Home

Opinie: Armoede kent geen juiste definitie, dus kijk wat een kind mist

Stel niet de vraag wie er formeel onder de armoedegrens valt, maar wie er in de praktijk tekortkomt. En kijk naar de concrete omstandigheden waarin kinderen opgroeien. Daar begint het echte zicht op armoede.

Hoeveel kinderen en jongeren leven er in Nederland in armoede? In de politiek en onder beleidsmakers woedt al jaren een debat over de correcte afbakening: wie tellen we mee en wie niet? Terwijl het gesteggel over deze denkbeeldige grens voortduurt, dendert de realiteit voor jongeren net binnen én net buiten de definitie door. Zij missen steeds vaker de essentiële basisvoorzieningen die voor anderen vanzelfsprekend zijn.

Het is tijd om eens niet naar macro-economische trends, maar naar directe indicatoren van armoede te kijken. Het aandeel van onze totale hulp dat naar basisvoorzieningen gaat is in vijf jaar tijd met meer dan 50 procent toegenomen. Want uiteindelijk gaat het erom of kinderen zich in Nederland kunnen ontwikkelen tot gezonde, kansrijke en veerkrachtige volwassenen. Of dat lukt, hangt niet af van definities, maar van voorzieningen.

Over de auteur

Bernique Tool is directeur van Nationaal Fonds Kinderhulp.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Armoedebegrip

Steeds vaker signaleren onze partners dat er bij ouders geen geld is voor kleding, een bed, een bril of schoolkosten. Steeds vaker moeten ouders in Nederland beslissen wat wel en wat niet kan, tussen uitgaven die niet onderhandelbaar zouden mogen zijn. In dit licht voelt de discussie over het armoedebegrip wrang. Want wie uitsluitend kijkt naar inkomensgrenzen, ziet deze werkelijkheid niet.

Er groeit een groep kinderen op vlak boven de officiële armoedegrens – een groep die ook in recente analyses van onder andere het Nibud steeds zichtbaarder wordt – die toch structureel tekortkomt. Zij passen niet binnen de statistiek, maar wel binnen de realiteit van armoede.

Armoede laat zich op papier prima reduceren tot een cijfer. Maar in het leven van een kind werkt dat niet zo. Zij zit zonder passende kleding in een klaslokaal en komt thuis in een huis waar de verwarming uitblijft. Hij voelt de spanning bij zijn ouders die moeten kiezen tussen vlees bij het avondeten of douchen met shampoo. Misschien is het daarom tijd om een andere vraag te stellen. Niet hoeveel kinderen er volgens de definitie in armoede leven, maar wat ze in de praktijk moeten missen.

Geen definities

Deze vraag is minder aan interpretatie onderhevig. Eén kind zonder bed. Eén kind zonder bril. Eén kind dat niet mee kan op schoolreis. Dat zijn geen definities, het zijn feiten, of duidelijker nog: het zijn kinderlevens in de kwetsbare fase van opgroeien. Een periode waarin ogenschijnlijk kleine dingen intens en lang door kunnen werken.

Wanneer de vraag naar basisvoorzieningen in enkele jaren tijd sterk toeneemt (inmiddels steunen wij jaarlijks meer dan 127 duizend keer een kind met essentiële voorzieningen), laat dat zich niet wegrelativeren. Het wijst op een groeiende druk op huishoudens en op kinderen die de gevolgen daarvan nu direct, en in de toekomst blijven ervaren.

Het is begrijpelijk dat het debat vaak blijft steken in abstractie, percentages, modellen en grenzen. Beleid is complex en vraagt om context en afbakening. Het wordt echter problematisch wanneer de zoektocht naar de waarheid het zicht op de werkelijkheid wegneemt. Want wat niet binnen de definitie valt, raakt gemakkelijk uit beeld. En wat uit beeld raakt, wordt niet aangepakt.

Tekort komen

Daarom stellen wij vandaag, op de Dag van de Kinderarmoede, een andere benadering voor: stel niet de vraag wie er formeel onder de armoedegrens valt, maar wie er in de praktijk tekortkomt. Praat niet over de uitkomst van een berekening, maar kijk naar de concrete omstandigheden waarin kinderen opgroeien. Daar begint het echte zicht op armoede en van daaruit kunnen de echte oplossingen het beste worden ontwikkeld.

Dit vraagt ook om een andere manier van werken: vanuit vertrouwen, met ruimte voor professionals en lokale organisaties om te doen wat nodig is. Niet vastgezet in rigide normgrenzen, maar gericht op wat kinderen daadwerkelijk nodig hebben om zich te ontwikkelen. Zo dragen we samen de verantwoordelijkheid dat geen enkel kind in Nederland wordt beperkt door de omstandigheden waarin het opgroeit.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next