Home

Magyars overwinning laat zien dat politici met mensen moeten praten, niet over hen

is econoom.

Toen Hillary Clinton in november 2000 de Senaatszetel voor de staat New York won, vierde ze haar overwinning in een zaal bij Grand Central, het iconische trein- en metrostation aan 42nd Street. Ze vertelde hoe ze elk kiesdistrict in de staat had bezocht, ontelbaar veel mensen had gesproken en op lokale braderieën meer hotdogs had gegeten dan goed voor haar was. Haar royale verkiezingszege was opmerkelijk omdat ze als First Lady een polariserend figuur was geweest en niet uit de staat New York kwam.

Acht jaar later deed ze een gooi naar het presidentschap, maar toen wilde ze vooral presidentieel overkomen. Niet helemaal onlogisch. Er was nog nooit eerder een vrouw president geweest en ze moest kiezers ervan overtuigen dat vrouwen ook commander in chief kunnen zijn. Dus ging een groot deel van het campagnebudget naar bloemstukken, stylistes en andere opsmuk. Haar strategie berustte meer op haar nationale bekendheid dan op het schudden van handen.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Zo verloor Hillary Clinton in januari 2008 de voorverkiezing in Iowa van de relatief onbekende senator Barack Obama. Die was meer dan honderd keer in Iowa geweest om er met mensen te praten, handen te schudden en de onvermijdelijke hotdogs te eten. Twaalf maanden later was het Obama die als eerste zwarte president zijn intrek nam in het Witte Huis. Clinton moest genoegen nemen met het ministerie van Buitenlandse Zaken.

De les die Clinton trok uit haar nederlaag in 2008 was dat ze niet cool genoeg was geweest. Dus toen ze in 2016 opnieuw een gooi naar het presidentschap deed, koos ze Brooklyn uit voor het campagnehoofdkantoor. De groepen waar ze haar boodschap op richtte waren de lhbti- en zwarte gemeenschap. Bill Clinton waarschuwde tijdens een campagnevergadering dat ze de witte arbeiders vergaten, maar niemand sloeg daar acht op.

Wie de witte arbeider niet vergat, was Donald Trump. Hij had een scherp oog voor wat globalisering in de Rust Belt had aangericht en hield onvermoeibaar rally’s in staten als Wisconsin, die Hillary Clinton oversloeg. Wisconsin, dat doorgaans Democratisch stemt, ging dat jaar naar Trump en was een belangrijke factor in zijn uiteindelijke overwinning. Zelfs nu hij voor de tweede keer in het Witte Huis zit en niet opnieuw verkozen kan worden, blijft Trump zulke rally’s houden.

Zohran Mamdani, die volgens de wedkantoren maar 1 procent kans maakte om de nieuwe burgemeester van New York te worden, ging naar lokale bijeenkomsten, hield buurtgesprekken en organiseerde kleine evenementen. Het waren deze directe kiezerscontacten in plaats van dure mediacampagnes die Mamdani de overwinning bezorgden. Ja, hij maakte ook slim gebruik van sociale media, maar daarop plaatste hij vooral filmpjes van zijn gesprekken met buurtbewoners.

Péter Magyar legde tijdens zijn campagne bijna duizend bezoeken af, vooral aan het conservatieve platteland dat een bolwerk was van Viktor Orbáns Fidesz, waar hij de mensen toesprak op dorpspleinen. Door fysiek aanwezig te zijn, kon Magyar kiezers bereiken die normaal alleen naar de staatstelevisie keken, die hem weerde en belasterde. Magyar voerde gesprekken met mensen en maakte foto’s en selfies met ze die vervolgens massaal werden gedeeld op sociale media.

De belangrijkste les van Magyars overwinning is dat politici met mensen moeten praten, niet over hen. Als grote groepen burgers zich niet herkend voelen, blijft het wantrouwen en het gevoel er eigenlijk niet toe te doen. Het gevolg is afhaken en wantrouwen. De veranderende samenstelling van de bevolking en de focus op grote beleidsvraagstukken en technisch-bureaucratische oplossingen hebben dit probleem van de ontkoppeling tussen politiek en delen van de samenleving vergroot.

De pre-politieke integratie van burgers via de kerk, vakbonden en het maatschappelijk middenveld, zoals we die vroeger zagen, is goeddeels verdwenen. De politiek staat nu voor de – bijna onmogelijke – taak om dit op eigen kracht te doen. Duidelijk is dat het niet lukt door politiek op te vatten als een technocratisch speelveld waar de beste ideeën en oplossingen beloond worden. Want het gaat evenzeer om een gevoel van verbondenheid, een ‘We The People’. Dat is wat Mamdani en Magyar feilloos aanvoelen, en niet alleen in verkiezingstijd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next