Lezersbrieven U schreef ons over dementie, bonen en de marathon. En over welke vraag je écht moet stellen aan mantelzorgers.
Decennialang heeft de Efteling poffertjes, mayonaise en kipnuggets geserveerd waar dierlijke producten in zaten en niemand gaf er wat om. Niemand, op het luttele aantal veganisten na. Tot kort geleden, toen de Efteling aankondigde enkel nog plantaardige poffertjes, mayonaise en kipnuggets te serveren – waardoor de trouwe gasten van het pretpark zich nu zelfs thuis weer even kind kunnen voelen. Stampvoetend als kleuters jammeren zogenaamde volwassenen dat de ‘plantaardige dictatuur’ van de Efteling ze hun keuzevrijheid afpakt. Niet omdat ze niet meer kunnen eten wat hun hartjes begeren, maar omdat er geen melk in hun poffertjes zit, of ei in hun mayonaise.
Nog voordat er een plantaardig poffertje is geproefd, wordt het pretpark al aan de schandpaal genageld door toetsenbordridders die zeggen voortaan hun eigen brood maar mee te nemen. Op sociale media wordt er gelamenteerd dat het onjuist zou zijn, bijna barbaars, om het plantaardige alternatief op te dringen in plaats van de keuze voor beide varianten open te houden. Dat het plantaardige alternatief daarvoor helemaal niet werd aangeboden, daar wordt niet over gesproken. Zoals zoveel aanpassingen die al zijn gedaan om onze gezondheid te beschermen, om de totale verwoesting van het klimaat wat te vertragen en bovenal om íets genadiger te zijn voor de dieren in de intensieve veehouderij, wordt ook deze aanpassing bij gebrek aan kritisch denkvermogen uitgemaakt voor ‘betuttelend’ en ‘opdringerig’.
Het doet mij denken aan de Pombeertjes. Weet je nog, die kleine zoute beertjes-chips? Twee jaar geleden is de receptuur van de voor velen nostalgische chips aangepast om minder zout te bevatten, ze waren niet de enige. Wat volgde was een op het internet op hol geslagen kudde vraatzuchtige volwassenen die moord en brand schreeuwden. ‘We mogen ook niks meer!’, of ‘Blijf van onze Pombeertjes af!’. Kinderlijkheid ten top.
Hoewel zeer beschamend, is dit kinderachtige knuddegedrag niet eens het ergste. De ware slachtoffers van dit chaotische debat over keuzevrijheid met betrekking tot consumptie van dierlijke producten zijn vooralsnog de dieren. Alles wat wij voor lief nemen, wordt hun afgenomen: hun kinderen, hun lichamelijke productie en uiteindelijk hun levens. Er wordt aldoor gezegd dat wij te allen tijde zelf moeten kunnen bepalen ‘wat’ wij eten, waarbij wij deze niet-menselijke dieren degraderen tot producten ten dienste van de mens.
De zelfgenoegzaamheid waarmee wij onze tradities beschermen heeft ons blind gemaakt voor het onrecht dat anderen wordt aangedaan. Voor elke voet die verongelijkt op de grond stampt, bezwijken tientallen kippen onder het gewicht van hun poten doordat ze te snel groeien. Konden ze zich uitspreken over dit onrecht, dan zou dit door hun afgebrande snavels waarschijnlijk te veel pijn doen. Voor elke portie poffertjes met melk die een goedbedoelende moeder voor haar kind koopt, krijgt een pasgeboren kalf het daglicht óf zijn moeder nooit weer te zien, noch de moederkoe haar kind. Dit alles krijgen wij op onze beurt weer niet te zien, maar wél de lachende koe van La Vache Qui Rit.
Ramon Scheffel Drachten
In aansluiting op de NRC-serie over dementie wil ik een aantal mogelijkheden aangeven voor het realiseren van een betere ondersteuning van mantelzorgers.
Allereerst: Stop met het zoeken naar een heilige graal. Een medicijn dat dementie kan genezen bestaat niet, en toch worden er vele miljoenen geïnvesteerd in die zoektocht. De helft van die middelen kan beter worden besteed aan de zorg voor de mantelzorgers en hun naasten.
Daarnaast is dementie gedeeltelijk te voorkomen. Wat goed is voor je hart is ook goed voor je hersenen. Dus niet roken, geen sterke drank, te hoge bloeddruk, te hoge cholesterol, te weinig bewegen en te veel stress. Een gezonde levensstijl reduceert de kans op dementie met 35 procent. Hoogleraar Scherder is hiervan de pleitbezorger.
En tot slot: vraag naar de ‘volhoudtijd’ om overbelasting van mantelzorgers te voorkomen. ‘Als de situatie blijft zoals die nu is, hoe lang kunt u de zorg nog aan?’ Minder dan 2 jaar, een jaar, 6 maanden, 3 maanden? Door die vraag te stellen aan mantelzorgers en daarop proactief te reageren kan overbelasting worden voorkomen. Huisartsen en casemanagers dementie vervullen daarbij een sleutelrol. In mijn onderzoek is gebleken dat bij een volhoudtijd van minder dan 3 maanden crisissituaties ontstaan wanneer geen ondersteuning wordt geboden. Het verpleeghuis zou in die fase proactief moeten ondersteunen om een eventuele opname minder stressvol te laten verlopen. In de tv-serie Een vergetelijke reis werd op 7 april aan een mantelzorger gevraagd „hoelang kunt u de zorg nog volhouden”. Zij antwoordde toen met nadruk: „dát is de goede vraag”.
Henk Kraijo Twello
Zairah Khan, zelf mantelzorger, noemt in haar artikel (11/4) „meer mantelzorg met minder middelen een sprookje”. Zij laat zien hoe groot het beroep is dat gedaan wordt op mantelzorgers en wat de maatschappelijke kosten daarvan zijn: overbelasting, verlies van inkomsten en stress. Zij verwacht niets van de participatiesamenleving en ‘zorgzame buurten’, maar wel van „volop investeren in het terugdringen van personeelstekorten”. Of is dat misschien ook een sprookje?
Voordat we er een bak professionele zorgverleners tegenaan gooien of mikken op informele hulp door buurtbewoners, lijkt het goed om na te gaan waar die overbelasting door veroorzaakt wordt. In de gesprekkern in ons mantelzorgcafé (meest ouderen met een partner met een chronische invaliderende ziekte) komen telkens twee thema’s boven: ‘ontzorging’ en ‘persoonlijke begeleiding’.
Bij ‘ontzorging’ gaat het vooral over een beslag op de eigen tijd als mantelzorger: aan huis gebonden zijn, geen tijd meer voor sociale contacten, sport of ontspanning, van alles zelf moeten regelen en (te) druk met de dagelijkse dingen. Daarmee komt de aandacht die je aan je partner zou willen geven in het gedrang. Die ‘ontzorging’ staat los van de dagelijkse ‘verzorging’ van de partner door bijvoorbeeld de wijkverpleging, maar vraagt vooral om een eigen sociaal netwerk waar een beroep op gedaan kan worden. Daarom worden ouderen die hulpafhankelijk zijn of dreigen te worden uitgenodigd hun sociale netwerk in kaart te brengen, opdat makkelijker informele hulp ingeschakeld kan worden.
Bij ‘persoonlijke begeleiding’ gaat het over het gevoel er teveel alleen voor te staan. Zelf de weg moeten zoeken in het ‘moeras’ van zorg en welzijn, van het kastje naar de muur gestuurd worden, vastlopen in de digitale formulierenwereld. Daarom wordt gewerkt aan één mantelzorgloket voor informatie, advies en begeleiding voor alle vormen van hulp, ongeacht de financiering en de uitvoerende organisatie. Door dit vanaf het begin van het mantelzorgtraject te organiseren kan de inzet van professionele zorgverlening wellicht uitgesteld worden.
Maar dat betekent wel dat het huidige stelsel aangepast moet worden, al was het maar op lokaal niveau. Ook een sprookje?
Hans Acherman Leusden
Dat de uitslag van de Hongaarse verkiezingen in het buitenland veel bijval oogst is heel begrijpelijk. Het ongenoegen rondom het Europese belemmer-beleid van Viktor Orbán was immers bijzonder groot. Met het mandaat dat Tisza, de tegenpartij van Péter Magyar nu heeft is het mogelijk om het buitenlands beleid volledig om te buigen en de richting lijkt ook helder. Voor het binnenlands beleid is de koers voorlopig vaag. Tisza is een samenraapsel van splinterpartijen met elk hun eigen signatuur en hetzelfde geldt voor de achterban. Tijdens de campagne heeft Magyar op handige wijze gevoelige onderwerpen vermeden maar dat is nu voorbij.
Het is maar de vraag of Tisza in staat is om in gezamenlijkheid de grote problemen waar het land voor staat (energiecrisis, zorgcrisis, economiecrisis) aan te pakken zonder daarbij de steun van de bevolking al snel te verliezen. Deze gelegenheidscoalitie is een gok en niemand weet waarop, maar het alternatief was autocratie en daar heeft Hongarije gelukkig niet voor gekozen.
M.K. van den Berg Amsterdam
In alle media gaat het alleen nog over de olie- en benzineprijzen én hun economische gevolgen, (kern)wapens, blokkades en de NAVO als gevolg van deze oorlog(en), maar (bijna) niet meer over alle doden, gewonden, ontheemden en vluchtelingen!Waar blijft 555?
Mark Visbeek Amsterdam
Het is de maandag na DE marathon van Rotterdam en de maandagkrant, noch de website van NRC (Nieuw Rotterdamsche Courant, toch?) maakt enige melding van dit uitzonderlijke evenement. Hoogst merkwaardig, heeft de hoofdstedelijke kortzichtigheid het hier ook overgenomen, of wordt in het najaar de (minder traditionele) Amsterdamse evenknie ook verzwegen?
Arjen Sein Leiden
Het voedingscentrum heeft onlangs de nieuwe Schijf van Vijf gepubliceerd. Dit is een hulpmiddel dat voedingsadviezen geeft op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten. In de nieuwste versie is naast wetenschappelijke inzichten ook duurzaamheid meegenomen.
Ik vind dat een gevaarlijke ontwikkeling, omdat daardoor wetenschap wordt vermengd met ideologie. De Schijf van Vijf wordt door veel mensen gezien als een richtlijn voor gezond eten. Het voedingscentrum is een onafhankelijke organisatie waarvan je mag verwachten dat ze betrouwbare niet-ideologische informatie geeft.
In onze samenleving bestaan veel verschillende maar gelijkwaardige meningen over de waarde van duurzaamheid, ook als het gaat om voeding. Als je ideologie (duurzaamheid) toevoegt aan een wetenschappelijk onderbouwd voedingsadvies, kan dat het vertrouwen in de wetenschap en instituties ondermijnen. Dit is gevaarlijk omdat het antidemocratische tendensen kan bevorderen.
Laurens van der Waaij Groningen
Wij moeten meer peulvruchten eten, zegt de nieuwe Schijf van Vijf. NRC (10/4) wil daar wel een handje bij helpen, maar door dit artikel blijft vooral het beeld hangen dat bonen van zichzelf niet erg smaakvol zijn en qua structuur wat melig. Haast om de boel te redden moet je er dus veel knoflook, olie en kruiden tegenaan gooien. Wat een jammerlijke onzin! Ten eerste: wie eet er nou rijst, pasta of aardappels zonder dergelijke toevoegingen? Dat is nou juist het proces dat koken heet – wat meer betekent dan alleen water verhitten. Vergeleken met rijst of pasta zijn bonen van zichzelf juist veel smaakvoller, en met al een klein beetje olie en kruiden lik je je bord erbij af.
Ten tweede, blijf toch ver van die blikken gekookte peulvruchten, week vandaag een portie gedroogde bonen voor morgen en kook ze dan lekker met knoflook en kruiden van begin af aan mee. Geen betere eetlustopwekker dan zo’n geurende keuken! En niet alleen veel goedkoper maar ook veel lekkerder en milieuvriendelijker, en vast ook een stuk gezonder.
Voor wie te beroerd of te chaotisch is om van tevoren een portie in de week te zetten, dat is met linzen inderdaad niet nodig, maar ook niet met de zeer veelzijdige oogbonen (probeer maar eens de Caribbean black-eyed pea curry!). Tot slot is het onvergeeflijk om niet de lekkerste boon van allemaal te noemen, de grote witte ‘butterbean’, ofwel limaboon – droog te koop bij de Griekse en Turkse winkel. Die moet je echt zelf koken om de sublieme smaak en textuur te genieten. Kort gebakken salieblaadjes en een kleine draai zwarte peper erbij… en je bent verkocht.
Jan Warndorff Utrecht
De laatste inzichten over eten de lekkerste recepten en slimme tips om gezond te leven