Home

Remco Evenepoel houdt controle en maakt favorietenrol waar in 60ste editie Amstel Gold Race

De Belg Remco Evenepoel heeft voor de eerste keer de Amstel Gold Race gewonnen. De tweevoudig olympisch kampioen klopte Mattias Skjelmose, winnaar van de vorige editie, in de sprint van de zestigste editie van de Nederlandse wielerklassieker.

Controle, zegt Remco Evenepoel. Daarom nam hij in de afdaling van de Kruisberg de kop van het groepje waarin hij reed. De finish van de Amstel Gold Race mocht nog iets meer dan 40 kilometer en precies zeven beklimmingen verderop liggen, maar dit was het bepalende moment. De 26-jarige Belg zat exact waar hij wilde zitten in de finale van de koers, legt hij een uur nadat hij als winnaar is gehuldigd uit.

Evenepoel heeft een portie tegenslag gehad in zijn carrière. Van de akelige val in het ravijn bij de Ronde van Lombardije, als 20-jarig toptalent, tot zijn crash in de Ronde van het Baskenland in 2024 en een aanrijding met een postbestelbusje aan het eind van datzelfde jaar. En dit seizoen was er die freaky tuimelpartij in de Ronde van Catalonië, waar hij in de aanval met Jonas Vingegaard het stuur uit zijn handen liet glippen toen zijn voorwiel door een kuiltje dokkerde. De schade bleef beperkt, maar het toonde nog maar eens aan hoe geniepig tegenslag zich kan aandienen.

Doodgeslagen alcoholvrij biertje

Geluk en ongeluk zijn onlosmakelijk met wielrennen verbonden, zegt hij na afloop tegen de pers. Voor zijn neus staat een doodgeslagen alcoholvrij biertje dat omwille van de hoofdsponsor op de met rood fluweel beklede tafel is gezet. ‘Kijk ook maar eens naar vorige week, toen Mathieu van der Poel door pech niet kon meedoen om de overwinning in Parijs-Roubaix. En ook valpartijen horen erbij. Ik heb zelf vaak genoeg op de grond gelegen en de koers wacht niet.’

Dat is in Zuid-Limburg niet anders. Er zijn zondagmiddag een paar felle buien over het Limburgse heuvelland getrokken, afgewisseld met zonnige perioden. De weg bestaat uit een lappendeken van natte en droge stukken asfalt. Hoeveel grip de bandjes bieden, is een beetje gokken voor de renners. ‘Ik wist dat de wegen links en rechts nat waren. Daarom nam ik de kop. Het bleek dat het slim was om dat te doen.’

Koers als een kaasschaaf

De Amstel Gold Race is een koers als een kaasschaaf. Zelfs al blijven de renners nog lang bijeen in het peloton, bij elke beklimming wordt er een laagje afgepeld van het energiepeil, de koerslust en de scherpte van de coureurs. Bij de Loorberg arriveert, met nog dik 50 kilometer voor de boeg, een omvangrijk peloton, maar korte tijd later rijden overal kleine plukjes coureurs door de heuvels.

Eerst zijn het de ploeggenoten van Evenepoel die de zwakkeren uit het peloton schudden. Ook dat is controle. Onnodige ballast overboord gooien, de groep uitdunnen en overzichtelijker maken, veiliger ook. Dat was het plan van Red Bull-Bora-Hansgrohe. Vervolgens voert Romain Grégoire, van Groupama FDJ, een schifting onder de toprenners door. De Fransman demarreert op de Kruisberg en maar een klein clubje renners kan mee. Onder hen Evenepoel, maar ook een sterk ogende Matteo Jorgenson van Visma-Lease a Bike.

Eyserbosweg

Maar dan komt die afdaling, die tegelijkertijd de aanloop vormt naar het volgende obstakel: de Eyserbosweg. Evenepoel rijdt op kop door een linksdraaiende bocht. Op positie vier schuift Kevin Vauquelin onderuit. Jorgenson probeert hem nog te ontwijken, maar verliest ook zijn evenwicht, stuitert met zijn hoofd tegen de grond. Ook tegen de vlakte: Huub Artz, die kleur aan de dag had gegeven als enige Nederlander in een kopgroep van negen.

Evenepoel rijdt verder, met in zijn wiel Grégoire en Mattias Skjelmose, de winnaar van vorig jaar. Wachten doet hij niet. Dat doet niemand zo diep in de finale. Wat hij voelt met slechts die twee mannen bij zich? Controle. ‘Voor mijn gevoel had Grégoire op de Kruisberg al alles gegeven. En ik reed alle klimmetjes daarna vol op om die andere twee onder druk te zetten.’

Bij de op een na laatste passage van de Cauberg lost hij de Fransman. Alleen Skjelmose blijft over. Een gevaarlijke tegenstrever, want hij was het die vorig jaar niet alleen Evenepoel maar ook Tadej Pogacar in het sprintje in de Amstel Gold Race verraste.

Pogacar is er ditmaal niet bij, net zomin als oud-winnaars Wout van Aert en Mathieu van der Poel. De druk ligt bij Evenepoel. Dus als de ploegbus op zondagmorgen het Vrijthof in Maastricht opdraait, dromt onmiddellijk een flinke hoeveelheid fans, voornamelijk Vlamingen, samen. Als duidelijk wordt dat Evenepoel op het punt staat het zwarte gordijntje dat in de deuropening van de touringcar hangt opzij te schuiven, zwelt een gejoel aan. Telefoons steken de lucht in om het moment te filmen. Een groep van ongeveer zes mannen heft een liedje aan met als enige tekstregel ‘Remco is van ons!’

Niet dat alle Vlamingen gecharmeerd zijn van Evenepoel, zegt een aantal Vlaamse toeschouwers dat wat verder van de drukte staat. Wout van Aert, zeggen ze, die is van iedereen. Dat hij vorige week in Parijs-Roubaix de beste was, maakte alle Belgische wielervolgers gelukkig. Maar Evenepoel? Die heeft een grote schare fans, maar er is ook een groep die weinig met hem op heeft. Hij kan fel uithalen naar journalisten, is niet bang zijn mening te ventileren. Hij is eigenzinnig en die eigenschap wordt regelmatig voor arrogantie aangezien.

Cauberg

In de koers is hij een renner die veel omkijkt, die monsteren wil wat er precies achter zijn rug gebeurt. Op de Cauberg doet hij dat ook. Terwijl hij het tempo stevig heeft opgevoerd, kijkt hij in het gezicht van Skjelmose. Hij ziet dat de winnaar van vorig jaar op de limiet zit. Dat is het moment dat hij zeker weet dat hij hem dit keer in de eindsprint wel zal kunnen kloppen. Dat dit een ander jaar is. Toen kwam hij terug van blessureleed, was de Gold Race pas de tweede wedstrijd van zijn seizoen. Nu is hij in topvorm, met betere benen en meer explosiviteit.

Na afloop wordt hem de onvermijdelijke vraag voorgelegd hoe het voor hem was om de grote favoriet te zijn, bij afwezigheid van Pogacar en Van der Poel. Druk had hij niet gevoeld, zegt hij. Ja, druk om het werk dat zijn teamgenoten hadden geleverd af te ronden, maar niet de druk van de verwachtingen van anderen.

En heel anders was de koers ook niet zonder die beroemde tegenstanders. ‘In de finale is het hier sowieso man tegen man. Ook als je tegen Pogacar of Van der Poel rijdt. Het is vanaf ongeveer dezelfde klim eenzelfde soort koers’, zegt hij. ‘Je moet controle nemen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next