Home

25 jaar na het eerste homohuwelijk staat homoacceptatie ernstig onder druk

Het is woensdag precies 25 jaar geleden dat het huwelijk voor partners van hetzelfde geslacht in Nederland werd opengesteld. Lange tijd was Nederland wereldwijd voorloper op het gebied van homoacceptatie, maar inmiddels zijn we lang niet meer zo geëmancipeerd als we misschien denken.

Op 1 april 2001, kort na middernacht, gebeurde er in het stadhuis van Amsterdam iets historisch. Burgemeester Job Cohen voltrok die nacht onder toeziend oog van de wereldwijde pers het eerste huwelijk voor partners van hetzelfde geslacht. Nederland was het eerste land ter wereld waar dit gebeurde.

"Er was toen een algeheel sentiment dat Nederland vooropliep", zegt socioloog Niels Spierings, verbonden aan de Radboud Universiteit. "Dat was eigenlijk al langer zo, maar in 2001 werd dat voor het eerst vertaald in de politiek." Tientallen landen zouden het voorbeeld van Nederland in de jaren erna volgen, maar waren op dat moment nog lang niet zover.

Na de eerste huwelijken op het stadhuis van Amsterdam volgden er nog tienduizenden. Inmiddels staat de teller volgens gegevens van statistiekbureau CBS op 36.000 huwelijken, waarvan er begin dit jaar nog iets meer dan twee derde in stand zijn. Voor zo'n zeshonderd mannenparen en zo'n vijfhonderd vrouwenparen die in 2001 in het bootje stapten, geldt dat zij dit jaar hun zilveren huwelijk vieren.

Toch is het sentiment rond de acceptatie van homoseksuelen sinds 2001 behoorlijk veranderd, zegt Spierings. Tot grofweg 2021 steeg op vrijwel alle terreinen de tolerantie voor homoseksuelen, vertelde hij vorig jaar al aan NU.nl. Maar na 2021 vond plotseling een "ongekende ommekeer" op het gebied van homoacceptatie plaats.

Deze week verscheen een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam over de lhbtqia+-opvattingen van jongeren. De wetenschappers onderzochten twee grote datasets met antwoorden van in totaal ruim 31.000 middelbare scholieren van tussen de twaalf en achttien jaar.

Eén groep scholieren werd gevraagd naar hun opvattingen over concrete, zichtbare uitingen van lhbtqia+, zoals gender, Paarse Vrijdag en genderneutrale toiletten. De andere groep moest vragen beantwoorden over abstractere uitingen, zoals gelijkwaardigheid van homoseksuelen en het recht om te bepalen op wie je verliefd wordt.

Met name over concrete lhbtqia+-uitingen zijn scholieren conservatief: 22 procent staat bijvoorbeeld positief tegenover genderneutrale toiletten en 61 procent denkt daar negatief over. Ook in de tweede groep is er een behoorlijk groot deel dat de basisvrijheden rond homoseksualiteit niet onderschrijft. 41 procent van de scholieren zegt dat mensen met een andere seksuele geaardheid niet gelijk zijn. 35 procent zegt dat mensen niet zelf mogen bepalen op wie ze verliefd worden.

Dat betekent niet dat de huidige generatie scholieren conservatiever is dan voorgaande generaties, of dat er één groep is die zich structureel haatdragend over deze thema's uitlaat, benadrukt Nikki Dekker, die meewerkte aan het onderzoek. Het is onduidelijk hoe deze gegevens zich verhouden tot het verleden en er is nog geen gedegen onderzoek gedaan naar de redenen waarom jongeren conservatief over lhbtqia+'ers denken.

"We weten wel dat de sociale omgeving van jongeren ontzettend belangrijk is bij het ontstaan van hun opvattingen", zegt Dekker. "Scholieren bevinden zich in een fase van identiteitsontwikkeling waarin ze heel gevoelig zijn voor wat er om hen heen gebeurt. Rolmodellen kunnen daarbij een zeer grote invloed hebben."

Zulke rolmodellen zijn oververtegenwoordigd in de zogeheten 'manosfeer', een online cult bestaande uit influencers die vaak inspelen op onzekerheden van jonge mannen en waarin veel ruimte is voor onder meer vrouwenhaat, homofobie en racisme. De manosfeer is in korte tijd enorm groot geworden: sommige influencers hebben miljoenen volgers.

"Influencers in de manosfeer spelen feilloos in op de onzekerheden van jongere mannen", zegt Dekker. "Ze bieden op veel van die onzekerheden een antwoord."

Spierings ziet dat de opkomst van de manosfeer parallel loopt aan 2021, het jaar dat homoacceptatie begon te dalen. "Juist in de coronaperiode werd er veel op gezocht", zegt hij. "Jongeren waren toen uit hun sociale omgeving gehaald en zaten ineens veel thuis, vooral achter een scherm. Dat heeft waarschijnlijk een accelererende rol gespeeld."

Onderzoek van De Groene Amsterdammer toonde vorig jaar aan dat socialemediagebruikers die geïnteresseerd zijn in thema's die te maken hebben met mannelijkheid, in een mum van tijd in de manosfeer belanden. Algoritmes belonen radicale en extreme ideeën, bevestigde de onlangs verschenen documentaire Inside the Manosphere van Louis Theroux.

Toch benadrukken Dekker en Spierings dat de manosfeer mogelijk slechts een deel van de verklaring is voor conservatieve ideeën van jongeren. Spierings wijst ook op de veranderde rol van scholen en ouders, die er niet altijd in slagen om extreem gedachtegoed dat kinderen online tegenkomen te corrigeren. "Die beschermende rol is steeds verder afgebrokkeld", zegt Spierings.

Scholen zijn volgens hem voorzichtiger geworden met het geven van voorlichting over (homo)seksualiteit. Doordat er veel misinformatie wordt verspreid over initiatieven als de Week van de Lentekriebels, hebben voorlichters meer moeite om scholen te bereiken. "Dat is echt een probleem", zegt Spierings. "Het gaat uiteindelijk om de seksuele weerbaarheid van álle jongeren."

Toen in 2001 het huwelijk voor partners van hetzelfde geslacht werd opengesteld, leefde het gevoel dat de emancipatie was voltooid. Maar niets is minder waar, zegt Spierings. Ook destijds waren er nog stappen te zetten, maar de trend van de laatste jaren baart hem zorgen.

Lhbtiqa+'ers zijn nog altijd vaak onveilig in de openbare ruimte. Ze kampen vaker met gedachten aan zelfdoding en hebben vaker te maken met geweld, benadrukt Spierings. 25 jaar na die historische nacht op het stadhuis in Amsterdam is de emancipatie van lhbtqia+ers nog altijd niet voltooid.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next