Collega-muzikanten omschrijven hem als eigenwijs, een briljant muzikant, authentiek componist en verbinder in de jazzscene. Geen wonder dus dat woensdag de Boy Edgarprijs – de belangrijkste Nederlandse prijs voor jazz en geïmproviseerde muziek – wordt uitgereikt aan Reinier Baas (40).
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.
‘Ik wilde altijd al met hem samenwerken’, zegt saxofonist Benjamin Herman (57), die de prijs twintig jaar geleden won. ‘Maar ik kan zijn muziek niet spelen, die is veel te moeilijk. Hij speelt alles beter en sneller dan ik. Als ik iets met hem wil spelen, moet ik zelf iets verzinnen.’ Dat werd de punkjazz die ze nu samen in de band Bughouse ten gehore brengen.
‘Ik keek een beetje tegen hem op’, zegt saxofonist en componist Kika Sprangers, ‘hij leeft in zo’n eigen klankwereld. Maar precies daarom wilde ik hem er graag bij hebben toen ik vorig jaar voor North Sea Jazz de compositieopdracht kreeg (een jaarlijks door het festival aan een getalenteerde muzikant toegekende vrije opdracht voor een compositie van een uur met muzikanten naar keuze, red.). Reinier denkt echt mee en kan je er tegelijkertijd op een heel vriendelijke manier muzikaal van langs geven.’
Saxofonist Ben van Gelder (37) speelt al sinds 2009 met Baas. Ze brachten samen diverse albums uit. ‘Hij is eigenwijs in de letterlijke zin. Hij fantaseert voortdurend over wat hem leuk lijkt. Zijn hoofd zit vol plannen en ideeën waarvan hij niet weet of ze uitvoerbaar zijn, dat is van later zorg. Hij heeft lak aan conventies, dat is erg verfrissend.’
Om deze laureaat eens aan het werk te zien, togen de Volkskrant donderdag naar de Amsterdamse Q-Factory, waar hij met zijn Nationaal Jeugd Jazz Orkest aan het repeteren was voor hun optreden op de prijsuitreiking, aanstaande woensdag in het Amsterdamse Bimhuis.
Baas is in 2025 en 2026 de negende artistiek leider. Producent en (tour)manager van het orkest Cees Gog heeft alle orkestversies en hun artistiek leiders de afgelopen zeventien jaar meegemaakt. Die werkten allemaal goed en ook steeds weer anders, maar Baas verbaast hem elke keer weer. ‘Reinier is geen klassieke bandleider. Hij opereert nadrukkelijk vanuit zijn eigen muzikale universum, soms eigenzinnig, soms bijna ongrijpbaar, maar juist daarin ligt zijn kracht. Zijn manier van leidinggeven is niet hiërarchisch’, zegt Gog, ‘maar eerder verleidelijk: hij trekt mensen zijn wereld in.’
Zijn NJJO (zestien muzikanten en twee aspirant-arrangeurs, door hemzelf geselecteerd uit 140 aanmeldingen) is internationaal, dus de voertaal is Engels. ‘Logisch, want zo’n driekwart van de leerlingen op het Conservatorium van Amsterdam waar ik doceer, komt uit het buitenland’, zegt Baas. ‘Het niveau is heel erg hoog. Ik had zo drie of vier geweldige orkesten kunnen samenstellen uit alle aanmeldingen.’
Zijn eigenwijsheid in het ontstaansproces van het NJJO 2025-2026 begon er al mee dat hij naast muzikanten arrangeurs in zijn orkest wilde. ‘Ik kreeg een brief van een aspirant-arrangeur of ze zich mocht aanmelden. Nou, waarom niet? Ook dat niveau is erg hoog.’
Een jaartje is hij nu bezig met de door hemzelf samengestelde groep. En vanmiddag hebben ze in een van de oefenruimtes in de kelder van de Q-Factory een vol programma, waarin zeven nieuwe composities moeten worden ingestudeerd. De stukken zijn door de muzikanten zelf gecomponeerd en bieden ruimte aan alle instrumenten, waaronder harp en vibrafoon. Ook niet gebruikelijk, maar Baas vond het spel van respectievelijk Sara Brink-Nielsen en de Noorse Rasmus Vik Lagerberg zo bijzonder dat hij ze er beslist bij wilde hebben.
Vanmiddag mogen de arrangeurs laten horen wat ze hebben gedaan met de stukken die door andere orkestleden zijn aangedragen. Baas kijkt vooral geïnteresseerd toe. Als je hem zo ziet zitten, lijkt hij eerder onderdeel van de groep dan dat hij erboven staat. Goed, hij beslist tegen half vijf dat het tijd is voor tien minuten pauze, en geeft hier en daar wat aanwijzingen als een arrangeur of orkestlid tegen een probleem aanloopt, maar hij brengt het meer als een suggestie dan dat hij zegt ‘zo gaan we het doen’.
De woorden van Gog – die ook met Baas’ voorgangers als saxofonisten Benjamin Herman en Maarten Hogenhuis, gitarist Anton Goudsmit en trompettist Maite Hontelé heeft gewerkt – snijden hout: ‘Reinier kan heel soepel, op een natuurlijke wijze, muzikanten met elkaar verbinden. Kijk eens wat een sfeer hier heerst, alsof iedereen elkaar al jaren kent. Ze hebben lol met elkaar en iedereen gunt elkaar wat. Niemand die wil laten horen beter te spelen dan de ander.’
Ook het juryrapport onderschrijft Baas’ verbindingskwaliteiten en bewondert zijn vermogen complexe muziek toegankelijk te maken voor een breed publiek. Dat laatste is heel goed te zien tijdens de NJJO-repetitie. De vaak best complexe muziek wordt met een aangename transparantie gespeeld. Opvallend veel ruimte is er voor zang. Twee vrouwen in het orkest blijken ook goed te kunnen zingen. ‘Nee, het is andersom. Ik heb ze geselecteerd voor hun stem, maar ze kunnen daarnaast goed gitaar of fluit spelen’, corrigeert Baas.
Die zang geeft de muziek iets luchtigs en toegankelijks, wat de hoeveelheid aan muzikanten en klankkleuren goed kan gebruiken. Het illustreert wat Kika Sprangers de ‘eigen klankwereld’ van Reinier noemt. ‘Hij kan iemand moeiteloos meevoeren in zijn eigen, toch best complexe wereld. Als je hem vraagt, krijg je de hele Reinier Baas-experience. Dat vind ik juist fijn. Zo iemand is belangrijk voor de hele jazzscene.’
Een scene die de laatste decennia ook veel leuker met elkaar omgaat, zegt Benjamin Herman. ‘In de jaren tachtig en negentig, toen ik begon te spelen, haatte iedereen in de jazz elkaar, leek het wel. Nu zie je iedereen elkaar vooral helpen.’
Volgens Baas is de generatie muzikanten die hij nu voor zich heeft staan, nóg toeschietelijker naar elkaar. ‘Dit is echt zo’n bijzonder stel. Iedereen gunt elkaar het beste en helpt waar nodig. Daar haal ik veel voldoening uit.’
Maar het is toch ook zijn verdienste dat dit NJJO zo goed met elkaar werkt en speelt. Baas, met zijn typerende, door iedereen ook aangehaalde bescheidenheid: ‘De selectie begon blind, met alleen luisteren. Wat kunnen ze allemaal? Pas later ben ik gaan kijken wie er allemaal goed bij elkaar zouden passen. Maar dat is erg intuïtief gegaan.’
Reinier werkt veel op intuïtie, zegt Ben van Gelder. ‘Hij hangt niet zo aan de jazztraditie, wat ik wel iets meer heb. Voor mij is de oude jazzstamboom belangrijk. Waar komt iets vandaan, wie beïnvloedt wie. Ik wil de klassieken ook niet vergeten. Reinier heeft dat minder, die wil vooral vooruitkijken. Nieuwe dingen proberen en een beetje rebelleren.’
Dat rebelleren tegen gevestigde tradities zag je in alles terug sinds hij in 2010 cum laude afstudeerde aan het Amsterdamse Conservatorium. Hij liet zich op een platenhoes fotograferen met een geit, componeerde Reinier Baas vs Princess Discombobulatrix (2016), een grotendeels instrumentale opera in drie aktes, geïllustreerd met tekeningen van Typex, en bedacht titels als Mokum in Hi-Fi, die niemand met jazz zou associëren.
‘Ik was altijd heel streng in het vermijden van alle jazzclichés’, zegt Baas. ‘Niet alleen qua beeldtaal of titels, maar ook de muziek waar ik van hou heb ik verbannen. Geen Charlie Parker en Django Reinhardt in mijn spel verwerken, bijvoorbeeld. Ze hebben een plek in mijn hart, maar hun muziek is er al. Ik wilde verder. Een nieuw vocabulaire ontwikkelen. Daar helpt het werken met dit orkest erg bij. Ik denk dat de plaat die we als NJJO onlangs hebben opgenomen Opus Kaleidoskopus heel bijzonder is en dat de nieuwe stukken waar we nu aan werken echt iets toevoegen.’
Dat gaat allemaal soepel en vanzelf in de Q-Factory. Baas doet niet veel meer dan even aangeven waar het iets beter kan. ‘Maar nodig is dat niet, deze muzikanten zijn al professioneel genoeg om zelf te weten wanneer er iets misgaat, dat corrigeren ze wel. Ik wil me er zo min mogelijk mee bemoeien.’
Of toch, even. Wanneer hij hoort dat de twee gitaristen ieder dezelfde partij spelen, grijpt hij in. Vriendelijk maar stellig verzoekt hij ze om allebei net iets anders te spelen. ‘Dat draagt bij aan de transparantie van de muziek. Die wordt juist groter als alle muzikanten iets anders doen. Dat lijkt in tegenspraak, maar voor mij werkt het zo.’
Het gelijk van Baas bewijst het orkest met muziek die breed uitwaaiert en toch harmonieus klinkt. Groots en toch gedetailleerd. Cees Gog ziet het allemaal tevreden aan. ‘Bij het vorige orkest onder leiding van Maite Hontelé stond de hele zaal te dansen. Reinier geeft een concert waarbij je moet zitten, maar als je niet uitkijkt lopen de tranen je over de wangen.’
Concert en uitreiking Boy Edgarprijs, 25/3 in Bimhuis in Amsterdam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant