Voor een duurzaam én strategisch weerbaar Nederland en Europa is een circulaire economie, met zoveel mogelijk hergebruik van (kritieke) materialen, cruciaal. De overheid lijkt onmachtig om dit vorm te geven. Wanneer komt er schot in de zaak?
1.600 vaten chemisch afval moesten begin jaren tachtig onder Lekkerkerk vandaan worden gehaald. Een volstrekt falend afvalbeleid leidde tot illegale gifstort, waar later een nieuwbouwwijk overheen werd gebouwd. De affaire geldt nog altijd als ’s lands grootste gifschandaal ooit. De ophef hierom was massaal.
Het vervolg was echter hoopgevend. De overheid pakte het afvalbeleid daadkrachtig op, met heldere doelen en duidelijke maatregelen. Er kwam goede afvalverwerking en handhaving. En, even belangrijk: beleid op preventie en hergebruik.
Over de auteurs
Arnold Tukker is hoogleraar Industriële Ecologie aan het Centrum voor Milieuwetenschappen (CML) aan Universiteit Leiden; Aleksandar Andreski is Associate Lector Applied Nanotechnology op de Saxion University of Applied Sciences; Ruud Balkenende is hoogleraar Circular Product Design aan TU Delft; Koen Dittrich is universitair docent aan Erasmus Universiteit Rotterdam; Willem van Driel is hoogleraar Reliability of Micro and Nanoelectronics aan TU Delft; Yulia Fischer is programmamanager bij Materials Innovation Institute (M2I), Jan-Henk Welink is project manager aan TU Delft; Ernst Worrell is hoogleraar Energy & Resources aan Universiteit Utrecht.
De auteurs leiden een aantal grote wetenschappelijke projecten op het gebied van
circulaire economie
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Stortverboden en -belastingen maakten recycling al economisch aantrekkelijk. En waar hergebruik nog niet uit kon, kreeg je producentenverantwoordelijkheid. Bij aankoop van je auto of koelkast betaalde je wat extra. Dat geld ging naar speciale organisaties die bedrijven contracteerden die inzameling en hoogwaardige verwerking van afgedankte producten regelden.
Het resultaat was verbluffend. In ruim vijf jaar transformeerde Nederland van een stort- en verbrandingsland in een recyclingland.
Het staat in schril contrast met een soortgelijke uitdaging nu: de transitie naar een circulaire, weerbare economie. Al in 2016 publiceerde de overheid een rijksbreed programma dat Nederland in 2050 volledig circulair moest maken. Maar wat is er sindsdien echt bereikt?
Bitter weinig, concludeerde onder meer het Planbureau voor de Leefomgeving. Echte sturing blijft uit. Het ministerie produceert goedbedoelde beleidsnota’s en monitoringsrapporten, zoals een publicitair leuk ogende Week van de Circulaire Economie. Bedrijven lijken actief, want ze doen mee aan proefprojecten. Consultants en onderzoekers verdienen daar dan weer een prima boterham aan. Zo lijkt iedereen lijkt lekker bezig, maar tastbare vooruitgang is er niet.
Producten gaan eerder korter dan langer mee. Reparatie is vaak lastig of duur. Hoogwaardig hergebruik van componenten en materialen blijft achter. Kapotte spullen worden meestal vervangen in plaats van hersteld. Nederland is feitelijk nog steeds een wegwerpmaatschappij. Laagwaardige recycling blijft vaak de norm.
De circulariteitsagenda is daarmee in goed gezelschap: stikstof, de energietransitie en een volgelopen elektriciteitsnet. Echt logisch, preventief en op inhoud gebaseerd beleid maken blijkt voor de politiek vaak te lastig. Beeldvorming lijkt belangrijker dan resultaat. Het lijkt geen toeval dat het aantal persvoorlichters bij de overheid inmiddels het aantal inhoudelijke medewerkers bij de drie wetenschappelijke planbureaus overstijgt.
Wij zeggen: als je echt naar een circulaire samenleving wilt, stop met dat toneelspel. Doe iets wat echt werkt. We snappen: dat is minder makkelijk dan in de jaren negentig.
Circulariteit vergt het transformeren van productieketens. Dat is moeilijk als je veel producten vooral importeert. Maar je kunt zoveel wél doen. Stel, liefst op EU-niveau, eisen aan repareerbaarheid, gegarandeerde levensduur en minimale upgradebaarheid. Zodat je je mobieltje niet hoeft weg te gooien omdat de batterij vervangen onbetaalbaar is, of de software bij gebrek aan updates niet meer werkt.
Koop als overheid dus circulair in. Scherp producentenverantwoordelijkheid aan: stel hogere eisen aan hergebruik. Win in elk geval kritieke materialen terug, waarvoor Europa nu vrijwel geheel afhankelijk is van de geo-economische concurrent China.
De herschikking van ministeries door het nieuwe kabinet biedt hierbij een enorme kans. Het dossier circulaire economie verschuift naar het ministerie van Economische Zaken – nu al verantwoordelijk voor industrie- en kritiekematerialenbeleid. Die drie dossiers horen als geen ander bij elkaar.
Bepaal welke sleuteltechnologieën je echt in Europa of Nederland wilt hebben. Want als we al onze magneten of batterijen uit China blijven importeren, moeten we het later daaruit moeizaam circulair teruggewonnen kobalt of neodymium toch weer voor hergebruik terugsturen naar de geo-economische concurrent. En blijven wij technologisch afhankelijk. Kijk dan welke grondstoffen voor ons echt kritisch zijn. En zet daarvoor maximaal in op circulair beleid.
Het recept is zo simpel. Maar we moeten echt aan de slag. Het is een illusie dat de markt dit oplost. Dus overheid, zet net als in de jaren negentig in op gedurfd en krachtig beleid.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant