zaterdag talloze families terugkeren om hun huizen te inspecteren. ‘Maar daarna zijn ze weer vertrokken, terug naar het noorden.’ Vooral de dood van de Unifil-soldaat, zegt hij, heeft mensen bang gemaakt. Een bestand is fijn. Maar wellicht moet het ergste nog komen.

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next