Ook al spelen schoenen vaak een rol in demonstraties, maakt dat ze symbolisch niet minder indrukwekkend, ziet Merel Bem op de Dam.
is schrijver en kunstjournalist
Fotograaf Ramon van Flymen maakte afgelopen zondag ook een andere indrukwekkende foto van de Dam. Een overzicht van het Amsterdamse plein, met op de achtergrond het Paleis en de Nieuwe Kerk, genomen vanuit een hoger standpunt. Had hij een laddertje? Was hij in een stoplicht geklommen?
Mocht hij even bij het Joods-Amsterdamse diamantenbedrijf Gassan naar binnen om vanaf de eerste verdieping een foto te maken van de zee van kinderschoenen die daar stonden om de inmiddels meer dan twintigduizend door Israëlisch oorlogsgeweld gedode kinderen in Gaza te herdenken? Ik hoop dat laatste.
Zo’n overzichtsfoto is mooi, maar de foto hierboven is nog mooier. Een vrouw knielt tussen de rijen schoentjes om nog wat extra paren neer te leggen. Op het moment dat de foto wordt gemaakt, plaatst ze twee piepkleine gestreepte espadrilles, niet groter dan haar hand, op de keien van het plein.
Misschien is ze iemand van de organisatie, stichting Plant een Olijfboom, die met dit soort demonstraties de aandacht voor Gaza levend probeert te houden; misschien is ze een moeder die oude schoenen van haar kinderen neerlegt – het maakt niet uit. Het is haar houding die ontroert: behoedzaam en liefdevol hurkt ze tussen de kinderschoenen, bijna alsof die schoenen daadwerkelijk de kinderen zíjn.
Wie zoekt op demonstraties met schoenen, stuit op vele voorbeelden. Ruim een maand geleden stonden er ook schoenen op de Dam, vrouwenschoenen deze keer: roze instappers, rode pumps, zwarte enkellaarzen met glitters. Ze vroegen aandacht voor femicide. Er zijn foto’s van babyschoentjes uit Santiago, Chili, neergezet in stil protest tegen de illegale adopties tijdens het schrikbewind van Augusto Pinochet, en van schoenen in Parijs die aandacht vragen voor klimaatverandering. In 2019 lijmde de Turkse kunstenaar Vahit Tuna 440 paar zwarte vrouwenpumps tegen een muur in Istanboel als aanklacht tegen huiselijk geweld.
Je zou je kunnen afvragen of zoiets na al die tijd nog steeds zin heeft. Of je niet beter iets nieuws kunt bedenken dan steeds weer die schoenen – die kennen we nu inmiddels toch wel? Het antwoord is nee. De symbolische kracht van schoenen is sterk, wonderlijk genoeg óók in negatieve zin. In het Midden-Oosten wordt het gooien met schoenen of iemand de zool van je schoen tonen als extreem beledigend beschouwd. Schoenen worden geassocieerd met de viezigheid op straat. En in het Oude Testament staat in Psalm 60: ‘Moab is mijn waskom, op Edom zal ik mijn schoen werpen.’
Niets daarvan op de pleinen en in de parken, waar sinds jaar en dag wordt gedemonstreerd met gebruikte en met liefde gedragen oude schoenen, niet neergekwakt in een berg of woedend tegen een overheidsgebouw gesmeten, nee: netjes uitgestald in rechte rijen, zodat ze beeldvullend veel ruimte innemen en extra indruk maken. Helemaal wanneer het kinderschoenen zijn.
Als fotograaf heb je dan de keuze: uitzoomen of inzoomen. Vaak zie je beide bewegingen: uitzoomen om de omvang van het protest te laten zien, inzoomen voor de ontroering. Ook fotograaf Van Flymen deed het allebei. Hij fotografeerde de Dam vanuit een hoger gelegen standpunt en met een wijde hoek. En hij legde de focus op de individuele kinderschoenen op het plein – de groene slippers, de witte gymschoentjes, de rode laarzen met een knuffelschaap erbij.
En de mini-espadrilles in de hand van de gehurkte vrouw. Vertederend, en tegelijkertijd: probeer niet te denken aan die espadrilles aan de voeten van een peutertje in Gaza. Of denk juíst aan die espadrilles aan de voeten van een peutertje in Gaza. En probeer dan niet te huilen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant