In de jaren negentig trouwde Micky Hoogendijk met kunstenaar Rob Scholte. De bom die onder hun auto ontplofte, zette haar leven compleet op zijn kop. Nu is ze zelf succesvol als kunstenaar. Pas door het schrijven van haar autobiografie is ze weer gaan voelen. ‘Op mijn 8ste is er iets uitgezet.’
is tv-maker, schrijver en journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze bekendere Nederlanders.
‘Ik ben de vrouw van de aanslag.
De vrouw die toen haar kind verloor.
Mijn man verloor zijn benen.
Hem raakte ik kwijt door paranoia en waanzin.
Ik ben de vrouw van de televisie en de roddelbladen.
Die met het arrogante, afstandelijke smoelwerk van iemand die wanhopig alle pijn verpulvert en de wereld alleen toont hoe sterk ze is. Het smoelwerk van iemand van steen.
Ik moest van steen zijn voor ik weer zacht kon worden.
Ik ben Micky Hoogendijk.’
Zo opent de autobiografie Loslaten van de 55-jarige fotograaf, beeldhouwer en voormalig actrice Micky Hoogendijk, die volgende week verschijnt. Het boek gaat over een vrouw die al op jonge leeftijd het huis verlaat.
Niet veel later wordt ze verliefd op de twaalf jaar oudere kunstenaar Rob Scholte, van wie ze de rechterhand wordt en directeur van zijn bedrijf. Tot die bewuste dag op 24 november 1994. Nadat het tweetal twee roze streepjes ontwaart op de zwangerschapstest, stapt het met een potje urine in de auto om naar de huisarts te rijden. Na het starten van de motor is een getik te horen, daarna ontploft de bom die onder hun auto is bevestigd. Scholte verliest zijn benen en Hoogendijk – voor de tweede keer – hun kind. Wie er achter de aanslag zat en wat het motief was, is tot op de dag van vandaag niet opgehelderd.
Dat was niet de enige keer dat Hoogendijk het nieuws haalde. Ook toen ze later een relatie kreeg met dj Adam Curry, die nog getrouwd was met Patricia Paay, vulde haar leven vele pagina’s. De teneur in de berichtgeving was dat ze samenviel met het personage dat ze eerder speelde in Goede tijden, slechte tijden; hard en koud.
Na het schrijven van de eerste hoofdstukken van haar boek kwam ze erachter dat daar een kern van waarheid in zat. Haar meelezers gaven terug dat het zonder gevoel was geschreven. Hoogendijk had geleerd om haar ‘theaterknop’ aan te zetten als ze niets wilde voelen. Die knop moest dus uit.
Inmiddels ligt haar acteercarrière ver achter haar en is ze een internationaal exposerend kunstfotograaf. Haar foto’s waren te zien op kunstbeurzen en in galeries van Los Angeles, Washington, Istanbul, Bogotá en Tokio tot Amsterdam. Rond 2020 begon ze ook met het maken van bronzen sculpturen. Tot voor kort stond The Ones – haar beeld van 4 meter hoog – bij de ingang van het World Trade Center in Amsterdam.
De beelden en haar fotografiewerk zijn ook overal zichtbaar in haar huurhuis in Amsterdam-Zuid, dat ze in ruil voor werk dat ze had gemaakt volledig liet opknappen. Gekleed in een zwarte broek en T-shirt gaat ze voor in de indrukwekkende woning met houten vloer, een klassieke vleugel en een brandend haardvuur. De kaarsen klikt ze aan met een afstandsbediening. Ze schopt haar sloffen uit en vouwt zich op de bank.
Heb je je theaterknop nu aan of uit?
‘Hij is nu uit. Ik ben er de afgelopen jaren druk mee bezig geweest om die uit te zetten. Maar als ik de deur uit moet, gaat-ie nog weleens aan.’
Waarom begon je die knop in te drukken?
‘Dan moeten we een heel stuk terug in de tijd. Ik groeide op met mijn moeder alleen. Zij was tien jaar getrouwd met een man die zwak zaad bleek te hebben, en ze wilden allebei heel graag een kind. Maar toen ik eenmaal via kunstmatige inseminatie was verwekt, was hij zes maanden na mijn geboorte vertrokken. Zij was een keurig getrouwde vrouw, en toen ze mij kreeg werd ze een alleenstaande bijstandsmoeder.
‘Ze maakte altijd foto’s van me. Hónderden. Ik was haar leven. De eerste zeven jaar waren heel goed. Ik was wel een vrij extreem en onaangepast kind. Door alle liefde en aandacht was ik heel zelfverzekerd. Ik sprong als eerste overal bovenop en wilde vooraan in de rij staan. Niet omdat ik wilde voordringen, maar ik wilde het gewoon allemaal graag doen.
‘Maar toen ik 8 was, veranderde alles. Toen kreeg mijn moeder een nieuwe vriend, Roel. Ik was eerst heel erg blij. Ik was altijd bezig met een papa zoeken. Dus toen deze meneer voorbijkwam, een kunstenaar die in een megagroot huis woonde, en ik zag dat mijn moeder knetterverliefd op hem was, heb ik bewust besloten dat hij mijn vader moest worden. Ik weet nog goed dat ik tussen hen inliep en hun beide handen pakte. ‘Zo, nu loop ik tussen een vader en een moeder’, zei ik.
‘Een gelukkige tijd brak aan, al konden ze stevige ruzies hebben. Op een avond, na een enorme ruzie nadat ze een fles port hadden leegdronken, reed mijn moeder er boos vandoor. Toen liep het eigenlijk al mis. En dat was gewoon heel erg jammer, en diep, diep pijnlijk, en heel stom en niet nodig en ja...’
Wat gebeurde er?
‘Nou, ik... Ja, lastig, ik vind het moeilijk om het te vertellen. Ik schrijf het liever op. Op een gegeven moment heeft hij mij betast als klein meisje. En dat was een geheimpje tussen ons. Dat duurde niet lang, en het was ook niet... hoe moet ik het zeggen? Je hebt ook verhalen die heel erg hard, grof en naar zijn. Maar desalniettemin... Het heeft mij wel even gekost voordat ik überhaupt doorhad wat er gebeurde, want als je 8 bent weet je dat gewoon niet. Het is... dat is ook zo raar, het was niet dat het pijn deed, het voelde juist wel lekker.
‘Het gebeurde daarna steeds vaker. Het verplaatste zich van het bed naar de bank, terwijl mijn moeder stond te koken. Het stopte als zij binnenkwam. Toen klikte het in mijn hoofd: waarom is dit niet iets wat we met z’n allen delen? Daardoor dacht ik: dit klopt niet, dit moet ik aan mijn moeder vertellen. Ik weet nog goed dat ik me schuldig voelde toen ik dat deed. Want je ziet meteen wat het met je moeder doet.’
‘Ik geloof dat alle kinderen die te maken krijgen met incest een bepaald schuldgevoel ervaren. Een kind gaat bij zichzelf te rade: wat doe ik fout? De trouw aan de ouders is zo ontzettend groot. Mijn loyaliteit richting Gine – ik noemde mijn moeder vaak bij de voornaam – en Roel was enorm. Ik kon en wilde ze niet verliezen. Maar je bent 8, dus je doet alles intuïtief, ook dat vertellen. Daar heb je verdriet van, en schuld, en schaamte en een viezigheid.
‘Mijn stiefvader beroofde mij van mijn onschuld. Op mijn 8ste vloog die onschuld de deur uit en nam mijn lichtheid ook mee. Sindsdien zit er een harde kant in mij. Die heeft me ook geholpen om bij latere, nare gebeurtenissen overeind te blijven, maar het is de laatste jaren een heel proces om juist mijn zachte kant meer ruimte te geven. Pas toen besefte ik dat ik veel dingen gewoon niet heb willen voelen. En dat is natuurlijk best heel heftig, dat je op je 8ste al wordt uitgezet – dat een kind zichzelf letterlijk uit zijn eigen lichaam zet om er niet bij te zijn, om niet te voelen.’
Als je op Roel en jouw naam googelt, vind je meteen zijn achternaam. Is dat nog een lastige overweging geweest bij het schrijven?
‘Nee, hij is al lang geleden overleden, hij kwam uit 1911. En sinds de opkomst van de #MeToo-beweging stimuleren we vrouwen juist om dit te uiten. Een belangrijke conclusie is dat zodra slachtoffers het delen, er ontspanning in hun lichaam ontstaat. Er verdwijnt iets van de schaamte, pijn en hardheid.
‘Het mooie is dat we uiteindelijk nog een heel leven samen hebben gehad. Ik heb nog veel van deze man gehouden.
‘Toen ik het aan mijn moeder vertelde, zei zij: ‘Ik ga dit voor jou oplossen. Jij hoeft je nergens zorgen over te maken, dit is niet jouw probleem, jij kunt hier niets aan doen.’ Ze heeft met hem gepraat en besloten dat ik het hem zelf zou zeggen. Als je een man recht in zijn ogen kunt kijken en kunt zeggen: ‘Jij mag dit niet meer doen’, en hij zegt ‘Dat beloof ik’, en hij huilt, en daarna huil je met zijn drieën, dan is dat intens en mooi. Daarna is het ook nooit meer gebeurd.
‘Vaak wordt het heel anders opgelost, waardoor mensen nooit meer de kans hebben elkaar te vinden. Het lukte mijn moeder in eerste instantie niet om met hem verder te gaan, maar uiteindelijk zijn ze weer bij elkaar gekomen. Toen was ik 11.’
Kun je het begrijpen dat je moeder zoveel kon blijven houden van degene die haar kind heeft misbruikt?
‘Dat is een lastig ding. Ik zou het zelf niet kunnen...’
Stilte. ‘Maar ik heb het wel gezien. Dus het kan kennelijk. En de allerlaatste in mijn leven die ik wil afvallen, is mijn moeder. Zij is ook maar mens. En het leven is nou eenmaal niet netjes.’
Heb jij die vraag weleens aan je moeder gesteld?
‘Nee. Ik weet dat het voor haar onmogelijk was om daar wat over te zeggen. Daarom denk ik dat ik ook zo heftig was in mijn puberteit en zo vroeg uit huis ben gegaan. Toen pas drong het echt tot me door dat het niet klopte wat er was gebeurd. Maar mijn liefde voor mijn moeder is daardoor nooit weggegaan.
‘Op een gegeven moment heb ik de strijdbijl begraven. Ik dacht: wat is mijn keus? Een slechte relatie met mijn moeder, of pak ik gewoon dat wat ik wel met haar heb en koester dat. Vrij pragmatisch misschien, maar als je enig kind bent, met alleen een moeder, moet je soms keuzes maken.’
Je ging op je 16de het huis uit. Met wat voor plannen trok je de wijde wereld in?
‘Groots en meeslepend leven. Of, nou ja, ik wilde voornamelijk roken, haha. Dat mocht ik thuis niet, dus dat was plan nummer 1. Het andere was dat ik de wereld zou gaan veroveren. Ik kon niet wachten.
‘Ik ging in de horeca werken en woonde midden in Amsterdam in een drukke uitgaansstraat. Op mijn 21ste ontmoette ik Rob Scholte. Hij kwam binnen bij het restaurant waar ik werkte, en ik dacht alleen maar: dat is hem, honderd procent, dat is mijn man. ‘Waar wil je zitten?’, vroeg ik. ‘Dicht bij jou’, zei hij. Toen veranderde alles.’
Waardoor dacht je: dit is hem?
‘Zo word ik altijd verliefd, ik weet ook altijd meteen: daar ga ik mee vrijen. Dat is gewoon intuïtie. Rob had heel veel charisma. Bij hem wist je nooit wat morgen zou brengen, en dat onveilige gevoel dat hij met zich meebracht, voelde voor mij als thuiskomen.
‘Een paar maanden later woonde ik bij hem in Brussel, en weer een paar maanden later in Japan, waar hij een gigantisch project deed. In het begin voelde ik me wel raar, want ik die altijd heel stoer was, voelde me ineens verlegen. Iedereen was ouder, sprak alle talen, las alle boeken. Maar uiteindelijk slijt dat, ook doordat ik ook alles ging lezen om mezelf bij te spijkeren.
‘Ik stond helemaal in dienst van Rob. Dat is denk ik stom geweest, maar het kon bijna niet anders. In het leven dat wij leidden, was die ruimte voor jezelf er niet.’
Hij had het liefst twee vrouwen.
‘Ja.’
Daar ging jij wel makkelijk mee om, viel me op.
‘Ja, toen ik 21 was ging ik met alles makkelijk om, haha. Ik wilde het allemaal meemaken. Ik ben niet biseksueel, maar ik vond het spel spannend, en ik had dan twee mensen die mij leuk vonden; dat had ik nog nooit meegemaakt. Daarbij wilde ik niet een jaloerse vrouw zijn, die avonturen delen vond ik interessanter dan een man hebben die vreemdgaat. En zeker met iemand als Rob leek het me verstandiger om die ervaringen te delen dan zeggen: dat mag niet.
‘Maar het veranderde toen ik in no time zwanger was. In het begin ging het allemaal goed, maar naarmate de zwangerschap vorderde en ik minder werk kon doen, werd het soms te veel voor hem. Rob is een vulkaan. Maar zijn woede was altijd gericht op de wereld, hij heeft mij nooit iets aangedaan.’
Hij sloeg zichzelf dan in het gezicht.
‘Ja, dat laat de frustratie zien die hij in zich had. Mijn relatie met Rob was heftig, maar er was net zo goed ook veel liefde. Als we in bad zaten, duwden we zachtjes op mijn buik en schopte de baby terug. Tot ik vier dagen overtijd was en me niet lekker voelde. ‘Waarom ga je niet in bad zitten?’, zei Rob, ‘dan rust je uit en kunnen we even met hem voetballen’. En toen schopte Pepijn niet terug.
‘We belden meteen de arts, die zei dat het normaal is dat je dat niet meer voelt als je negen maanden zwanger bent, dan is het daar binnen te vol. Ik zeg nu altijd tegen vrouwen: luister naar je intuïtie. Als jij denkt dat er iets fout is, ga naar het ziekenhuis. Een dag later deden wij dat alsnog en bleek mijn kindje overleden.
‘De bevalling was heel mooi. Ik wilde alles precies zoals we hadden bedacht toen Pepijn nog leefde, met muziek, mijn vroedvrouw en Rob, en oma en oma - of ‘Goma’ zoals Gine zichzelf had genoemd. Het was intens verdrietig en mooi. Er gebeurt iets magisch, je lichaam maakt gelukshormonen aan, ook al komt er een dood kindje ter wereld.’
Was het een ander gevoel toen je van een dood kindje beviel dan het moment dat je erachter kwam dat het hart niet klopte?
‘Ja, pas toen hij een tijd in mijn armen lag, is Pepijn gestorven voor mijn gevoel. Hij was warm toen hij uit me kwam en voelde helemaal niet dood. Hij had alleen zijn ogen niet open. Pas na zes uur veranderde hij en herken je de dood. Dan zie je dat het lichaampje koud wordt, en dan wordt-ie weggehaald. Dat is gewoon... er is niets erger.’
Gingen Rob en jij een beetje hetzelfde met jullie verdriet om?
