Home

De twee zusjes kwamen met veertig kilo aan munten. ‘Duizenden guldens. Vrijwel niets meer waard’

De winkeldeur van munten- en edelmetaalhandelaar Arnold Drouven (67) in de Zwolse binnenstad klemt. Maar dat ontmoedigt niemand: regelmatig leggen klanten een dichtgevouwen zakdoek of suède zakje voorzichtig op de toonbank, tussen de vitrines vol munten en zilver.

Drouven buigt dan zijn hoofd met grijze krullen over de meegebrachte munt en bekijkt het kleinood aan alle kanten met een vergrootglas. Oorsprong? Conditie? Materiaal? Hoe oud?

De liefde voor de munt begon bij Drouven op z’n achtste, met een halve gulden uit 1929 die hij van zijn oma kreeg. Hij raakte verslingerd en wilde alles weten van elke munt die hij wist te vergaren. Meteen na de middelbare school begon hij de muntenwinkel Civitat en werd numismaat, een muntendeskundige (nummus is Latijn voor munt).

Mannen – muntenverzamelaars zijn vrijwel altijd mannen – komen van ver buiten Zwolle voor Drouvens kennis en assortiment. Hij heeft munten van vijftig jaar voor de jaartelling, tot aan euro’s van nu uit alle landen. Klanten brengen geldstukken die ze hebben gevonden met een metaaldetector. Of ze hebben op een verzamelaarsbeurs een bijzondere munt op de kop getikt en willen daar meer over weten. Of ze zoeken een specifieke munt om een serie te voltooien.

Als klanten oude numismatisch interessante gave munten brengen, maakt Drouvens hart een sprongetje. Als ze die aan hem verkopen, beuren ze er soms tot honderden euro’s voor.

Er is ook een groep klanten die met een grote tas binnenkomt. Zij verwachtten dat rijksdaalders, guldens, kwartjes, dubbeltjes, stuivers en centen na de overstap op de euro in 2002 veel waard zouden worden. Ze hebben gespaard, ze willen de buit verzilveren.

Arnold Drouven.

Voor hen heeft Drouven een lastige boodschap: mensen hebben thuis nog voor miljóénen aan pre-euromuntgeld liggen. Dat betekent: niet zeldzaam en dus weinig waard.

Inwisselen bij de Nederlandse bank voor euro’s, dat kan niet meer. Bij Drouven inleveren kan wel. Wacht even, zegt hij. Dan zet hij een stevige zak met een paar kilo centen op de toonbank. „Dit is van twee weken.” Hij heeft ook zakken stuivers, dubbeltjes, kwartjes. Hij betaalt de kiloprijs van het metaal. En dan praat je over… Drouven pakt de rekenmachine. „Een tientje voor een kilo brons, zes à zeven euro voor een kilo koper en vierenhalf tot vijf euro voor een kilo nikkel.”

Dat is schrikken voor veel mensen. Soms nemen ze het dan weer mee. Bijna altijd zie ik ze weer terug, zegt hij. Hij snapt hun frustratie wel. Zoals de twee zusjes na het overlijden van hun vader veertig kilo aan munten vonden, vooral muntstukken van vijf gulden. „Duizenden guldens. Vrijwel niets meer waard.”

Zelf gaat het hem niet om de economische maar om de historische waarde, zegt hij. Hij laat zilveren munten zien uit de tijd van de Republiek, voor 1800, geslagen in de Stad Zwolle. „Kijk, je ziet hier het stadswapen.” En een-, twee- en drie- guldenstukken van zilver met de afbeelding van de Nederlandse Staande Maagd met Statenbijbel. „Generaliteitsmunten”, zegt hij. Geslagen door het centrale bestuur. Deze munten, zegt hij, rouleerden in alle zeven provincies. 

Het valt hem op dat het aantal jonge verzamelaars afneemt. Jammer, vindt hij. Verzamelen geeft rust en focus. En het is leerzaam. Kinderen kijken nu naar sociale media. „Geef ze munten in plaats van een telefoon en alle overprikkeling verdwijnt.”

Sheila Kamerman doet wekelijks ergens vanuit Nederland verslag

In het land

Lees meer

Lees meer

In het land

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next