Van Elon Musk hoor ik al een tijd vrij weinig – afgezien van tweets met onooglijke AI-slop om X-bot Grok te promoten. Van zijn ex daarentegen, des te meer. De zesentwintigjarige Ashley St. Clair was een beroemde online influencer van de MAGA-beweging, baarde een van Musks vele kinderen (Romulus), maar sinds de geboorte liggen ze dusdanig in de clinch, dat Ashley MAGA heeft verlaten. Het was een sekte, zegt ze. Tegenwoordig plaatst ze bizarre maar fantastische TikTok-filmpjes waarin ze haar make-uproutine voordoet en tegelijkertijd vertelt hoe het er achter de MAGA-schermen aan toegaat.
Veel is smakelijke roddel over wie er allemaal overdag dronken is en vreemdgaat, maar laatst vertelde ze – tijdens het smeren van nogal verbijsterende hoeveelheden moisturizer – over de online MAGA-beïnvloedingscampagnes. In chatgroepen met overheidsfunctionarissen, claimt ze, krijgen MAGA-influencers te horen welke talking points ze die week moeten verspreiden, tegen betaling.
Het mag in het Trump-tijdperk niet verbazen dat geld een motivatie is voor MAGA-promotors. Ze dienen de president die honderden miljoenen opstreek met zijn eigen memecoin, die zijn politieke merk te gelde maakt door gouden sneakers, bijbels en andere souvenirs te verkopen, die een Boeing 747 cadeau kreeg van Qatar, die zichzelf levenslang tot baas van de Board of Peace heeft benoemd om nog even goed binnen te lopen op vastgoedinvesteringen in Gaza, ofwel, „de Rivièra van het Midden-Oosten”. Zijn presidentschap is een businessmodel.
Gekochte MAGA-influencers zijn een logisch uitvloeisel hiervan, maar het blijft een fascinerend fenomeen. Aan de ene kant voert de MAGA-angehauchte radicaal-rechtse beweging wereldwijd een zeer ambitieuze ideologische strijd. Denk aan Trump-vriendelijke manosphere-influencers, die het feminisme willen terugdraaien. Dichter bij huis wil een MAGA-bewonderende partij als FVD niets minder dan Nederland „bevrijden” van gevestigde maatschappelijke structuren. Onze eigen radicaal-rechtse influencer en ON-presentatrice Raisa Blommestijn wil „tot de laatste snik toe vechten” tegen de „afbraak van Nederland” door migratie.
Bij deze ideologische strijd staat veel op het spel. Vrouwenrechten, de levens van migranten, democratische instituties. Er wordt begrijpelijkerwijs geschreven over de ideologische grondslagen van dit wereldwijd oprukkende illiberalisme. Maar er is minder oog voor hoe vaak het pad van zulke radicaal-rechtse influencers of politici een plat verdienmodel is. Het hele ecosysteem zit vol grifters en hosselaars.
Ga maar na: in de manosphere-documentaire van Louis Theroux zie je hoe de Telegramkanalen van de manosphereboys uiteindelijk hun jonge volgers naar louche investeringsapps leiden. FVD is bezig met een eindeloze stoelendans van parlementariërs die schijnbaar zoveel mogelijk wachtgeld moet veiligstellen, en Baudet richtte de ene na de andere bv op, bijvoorbeeld om maaltijdboxen te verkopen. Zijn hele fractie werd in 2023 geschorst omdat hij weigerde openheid te geven over de commerciële nevenactiviteiten. Blommestijn vraagt haar volgers graag direct om donaties, bijvoorbeeld voor haar rechtszaak nadat ze was aangeklaagd voor groepsbelediging, hoewel haar advocatenkosten al gedekt werden door haar omroep (oftewel, de belastingbetaler).
Nu is zelfverrijking geenszins voorbehouden aan radicaal-rechts. Maar bij deze specifieke smaak rechts lijkt de lucratieve kant wel heel nauw verweven met de ideologische strijd. Betekent dit dat de overtuigingen onoprecht zijn? Lastig. Als een idee je rijk maakt, geloof je het waarschijnlijk al snel. Wel opvallend is dat deze politici en influencers vaak eenzelfde script volgen: hun publiek vertellen dat zij opgelicht worden, pootje gelicht door het systeem (door de deep state, feministen, migranten, of Ursula von der Leyen) en vervolgens datzelfde publiek om geld vragen, producten aansmeren, of gewoon, als ze je de macht geven, jezelf met belastinggeld en overheidsmacht verrijken.
Waarom leidt dit gegraai niet tot wantrouwen bij fans? Waarom is dit niet de electorale doodsteek voor Trump of de FVD? De Hongaarse verkiezingsuitslag is in dit licht leerzaam. Afkeer van corruptie wordt als de belangrijkste reden genoemd dat Magyar een einde kon maken aan Orbáns heerschappij. Want Orbán is er natuurlijk ook zo één: tussen het strijden tegen homo’s, afbreken van de rechtsstaat en Oekraïners het leven zuur maken door, heeft hij zichzelf en zijn trawanten vooral gigantisch veel publiek geld in de zakken gepropt. Journalist Casper Thomas schreef in de Groene Amsterdammer dat dit de reden was dat Orbán zijn verlies snel toegaf: „De buit is toch wel binnen”.
Magyar liet zien dat corruptie kiezers massaal in beweging kan brengen tegen een antidemocraat, wat zowel verontrustend als hoopvol mag heten. Als die analyse klopt, is het namelijk niet Orbáns illiberale project dat is afgestraft. Maar het betekent ook dat corruptie een fatale zwakte kan zijn. Wellicht leert de Hongaarse casus vooral dat corruptie onoverkomelijk wordt op het moment dat volgers de illusie verliezen dat ze er zelf in kunnen delen. Als de zelfverrijking te scherp gaat contrasteren met de eigen economische val. Dan wordt dat onrecht onverteerbaar, en kan het worden gecombineerd met misschien wel de sterkste menselijke emotie: verontwaardigde afgunst.
Iets voor Trump en zijn handlangers om in de gaten te houden. Al geldt ook voor hen: de buit is toch wel binnen.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet