Home

‘Gasopslagen vullen totdat het metertje op 80 procent staat, is echt contraproductief’

Jarenlang waren Maarten Tjebbes en Peter van Steenwijk namens GasTerra verantwoordelijk voor het vullen van de Nederlandse gasopslagen. Maar juist nu die bergingen vanwege alle geopolitieke onrust volop in de belangstelling staan, zeggen zij: de obsessie met vulgraden is nergens goed voor – integendeel.

Dat was even schrikken op 24 februari. De vulgraad van de Nederlandse gasopslagen – sinds twee jaar online voor iedereen zichtbaar op het Nationaal Energie Dashboard – leek te zijn gezakt tot 1,1 procent. Ja, het was een paar dagen winterkoud geweest. Maar moest er echt nu al worden gevreesd voor tekorten?

Op sociale media werd gefoeterd over ‘wanbeleid’. De Telegraaf bood opluchting: ‘Kommafout leidt tot paniek over een tekort aan gas: voorraad niet 1,1 procent, maar 11 procent.’

‘Vulgraad gasopslagen historisch laag’, ‘Gasvoorraden op laagste niveau in zeker tien jaar tijd’ – het zijn onheilspellende nieuwskoppen als deze waar Maarten Tjebbes en Peter van Steenwijk met verwondering naar kijken. ‘Er zijn opeens allerlei ‘experts’ met meningen’, zegt Tjebbes. Van Steenwijk: ‘Er wordt heel veel geschreven over de vulgraad van de bergingen. Het idee is: we hebben gasopslagen, die zijn nodig voor leveringszekerheid, dus die moeten vol. En als de markt dat niet doet, dan maar de overheid. Maar niemand vraagt zich af wat de behoefte eigenlijk is.’

Tjebbes en Van Steenwijk werken beiden al ruim twintig jaar bij GasTerra. Bij de gasgroothandel waren zij onder meer verantwoordelijk voor het vullen van drie van de vier grote Nederlandse gasbergingen: die in Alkmaar, Grijpskerk en Norg. Daarin werd in de zomer gas uit Groningen opgeslagen, om aan de hogere wintervraag te voldoen.

De opslagen waren een logisch economisch onderdeel voor het belangrijkste doel van GasTerra: het zo goed mogelijk verkopen van het Groningse gas. Jarenlang werd daar miljarden mee verdiend voor de aandeelhouders: de Nederlandse Staat (50 procent), Shell (25 procent) en ExxonMobil (25 procent). Maar nu de gaswinning in Groningen is gestopt, houdt ook GasTerra dit najaar op te bestaan.

Daarom begonnen Tjebbes en Van Steenwijk recentelijk met collega Joost Wempe een adviesbureau: JMP Energy Insights. Ze beloven ‘diepgaande marktkennis voor onderbouwd energiebeleid’, op basis van openbare data, ‘zodat beleidsmakers kunnen beslissen op basis van feiten in plaats van aannamen’.

Het zijn die aannamen die de mannen irriteren als het over gasopslagen gaat. ‘Er blijkt een markt te zijn voor metertjes’, zegt Tjebbes over de nationale obsessie met de vulgraden. ‘Over wat die metertjes precies vertellen, zijn ideeën, maar die kloppen vaak niet. De illusie dat dat metertje leveringszekerheid zou garanderen, leidt tot irrationele besluiten.’

Wat er wel gebeurt achter die meter, beschrijven zij op eigen initiatief in een studie over het verplicht vullen van de Nederlandse gasopslagen. Hun conclusie gaat lijnrecht in tegen de heersende opvattingen en het beleid. ‘Het is niet economisch, verstoort de gasmarkt en draagt niet bij aan leveringszekerheid. En: Nederland betaalt een onevenredig grote rekening.’

Het is opvallende kritiek op beleid dat eigenlijk onomstreden is. Het vulbeleid ontstond tijdens de energiecrisis in 2022. Door manipulatie van het Russische staatsbedrijf Gazprom werd de markt ernstig verstoord. Daarom gaf de toenmalige minister van Energie, Rob Jetten, staatsbedrijf Energie Beheer Nederland (EBN) de opdracht de Nederlandse gasopslagen te vullen voor zover de markt dat niet deed.

Die instructie is inmiddels structureel geworden. Aanvankelijk alleen voor de opslag in Bergermeer, sinds vorig jaar ook Alkmaar. En door het einde van GasTerra komen daar nu Norg en Grijpskerk bij. Daarvoor krijgt EBN dit jaar een krediet voor het kopen van gas van 7,8 miljard euro (oplopend tot maximaal 21,6 miljard) en 367 miljoen euro subsidie voor de kosten. Dit komt boven op de 253 miljoen die EBN al kreeg voor het vullen van Bergermeer.

Van de leningen is de verwachting dat EBN die terugbetaalt. Maar mocht de markt zich ongunstig ontwikkelen, dan dreigt verlies. Dat zal worden verhaald op gasverbruikers.

Zeggen jullie nu echt: het vullen van die gasopslagen, waar iedereen zich zo druk om maakt, is helemaal niet nodig?

Tjebbes: ‘Ik dacht zelf ook altijd dat het logisch was de opslagen te vullen. Maar toen bleek dat de markt dat anders zag. Dat riep bij mij de vraag op: is het dan wel nodig? De veranderingen in de gasmarkt zijn veel sneller gegaan dan zelfs iemand die er al jaren werkzaam in is, dacht. De gasvraag is enorm afgenomen, met name vanuit het buitenland.’

Van Steenwijk: ‘De functie van de gasbergingen is helemaal veranderd. Het was een middel om de productie uit Groningen te optimaliseren. Nu is de vraag: hebben we in de winter genoeg gas? Wij hebben het aanbod bekeken: uit Nederlandse kleine gasvelden, via pijpleidingen of als lng (vloeibaar aardgas) uit het buitenland. En dat blijkt meer dan genoeg. En als we één grote berging vullen, bijvoorbeeld die in Bergermeer, dan is de resulterende gasvraag in de winter gelijk aan die in de zomer.’

Tjebbes: ‘De bergingen vullen zodat het metertje naar 80 procent gaat, is contraproductief. We betalen nu met zijn allen meer dan een half miljard euro om te zorgen dat schepen met lng komen leveren in de zomer in plaats van komende winter.’

Maar het is toch een prettig idee: je voorraadkamer vol hebben voor mogelijk een barre winter?

Tjebbes: ‘Het punt is: het is nu geen voorraadkamer waar je gas kunt uithalen als je dat nodig hebt. Dat gas is wel ingekocht door EBN, maar ook alweer verkocht aan afnemers of handelaren aan wie het in de winter wordt geleverd.’

Van Steenwijk: ‘Als de gasprijs in de wereld ineens heel hard stijgt, of er gebeurt een ramp, dan is er dus helemaal geen vrij extra gas beschikbaar.’

Maar toch is het er, bijvoorbeeld als de Amerikaanse president Donald Trump ineens midden in de winter besluit dat er helemaal geen lng-schepen meer naar Europa mogen gaan – iets waarmee hij al heeft gedreigd.

Van Steenwijk: ‘Dat klopt op zich. En het dreigen van Trump maakt minder indruk als je hier genoeg gas hebt opgeslagen. Maar als je je daartegen wilt indekken, zou je een echte strategische reserve moeten hebben: gas dat nog niet verkocht is en dat je uit de opslagen haalt als er echt grote tekorten zijn en de prijzen door het dak gaan.’

Andere kenners van de gasmarkt, aan wie wij jullie analyse hebben voorgelegd, zijn kritisch over jullie ‘nationale’ redenering. Zij benadrukken dat de opslagen een Europese functie hebben.

Tjebbes: ‘Dat klopt, maar daarom is het nog wel gek dat enkel Nederland zou moeten opdraaien voor het vullen van deze voorraden. Door ons verleden met het Groningerveld hebben wij relatief veel opslagruimte. Dat had een economische functie. Maar moeten wij vanwege dat verleden nu veel kosten maken om de opslag te vullen? Je zou een strategische gasvoorraad eigenlijk minimaal op Europees niveau moeten aanleggen. Het liefst op wereldniveau, zoals met de olievoorraad.’

Jullie stellen dat Nederland de opslagen het beste ‘uit de markt’ kan nemen, en beter gebruik kan maken van het zogeheten ‘kussengas’, het gas dat permanent in de ondergrondse opslag moet blijven om voldoende druk te behouden.

Tjebbes: ‘Bijvoorbeeld. Wij denken echt wel dat de opslagen nog belangrijke betekenis kunnen hebben voor de Nederlandse leveringszekerheid. Maar niet als een handelsopslag. Als je dan nog gas in de grond hebt zitten, is het niet zo gek daaraan te denken, voor productie of om te gebruiken als strategische reserve.’

Gasopslag in Nederland

In Nederland wordt op vier plekken gas opgeslagen in ‘lege’ gasvelden op zo’n 2 tot 3 kilometer diepte. Dat gas wordt in poreus gesteente gepompt, waarin nog een grote hoeveelheid gas zit. Dit gas wordt ‘kussengas’ genoemd en is nodig om genoeg druk te hebben zodat het opgeslagen gas er eenvoudig kan uitstromen.

Drie gasvelden, onder Norg, Alkmaar en Grijpskerk, werden in 1998 in gebruik genomen als opslag voor Gronings gas. De reden was puur economisch. De gasvraag van miljoenen huishoudens in Nederland, België en Duitsland was in de winter veel hoger dan in de zomer. Lang was dat makkelijk op te lossen door de gaskraan van het Groningerveld in de winter verder open te draaien. Maar door dertig jaar gaswinning was de druk in dat veld afgenomen.

In plaats van steeds meer putten boren en met compressoren de druk op het veld op te voeren, werd het goedkoper om gedurende het jaar een constante hoeveelheid gas uit het Groningerveld (en andere kleine velden) te halen en het overschot in de zomer op te slaan.

Nu het Groningerveld niet langer in gebruik is, is die functie weggevallen. Gas komt tegenwoordig vooral uit het buitenland, via pijpleidingen en over zee in lng-tankers. Een derde deel van het benodigde gas wordt nog gewonnen uit kleine velden in Nederland en op de Noordzee.

De Nederlandse gasopslagcapaciteit is circa 14 miljard kuub; ongeveer de helft van wat we jaarlijks verstoken. Het laten vullen van de gasopslagen door EBN is volgens het kabinet nodig ‘om te sturen op het behalen van de Europese vuldoelstellingen en de Nederlandse vulambitie’. Op Europees niveau is een vulgraad van 90 procent afgesproken, voor Nederland volstaat vanwege de lng-terminals een vulgraad van 74 procent.

Het vulseizoen begon op 1 april. Toen was de vulgraad in Nederland 4,6 procent, mede doordat vanwege het naderende einde van GasTerra de opslagen bij Norg en Grijpskerk leeg werden opgeleverd. Momenteel is de vulgraad 6,5 procent.

Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next