Roelf Meyer | ambassadeur Zuid-Afrika De aanstelling van een nieuwe Zuid-Afrikaanse ambassadeur in Washington beloofde een politiek beladen keuze te worden. Nu de relatie verzuurd is, lijkt de benoeming van Afrikaner Roelf Meyer een doordachte keuze.
Oud-minister en grondwetsonderhandelaar Roelf Meyer (midden) tijdens de eerste Nationale Conventie aan de Universiteit van Zuid-Afrika (UNISA) in Pretoria,
Roelf Meyer is iemand met wie Cyril Ramaphosa graag eens een hengel uitgooit. Maar hun gedeelde liefde voor vissen is zeker niet de hoofdreden dat de Zuid-Afrikaanse president hem nu als ambassadeur naar Washington stuurt. De 78-jarige bemiddelaar en adviseur is precies wat Pretoria nodig heeft: een diplomatiek figuur met gezag die vastgelopen verhoudingen kan openbreken.
Als Afrikaner, een afstammeling van Europese kolonisten, die meewerkte aan het einde van de apartheid ondergraaft hij het in Washington verspreide beeld van Afrikaners als slachtoffers van de Zuid-Afrikaanse staat. Tegelijk bracht hij de voorbije decennia, als hoofd van het internationale adviesbureau In Transformation Initiative, zijn ervaring in bij moeizame verzoeningsprocessen, zoals in Noord-Ierland, Rwanda en Myanmar.
Meyer, die deze week werd aangesteld, komt terecht in een relatie die het afgelopen jaar is dichtgeslibd, met een publieke confrontatie tussen Ramaphosa en Donald Trump in het Witte Huis afgelopen zomer als dieptepunt.
Als rode draad loopt daar het vanuit Washington geconstrueerde verhaal over een ‘genocide’ tegen witte Afrikaners doorheen. Op de achtergrond speelt Pretoria’s zaak tegen Israël vanwege de genocide in Gaza een rol. Sinds de vorige ambassadeur Ebrahim Rasool vorig jaar door Washington de deur werd gewezen nadat hij Trump beschuldigde van het mobiliseren van ‘witte overheersing’, beloofde de benoeming van diens opvolger een beladen keuze te worden.
De keuze voor Meyer, wiens „toegankelijke karakter” door de Zuid-Afrikaanse krant Daily Maverick als grootste troef wordt genoemd, lijkt dan ook weloverwogen.
Opgegroeid in het toenmalige Port Elizabeth (nu Gqeberha) vond Meyer al vroeg zijn weg naar de politiek, eerst via de Afrikaanse Studentebond en later als parlementslid voor de Nasionale Party. Tegen het einde van de jaren tachtig behoorde hij tot de hervormingsgezinde stroming binnen die partij, die inzag dat het apartheidssysteem niet meer houdbaar was. In die periode kwam hij tegenover vakbondsman Cyril Ramaphosa te staan aan de onderhandelingstafel. Tussen beide mannen ontstond een werkrelatie die mede het verloop van de gesprekken over het einde van de apartheid bepaalde. Meyer, die na de afschaffing van de apartheid in 1994 minister werd en later toetrad tot Ramaphosa’s ANC, trok zich uiteindelijk terug uit de politiek.
De kloof tussen Washington en Pretoria werd sinds de herverkiezing van Trump steeds dieper. Los van de terugkerende ‘genocidebeschuldiging’ waaierden de spanningen uit tot een bredere confrontatie over koers en gezag. Trump liet zijn onvrede blijken, met gerichte Amerikaanse handelstarieven tot de door Washington geregisseerde uitsluiting van Zuid-Afrika bij G20-bijeenkomsten.
„Meyers benoeming is vooral een weloverwogen antwoord op de huidige spanningen”, zegt Melanie Verwoerd, voormalig Zuid-Afrikaans ambassadeur in Ierland. Hoewel hij nooit een klassieke diplomatieke post heeft bekleed, ziet Verwoerd in haar partijgenoot – ze is zelf oud-parlementslid voor het ANC – „een ultieme diplomaat”. Volgens haar heeft Ramaphosa „duidelijk behoefte aan een vaste hand” in Washington. „Hij moet in de eerste plaats rust brengen. Hij kent de complexiteit van de Amerikaanse politieke werkelijkheid en heeft eerder laten zien dat hij bruggen kan slaan, ook binnen een verdeeld politiek landschap. Wat nodig is, is iemand met diplomatiek instinct, die zich moeiteloos beweegt in gevoelige en ingewikkelde situaties.”.
Belangenorganisaties van Afrikaners als AfriForum en Solidariteit zien hem niet als de man die hun belangen in Washington zal vertolken, maar eerder als iemand uit het kamp van Ramaphosa die het Amerikaanse verhaal over Afrikaners moet pareren. Rechtse conservatieve Afrikanerorganisaties in de VS trokken in februari vorig jaar naar Washington om bij de regering-Trump aandacht te vragen voor wat zij zien als „discriminatie van Afrikaners”.
Ze wezen op zogenoemd anti-Afrikaner beleid en geweld op boerderijen. Onderzoek en politiecijfers plaatsen dat geweld echter in de context van bredere criminaliteit, zonder aanwijzingen voor een systematisch raciaal patroon. Daarnaast groeide, mede aangewakkerd door techmiljardair Elon Musk, de onvrede over Black Economic Empowerment. Dat beleid dwingt bedrijven zwarte Zuid-Afrikanen meer economische kansen te geven, maar wordt door Afrikanerorganisaties gezien als benadeling van witte minderheden. Washington zette de breuk verder op scherp met een speciaal vluchtelingenprogramma voor Afrikaners, waarbij bijna 4.500, vrijwel allemaal witte Zuid-Afrikanen werden toegelaten tot de VS.
In dat licht is Meyers aanstelling volgens Verwoerd betekenisvol. Als Afrikaner, gevormd in het apartheidsverleden en later betrokken bij de ontmanteling ervan, belichaamt hij een geschiedenis die zich niet laat vangen in eenvoudige tegenstellingen, zegt ze. „Hij hoeft het hele genocideverhaal niet eens actief te weerleggen. Door wie hij is, spreekt hij dat verhaal al tegen. Meyer beschikt bovendien over het historische geheugen dat weleens ontbreekt in deze discussies en weet hoe precair de raciale verhoudingen zijn. Zijn opdracht is om de toon te temperen en opnieuw ruimte te creëren voor redelijkheid.”
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet