Het zou voor de hand liggen het kwaad in de schoenen te schuiven van al die machtsgeile mannelijke wereldleiders die ons op dit moment richting de totalitaire afgrond duwen, maar niets (on)menselijks is vrouwen vreemd. Veel, zo niet de meeste populistische rechtse partijen in Europa worden op dit moment door vrouwen geleid: Marine Le Pen (Le Front National), Alice Weidel (AfD), Giorgia Meloni (Fratelli d’Italia), Inger Støjberg (Danmarksdemokraterne), Rikka Purra (Finnenpartij). En in Nederland: Lidewij de Vos (FVD).
Ik worstel al een tijdje met dit eclatante succes van de vrouw op uiterst rechts, en dat laat zich het gemakkelijkst uitleggen aan de hand van wat ik het ‘Alice Weidel-raadsel’ noem. Het wil er bij mij maar niet in dat je, als leider van de anti-migratiepartij die traditionele familiewaarden voorstaat en anti-lhbtq+ is, na een dagje haatzaaien thuiskomt en je echtgenote van Sri-Lankaanse komaf en twee geadopteerde kinderen een kusje geeft.
Natuurlijk, ik weet dat je sociale identiteit niet doorslaggevend is voor je ideologische voorkeur. Maar dit is het andere uiterste. Past hun lesbische relatie daar in zolang die maar ultra-burgerlijk is? Ziet zij haar vrouw niet zozeer als een ‘vrouw van kleur’ maar bijvoorbeeld als een succesvolle expat? Of ontneemt dit raadsel mij het zicht op de eigenlijke vraag, namelijk: wat motiveert de vrouw op uiterst rechts?
Via het Amsterdamse debatcentrum Spui25 woonde ik online de Voltaire Lezing 2026 bij: The New Women of the Right: How the Far Right Has Waged the Gender War in France. Politicoloog Magali Della Sudda hield een lezing naar aanleiding van haar boek Les Nouvelles femmes de droite (2022). Zij deed uitvoerig onderzoek naar uiterst rechtse groeperingen in Frankrijk, geleid door vrouwen of geheel uit vrouwen bestaand.
Die groeperingen zijn niet nieuw. Maar uitgerekend de millennials, opgegroeid met het gelijkheidsideaal, bliezen die nieuw leven in. Sommigen gaan nu christelijk-conservatieve hymnes zingend door het leven en willen vrouwelijkheid terug in de keuken. Weg met die gelijkheid! Ze zijn nationalistisch, reactionair en identitair. Neem het anti-fem Antigone collectief, dat op de Elle-cover figureerde, en nog het meest iets wegheeft van een yogaklasje: ze hebben lang haar, dragen witte kanten jurkjes.
Ze zijn maar één voorbeeld van uiterst rechtste vrouwen in het nieuw media- en politiek landschap in Frankrijk dat steeds rechtser en steeds minder transparant werd.
Gender en ras zijn cruciaal om deze opmars te begrijpen, leer ik van het boeiende co-referaat van Sarah Bracke, hoogleraar Sociology of Gender and Sexuality aan de Universiteit van Amsterdam. Bracke stelt de vraag: op welke maatschappelijke crises bieden uiterst rechtse partijen voor vrouwen een antwoord? De eerste crisis is, stelt ze, geweld tegen vrouwen. Er is veel te doen rondom femicide en seksueel geweld, maar er lijkt bar weinig te veranderen. Het anti-migratieverhaal wordt door uiterst rechts met succes hieraan gekoppeld. Zij racialiseren dat seksuele geweld. Wie erop let ziet dit overal. ‘Meisjes met of zonder pepperspray zijn ons liever dan een azc‘, stond er op een bord van Forum voor Democratie bij de recente verkiezingen. Vrouwen zijn pas veilig als migranten het land uit zijn.
De tweede crisis is de zorg. Alle feministische revoluties ten spijt, vrouwen krijgen te weinig waardering en te weinig betaald voor hun zorgtaken, zowel professioneel als thuis. Rechts is ook hier bovenop gesprongen, onder meer met de herwaardering van traditionele gendernormen. Hier past de ‘tradwife’ in, of de eerdere Hongaarse ‘baarbonus voor witte kinderen’, als geïdealiseerd antwoord op een reëel probleem van zorgonderwaardering. Bracke laat zien dat gender gekoppeld moet worden aan natie en ras: witte nationalistische vrouwen worden beter van dit verhaal. Della Sudda bracht het Franse netwerk en de lange onderstroom daarvan in beeld en eerder deed Eviane Leidig dat voor de situatie in Amerika in haar boek The Women of the Far Right.
Het is hoog tijd dat journalisten en wetenschappers ook voor een Nederlands publiek inzichtelijk maken hoe het netwerk van uiterst rechtse vrouwen er hier uitziet. Te denken valt aan de opmars van filosoof en columnist Andrea Speyerbach, voorzitter van de Stichting Democratische Vernieuwing, die een rechtszaak voor de bescherming van de Nederlandse cultuur initieerde, en lange podcastgesprekken voert met onder andere jurist en blogger Sietske Bergsma (‘Is the Old Right Controlled Oppositon?’) of modeontwerpster Marlies Dekkers – beiden bij De Nieuwe Wereld.
Het Weidel-raadsel heeft een ongemakkelijk antwoord. Het zijn reële problemen, zoals seksueel geweld, zorgonderwaardering en onveiligheid die door uiterst rechts worden gekaapt en omgezet in valse oplossingen. Met een witte vrouw aan het roer werkt dit uitbaten van een verhaal over seksueel geweld en herwaardering van (traditionele) zorgtaken thuis en op de werkvloer velen malen beter. Leidt een witte vrouw een uiterst rechtse partij, dan kleuren de bruine randjes bloesemroze.