Home

Progressieve regeringsleiders houden linkse top, radicaal-rechts houdt eigen manifestatie

Links en rechts hebben zaterdag hun eensgezindheid en kracht geëtaleerd. In Barcelona hielden progressieve regeringsleiders een congres. In Milaan kwamen zo’n tweeduizend aanhangers van Europese radicaal-rechtse partijen samen.

is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Eerder was hij correspondent in Oost-Europa en Zuidoost-Azië.

De ‘wereldwijde progressieve top’ in Barcelona werd geleid door drie linkse kopstukken: de Spaanse premier Pedro Sánchez, president Lula da Silva van Brazilië, en de Mexicaanse president Claudia Sheinbaum. De bijeenkomst moest volgens Sánchez de boodschap overbrengen dat het linkse Spanje ‘ergens bijhoort dat verder gaat dan lokale politiek’.

Drieduizend deelnemers, onder wie staatshoofden, partijleiders, senatoren, gouverneurs en zo’n vierhonderd burgemeesters vulden een conferentiehal in Barcelona, waar ze luisterden naar meer dan honderdtwintig sprekers uit veertig landen.

De naam Donald Trump hing als een schaduw boven de bijeenkomst in Barcelona, ook al benadrukten de organisatoren dat het absoluut geen ‘anti-Trump-top’ genoemd mocht worden. Sánchez en Lula gelden als uitgesproken tegenstanders van de Amerikaanse president. Zo heeft de Spaanse premier het met Trump aan de stok gehad over importheffingen, Venezuela, Groenland, Palestina en de oorlog in Iran. Ook verbood hij onlangs Amerika om vanaf Spaanse luchtmachtbases bombardementsvluchten op Iran uit te voeren. Toen Trump een bestand aankondigde, kreeg hij geen applaus van Sánchez, die zei: ‘De regering van Spanje zal niet klappen voor iemand die de wereld in brand heeft gestoken, en dan aankomt met een emmer water.’

Sánchez’vastberaden en onbevreesde optreden heeft hem een krachtig progressief imago opgeleverd. The New York Times noemt hem een linkse ‘superheld’. In Barcelona zei hij zaterdag dat het belangrijk is ‘dat progressieve partijen en regeringen zich verenigen’. Hij opperde ook dat het tijd werd de Verenigde Naties te hervormen, en de organisatie om te beginnen te laten leiden door een vrouw. ‘Waarom niet? Dat is niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid, maar ook van geloofwaardigheid.’ Later dit jaar kiest de VN een nieuwe secretaris-generaal.

Ook anderen kwamen met voorstellen. Sheinbaum wilde dat de bijeenkomst zich uitsprak tegen ‘een militaire interventie van Cuba’. Spanje, Brazilië en Mexico zouden later steun toezeggen aan Cuba en oproepen tot dialoog. Dat Sheinbaum in Barcelona verscheen was voor velen een verrassing, omdat haar land in een diplomatiek conflict was beland met Spanje vanwege de koloniale Spaanse erfenis in Mexico. Sheinbaum ontkende dat er sprake was van een ruzie.

Behalve de drie gespreksleiders namen onder anderen regeringsleiders Yamandu Orsi van Uruguay, Catherine Connolly van Ierland en Cyril Ramaphosa van Zuid-Afrika deel. Ook de Nederlandse voorzitter van PRO, Jesse Klaver, was in Barcelona aanwezig. Allemaal deelden ze zorgen over de aantasting van de democratie door de groeiende invloed van extreemrechtse groepen en partijen. De bijeenkomst van zaterdag was getiteld: ‘Ter verdediging van de democratie’.

Niet alle genodigden kwamen opdagen. De meest prominente wegblijvers waren de Britse premier Keir Starmer en de Deense Mette Frederiksen. Een andere grote afwezige was de Venezolaanse oppositieleider Maria Corida Machado, de vrouw die haar Nobelprijs-medaille aan Donald Trump heeft geschonken. De rechts-liberale Machado was wel in Spanje, maar Sánchez liet weten dat ze zijn uitnodiging had afgewezen. In plaats daarvan hield Machado in de Spaanse hoofdstad Madrid een eigen massabijeenkomst, waar duizenden aanhangers op afkwamen.

Rechtse manifestatie

Terwijl in Barcelona zaterdag de progressieve voorhoede bijeenkwam, stonden zo’n 700 kilometer verderop in Milaan de Europese leiders van de radicaal-rechtse fractie Patriotten voor Europa op een podium. Hier betuigden ze hun hun eensgezindheid op het gebied van immigratie en veiligheid, en hun afkeer van de bureaucratie en Europese regels.

De manifestatie in Milaan was de eerste internationale rechtse bijeenkomst sinds de dramatische verkiezingsnederlaag van de Hongaarse leider Viktor Orbán. Deze werd, vanwege zijn uitgesproken kritiek op Europa en de Navo, en zijn dwarse, pro-Russische houding, door velen gezien als een voorbeeld voor rechts. Hij werd een week geleden door de Hongaarse kiezers weggestemd, na zestien jaar aan de macht te zijn geweest.

Orbán is een van de medeoprichters van Patriotten voor Europa in het Europees Parlement. Alle deelnemende partijen van die fractie waren uitgenodigd om in Milaan hun eensgezindheid te tonen, op het plein voor de kathedraal, dat ‘toonbeeld van het christendom’.

Matteo Salvini, van de partij Lega Nord en vicepremier in de regering-Meloni, was de gastheer. Onder de genodigden waren Geert Wilders, de Tsjechische premier Andrej Babis, Jordan Bardella (voorzitter van het Franse Rassemblement National), en de Griekse Afroditi Latinopoulo. Orbán zelf liet het zaterdag afweten.

De gasten spraken de aanwezigen moed in. Salvini beloofde de afwezige Orbán dat zijn strijd zal worden voortgezet; Bardella zei dat het Franse presidentschap voor RN ‘binnen handbereik’ was; en Wilders waarschuwde voor de nachtmerrie die immigratie volgens hem was.

In Milaan kwamen zo’n 2.000 aanhangers opdagen. Zij hielden een korte mars van het oosten van Milaan naar de Piazza del Duomo, die werd voorafgegaan door tractoren en motoren. Er was ook een tegendemonstratie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next