‘Je hebt zoveel pijn, en om bij elkaar ook nog zoveel pijn te zien is erg moeilijk. Maar op een gegeven moment vonden we elkaar weer. Een jaar later zijn we ter ere van Pepijn getrouwd. Dat was heel mooi, maar dat hele verhaal blijft zo pijnlijk en dierbaar. Dat gaat nooit weg. Pepijn blijft de grootste liefde in mijn leven.’
Wanneer waren jullie klaar voor een tweede kindje?
‘We waren niet klaar voor een tweede kindje, maar ik werd wel zwanger. Ongeveer anderhalf jaar na Pepijn. Het was altijd een soort toverwoord na een heftige ruzie: ‘Misschien moeten we nog een kindje maken.’ En dan was het vrijen ook heel fijn. Maar ja, dat liep natuurlijk helemaal dramatisch af.’
Ik las dat je het lastig vond dat je in de talkshow van Eva Jinek ineens werd geconfronteerd met beelden van de aanslag. Vind je het oké om erover te praten, of vind je dat nu ook een soort overval?
‘Wat ik heftig vond bij Eva, is dat je live tijdens een interview van tien minuten onaangekondigd die beelden krijgt te zien. Ik heb een vorm van posttraumatische stressstoornis. Als ik een harde knal hoor, gebeurt er bij mij veel meer dan bij jou. En als ik de beelden van de aanslag ineens op drie grote plasmaschermen zie, wil ik alleen maar heel hard huilen. Dat kon alleen niet, want ik zat in een interview.’
Hoe is dat nu? Is de theaterknop aangegaan?
‘Ja sorry, dat is nu stiekem een beetje gebeurd. Ik weet niet hoe ik dat anders moet doen. Ik pak even een dekentje, ik heb het zo koud. We kunnen gewoon door hoor, maar ik kan dit nog niet helemaal profi. Dat de aanslag tot op de dag van vandaag niet is opgelost, voelt voor mij ook als een open wond.’
Als ze weer op de bank zit: ‘Eerst dachten ze dat het een vergissing was, dat de bom per ongeluk onder de verkeerde auto was geplaatst. Later werd die verklaring weer ingetrokken. De politie vertelde ons verder nauwelijks iets. Ik had natuurlijk ook een echtgenoot die alles meteen met de pers deelde.’
Rob werd in kritieke toestand naar het ziekenhuis gebracht. Nadat zijn benen waren geamputeerd en hij weer bijkwam, volgde er een bizarre dialoog tussen jullie. ‘Eén of twee benen?’, vraagt hij. Jij: ‘Twee’. ‘En de baby?’ ‘Nee, geen baby. Die is niet meer.’ ‘Was het een bom?’ ‘Ja.’ Hoe heb jij dat beleefd?
‘Dat moment vergeet ik nooit meer. Als ik erover nadenk dat ik dat moest vertellen, krijg ik weer pijn in mijn buik. Het moet voor Rob zo vreselijk zijn geweest. Je zal maar zo wakker worden.
‘Het is zo gewelddadig, een bom, het is ook zo laf. Zo niet aangekondigd, zo uit het niets. Je kunt je er niet tegen beschermen, het is gewoon báf! In één keer alles kapot. Je hebt geen moment waarop je nog kunt vechten of wegrennen.’
In je boek klonk het alsof Rob op dat moment geen geluid maakte. Terwijl je verwacht dat hij het zou uitschreeuwen van de pijn.
‘Nee, die was helemaal verstild. Hij ging echt bijna dood. Twee schilders sprongen uit een bestelbusje. Een van hen duwde een rijksdaalder in zijn beenslagader, waarmee hij Robs leven heeft gered. Zij hielden mij weg bij zijn benen. Ik zat bij zijn hoofd en zei steeds: ‘Je moet leven, je wordt vader, je wordt vader!’
Hij kreeg later de meest wilde fantasieën over de mogelijke dader. Hoe was dat voor jou?
‘Als je weinig van de politie hoort en je je steeds afvraagt wat er is gebeurd, dan krijg je dat. En Rob was een geniale denker, hij was niet voor niets een succesvol kunstenaar. Maar ik denk dat de vraagtekens over de aanslag bij hem in zijn brein zijn doorgeslagen. Het werd ook steeds gevoed, we kregen de gekste brieven, en wat de pers allemaal niet schreef... Iedereen had een cowboyverhaal. Het voelde enorm onveilig. Helemaal toen na drie dagen de bewaking uit het ziekenhuis alweer weg was.
‘Rob zat ondertussen zwaar aan de morfine. Er stond gemalen koffie naast zijn bed om de stank van rottend vlees te verdrijven. Zijn wonden moesten openblijven, het vlees eromheen moest eerst afsterven voordat ze het goed dicht konden naaien. Het zag er vreselijk uit, maar ik hielp toch mee met de verzorging, want dat vond Rob fijn.’
Hij leek goed om te kunnen gaan met het feit dat hij geen benen meer had.
‘Hij was een held. Na een maand wilde hij alweer werken aan zijn project in Japan. Je kunt denken: ik wil niet meer leven, wat ben ik zielig. Of je gaat vechten. En Rob is gaan vechten. We hadden vijftien man in Japan werken om daar een wand- en plafondschildering van 1200 vierkante meter te maken in een kopie van Huis ten Bosch. En dat moest af. Dat was echt onze redding.’
En hoe was het in de liefde? Wende je er snel aan dat hij fysiek heel erg was veranderd?
‘Meteen, metéén. Dat maakt helemaal niets uit in de liefde, dat doet niets als je van elkaar houdt. Het maakt het alleen maar sterker.’
Rouwden jullie om de miskraam die de aanslag heeft veroorzaakt?
‘Nee. Daarvoor speelde er te veel. Het heeft me wel getekend in wie ik later ben geworden. Twee keer het gevoel van moederschap voelen en niet moeder kunnen zijn, dat is iets heel geks. Want als je moederliefde hebt, en het lukt niet, dan kun je die moederliefde niet in je man stoppen, dat is raar. Maar dat moet ergens uit. Ik denk dat ik dat pas later in mijn werk heb kunnen stoppen, dat het bij mij in mijn kunst eruit is gekomen.’
Jullie gingen in eerste instantie weer vol gas door met zijn tweeën, wanneer begon jullie relatie toch te haperen?
‘Op den duur werd het voor mij onmogelijk om nog langer de buffer te zijn tussen Rob en de wereld waarop hij zo boos was. Er was geen ruimte voor het verwerken van mijn verdriet, en ik kon niet meer. Ik was op. Kapot. Maar het was ook gevaarlijk geworden.’
Wat was gevaarlijk geworden?
‘Hij werd destructief. Op een gegeven moment probeerde hij met zijn handen op het gaspedaal zijn auto naar buiten te rijden. Dat was voor mij de limit. Het was zijn zoveelste poging zichzelf kapot te maken. En ik wilde leven. Ik wilde gelukkig zijn. Ik móést weg. Ik moest voor mezelf kiezen. En dat is echt moeilijk. Want wie gaat er nou een man zonder benen in een rolstoel achterlaten? Dat doe je alleen als het echt moet.
‘Het mooie was dat we na de breuk weer goed met elkaar omgingen. Later heeft Rob tegen mij gezegd dat hij dankbaar was dat ik ben gegaan, omdat hij daardoor zichzelf weer opnieuw kon vinden. En ik ook.’
Vrij snel daarna kreeg hij een relatie met twee zussen. Hoe vond jij dat?
‘Ja goed, hè? Haha. Ik vond het geweldig. Maar nu zie en spreek ik Rob al jaren niet meer. Ik heb de deur echt dichtgedaan. Ik denk dat die aanslag ons geestelijk meer beschadigd heeft dan we denken. Er komt een raar wantrouwen ergens binnenin je hart zitten. Maar goed, toen moest ik goed nadenken over wat ik daarna ging doen. Ik ben bij de Supperclub gaan werken, en daarna ben ik gaan acteren. Van 2000 tot 2002 speelde ze de rol van de kille zakenvrouw Cleo de Wolf in Goede tijden, slechte tijden. Volgens mij ben ik gewoon getypecast op mijn overlevingsstand. Die harde, hautaine pose had ik omdat ik helemaal in stukken lag.
‘Na twee jaar ben ik uit Nederland weggegaan. Mijn toenmalige collega Ferry Somogyi had een greencard gekregen en zei: dat is ook iets voor jou. Toen ben ik ook naar Amerika gegaan. Dat was heerlijk, ik kon eindelijk weer gewoon Micky zijn. Niemand wist daar iets van mijn verleden.’
Lukte het een beetje om daar als actrice binnen te komen?
‘Nee, want ik was gewoon niet zo’n goede actrice, haha. Ik kreeg wel een rol in een film met Kate Hudson, maar als je die film bekijkt en op het verkeerde moment niest, dan mis je me. Uiteindelijk heb ik heel veel aan methodacting gedaan en toch twaalf jaar als actrice gewerkt, maar toen werd mijn moeder ziek en moest ik terug. Zij gaf mij voor haar dood een professioneel fototoestel, en dat zorgde voor een wending in mijn leven.
‘Ik had Adam leren kennen en verhuisde met hem naar San Francisco, waar ik iedere dag met mijn camera de stad inging. Die fotografie werd mijn leven.’
Hoe kwam Adam Curry in je leven?
‘Ik had hem al eens ontmoet in de Supperclub. Mijn beste vriendinnetje vroeg wat ik van hem vond en ik zei: ‘Een beetje een verwend prinsje, maar als ik ooit weer trouw, dan met iemand zoals hij.’ Jaren later ontmoetten we elkaar weer en die avond hebben we gezoend, het was meteen raak.’
Dacht je toen ook weer: dit is mijn man?
‘Dat kon ik toen niet zeggen, want hij was iemand anders zijn man, dat was algemeen bekend. Wederom: het leven is nou eenmaal niet netjes. Al vind ik ontrouw in principe de verantwoordelijkheid van de man die de verbintenis heeft.’
En toen was je opeens de homewrecker in de pers.
‘Ja, dat was heftig. Maar je bent heel erg verliefd, dus niet toerekeningsvatbaar. Toen mijn moeder op sterven lag, kwam Adam heel lief langs, en dat was het moment dat wij voor elkaar hebben gekozen. Ik denk omdat we allebei iemand nodig hadden om ergens los van te komen. Ik van het verdriet over dat mijn moeder weg was, en dat ik alleen was. Als je wees wordt denk je: fuck, waar ga ik nu naartoe als het misgaat? Af en toe heb je zo’n ongelooflijke doodsangst over dat je het in het leven niet redt. Volgens mij gaat het gevoel van ‘red ik het wel?’ nooit helemaal weg.
‘Adam en ik zijn in Amerika echt opnieuw begonnen. We genoten van de roadtrips die we maakten. Uiteindelijk zijn we in Austin gaan wonen, L.A. was te duur. Daar ben ik me gaan ontwikkelen in de kunstfotografie. Ondertussen trouwde ik met Adam. Hij vroeg me met een kogel in zijn hand ten huwelijk. ‘Marry me forever or shoot me’, zei hij. We zijn in een drive-through chapel getrouwd, en hebben alleen maar gelachen. Net als met Rob was ik zes jaar samen met hem, waarvan twee jaar getrouwd. Uiteindelijk groeiden we uit elkaar.
‘Ik ben in Amerika gebleven, woonde op een paar vierkante meter, en gaandeweg begon het te lopen met het fotograferen. Ik werd uitgenodigd voor galeries en exposities en mijn werk verkocht steeds beter. Daarna begon ik ook beelden te maken, die werden een enorm succes. Het zijn een soort familieopstellingen, kwetsbaar en krachtig, het staat dicht bij hoe ik mezelf nu voel.’
Want hoe is het nu met je?
‘Het gaat. Ik heb een mooi boompje met roze bloesem voor mezelf gekocht. Toen het boek af was, heb ik mezelf dat cadeau gedaan. Hij bloeit goed.’ Lachend: ‘Hij heeft een kronkelige stam, hij heeft net als ik een beetje een kronkelig verleden. Maar ik geloof ook: hoe kronkeliger je levenspad, hoe beter. Want daar zitten allemaal lessen in.’
Hoop je nog op het moment dat je weer denkt: dit is mijn man?
‘Is dat nog een vraag nadat je mijn boek hebt gelezen? Zulke goede ervaringen met mannen lees je er niet in, haha. Nee, ik ben nu echt met andere dingen bezig. Ik struikel vast nog wel weer een keertje over iemand. Maar ik geloof niet dat een man mijn leven compleet maakt. Het klinkt pathetisch, maar volgens mij is zelfliefde echt het aller-, allerbelangrijkste.
‘En verder: laat me eerst dit boek maar eens publiceren. Dat vind ik ontzettend eng. Ik heb het verhaal zo eerlijk mogelijk proberen te vertellen, maar ik wil Rob, die het boek nog niet heeft gelezen, wel graag heel houden. Dat stuk vind ik moeilijk, maar om te beschrijven waarom ik bij hem wegging, moest dat wel. Anders snapt niemand dat. Maar dat vind ik echt heel heftig om te doen.’
Ze veegt tranen uit haar ogen. ‘Want ik hou wel van hem, stiekem. Het voelt heel kwetsbaar. Hè, ga ik toch huilen, godsamme.
‘Maar goed, dus eerst het boek. Dat is voor mij nu erg belangrijk. Het boek is mijn medicijn, mijn traumaverwerking, dat is ook de reden waarom ik het wilde schrijven. En dan zien we daarna wel weer eens wat er langskomt. En of ik weer open kan staan voor de liefde. Ik heb net een heerlijke studio, en ben daar van alles aan het ontdekken, zoals glas, dat is mijn nieuwste materiaal. Voor mijn gevoel ben ik pas net begonnen.’
8 juli 1970 Geboren in Amsterdam.
1983-1984 Internationale School Eerde in Ommen.
1986-1990 Vrije school in Amsterdam
1991-1997 Directeur Rob Scholte bv.
1997 Creatief directeur Supperclub.
2000-2002 Goede tijden, slechte tijden. Verder is ze als actrice onder meer te zien in Spangen, Blauw Blauw, Grijpstra en de Gier, Koefnoen, Parels & Zwijnen en Dallas.
2002-2019 Studeert method acting aan de Eric Morris Studio in Los Angeles.
2012-heden Staat met haar werk op tentoonstellingen en kunstbeurzen.
2017 Solotentoonstelling Through the Eyes of Others, Museum Jan in Amstelveen.
2017 Kunstboek Through the eyes of others bij uitgeverij TerraLannoo.
2018 Solotentoonstelling Through the eyes of others, Ceart Museo de Tijuana in Mexico.
2020 Begint met het maken van The Ones, bronzen sculpturen.
2022 Kunstboek Kracht Kwetsbaarheid Micky Hoogendijk, geschreven door kunsthistoricus Karin van Lieverloo bij uitgeverij Waanders
2024 O.m. expositie Sculptures larger than life - Personal Structures in Venetië.
2025 O.m. expositie Sculptured by time in Big Art & Garden in Gees.
7 april 2026 Biografie Loslaten verschijnt bij uitgeverij Nieuw Amsterdam.
Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant