Bijna drie kwart van de werknemers in Nederland geeft aan dat hun beroep vaak of veel aandacht vraagt. Vooral docenten, juristen en managers hebben daarmee te maken, maar het levert verder geen problemen op.
Zo'n 72 procent van de werknemers geeft aan dat hun werk vaak of altijd veel aandacht van ze vraagt, terwijl dit in 2015 nog 75 procent was. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van onderzoeksbureau TNO en statistiekbureau CBS.
Volgens TNO-onderzoeker Liza van Dam is het logisch dat dit voor bepaalde groepen geldt. "Bijvoorbeeld bij docenten. Zij zijn toch veel bezig om de klas in de gaten te houden en lessen voor te bereiden."
Vooral werknemers in beroepen met complexe gespecialiseerde taken zeggen dat hun werk veel aandacht vraagt: 85 procent. Bij werknemers met eenvoudig en routinematig lichamelijk werk is dit 38 procent.
Docenten zeggen het vaakst dat hun werk vaak of altijd veel aandacht vraagt (90 procent). Juristen en managers op administratief en commercieel gebied delen de tweede plek, met 89 procent.
Onder schoonmakers en keukenhulpen, hulpkrachten, werknemers in transport, logistiek, bouw, industrie en verkopers vindt minder dan de helft dat hun werk vaak of altijd veel aandacht vraagt.
Van de werknemers die zeggen dat het werk vaak of altijd veel aandacht vergt, vindt het grootste deel dat ze hun aandacht er heel makkelijk kunnen bijhouden. Van alle docenten zegt bijvoorbeeld ruim de helft dat hun werk vaak veel aandacht vraagt, maar dat het wel makkelijk is om zich te concentreren.
Volgens Van Dam is het aandeel werknemers met burn-outklachten hoog. "Dat is de afgelopen jaren toegenomen en daar hebben we nog geen grip op. En dat terwijl de ervaren werkdruk, of taakeisen, juist afnemen. We zien een duidelijke stabilisatie, aangezien de moeilijkheidsgraad van werk iets afneemt."
Auteurs en kunstenaars geven met 9 procent het vaakst aan dat hun werk veel aandacht vraagt en dat het moeilijk is om de aandacht erbij te houden.
Ook bij specialisten in de ICT, adviseurs in de marketing, public relations en sales, ingenieurs en onderzoekers in wis- en natuurkunde en technische wetenschappen komt dat naar verhouding vaak voor.
Mannen en vrouwen hebben even vaak werk dat veel aandacht vraagt: 72 procent in 2025. Bij jongeren tot 25 jaar is dit aandeel relatief laag: 52 procent.
Zij werken vaak in banen op het laagste beroepsniveau, bijvoorbeeld als bijbaan. Als het werk wel veel aandacht vraagt, is het voor jongeren relatief vaak heel makkelijk om de aandacht erbij te houden.
Source: Nu.nl algemeen