Het voelt misschien niet zo, maar Nederlanders zijn de laatste jaren nader tot elkaar gekomen in hun opvattingen over klimaatverandering. De meeste mensen zien de ernst van het probleem in. Wat oplossingen betreft, staan de neuzen nog wel eens de andere kant op, constateren onderzoekers.
Het lot van Tata Steel, stikstofzaken, torenhoge energieprijzen: in het publieke debat gaat het veel over klimaat en dat kan er nog wel eens fel aan toe gaan. Toch blijkt het een misvatting dat we lijnrecht tegenover elkaar staan in (al) onze meningen over klimaatverandering, concluderen sociologen van de Radboud Universiteit in nieuw onderzoek dat is gepubliceerd in Humanities & Social Sciences Communications.
De wetenschappers onderzochten de houding van Nederlanders tegenover klimaatverandering tussen 1986 en 2023. Zo werd er gevraagd naar de oorzaak van klimaatverandering, in hoeverre de ondervraagden zich zorgen maakten over het klimaat, of de overheid in hun optiek genoeg doet om klimaatverandering tegen te gaan, en of zij bereid zijn andere keuzes te maken die het klimaat ten goede komen.
Al die antwoorden samen laten zien dat Nederlanders het juist steeds vaker met elkaar eens zijn. In de afgelopen 37 jaar is de polarisatie verminderd: onze meningen zijn milder geworden en liggen minder ver uit elkaar dan in de jaren tachtig. De onderzoekers zagen wel verschillen in antwoorden, onder meer tussen mannen en vrouwen, tussen jong en oud en tussen opleidingsniveaus.
Destijds was het voor een grote groep Nederlanders nog de vraag of er überhaupt een klimaatprobleem was, maar de afgelopen jaren is het bewustzijn daarover sterk gegroeid. Het gros van de bevolking erkent dat klimaatverandering bestaat en een groot probleem is. Minder Nederlanders twijfelen aan die feiten dan vroeger.
Dat neemt niet weg dat er wel een breed gevoel van polarisatie heerst, vertelt hoofdauteur Anuschka Peelen aan NU.nl. "Uit verschillende onderzoeken blijkt dat Nederlanders het idee hebben dat onze houdingen steeds verder uit elkaar liggen en onoverbrugbaar worden." Dat merkte ze ook bij zichzelf: als ze scrolde door haar socials, bijvoorbeeld. Daarom besloot Peelen de daadwerkelijke polarisatie te gaan onderzoeken.
"We denken vaak dat we het niet eens zijn met onze buurman, terwijl dat in werkelijkheid wel meevalt." Dat gevoel kan zorgen voor ander gedrag, bijvoorbeeld tegenover anderen of in de stembus.
Volgens de sociologe spelen onder meer sociale en traditionele media daarin een belangrijke rol. Algoritmes houden van extreme meningen en uitersten; bepaalde kranten en talkshows lichten nog te vaak spannende quotes uit, terwijl er volgens haar sprake is van een grote maar stille meerderheid die redelijk eensgezind is.
Eerder onderzoek leert dat dat anders is dan bijvoorbeeld in de VS. Niet zo gek, vindt Peelen. "In de VS heb je een politiek systeem dat vooral uit twee kampen bestaat. In Nederland hebben we een politieke traditie van consensus en polderen." Dat kan leiden tot meer draagvlak voor klimaatbeleid.
De onderzoekers vonden wel verschillen in de opvatting over hoe het klimaatprobleem moet worden aangepakt. Zo verschilt de mate waarin mensen bereid zijn offers te brengen.
"Sommige mensen kunnen makkelijker zonnepanelen op het dak leggen dan anderen", zegt Peelen. Daar moeten beleidsmakers volgens haar dus ook rekening mee houden, bijvoorbeeld door bepaalde groepen financieel te helpen met verduurzamen.
Verder lopen de meningen uiteen over wie verantwoordelijk is voor de oplossing: de politiek of het bedrijfsleven.
In de studie werden bepaalde variabelen van de ondervraagden niet meegenomen, zoals politieke voorkeur, religie en of de ondervraagden kinderen hadden. Dat zijn stuk voor stuk factoren die de mening over het klimaatprobleem kunnen beïnvloeden, denkt Peelen. De sociologe hoopt dat ze die thema's in de toekomst uitgebreider kan onderzoeken.
Source: Nu.nl algemeen