Home

Verdwijnt met Viktor Orbán ook de radicaal-rechtse opstand in de westerse politiek? ‘Het gratis geld uit Hongarije valt weg’

Bij de Hongaarse verkiezingen leed premier Viktor Orbán na zestien jaar aan de macht een verpletterende nederlaag. Dat is ook een pijnlijke klap voor zijn radicaal-rechtse bondgenoten wereldwijd. Orbán was de inspiratie, Boedapest het paradijs. Maar zijn gedachtegoed is niet zomaar verdwenen.

is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij woont in Warschau.

‘Welkom in onze tempel’, zegt Eric Hendriks, fellow bij denktank Danube Institute. ‘Zolang deze er nog staat.’ In de luisterrijke villa in het kasteeldistrict van Boedapest zit ook een chic restaurant, het terras biedt een van de mooiste uitzichten op de Hongaarse hoofdstad: de brede Donau, het parlementsgebouw en de iconische torentjes van het Vissersbastion in één oogopslag. In het souterrain waar de rechtse denktank zit, hangt ondertussen een ‘apocalyptische sfeer’, zegt Hendriks boven een latte.

Op zijn eerste persconferentie na de verkiezingsoverwinning zei aankomend premier Péter Magyar dat hij de geldkraan zal dichtdraaien voor denktanks die afgelopen jaren door Orbáns regering werden gefinancierd. Het Danube Institute ontvangt ruime fondsen van de staat via de Stichting Lajos Batthyány (BLA), die tevens het Centrum voor Fundamentele Rechten financiert. Dat is weer de organisator van de Conservative Political Action Conference (CPAC) in Boedapest, een jaarlijkse internationale hoogmis van radicaal-rechts.

Een ander doelwit van Magyar is het Mathias Corvinus Collegium (MCC), een stichting en privé-universiteit die onder Orbán een groter budget kreeg dan het gehele hoger onderwijs in het land. Het MCC geldt als ideologisch vlaggenschip van het orbánisme. De stichting ontving aandelen in oliebedrijf Mol, waarvan het ruime dividend in de kassen vloeit, en vastgoed van de staat. Inmiddels heeft het MCC een dependance in Brussel en is het de invloedrijkste verspreider van Orbáns gedachtegoed. Met name de banden met de Amerikaanse Maga-beweging zijn bijzonder sterk.

Volgens Magyar lopen de partijfinanciering en de staatsbegroting, dat wil zeggen belastinggeld, bij dergelijke instellingen door elkaar. ‘Dat was een misdaad.’ Hij kondigde een grondig onderzoek aan en hintte op het terugvorderen van fondsen en vastgoed.

Bijltjesdag

Terwijl een deel van Hongarije nog in de roes van Magyars overwinning verkeert, legt de aankomend premier zijn hervormingsplannen op tafel. In de eerste week van mei, wanneer het nieuwe parlement wordt geïnstalleerd en Magyar hoopt met zijn regering te beginnen, is het bijltjesdag.

Want met de twee derde ‘supermeerderheid’ die hij haalde kan zijn regering de grondwet aanpassen, die sinds 2011 grondig is verbouwd door Viktor Orbán. Fidesz-loyalisten op sleutelposities roept hij op tot aftreden, onder wie president Tamás Sulyok.

Bij een ontmoeting tussen het tweetal op woensdag herhaalde de premier in spe die eis. Sulyok heeft bijgedragen aan ‘de plundering van ons land’ door de corruptie van Fidesz, omdat hij als president altijd bij het kruisje tekende, aldus Magyar. Sulyok zegt Magyars wens in overweging te nemen. Het parlement kan hem straks evengoed wegstemmen.

Ook de publieke omroep, afgelopen zestien jaar omgevormd tot propagandakanaal van de regering, bevindt zich in het vizier van Magyar. Woensdag was hij voor het eerst in anderhalf jaar op de publieke radio en televisie – tijdens de campagne kreeg hij als oppositieleider geen seconde spreektijd. Joseph Goebbels en Kim Jong-un zouden ‘hun vingers aflikken’ bij deze ‘fabriek van leugens’, zei hij. Na zijn inauguratie gaat de nieuwsprogrammering op zwart totdat er hervormingen plaatsvinden die onafhankelijke journalistiek garanderen.

Magyar belooft Orbáns erfenis steen voor steen te ontmantelen, en richt daarbij zijn pijlen dus ook op het door Orbáns regering gefinancierde netwerk van denktanks in de hoofdstad. De Stichting Lajos Batthyány die het Danube Institute financiert, heeft een rijk verleden, zegt de Nederlandse fellow Hendriks. Ze werd in 1991 opgericht door de toenmalige premier József Antall (1932-1993), boegbeeld van de conservatieve politiek in Hongarije na de val van het communisme.

‘Het zou zonde zijn om dat zomaar op te heffen. Maar ze zijn erg Fidesz-leunend’, voegt hij toe. ‘Dus grondige hervormingen liggen voor de hand.’ Zelf is hij als zogenoemde working fellow en China-onderzoeker niet erg bezorgd. ‘Maar veel mensen binnen dit ecosysteem zijn bang om hun baan te verliezen.’

Een klap voor radicaal-rechts

Boedapest groeide dankzij Orbán uit tot het centrum van de internationale radicaal-rechtse beweging. De Hongaarse premier was een voorbeeld. Hongarije was niet ‘een model’, zoals voorzitter Kevin Roberts van The Heritage Foundation, de invloedrijkste denktank achter Maga, eens zei. ‘Het is hét model.’

De archipel van rechtse instituties in Boedapest speelde daarin een sleutelrol. Het is daadwerkelijk een ‘ecosysteem’ van ideologische kruisbestuiving dat bestaat uit denktanks, onderzoeksinstellingen, tijdschriften, publicisten, rechtse intellectuelen en conferenties. Boedapest was een politiek laboratorium en Hongarije werd een voorloper in de strijd tegen emancipatie van vrouwen en lhbti’ers, tegen migratie, ‘gender’ en ‘woke’. De ideologie bleef niet binnen de landsgrenzen: deze instituties exporteerden dit gedachtegoed.

Orbáns model heeft aantrekkingskracht op bewonderaars als Geert Wilders, Marine Le Pen en Alice Weidel, die likkebaardend naar zijn onderwerping van de Hongaarse staat keken. De Amerikaanse Maga-beweging brengt tijdens de tweede termijn van Trump het Hongaarse model in de praktijk met zijn frontale aanval op de staat, rechterlijke macht, media en universiteiten. Wat Orbán in zestien jaar deed, lijkt Maga te proberen in zestien maanden.

Maar Orbán is nu verslagen. Bijna 80 procent van de Hongaren ging stemmen, een record. Bij de stembus rekenden ze af met een premier die na zijn machtsgreep niet te kloppen leek. Deze verkiezingen waren een politieke aardverschuiving in Hongarije, maar ook daarbuiten. De uitslag is een opsteker voor de tegenstanders van radicaal-rechts wereldwijd. Voor de Orbán-adepten in de internationale arena is het een waarschuwing.

‘Dit is het einde van de mythe dat Orbán onverslaanbaar is’, zegt Zsuzsanna Végh, Hongarijedeskundige bij denktank German Marshall Fund en onderzoeker van radicaal-rechtse netwerken. Welke invloed dat precies gaat hebben op de lange termijn, valt te bezien. ‘Maar op de korte termijn zijn er praktische gevolgen: door de Hongaarse staat gefinancierde delen van het internationale radicaal-rechtse netwerk zullen verdwijnen.’ Mogelijk springen de Amerikanen in dit gat, maar dat is nog allerminst zeker.

