Europa Viktor Orbán heeft de Hongaarse verkiezingen verloren. Het Witte Huis is geen aantrekkelijke bondgenoot meer. Zo raakt radicaal-rechts in Europa in korte tijd twee wegbereiders en boegbeelden kwijt. Maar van pessimisme is geen sprake.
De Amerikaanse vicepresident JD Vance (rechts) met premier Viktor Orbán in Boedapest vijf dagen voor de Hongaarse parlementsverkiezingen.
Later deze maand verschijnen de ideeën van Giorgia Meloni in de VS, onder de titel Giorgia’s Vision. Het boek is al naar de drukker, met een voorwoord van vicepresident JD Vance. Op de kaft prijkt een aanprijzing van president Donald Trump: „Een van de echte leiders van de wereld.”
Diezelfde Trump oordeelde deze week heel anders over Meloni. „Ik dacht dat ze dapper was, maar ik had het mis”, verzuchtte de president. Steen des aanstoots: Meloni had het opgenomen voor paus Leo XIV, die onder vuur kwam te liggen in Washington nadat hij Trumps optreden in de Iran-oorlog had bekritiseerd. Meloni had Trumps woede-uitbarsting over de paus „onacceptabel” genoemd.
Het is tekenend voor het vluchtige relatiemanagement van dit Witte Huis. Een vriend van gisteren kan vandaag een vijand zijn. Een politiek van situationships. Maar aan Europese zijde legt de ruzie ook iets anders bloot: de groeiende bereidheid bij radicaal-rechtse politici om afstand te nemen van Trump en de MAGA-beweging. En daarbij de vraag hoe radicaal-rechts zich dan wél moet positioneren als het zijn populariteit in verkiezingswinst en macht wil omzetten.
De verpletterende verkiezingsnederlaag van Viktor Orbán in Hongarije heeft de zekerheden van de conservatieve flank verder op de proef gesteld. Orbán gold net als Trump als een wegbereider, ook over de grens. Boedapest ontwikkelde zich onder zijn zestienjarige premierschap tot een broedplaats voor nationalistische en oerconservatieve denkers uit heel Europa, en daarbuiten.
Die conservatieve droom is uiteengespat. Het leidde een week van soul-searching in radicaal-rechtse kringen in. Ook hier speelde de innige band met de Amerikaanse regering een opmerkelijke rol. Orbán zocht toenadering tot Washington, maar toen hij vorig jaar om een financieel infuus vroeg, kreeg hij nul op het rekest. De campagnestop in Boedapest die vicepresident JD Vance vorig weekend aan Orbáns zijde maakte, was een miskleun.
Zo raakt de radicaal-rechtse beweging in korte tijd twee boegbeelden kwijt; Orbán moet het veld ruimen voor Péter Magyar en Trump blijft voorlopig de machtigste leider ter wereld, maar hij vindt steeds minder weerklank bij de Europese politici die hem tot voor kort op het schild hesen.
Veelzeggend was de reactie van de Belgische minister van Defensie Theo Francken, van de Vlaams-nationalistische N-VA, zondagnacht. „Ik vind Orbán een verrader en ben blij dat hij verloren heeft (…) En de MAGA’s zouden best stoppen met internationaal campagne te voeren want alles en iedereen die ze steunen verliest de verkiezingen.” Francken had Trumps tijdens diens eerste presidentiële termijn nog openlijk geprezen.
Deze kritiek, en dan vooral die op de VS, wordt breed gedeeld. In Duitsland stelde parlementariër Matthias Moosdorf van Alternative für Deutschland (AfD) dat de „opzichtige vriendschap” met het Witte Huis „als een molensteen om Orbáns nek” had gehangen. In Italië erkende een partijgenoot van Meloni dat Orbáns band met Trump „niet in zijn voordeel” had gewerkt.
Ze zullen Trump niet allemaal direct afvallen, de radicaal-rechtse leiders en leiders-in-spe. Daarvoor is een goede verstandhouding met de Amerikanen te belangrijk. Wel deinzen ze er minder dan voorheen voor terug om zo nu en dan gepaste afstand te nemen. Of ze Trump naar de mond praten of niet, ze worden toch niet gespaard bij het volgende transatlantische spervuur van handelstarieven of dreigementen.
Als eerste werd dat zichtbaar in Frankrijk, waar Amerika van oudsher minder populair is. Zo riep Jordan Bardella, de jonge Europarlementariër van Rassemblement National die wordt getipt als presidentskandidaat, vorig jaar direct op om terug te slaan nadat de VS dreigden met hoge importheffingen voor de EU. Die tarieven waren „nogal lukraak”, zei hij tegen NRC. Over Trump was hij niet te spreken.
Dat klinkt nu bijna tam. Zo gaan binnen de AfD, die hechte banden ontwikkelde met het MAGA-kamp, stemmen op om de Amerikaanse militaire bases in het land te sluiten. AfD-Bondsdaglid Rüdiger Lucassen droomde recent in NRC van „een soort Europese NAVO”.
Over Orbáns eigen aandeel in zijn nederlaag waren de meeste kopstukken milder. PVV-leider Geert Wilders noemde hem „de enige leider met ballen in de EU”. Matteo Salvini, van de Italiaanse Lega, gaf de schuld aan Brussel. Dat had immers de stroom van EU-geld stopgezet. Marine Le Pen (Rassemblement National) prees Orbán om zijn „moed en vastberadenheid”.
Tegelijkertijd bezorgt zijn verlies hen ook kopzorgen. Wie is straks hun aanvoerder? Radicaal-rechtse leiders als Robert Fico (Slowakije) en Andrej Babis (Tsjechië) konden in eigen land nooit de macht van Orbán evenaren, laat staan zijn internationale netwerk en invloed. Orbán spekte de kas van denktanks in Boedapest en Brussel en haalde de Europese editie van de Amerikaanse CPAC-conferentie naar Hongarije. Zijn opvolger Magyar – zelf ook geen liberaal – heeft al gezegd dat hij dat conservatieve feestje niet langer zal subsidiëren.
Orbán afgelopen maand in Boedapest met naast hem van links naar rechts: PVV-leider Geert Wilders, Marine Le Pen van het Franse Rassemblement National, de Italiaanse vicepremier Matteo Salvini, Tom Van Grieken van het Vlaams Belang en de voormalige Letse vicepremier Ainars Slesers.
Een eerste onderdeel van Orbáns machtsmachine lijkt daarmee direct gesneuveld. Of de rest van zijn netwerk meer toekomstbestendig is, zowel in Hongarije als in Europa, is de vraag.
„Als Orbán ooit een verkiezing verliest, dan heeft hij intellectuele instituties opgebouwd die hem zullen overleven”, pochte Frank Furedi, directeur van een van die gesponsorde denktanks, twee jaar geleden in een gesprek met NRC in Brussel. Dat valt nog te bezien, als ook zijn denktank zonder subsidie komt te zitten.
Maar: ook zonder Orbán als spil kan de radicaal-rechtse beweging verder groeien. Het spreekt voor zich dat zijn collega’s elkaar zullen blijven opzoeken, waar dan ook. En zonder Orbán kunnen ze zich vrijer voelen om weg te bewegen van diens Amerikaanse en Russische contacten.
Deze week preludeerde de leider van de jongerenbeweging van AfD al expliciet op zo’n toekomst.
„De toekomst van Europese rechtse partijen ligt wat het buitenlandbeleid betreft in Europa. Burgers willen niet de les worden gelezen vanuit Brussel. Maar ze willen ook niet het gevoel hebben dat ze meeliften met de VS, Rusland of China”, schreef deze Jean-Pascal Hohm op X. „Goede betrekkingen met onze Europese buren zijn voor ons altijd belangrijker dan wat voor speciale band dan ook met Moskou, Beijing of Washington.”
Zo beschouwd is de nederlaag van Orbán en de verkoeling richting Washington geen fatale dreun voor radicaal-rechts. Eerder is het een heroriëntatie: Europa verrechtst – en radicaal-rechts europeaniseert.
Illustratief is de gang van zaken in het Europees Parlement, de enige plek waar al deze partijen elkaar nu al dagelijks tegenkomen. Toen twee jaar geleden de Europese verkiezingen plaatsvonden, deden ze hun uiterste best om zichzelf als salonfähig te kunnen presenteren.
Het gevolg: Meloni wilde niet met Le Pen in één Europese fractie. Le Pen vond AfD dan weer te radicaal. AfD gooide zelfs de eigen lijsttrekker uit de delegatie om zich redelijker voor te doen.
Door dit geharrewar zetelt de nationaal-conservatieve tot uiterst-rechtse flank nu verspreid over drie verschillende fracties in het parlement. Maar inmiddels blijken ze prima met elkaar door één deur te kunnen. Als ze samenwerken met rechtse middenpartijen, zijn ze groot genoeg voor een meerderheid – en dat blijkt ook voor centrumrechts geen taboe.
Die samenwerking betaalt zich steeds vaker uit. Wetgeving waarmee de EU uitgeprocedeerde asielzoekers harder wil aanpakken, werd onlangs door het parlement geloodst doordat centrumrechts – met onder meer het CDA – het op een akkoordje gooide met de drie fracties op de rechtse tot uiterst-rechtse flank. Ook de AfD zat daarbij aan tafel.
Dat parlementaire succes sterkte de winning mood in radicaal-rechtse kringen in Brussel, en het geloof in hun onderlinge samenwerking. „Binnen de Europese Unie krijg je het niet alleen voor elkaar”, zei PVV’er Marieke Ehlers na afloop.
Zo klotst het zelfvertrouwen bij veel leden van het radicaal-rechtse kamp over de schoenen. Een leider meer of minder, een machtige bondgenoot kwijt? Jammer – maar dat kunnen ze hebben.
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU