Literatuur In zijn prijswinnende debuutroman ‘Grondwerk’ voert schrijver Tijl Nuyts de naakte molrat als verteller op. „Als je je in zo’n wezen probeert in te leven, beleef je de stad heel anders.”
Tijl Nuyts, winnaar van de Boon Literatuurprijs voor fictie en non-fictie 2026.
De wereld staat in brand, maar we gaan het eens even over de naakte molrat hebben.
Als Tijl Nuyts de afgelopen jaren op café was en er werd aan hem gevraagd waar het boek over ging waaraan hij werkte en hij naar waarheid antwoordde: „Een naakte molrat”, ja, dan werd er weleens een wenkbrauw opgetrokken, teruggedeinsd, verbaasd gegrijnsd.
Daar had hij op kunnen antwoorden dat zijn roman net zo goed over mensen gaat, over onze maatschappij, politiek, activisme, en over klimaatverandering, alternatieve samenlevingsvormen, het patriarchaat.
„Nee, nee, nee, van dat maatschappelijke stuk legde ik niets uit. Ik vond het grappiger om de verwarring te laten bestaan. Ik was die guy van de naakte molrat. Dat is toch fantastisch, als het gesprek daarover gaat? Soms gingen ze de molrat googelen, dan werd het nog leuker. Even dat momentje van vervreemding.”
Waarschijnlijk voelden die mensen, zoals de meeste mensen, eerst weerzin, afschuw, afgrijzen. Want wat ze zagen, is een gerimpelde, haarloze roze worst, een knaagdier met een stompe kop, kleine oogjes, grote gele snijtanden en korte, bevingerde pootjes. Dat is de naakte molrat. Nochtans een „superieur wezen”, zegt Tijl Nuyts (1993) zo vaak als hij maar kan.
En zijn standpunt kreeg weerklank bij de jury van de Boon Literatuurprijs, die zijn debuutroman Grondwerk vorige maand bekroonde. Het verhaal, verteld door een naakte molrat, opende volgens de jury „een verrassend perspectief op een alternatieve manier van samenleven”. De Boon is de grootste literatuurprijs van Vlaanderen, waarvoor één winnaar wordt gekozen uit alle Nederlandstalige fictie en non-fictie, met een prijzengeld van 50.000 euro, even hoog als de Libris Literatuur Prijs.
Superieur? Dit zijn feiten: naakte molratten zijn genetisch vrijwel immuun voor dementie en kanker. Ze worden, voor de knaagdieren die ze zijn, uitzonderlijk oud: twintig tot dertig jaar. Bovenal: ze zorgen goed voor elkaar en hun omgeving.
„Ik voelde ook afschuw, toen ik voor het eerst een naakte molrat zag. Dat was trouwens ook op café, een vriend toonde me een foto toen het gesprek erop kwam, hoe weet ik niet meer, misschien werd iemand uitgescholden voor naakte molrat? Dat gerimpelde lijfje met die lange tanden, je denkt eigenlijk dat zo’n dier niet kan bestaan, zo lelijk. Maar die rimpels blijken heel handig: als ze zich schaven, herstelt die wond gemakkelijker. Toen ik over de soort ging lezen, sloeg mijn afschuw om in fascinatie. Eigenlijk zijn ze gewoon volmaakt.”
De fascinatie begon toen hij las hoe naakte molratten samenleven. „Als enige zoogdier leven ze in eusociale gemeenschappen, die je ook vindt bij mieren, termieten en bijen. Aan het hoofd staat een koningin en alle individuen hebben een rol in het geheel. Het collectief staat voorop en de zorg staat centraal. Ze zorgen voor elkaar, maar ook voor hun omgeving. Als ze knollen eten, bijten ze er een klein stukje af en plamuren dan het gat dicht met klei, als een pleister, zodat de knol niet gaat rotten en ze er later nog eens van kunnen eten.”
„Ik hoefde vrijwel niets te verzinnen.”
„Nee, dat begon met een zinkgat hier om de hoek, in het wegdek van mijn straat.” We zitten, een paar dagen na de prijsuitreiking van de Boon, in een koffietentje in de Brusselse gemeente Schaarbeek. „Onder de stad ligt een netwerk van rioolpijpen uit de negentiende eeuw, die niet allemaal meer even stevig zijn. Maar toen ik dat zinkgat zag, was ik me net aan het verdiepen in de tunnelstelsels die naakte molratten graven. Als je die met elkaar verbindt… Daarvóór was die naakte molrat gewoon een van die onderwerpen waar we ons allemaal af en toe in verliezen.”
„Het is voor mij niet heel ongebruikelijk. Mijn dichtbundel Vervoersbewijzen begon ook met een fascinatie voor openbaar vervoer en spiritualiteit. Maar misschien verloor ik me hier ook wel in als in een samenzweringstheorie, ik was nu wel echt down the rabbit hole gegaan, down the molerat hole dus. Ik begon me voor te stellen wat een naakte molrat van mij zou denken. Ik begon een stem te horen, alsof de naakte molrat tegen mij sprak.”
„Nou, ik stelde me voor wat haar omstandigheden zouden zijn. Het was een geïsoleerd personage, in Brussel beland, vanuit de Hoorn van Afrika, waar ze in het wild voorkomen. Vol frustraties en verlangens, omdat ze wel een echt collectief gekend had, maar zich daar nu van afgesneden voelde. En ze zou niet fier rechtop door de stad lopen, maar veroordeeld zijn tot een positie laag bij de grond. Als je je in zo’n wezen probeert in te leven, beleef je de stad heel anders. Wij mensen zijn vooral visueel ingesteld. Voor een hond is dat al heel anders, die ruikt veel meer, hij vangt via geursporen op dat hier net nog een andere hond liep of eten heeft gelegen, en nu niet meer – hij is een tijdreiziger. En een molrat gaat veel meer af op trillingen. Het werd een ontdekkingstocht, om mijn eigen stad op een heel andere manier te beleven en te merken dat wij mensen ook maar in een heel beperkte wereld leven.”
„Me inlevend in de molrat botste ik steeds tegen obstakels aan. Daardoor werd ik me ook sterk bewust van het feit dat ik me nooit echt in de molrat kon verplaatsen. Ik kan me iets voorstellen, maar ik zal nooit zeker zijn dat het klopt. Maar ik heb plezier in dat tegen-muren-aanlopen. Jules Deelder zei eens iets als: binnen de beperkingen zijn de mogelijkheden onbeperkt. Mooie oneliner, en dat ervaar ik ook zo. In een beperking ben je gedwongen om nieuwe paden te verkennen, en je kunt er alsnog alles in kwijt.”
Tijl Nuyts: Grondwerk. Atlas Contact, 288 blz. 23,99 euro.
„De molrat gaf mij nieuwe ogen om naar thema’s te kijken waar ik me als mens mee bezighoud – zoals de verwoesting die de mensheid aanricht op de planeet. We hebben de wereld in brand gestoken, er is een grote klimaatverandering gaande, we stevenen echt op een muur af. Maar ik besef ook: het is niet de hele menselijke soort die daarvoor verantwoordelijk is, het zijn individuen en bepaalde groepen die beslist hebben hoe wij ons organiseren, terwijl dat helemaal niet vast hoeft te liggen. Ik denk soms dat we dénken dat we vastzitten, dat er geen alternatief is. De molrat deed me inzien dat de wereld kneedbaar is. Er zijn scenario’s denkbaar waarin het ook anders kan.”
„Ja, die doen het opmerkelijk goed, daar onder de grond in de Hoorn van Afrika! Het matriarchaat van de naakte molratten is misschien het overwegen waard, nadat wij het patriarchaat al hebben uitgeprobeerd. Nee, ik moet ook eerlijk zijn: hoe het er in zo’n kolonie aan toegaat moeten we niet copy-pasten. Er zit ook iets xenofoobs en autoritairs in hun samenleving dat ik niet zomaar zou overnemen, en opgaan in het collectief is natuurlijk ook gevaarlijk.”
„Het gaat me erom dat we leentjebuur kúnnen spelen. Het schrijven van deze roman werd voor mij een manier om die maatschappelijke vertwijfeling open te breken, met iets speels. Om te bekijken: wat gebeurt er als we die schijnbaar onoplosbare vragen eens op een speelse manier stellen? Ik wil niet met het vingertje wijzen, en ik weet het ook allemaal niet, en de molratten misschien wel, of misschien ook niet. Maar in dat spelen, en in het schrijven, zit voor mij wel iets hoopvols.”
Tijl Nuyts groeide op in Kortrijk, West-Vlaanderen. „Of ik altijd al schrijver wilde worden? Nee, maar als kind was ik wel altijd bezig dingen te maken. Ik tekende zelf een stripverhaal, ik plagieerde De Hobbit, ik maakte stopmotionfilmpjes die nog steeds op YouTube te vinden zijn, vrees ik – zoek maar niet op. Je ziet er hoogstens het plezier in terug om dingen te maken, telkens weer iets nieuws.”
Hij ging taal- en letterkunde studeren, richtte dat zo in dat hij Spaans en Italiaans kon leren, hele andere talen dan die hij al beheerste. Hij ontwikkelde een liefde voor Latijns-Amerikaanse literatuur, voor bijvoorbeeld het werk van de Chileen Alejandro Zambra, „waarin de maatschappelijke ondertoon me beviel, het is speels en fictioneel, maar ook literatuur die de wereld en de tijd weerspiegelt waarin ze ontstaan is”. In die tijd ging hij in Brussel wonen, een stad die voor hem „een onuitputtelijke inspiratiebron” werd, „omdat hier zoveel werelden samenkomen: je hebt hier statige negentiende-eeuwse lanen, maar je slaat de hoek om en je bent in een andere wereld.”
Nu combineert hij het schrijverschap met een baan als docent: drie avonden per week geeft hij Nederlandse les aan anderstaligen. „En dat blijf ik doen, zodat ik niet steeds hetzelfde type mens tegenkom; hoe multicultureel Brussel ook is, je kunt hier ook op een eiland zitten. Ik wil ook niet de hele tijd in mijn hoofd zitten, als schrijver. Ik denk dat die combinatie past bij de verschillende kanten van mijn persoonlijkheid, en dat het mijn schrijven ten goede komt. Ik ben natuurlijk wel die witte, mannelijke, millennial, middenklasse Europeaan, maar ik treed als schrijver graag uit dat perspectief, ook al kan dat natuurlijk nooit helemaal. Ik wil graag andere stemmen in mijn verhaal incorporeren, zonder dat ik de pretentie heb ze echt te belichamen.”
In een Brussels stadsparkje komt de naakte molrat in Grondwerk in contact met een klimaatactiviste. Beiden hebben de ambitie om de mensheid een lesje te leren: de molrat is door haar kolonie met een missie naar Brussel gestuurd en graaft tunnels in afwachting van haar briefing. De activiste probeert met protestacties de gevestigde orde te ondermijnen. Een alliantie wordt gesmeed: de naakte molrat vertelt het verhaal van haar soort, de activiste onderwijst de molrat over hoe verandering in gang gezet kan worden.
„Niet bewust, maar als je nadenkt over degenen die andere samenlevingsmodellen voorstellen, kom je wel gauw bij activisten terecht. Ik ben voor mijn boek in gesprek gegaan met klimaatactivisten van Extinction Rebellion en Code Rood en merkte dat zij ook zoekende zijn. Ze worden meer en meer verketterd, als terroristen gebrandmerkt. De naakte molratten in mijn roman, die iets willen doen tegen de verwoestende mensheid, vragen zich af hoe ze dat het beste kunnen doen. Is burgerlijke ongehoorzaamheid voldoende, of is een vorm van afbraak geoorloofd?”
„Daar heb ik ook geen antwoord op. Activisten denken daar niet allemaal hetzelfde over, het is geen homogene groep. Ik krijg dat ook mee van vrienden die minder laf zijn dan ik, die energiecentrales bezetten en zich laten vastketenen, terwijl ik op mijn laptop zit te tokkelen.”
„Nou, vooropgesteld: literatuur moet helemaal niets. Maar als lezer, en ook als schrijver, zoek ik wel naar teksten en verhalen die iets kunnen openbreken, ja. Misschien gebeurt dat sowieso wel als je leest? Wanneer je verplicht wordt 280 pagina’s lang in het hoofd, in het lichaam van de naakte molrat te zitten, dan gebeurt er wel wat met je.”
„Dank je! Dat was geen bewuste strategie. Aanvankelijk dacht ik dat het een veel saaier boek ging worden, verstilder met veel observaties, maar het werd plotgerichter dan ik had voorzien. Toch een vleugje Disney.”
„Nu ja, ik wilde proberen om de mens minder centraal te stellen in mijn verhaal. Disney heeft de gewoonte om dierenpersonages sterk te vermenselijken, de mens is hun basis. Begrijpelijk ook, want wij blijven toch mensen. Onze verhalen zijn mensenverhalen.”
„Maar als symbool en metafoor zijn dieren wel interessant voor ons, terwijl ze daar niet om hebben gevraagd. Dat probleem blijft onopgelost. Ik was al een tijdje aan het schrijven toen ik in een Waalse dierentuin voor het eerst oog in oog stond met naakte molratten – of… ik zag hen, zij zagen mij natuurlijk niet. Ik besefte: ik ken jou totaal niet, dus waar haal ik de arrogantie vandaan om namens jou te spreken?”
„Ja, die levert de grote ideeën aan in de kolonie. Onder de naakte molratten bestaan ‘reizigers’, die andere kolonies opzoeken. Vaak worden ze daar afgemaakt, heel soms worden ze opgenomen in die nieuwe kolonie. Om de genenpoel te verrijken, zoals dat dan heet. Maar ik zou mezelf niet vereenzelvigen met iemand die zo visionair is. Ik voel meer verwantschap met het hoofdpersonage, die het ook allemaal niet weet en zich een weg probeert te graven uit de verslagenheid.”
Tijl Nuyts (1993) werd geboren in Istanbul als kind van Belgische ouders. Op jonge leeftijd verhuisde hij terug naar België. Hij groeide op in Kortijk, West-Vlaanderen en studeerde taal- en letterkunde in Leuven.
Hij debuteerde als dichter met Anagrammen van een blote keizer (2017), dat genomineerd werd voor de C. Buddingh’-prijs. Zijn tweede bundel Vervoersbewijzen (2021) werd bekroond met de Herman de Coninckprijs en haalde de shortlist van de Grote Poëzie Prijs. Afgelopen zomer verscheen Nuyts’ eerste roman Grondwerk, die op de shortlist van de Boekenbon Literatuurprijs belandde. Het boek won de Vlaamse literatuurprijs de Boon: de jury noemde Grondwerk een „overvolle en originele ideeënroman” die „tegelijk geëngageerde klimaatfictie en maatschappijkritiek” is, maar ook „literair-technisch een hoogstandje”.
De laatste ontwikkelingen rond klimaat, natuur en duurzaamheid