Voordat dit ecosysteem gestalte kreeg, zat de ‘intellectuele energie’ nog buiten Hongarije, merkt Danube-fellow Hendriks op. ‘De Hongaarse overheid heeft deze intellectuelen naar Boedapest gehaald.’ Het doel was een alternatief scheppen voor de liberale en progressieve denkbeelden in de westerse wereld.

De aanpak is geïnspireerd door de leer van de Italiaanse marxist Antonio Gramsci. Hij stelde dat er een ‘hegemonie’ bestaat van ideologie, politiek en samenleving, die bestreden kan worden met een ‘tegen-hegemonie’. Deze tegenmacht is behalve politiek ook cultureel: eigen denkbeelden, universiteiten en media om een samenleving ideologisch vorm te geven. Orbán, die als student zijn scriptie over Gramsci schreef, bleek een getalenteerde leerling: naast de politieke macht breidde hij de controle van de partij uit over het staatsbestel, de economie en de cultuur.

Hendriks: ‘Als je de liberale hegemonie wil uitdagen, heb je ook krachtige ideeën nodig aan jouw kant van het politieke speelveld. Het is als het openen van een tweede front naast de politiek. Je kunt een politieke hegemonie niet bestrijden zonder inspirerende ideeën.’ En daarvoor was Boedapest wereldwijd dé plek geworden.

Overigens is hij teleurgesteld geraakt. Hij kijkt met afgrijzen naar de Verenigde Staten, waar hij het nationalisme ‘lomp en lelijk’ vindt geworden in plaats van ‘verheffend’. Is het in Hongarije dan niet lomp? ‘In het begin waren er Fidesz-politici die zich nog serieus met conservatisme bezighielden. Maar de cultuuroorlog heeft de overhand gekregen.’

Conservatieve revolutie

Of met Orbán ook de radicaal-rechtse opstand in de westerse politiek verdwijnt, is nog maar de vraag. Illustratief is een paneldiscussie over de verkiezingen die een paar dagen voor de stembusgang plaatsvindt in het Danube Institute.

De zaal heeft iets weg van een klein amfitheater, met een gewelfde muur achter de sprekers, zes mannen van middelbare tot seniore leeftijd. Amerikaan Patrick Egan, oud-adviseur van Fidesz en oprichter van nieuwsplatform Brussels Signal, dat ‘de status quo uitdaagt’ van de verslaggeving over de Europese Unie, bezorgt de introductie.

Hij prijst het intellectuele klimaat in Boedapest, dat hij zonder ironie vergelijkt met de rive gauche (linkeroever) van de Seine in Parijs na de Tweede Wereldoorlog, waar Franse existentialisten elkaar troffen in cafés en het naoorlogs denken gestalte gaven.

Een van de panelleden is Oostenrijker Ralph Schoellhammer, visiting fellow bij het MCC, waar de onderzoekers doorgaans lucratieve stipendia van duizenden euro’s ontvangen. De consensus deze avond is dat Fidesz zal winnen, zij het met een kleine meerderheid. Als ze verliezen, betekent dat mogelijk ook het einde van Boedapest als hart van de illiberale beweging. Schoellhammer: ‘Het zou jammer zijn als de plek waar het allemaal begon, zou wegvallen. Maar de conservatieve revolutie in Europa zal niet stoppen.’

‘De vloedgolf van deze beweging zet inderdaad door’, zegt journalist Marijn Kruk aan de telefoon. Hij analyseerde de contrarevolutie tegen het liberalisme nauwgezet in zijn boek Opstand. ‘Maar symbolisch is dit een enorme klap. Deze beweging was overal gaande, maar ze kristalliseerde in Boedapest. Het was een politiek experiment, de belofte van een conservatieve heilstaat. Deze verkiezingsuitslag raakt het kloppend hart van de beweging.’

Ook Marietta van der Tol, die internationale radicaal-rechtse netwerken onderzoekt aan de University of Cambridge, ziet het als een tegenslag voor de beweging. ‘Het gratis geld uit Hongarije valt weg.’ Wel breidde het netwerk zich afgelopen jaren uit naar plekken als Wenen en Brussel. ‘Maar het MCC is een belangrijke spil. Het is als het opbouwen van een symfonieorkest: dat kost veel tijd en geld. Als het opeens stopt, is het moeilijk om de muzikanten na een tijd terug te halen en weer door te gaan met spelen.’

Ideologie

John O’Sullivan, de Britse oprichter van het instituut, merkt die avond al voor de verkiezingsuitslag op dat de erfenis van Orbán hoe dan ook aan de winnende hand is. Het zijn immers de eerste ‘post-linkse verkiezingen’. Péter Magyar is een conservatief, Tisza is een centrumrechtse partij. ‘Vanuit Viktor Orbán bezien zou ik zeggen: ik heb links voor eens en altijd verslagen’, constateert hij tevreden. Als de vijand op jou gaat lijken in plaats van andersom, is dat niet het summum van ideologische hegemonie?

O’Sullivans opmerking die avond liep vooruit op commentaren vanuit de internationaal radicaal-rechtse hoek na de verkiezingen. Waarom barst het feest los in het progressieve Boedapest als ze een rechtse premier krijgen, een ‘Orbán zonder corruptie’ zoals sommigen het verwoorden? Daarbij gaan ze er klaarblijkelijk van uit dat de verkiezingen alleen maar over ideologie gaan, over links of rechts, over de cultuuroorlog. Het toont een fundamenteel gebrek aan begrip van Hongarije en waar deze verkiezingen wel om draaiden.

Schoellhammer merkt die avond zijdelings op dat de aanwezigen ‘de Hongaarse belastingbetaler dankbaar mogen zijn’ voor het netwerk van conservatieve denktanks. Er klinkt die avond binnen het panel weliswaar kritiek op het economische beleid van Orbán, dat tot groeiende woede bij de kiezers leidde. Maar het idee dat belastinggeld besteden aan dit soort avonden in plaats van ziekenhuizen een mogelijke bron is voor deze onvrede, komt bij niemand op. Er zit, kortom, nogal wat lucht tussen het wereldbeeld van deze denktanks in villa’s en de armoedige werkelijkheid van een Hongaars dorp.

Ideologie kun je niet eten en speelde deze verkiezingen een ondergeschikte rol. Hongaren keerden zich niet enkel tegen Orbán vanwege zijn politieke kleur. Ze keerden zich tegen hem omdat hij het land economisch naar de rand van de afgrond bracht, corruptie het publieke bestel uitholde, belastinggeld werd gespendeerd aan propaganda, haat werd verheven tot dominante politieke emotie, op de publieke omroep alleen nog maar Fidesz te zien was en sociale mobiliteit afhankelijk werd van partijconnecties.

Dat is de reden waarom veel Hongaren spreken over rendszerváltás – regimewisseling. Magyar kanaliseerde de onvrede en won deze verkiezingen op de sociaaleconomische werkelijkheid na zestien jaar Fidesz, op de belofte dat het anders kan.

De kiezer kwam in opstand en liet zien waar het staatsmodel van Orbán tegen zijn grenzen aanloopt. De voornaamste redenen voor zijn nederlaag zijn dan ook specifiek Hongaars en dit betekent niet per definitie ook het einde van de radicaal-rechtse revolte wereldwijd. Bovendien zouden Orbáns ideologische geestverwanten hier lessen uit kunnen trekken om een nederlaag in eigen land te voorkomen.

Orbán is straks weg, maar de politieke revolutie die hij in gang zette, dendert voort. Boedapest heeft al die jaren een netwerkfunctie gehad, zegt fellow Hendriks op het terras hoog boven de Donau. ‘Iedereen kent elkaar nu. We zijn volledig geïnternationaliseerd. Net als de ontwortelde kosmopolieten waar we het zogenaamd tegen opnemen.’ Hij moet weg – er is bij Danube noodberaad.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next