Opgewekt gaan de inwoners van zuidelijk Beiroet weer de straat op nu de dreiging van Israëlisch geweld even voorbij is. Toch is van een volksfeest geen sprake. Want wat gebeurt er als over tien dagen het akkoord afloopt?
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij doet verslag vanuit Dahieh, een buitenwijk van Beiroet waar Hezbollah de dienst uitmaakt.
Als het oorlog is in Libanon, is er één zekerheid: het winkeltje van de 53-jarige Marwan Khalil gaat eraan. Met zijn tienerzonen staat Khalil vrijdagochtend de scherven bijeen te vegen. Door de kracht van een bombardement, niet ver hier vandaan, ligt de pui aan diggelen. Zo ging het in de zomeroorlog van 2006, lacht de eigenaar, in 2024 en nu opnieuw in 2026. Oorlogen tussen Israël en de militante beweging Hezbollah komen en gaan als eb en vloed.
‘Al worden we honderd keer gebombardeerd, we zullen elke keer herbouwen’, zegt Khalil opgewekt. ‘De winkel wordt er mooier van. Er komen nieuwe kasten! En ik wil de gevel opknappen.’ Praktische vragen – hoe gaat hij dat betalen? – wimpelt Khalil af. Hij wijst naar boven: de Almachtige staat hem bij.
Na ruim zes weken van luchtaanvallen, angst en paniek zijn de inwoners van de Libanese hoofdstad vrijdag wakker geworden met een staakt-het-vuren. Tijdelijk, weliswaar, voor maar tien dagen, maar toch. In Dahieh, de zuidelijke buitenwijk waar Hezbollah met veel vlagvertoon de dienst uitmaakt, durven inwoners zich weer in hun straten te vertonen. Bij velen staan de ogen groot, vol verbazing, alsof ze een nieuw land betreden. Links een pand dat door een Israëlisch bombardement is verzakt, rechts een spookachtig verlaten supermarkt.
Het vorige bestand, van november 2024, leidde nog tot een volksfeest, maar daarvan is nu geen sprake. Iedereen voelt dat de kalmte tijdelijk is. Wat gebeurt er over tien dagen? De Israëlische premier Benjamin Netanyahu gaf zijn soldaten donderdagavond de opdracht op hun post te blijven in de bezette delen van Zuid-Libanon, zodat het offensief eind april kan worden voortgezet. Israëls militaire doelen, de ontwapening van Hezbollah voorop, zijn onvoltooid.
Hezbollah, doorgaans de eerste om een overwinning te claimen, riep zijn sjiitische achterban op tot terughoudendheid. Keer niet meteen terug naar jullie dorpen in het zuiden, klonk het richting de 1,1 miljoen ontheemden, je weet maar nooit. In het Amerikaanse zespuntenplan dat de basis vormt voor het bestand houdt Israël het recht zich te ‘verdedigen’ tegen ‘dreigende aanvallen’, waarmee de achterdeur naar een hervatting van beschietingen al open staat. Lang niet iedereen hield zich overigens aan Hezbollahs vermaning – op de hoofdweg naar het zuiden stonden vrijdag lange files.
Onzekerheid overheerst, en dus ogen Hezbollahs mediamensen vrijdag nerveus. Verslaggevers mogen alleen op daartoe bestemde plekken interviews afnemen. Een voorbijrijdende taxichauffeur slaat de spierballentaal uit die Hezbollah-aanhangers kenmerkt. ‘Libanon zal nooit Israëlisch worden’, roept hij, terwijl hij – bam! – met vlakke hand op het portier slaat.
‘Het voelt als een overwinning’, zegt de 30-jarige Mariam Yatim met vochtige ogen. De scooter waar zij en haar man op rijden, is volgeladen met vegers, zeep en allesreiniger om straks hun huis mee op te knappen. ‘Het is mooi dat Iran dit voor elkaar heeft gekregen’, analyseert echtgenoot Mohammed (39). ‘Door de Straat van Hormuz te blokkeren, hebben ze Libanon kunnen helpen.’
Dat laatste is geen overdrijving, en tekent de status van het kleine Libanon (6 miljoen inwoners). In de geschiedenis is het land vaker een speelbal geweest van centrifugale krachten in het Midden-Oosten. Ditmaal bezorgde Hormuz het Iraanse regime in de onderhandelingen met de VS zoveel overwicht dat Teheran – in een poging het kleine broertje Hezbollah te helpen – het Witte Huis onder druk kon zetten. Een telefoontje van president Donald Trump met Netanyahu deed de rest. Na het Iran-bestand (waar hij niet in gekend was) moet Netanyahu nu voor de tweede keer inbinden. Het bracht het Israëlische dagblad Ha’aretz tot de smalende slotsom dat Trump Israëls buitenlandbeleid heeft ‘gekaapt’.
Voor Libanezen die sceptisch zijn over Hezbollah is het een gemengd genoegen. Ze moeten toezien hoe hun land steeds meer het decor wordt van een potje regionaal touwtrekken, met Iran aan de ene kant en Israël en de VS aan de andere. De eigen regering oogt onmachtig. Toen Beiroet eind maart de Iraanse ambassadeur verzocht het land te verlaten (vanwege de ‘inmenging’ van Teheran in binnenlandse aangelegenheden), bleef deze Mohammad Reza Shibani doodleuk zitten waar hij zat.
Om het initiatief terug te pakken, koos de Libanese regering de vlucht naar voren. Voor het eerst sinds 1983 sprak een delegatie dinsdag direct met Israëlische collega-diplomaten. Daarmee werd een taboe gebroken, er is een Libanese wet die dergelijk contact verbiedt. ‘Delicaat en cruciaal’, noemde de Libanese president Joseph Aoun de gesprekken. Naar buiten toe kan hij nu claimen dat het díé onderhandelingen zijn geweest (en niet de Iraans-Amerikaanse) die de weg hebben geplaveid naar het bestand.
‘Beide partijen willen VREDE’, jubelde Trump op zijn eigen kanaal Truth Social, zonder erbij te zeggen hoe zo’n vrede eruit zou zien. Veel Libanezen zijn mordicus tegen een deal op Israëlische voorwaarden, waarbij de betrekkingen worden genormaliseerd. Daarvoor is de woede over Israëls moorddadige optreden in eerst Gaza en vervolgens Zuid-Libanon te groot.
‘Normalisering? Laat ze verder dromen!’, schampert de 55-jarige Majita, die niet met haar achternaam in de krant wil. Dat haar regering ‘de vijand de hand heeft geschud’, vindt ze een schande. Zoals veel wijkbewoners slaapt ze sinds het begin van de oorlog bij haar schoonfamilie. Vandaag komt ze wat kleding halen voor haar tienerdochter. Kunnen ze er niet slapen? Een lichte aarzeling, dan een verlegen nee. De stroom- en watervoorzieningen zijn kapot. Dat kan ze haar dochter niet aandoen.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant