is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Vorig jaar zijn 131 wolven in Nederland aangetoond met DNA-sporen. 29 kwamen om, door auto’s en elkaar, zegt Bij12. Maar is dat beeld wel compleet en correct?
‘Dode wolf gevonden in Twentekanaal Ambt Delden: ongeval of opzet?’ De regionale kranten van het AD stelden afgelopen dinsdag een duidelijke vraag in de kop van hun nieuwsbericht. Nu het antwoord nog.
Is de wolf die vorige week levenloos werd gevonden in een zijtak van het Twentekanaal langs de Slampsweg in Deldenerbroek slachtoffer van een verkeersongeval, gewoon in het water gevallen en reddeloos verloren tegen de hoge en steile kanaalwand, of hebben onverlaten hem een klein zetje gegeven of – erger – gedumpt nadat ze het dier moedwillig om het leven hadden gebracht?
Niets is ondenkbaar. Vaststaat dat berichten over een dode wolf bij sommigen altijd in goede aarde vallen. In Facebookgroepen verschansen voor- en tegenstanders zich in hun eigen biotoop, waar dubbele uitroeptekens fungeren als piketpaaltjes om het eigen gelijk. Zoals in de groep ‘Geen wolf in cultuurlandschap’: “Ongeval of opzet? Beiden doen niet terzake... Er is er gelukkig weer 1 minder!!”
Zoals gebruikelijk wordt de dode wolf nog onderzocht op de waarschijnlijke doodsoorzaak, maar de politie liet direct na de vondst al weten dat onzeker is of die te achterhalen valt, aangezien het dier vermoedelijk al een tijdje in het water lag.
In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.
De vraag – ongeluk of opzet – is niet nieuw. Vorig jaar nog tastten ecologen en wolvenexperts in de Volkskrant openlijk in het duister over het verdwijnen van ongeveer een kwart van de wolvenpopulatie. Van de 91 wolven waarvan DNA-sporen waren aangetroffen, is van 22 dieren nooit meer enig levensteken gevonden. Vreemd, want gemiddeld wordt elke drie maanden wel een DNA-spoor van een specifieke wolf gevonden. Er resteerde maar één verklaring: stroperij. Het percentage verdachte verdwijningen kwam precies overeen met die in Duitsland en Denemarken, waar de wolf op evenveel weerzin stuit als hier.
Op naar de instantie die het allemaal weten kan: Bij12, de organisatie die alle verwikkelingen rondom wolven monitort. Vorige week publiceerde Bij12 een jaaroverzicht over 2025. In dat jaar zijn 131 wolven in Nederland met DNA-onderzoek aangetoond. 79 daarvan werden voor het eerst in Nederland vastgesteld. 29 wolven kwamen om, volgens de gegevens van Bij12. De meeste door aanrijdingen met auto’s. Voor de eerste maanden van dit jaar staat de teller alweer op 11 vermoedelijke verkeersongevallen, meestal op provinciale wegen. Logisch: die doorsnijden wolvengebied zonder afscheidingen en iedereen kan met eigen ogen constateren dat op die weggetjes – zeker ’s avonds en ’s nachts – veel te hard wordt gescheurd door automobilisten die zich onbespied weten.
Nu het opmerkelijke: Bij12 rept in het jaaroverzicht met geen woord over opzet of stroperij. ‘Na het verkeer is (vermoedelijke) agressie of onderlinge concurrentie bij wolven de meest voorkomende doodsoorzaak’, schrijft de organisatie alleen. En ja, bij vermoedelijke stroperij wordt de politie ingeschakeld, maar dat vermoeden heeft Bij12 kennelijk niet. Omdat het niet in de data staat.
En dat is gek. Want een kind kan bedenken dat als je een wolf illegaal wilt afknallen – en geloof maar dat in plattelandskringen de bloeddorst hoog is – je het kadaver natuurlijk niet laat liggen, maar in de achterbak gooit om het voorgoed te doen verdwijnen. Of dat echt gebeurt? Niemand weet het zeker, op twee eerdere aangetoonde gevallen na. Maar Bij12 in elk geval pas als laatste. Kwijtgeraakte wolven worden daar bij voorbaat doodgezwegen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant