Het gapende gat in de Oekraïense en Europese afweer tegen Russische ballistische raketten kan niet snel worden opgelost. Maar Russische oorlogsproductie en Amerikaanse afvalligheid dwingen wel tot een meer geïntegreerde Europese defensie.
is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
‘De situatie is zo rampzalig, het kan niet erger.’ President Volodymyr Zelensky zei dit nog voor de massale Russische luchtaanval van donderdag. Het gebrek aan afweer tegen Ruslands meest geavanceerde raketten is niet nieuw.
Oekraïne heeft inmiddels zelf de middelen ontwikkeld waarmee het de meeste drones die Rusland afvuurt – vaak honderden tegelijkertijd – kan tegenhouden, maar er is een gapend gat in de verdediging tegen de 800 tot 1.000 ballistische raketten en 2.000 kruisraketten die Rusland nu jaarlijks produceert. Deze winter dwong Rusland met deze raketten en duizenden Geran-drones miljoenen en miljoenen Oekraïeners te overleven zonder elektriciteit of verwarming.
Dat probleem is nog veel groter geworden door de recente oorlog in het Midden-Oosten. De VS en regionale bondgenoten hebben daar in korte tijd een groot deel van hun beschikbare (en peperdure) luchtafweerraketten afgeschoten, vaak ook om goedkope Iraanse drones neer te halen.
Oekraïne heeft een aantal Patriot-systemen gekregen van Duitsland (en in mindere mate ook van de VS en Nederland), maar heeft altijd een tekort gehad aan de Pac-2 en Pac-3 raketten (die circa 3 miljoen euro per stuk kosten) waarmee dat systeem ballistische raketten neerhaalt.
De mondiale vraag naar deze systemen en raketten is zodanig gestegen dat de Amerikaanse industrie er niet aan tegemoet kan komen. Na de Iran-oorlog zal het Pentagon eerst zijn eigen voorraden terug op peil willen brengen, terwijl de productie slechts geleidelijk omhoog gebracht zal worden.
Dat maakt het probleem van Oekraïne, het tekort aan luchtafweer tegen ballistische en hypersone raketten nog groter, terwijl over een halfjaar de winter weer invalt. Europese landen kampen met precies hetzelfde gebrek en zijn nu ‘slechter in staat zich te verdedigen tegen Russische luchtaanvallen dan Oekraïne’, zegt hoogleraar oorlogsstudies Frans Osinga, verbonden aan de Universiteit Leiden. ‘We kunnen onze kritieke infrastructuur, civiel en militair, niet beschermen. Noch onze troepen in het oosten, noch de logistiek.’
Wat kan Europa zelf? Best veel, maar (nog) niet genoeg. Voor luchtverdediging op de korte en middellange afstand is er het Duitse Iris-T-SLM-systeem, waarvan er nog meer naar Oekraïne gaan de komende jaren. Maar dat helpt niet tegen ballistische raketten. Dat geldt ook voor de Nasams, ontwikkeld door Noorwegen en de VS.
Het VK beschikt over het Sky Sabre-systeem, vooral geschikt tegen projectielen lager in het luchtruim. Tot slot is er het Frans-Italiaanse Samp/T-systeem. Dat biedt net als de Patriot bescherming tegen ballistische raketten, maar heeft operationeel veel minder ervaring en legt het tot dusver ook bij veel Europese kopers (inclusief Nederland) af tegen de Patriot.
Het belangrijkste Europese initiatief inzake luchtverdediging is het European Sky Shield Initiative, geleid door Duitsland. Al 24 landen hebben zich aangesloten bij het initiatief, dat op termijn een gelaagde en geïntegreerde luchtverdediging wil opbouwen tegen alle vormen van luchtaanvallen, inclusief ballistische raketten. Daarvoor leunt Duitsland onder andere op het Israëlische Arrow 3-systeem.
Juist omdat het Sky Shield-initiatief openstaat voor niet-Europese wapensystemen, is Frankrijk er afkerig van. Maar het Frans-Italiaanse Samp/T-systeem is nog door geen enkel ander Europees land afgenomen, behalve Denemarken. Een nieuwe variant wordt dit jaar voor het eerst in Oekraïne operationeel getest en Frankrijk heeft toegezegd op termijn acht van zulke systemen aan Oekraïne te zullen leveren.
Maar zelfs als het daar ooit van komt, speelt er een soortgelijk probleem als met de munitie voor de afweerraketten voor Patriots (die vanaf 2027 trouwens ook in Duitsland worden gemaakt): de munitie voor Europese luchtafweersystemen is al even schaars als die voor Amerikaanse en de productie stijgt niet snel genoeg.
Zo worden er van de Aster 30-raketten voor het Samp/T-systeem maar zo’n 250 per jaar gemaakt, en van de raketten voor het Duitse Iris-T maar 800 tot 1.000 Zelfs als die allemaal naar Oekraïne zouden gaan, wat niet het geval is, zou het onvoldoende zijn tegenover de sneller gestegen Russische raketproductie.
Zoals de auteurs van een recent rapport van de Amerikaanse denktank CSIS stellen: ‘Het diepere probleem is niet één enkele industriële tekortkoming, maar Europa’s blijvende onvermogen om collectief op veiligheidscrises te anticiperen en het benodigde ambitieniveau te organiseren.’
Hoogleraar Osinga beaamt dat met de vaststelling dat Europa na het begin van Ruslands grote invasie ‘anderhalf jaar heeft verloren’ voordat grotere defensie-investeringen mogelijk werden. ‘We hebben heel kostbare tijd verloren, in de veronderstelling dat de Amerikaanse voorraden onuitputtelijk waren.’ Dat bleek niet het geval. Niet in fysieke zin, maar politiek ook niet, zoals bleek uit aarzelingen onder voormalig Amerikaans president Joe Biden en de stop op militaire hulp onder president Donald Trump.
Nu loopt Europa tegen de grenzen aan van snelle productieverhoging. Het gaat immers niet alleen om geld, maar ook om grondstoffen, complexe aanvoerketens en gespecialiseerd personeel. En veel landen, ook Nederland, hebben sinds 2022 al veel geïnvesteerd in Amerikaanse systemen.
Zonder vooruitzicht op Amerikaanse of Europese oplossingen voor de defensie tegen ballistische raketten, hoopt Oekraïne opnieuw dat het het onmogelijke kan bewerkstelligen: zelf deze middelen sneller en goedkoper produceren. Dat is de ambitie van de wapenfabrikant FirePoint, die zijn eigen afweer tegen ballistische raketten volgend jaar af wil hebben. Al zal ook daar cruciale Europese hulp inzake radars, doelselectie en communicatie bij nodig zijn.
Toch beginnen de opbouw van Russische oorlogsproductie en toenemende Amerikaanse onbetrouwbaarheid Europese landen langzaam te dwingen in de richting van een meer geïntegreerde Europese defensie. Samen met Oekraïne, zoals blijkt uit de gezamenlijke droneproductie.
Wat niet lukte in dertig jaar Europees diplomatiek overleg, wordt afgedwongen door oorlog en een nieuwe geopolitieke realiteit. De Oekraïners, die de pijn dagelijks voelen, lopen in dat besef voorop. ‘Europa moet alles kunnen produceren wat van cruciaal belang is voor zijn eigen defensie’, zei Zelensky deze week in Berlijn.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant