Home

Altijd aanvallen en keihard werken: de bewijsdrang van trainer Dick Schreuder, de man van mooi voetbal

Dick Schreuder (54) is de opvallendste trainer van het seizoen. Zijn club NEC doet het verrassend goed: de Nijmegenaren staan derde en spelen zondag de bekerfinale tegen AZ. Bij Schreuder is voetbal altijd een feest. Hoe is hem dat gelukt?

Hoe groot is de invloed van een trainer, als bijna elke wedstrijd van zijn ploeg een feest is om te aanschouwen? Met andere woorden: wat is het geheim van Dick Schreuder, trainer van NEC, de club die dit seizoen vriend en vijand verrast en zondag in De Kuip tegenstander is van AZ in de bekerfinale?

In een zaaltje boven een café in zijn woonplaats Diemen geeft de 54-jarige Barnevelder legio antwoorden, over visie en uitvoering: ‘We maken individuele plannen met spelers. We zorgen ervoor dat ze schroom van zich afwerpen, dat ze merken dat voetbal ook plezier is.’

Schreuder is veeleisend en heeft een ongekende drang om zich te bewijzen. Hij wil ‘impact maken’, in innige samenwerking met zijn staf. Alles tegen elkaar kunnen zeggen is daarbij cruciaal. En voor de teamontwikkeling is juist persoonlijke aandacht essentieel: ‘Het is superbelangrijk om een speler individueel te helpen. Je bent zo goed als de mensen om je heen.’

Stuurman van het schip

Hij is bijna altijd bezig met voetbal, met alle stress en spanning. ‘Maar ik heb iets nodig om me druk over te maken. Dan voel ik me op mijn best. Mensen om me heen zeggen dat ik er goed op ga.’

Zijn kinderen en vriendin komen kijken bij NEC. Net als hij genieten ze van het succes. Zie hem als de stuurman van het schip.

Het gaat over de 23-jarige Ahmetcan Kaplan, die is gehuurd van Ajax. Alles kon beter bij hem: technisch, tactisch, qua levensstijl, verblijf in het krachthonk, eten. De staf ging volop met hem aan de slag. Schreuder lacht bij zijn antwoord dat niets aan duidelijkheid te wensen overlaat: ‘Hij wist in het begin niet wat hem overkwam. Hij heeft de eerste drie weken niet kunnen praten, zo kapot was hij. Hij kon niet eens naar Amsterdam rijden.’

Kaplan traint in Nijmegen veel harder dan hij in Amsterdam deed. Wie doelen stelt en hard traint, boekt veel progressie, luidt het adagium. ‘Trainers zeggen altijd dat ze betere spelers moeten hebben. Nee, ze moeten aan de slag met spelers. Waarom begrijpt iemand het niet? Vaak omdat het hem nooit is verteld of aangeleerd. Als hij het daarna niet oppakt, kun je altijd zeggen dat iemand weg moet, omdat hij het niet wil begrijpen.’

Onvoorwaardelijk aanvallen

Zijn reputatie was hem vooruitgesneld naar Nijmegen. Dick Schreuder is een trainer van mooi voetbal, van onvoorwaardelijk aanvallen, van veel lopen en keihard werken. Voetbal hoort daarbij een feest te zijn, voor de spelers en voor het oog.

‘Spelers komen nu lachend het veld op en gaan er lachend vanaf. Ze doen veel, maar ze hebben het bijna niet door; ze zijn bezig met aanvallen, met vooruit verdedigen.’ NEC krijgt complimenten en Schreuder ‘wil Nederland iets laten zien’.

Nog een voorbeeld: Basar Önal (21). De uitblinker op de linkervleugel zat vorig seizoen vaak op de bank. ‘Önal had tegen zijn zaakwaarnemer gezegd dat hij ertegen opzag dat ik zijn trainer werd. Met De Graafschap had hij al eens tegen mijn toenmalige club Zwolle gespeeld. Ze waren niet aan de bal gekomen.

‘We gingen met hem zitten. Hij was 2 of 3 kilo te zwaar. Na twee weken voelde hij dat Haris, Nick en Ahmed (assistenten Haris Medunjanin, Nick van der Velden en Ahmed Abdulla, red.) veel met hem bezig waren. Hij mocht niet ongeïnteresseerd zijn, hij moest de gym in om niet te zwaar te zijn. In het hedendaagse voetbal moet je dat spelers leren, en hopen dat het later uit henzelf komt. Hun intrinsieke motivatie aanspreken. Nu deze spelers in de belangstelling komen, zien ze dat het helpt.

‘Als Medunjanin nu Önal en Sami Ouaissa (21) bij de hand neemt, weet ik wat er gaat gebeuren. Dan krijgen ze een klets om hun oren, omdat ze niet zo moeten huilen, of niet arrogant mogen zijn. Ouaissa maakte een keer dit gebaar’ – hij wiegt een denkbeeldig kind – ‘want Haris had eerder na een wedstrijd tegen hem gezegd dat hij een baby was, een kind. Ze zaten te snel in negativiteit.’

Nu zijn ze uitblinkers, Önal en Ouaissa. ‘Sami is een superprofessionele speler. Önal moesten we alles leren. Een tijdje geleden zei hij dat zijn verwarming al vier weken kapot was. Zou je dan niet iemand bellen? Hij was de hele tijd ziek. Het is echt onvoorstelbaar waarmee je spelers nog moet helpen.’

Ook sliep Önal nooit in zijn appartement, omdat hij geen meubels had. ‘Je kunt toch een bed kopen? Wij zitten erbovenop, want hij heeft de kwaliteiten om een top-linksbuiten te worden.’

Team op sleeptouw

De uitkomst van de eerste bespreking van Schreuder bij NEC was simpel: voor iedereen een individueel plan maken met de assistenten, behalve voor de ervaren spelers. Die laatsten – Philippe Sandler, Tjaronn Chery, Bryan Linssen, Virgil Misidjan, Jetro Willems en Jasper Cillessen – vielen rechtstreeks onder Schreuder.

‘Zij moesten mij helpen het team op sleeptouw te nemen, met het dagelijks werk dat ik verlang. Als zij dat deden, was het goed. Zo niet, dan moesten ze weg. Zo open en eerlijk praatte ik met ze.’

Hij voelde meteen dat hij de ouderen meekreeg. Ze waren niet angstig en zijn liefhebbers aan de bal. ‘Dat is het andere punt: wij geven spelers veel vrijheid. Ze mogen dribbelen en acties maken, ook achterin. Dat hadden ze niet eerder gehoord. Als het misgaat, is het mijn verantwoordelijkheid. Dat is het spel tussen trainer en speler.’

Discipline trof hij volop aan bij de routiniers. ‘Ik weet niet of het door mij komt, of door de speelwijze van het team. Chery loopt het meest. Voor de winter speelde hij minder, maar dat kwam doordat het team veel beter was geworden. Hij voetbalde vaak in teams waarin alles om hem draaide. Actie, schot in de kruising.

‘Maar na de winter hebben we drie, vier wedstrijden door hem gewonnen. Hij is weer opgestaan, en ik geef het niet snel op met een oude speler. Ik zie hoe hij werkt en traint. Hij is niet echt een prater, maar hij doet het wel, elke dag. Hij heeft een training gemist, toen zijn kind net was geboren.

‘Linssen heeft misschien twee trainingen gemist. Gezamenlijk zijn die oudere spelers heel goed. Verdediger Bram Nuytinck ook, zelfs als hij niet speelt. Die is echt supertrots op het team.’

Adept van Cruijff

Dat komt ook doordat aanvallend voetballen veel leuker is dan verdedigen. Schreuder is een voorvechter van het offensief, als adept van Johan Cruijff. ‘Bij de amateurs van SDV in Barneveld ging ik al een-op-een spelen. Ik volgde in die tijd Jürgen Klopp intensief, die dat al deed bij zijn eerste club Mainz. En ik ging lezen over Marcelo Bielsa en Jorge Sampaoli.’

Dat zijn trainers die altijd het initiatief willen nemen, snelheid in het spel brengen en dynamiek wensen, die beseffen dat het publiek spektakel wil. Schreuder liep een week mee bij Sampaoli, die toen bondscoach van Chili was.

‘Ik stond elke dag bij het hek. De intensiteit van de trainingen was niet normaal: hoe agressief hij erop zat bij het afdwingen van wat spelers moesten doen. Bij de nationale ploeg van Chili trainden ze twee keer op een dag, altijd volle bak. Ik geloof in het trainen van intensiteit.’

Daardoor is NEC bijna altijd interessant om te aanschouwen: snel de bal veroveren, naar voren trekken over een breed front, veel kansen creëren en soms veel kansen toestaan. ‘Er is toch niets aan om alleen maar te verdedigen? Je probeert de tegenstander voortdurend uit het lood te krijgen. Als ze de bal al eens winnen, staan ze helemaal niet goed om jou pijn te doen.’

Ervaring in Spanje

Wat passie in voetbal betreft, leerde hij veel bij CD Castellón in Spanje, waarmee hij van het derde naar het tweede niveau (La Liga 2) promoveerde. ‘Als iemand niet hard werkt, is er geen plaats voor hem in de selectie, wie hij ook is. Dat is simpel.’

Schreuder was zelf een flegmatieke buitenspeler, die hard leerde werken door al zijn blessures, inclusief negen knieoperaties. In maart vorig jaar, na zijn vertrek bij Castellón, kreeg hij een nieuwe knie, waarna hij tekende bij NEC.

‘Het leven als voetballer is mooi. Lekker buiten en op tijd naar huis.’ Zelf had hij door al die blessures nooit een echte loopbaan. ‘Daarom heb ik de drang om te slagen als trainer. Maar ook als trainer had ik genoeg tegenslagen.’ Hij werd dertien jaar lang niet toegelaten tot de hoogste cursus. ‘Dat hoort ook bij het leven. Die dertien jaar hebben mij ook gevormd. Bij een amateurclub als Katwijk leer je heel veel.’

Het afscheid van het leven als voetballer was frustrerend. ‘Het ging op een manier waarop ik zelf nooit met mensen zou omgaan. Ik kon bij Go Ahead mijn contract verlengen. Op een gegeven moment kwamen ze erachter dat mijn knie toch niet goed was en werd die verlenging ingetrokken. Dat begrijp ik, maar ik had verwacht daar wel te mogen revalideren. Uiteindelijk was het klaar. Oké, dat was een harde wereld.

‘Als bij mij een speler nu een kruisbandblessure krijgt, zal ik er bij de club voor vechten zijn contract met een jaar te verlengen. Dat heeft te maken met mijn verleden. Een speler geeft jou dat altijd terug, tenzij hij niet meer fit wordt. Dan kost het maar een keer geld. Maar als een speler jou iets teruggeeft, levert het meer geld op, en voldoening in je hart.’

Vader en broers

Zijn vader vroeg hem na de afgebroken loopbaan in zijn bedrijf te komen werken, in de bouw. Als ijzervlechter. ‘Het werk was zwaar, maar buiten zijn met de jongens was leuk.’ Na drie jaar lonkte het voetbal weer. ‘Nooit had ik het gevoel gehad trainer te worden, maar na één dag op de cursus dacht ik dat het iets voor mij was. Ik was eerst een verlegen type dat zichzelf niet voor een groep zag staan, ik zat al te zweten als ik de beurt kon krijgen.’

Zijn jongere broer Alfred, eveneens toptrainer en straks op het WK assistent van de Duitse bondscoach Julian Nagelsmann, is anders: die was bijna een geboren trainer. Zijn jongste broer Bart is eveneens ambitieus en loopt tijdelijk mee in de staf bij NEC. Hij wordt volgend seizoen hoofdtrainer van FC Den Bosch.

‘Bij mij zat het er ook in, maar op een andere manier. Als je het een paar keer doet, is er niets spannends aan, weet ik nu. Ik ben niet iemand van een bespreking van dertig minuten, na een minuut of vijf ben ik klaar. Ik ben de hele dag met die jongens bezig, dan hoef ik niet een dag van tevoren nog te zeggen wat ze moeten doen. Bovendien ben ik gefixeerd op mijn eigen speelwijze.’

Nooit te aanvallend

NEC begon dit seizoen geweldig in de competitie, maar na drie overwinningen volgden een paar nederlagen. Intern hoorde Schreuder soms dat het spel te aanvallend was. ‘Ik voel dan om me heen dat mensen denken dat ik gek ben. Maar het spel is nooit te aanvallend.

‘In het begin waren er nauwelijks verdedigers in onze selectie, en het was lastig om ze te kopen. Kaplan kwam op het laatst van Ajax, Deveron Fonville van Dordrecht. Twee dagen later stonden ze in de basis tegen PSV. Het was moeilijk voor ze; ze hadden nooit in die speelwijze gespeeld.’

Hij speelt met drie verdedigers, met zeer aanvallende spelers op de vleugels. Middenvelders met diepgang. Creativiteit. Er is veel positiespel en beweging, dynamiek en energie. Het spel oogt als een mozaïek van aanvalskracht. En nu staat NEC in de bekerfinale en is de tweede plaats mogelijk, met plaatsing voor de Champions League.

‘Het zou raar zijn als ik totaal iets anders zou doen omdat anderen dat willen. Dan ben je een kameleon die van links naar rechts gaat, waaraan spelers geen houvast hebben. Ik kreeg onlangs een interview toegestuurd van onze speler Darko Nejasmic. Hij zei dat hij zich kon voorstellen dat iedereen denkt dat we met veel risico’s spelen, maar dat hij dat gevoel helemaal niet heeft op het veld. En dat zegt een verdedigende middenvelder die in zijn eentje puin ruimt. Dit is wat ik wil als trainer, en ze snappen het nu, omdat ze het goede gevoel hebben gekregen.’

Natuurlijk kijkt hij naar de kwaliteit van spelers, naar het evenwicht tussen links- en rechtsbenige voetballers, naar afwisseling van types of snelheid. Niet iedereen hoeft supersnel te zijn. ‘Als je goede ogen hebt en goed staat, kun je veel opvangen, zeker bij een goede toepassing van de eerste druk, onze driesecondenregel.’ Binnen drie tellen wil de ploeg de bal heroveren, na balverlies. ‘En we proberen het centrum dicht te houden.’

Hij weet dat spelers zullen protesteren als hij de speelwijze nu verandert. Hij deed het eens bij zijn vorige club Castellón; dat liep verkeerd af en de spelers vroegen hem nooit meer zoiets te doen. ‘Dat was de mooiste overwinning.’

Bob en Oscar

Schreuder praat vaak over Castellón, ook vanwege het lekkere gevoel in het buitenland. In Nederland kreeg hij het stempel van arrogant, van betweter. En hij is altijd de broer van Alfred, die eerder dan hij doorbrak als toptrainer. In Spanje genoot hij van het leven buiten, en van clubeigenaar Bob Voulgaris. De Griekse Canadees werd rijk in de gokwereld, kocht de Spaanse club en voert het gebruik van data tot in het extreme door.

Schreuder vertrok na een meningsverschil, maar de twee zijn nog steeds bevriend. De faciliteiten in Spanje waren fantastisch en Voulgaris is een fascinerende man, met zijn onafscheidelijke hond Oscar. Die hond was overal bij, tot warming-up en wedstrijden toe. ‘Bij een wedstrijdbespreking zit Bob op de laatste rij, met Oscar ernaast. Bob is de baas, klaar.’

Bij NEC is het soms moeilijk, met al die directeuren en adviseurs en geldschieters die met hem willen praten, die met hem aan de koffie willen. En Schreuder verlangt soms naar faciliteiten zoals bij Castellón. Hij stond eens bij Zwolle op het trainingsveld, terwijl een school ging speerwerpen. Een andere keer waren de pionnen net uitgezet, toen de tractor van de gemeente het gras wilde maaien.

‘Dan zei ik dat het bij Katwijk beter was geregeld en kreeg ik iedereen over me heen. Als er nu zoiets gebeurt, zeg ik dat we hier nog aan werken.’ Hij heeft zich leren beheersen.

Oldskool

‘Bij NEC is het vaak nog oldskool. In die facetten lopen wij achter in Nederland, op de topclubs na. Toen ik uit Spanje kwam, vroeg ik: waar laten we een video zien aan de spelers? Ze hebben toen een soort oude bestuurskamer in tweeën gedeeld. Ik zeg niet dat ik een eigen kantoor wil, maar ik heb het niet. Dat is apart. Als ik eens wil zitten met een speler, moet ik altijd vijf, zes deuren openen. En ik kan ook niet besloten trainen.’

Iedereen denkt dat met geldschieter Marcel Boekhoorn alles kan, maar zo is het niet. ‘De ontwikkeling verloopt nu sneller, door de prestaties. We hopen dit seizoen op een bekroning.’

Uiteindelijk wil Schreuder naar de absolute top. ‘Mensen om me heen vinden dat soms een lastige ambitie. Dat snap ik niet goed. Ik vind het juist goed, net zoals ik het goed vind als een speler de ambitie heeft om bij NEC te vertrekken. Vanuit ambitie komt de drive om keihard te werken, en het beste uit jezelf en het team te halen. Als ik dat niet heb, moet ik stoppen.’

1971 geboren op 2 augustus in Barneveld.

1989-2002 speler bij PSV, Sparta, FC Groningen, RKC Waalwijk, Stoke City (Eng), Helmond Sport en Go Ahead Eagles.

Vanaf 2007 trainer SDV Barneveld.

2012-2014 Barnet FC (Eng), assistent-trainer onder Edgar Davids.

2014-2018 trainer Katwijk. In 2018 kampioen Tweede Divisie, algeheel amateurkampioen.

2019-2020 TSG 1899 Hoffenheim (Dui), assistent-trainer onder broer Alfred.

2021 Vitesse, assistent-trainer.

2021-2023 trainer PEC Zwolle. Degradatie uit eredivisie in 2022, promotie in 2023.

2023-januari 2025 trainer CD Castellón (3de niveau Spanje). In 2024 promotie naar Segunda División (2de niveau).

2025-nu trainer NEC. Na dertig wedstrijden staat de club op de 3de plaats in de eredivisie, zondag speelt NEC de bekerfinale tegen AZ.

Dick Schreuder heeft twee kinderen uit een eerdere relatie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next