Home

Jemen ligt ideaal om de oliehandel verder te verstoren, maar de Houthi’s houden zich (even?) afzijdig

Toen de oorlog tussen Amerika, Israël en Iran uitbrak, verwachtte menigeen dat de Houthi’s zich vanuit Jemen in het conflict zouden mengen. Toch is dat niet gebeurd. De reden? Een mix van tactiek, economisch eigenbelang en ideologische scherpslijperij.

is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.

In een oorlog word je geacht je bondgenoten een handje te helpen. Dus nu het Iraanse regime in een oorlog verwikkeld is voor zijn eigen voortbestaan, kijkt menigeen naar het Houthi-bewind in Jemen. Dat is al jaren lid van de door Iran geleide ‘as van het verzet’.

Maar terwijl de extremistische Houthi’s ten tijde van Israëls Gaza-oorlog volop meededen in de strijd, blijven ze tot nu toe nadrukkelijk buiten deze oorlog – tot verrassing van velen.

Naar buiten toe geven de Houthi’s, vernoemd naar de machtige Houthi-clan uit de bergen van Noord-Jemen, weinig prijs over hun terughoudendheid. Als ze zich al uitspreken, dan doen ze dat in ronkende taal, suggererend dat ze zich op ieder moment in de oorlog kunnen storten.

‘Onze vinger ligt op de trekker’, is het veelvuldig herhaalde adagium. ‘Het is slechts een kwestie van tijd voor Jemen zich bij de oorlog voegt’, zo zei Houthi-functionaris Mohammed al-Bukhaiti vorige week.

Tactiek

Achter de schermen ligt het vermoedelijk een stuk ingewikkelder. Een veelgenoemde reden voor de afwachtende houding is tactisch. Nu Iran de Amerikanen en de Golfstaten aardig in de tang heeft met de bombardementen en de sluiting van de Straat van Hormuz, heeft Teheran de Houthi’s nauwelijks nodig.

Volgens die logica zijn de Houthi’s een joker, een kaart die wellicht later in de oorlog gespeeld kan worden, bijvoorbeeld in het geval dat het Iraanse regime echt in het nauw komt. Escalatie is een keuze, kortom, en geen plicht of onontkoombaarheid.

Een tweede factor sluit hierop aan en heeft te maken met de mogelijk desastreuze gevolgen van oorlogsdeelname. De zogeheten ‘armada’ die de Amerikaanse president Donald Trump naar de regio heeft gestuurd in de vorm van vliegdekschepen, straaljagers en kruisraketten, zou de Houthi’s flinke schade toe kunnen brengen, zozeer dat hun voortbestaan in het geding zou kunnen komen.

Na de dood van de leiders van Hezbollah (Hassan Nasrallah), Hamas (Yahya Sinwar) en Iran (Ali Khamenei) zou de 46-jarige spirituele leider van de Houthi’s, Abdul-Malik al-Houthi, de volgende kunnen zijn. Zo’n scenario wil de clan te allen tijde voorkomen.

Logistiek

De vraag is bovendien of de Houthi’s militair en logistiek klaar zijn voor een oorlog. De voorbije twee jaar hebben ze flinke klappen opgelopen als gevolg van zware Amerikaanse bombardementen (destijds vanwege hun aanvallen op de scheepvaart in de Rode Zee en op Israël). Leiders van raket- en drone-eenheden werden gedood, communicatiekanalen doorbroken. Goed mogelijk, kortom, dat ze daar niet van hersteld zijn.

Kijk je naar de kaart, dan valt op dat de Houthi’s in puur geografische zin ideaal liggen om de wereldwijde oliehandel (nu al flink uit het lood geslagen door de blokkade van de Straat van Hormuz) een verdere klap toe te brengen. Buurland Saoedi-Arabië kan nu nog olie exporteren via havenstad Yanbu aan de Rode Zee, om op die manier de Straat van Hormuz te omzeilen.

Alleen: de olie gaat daar door de Bab al-Mandeb, een kleine zeecorridor waarover de Houthi’s de baas zijn. Het is een noodroute die de Houthi’s eigenhandig kunnen blokkeren.

Toch ligt dat, voorlopig althans, niet voor de hand. De Saoediërs hebben sinds 2022 een stilzwijgende deal met de Houthi’s die eruit bestaat dat hun schepen niet worden aangevallen. Voor de internationaal geïsoleerde Houthi’s (afgezien van Iran, erkent geen land ter wereld hen als het legitieme gezag van Jemen) is het lijntje met Riyad waardevol. Zo waardevol, denken de meeste analisten, dat ze die niet zomaar te grabbel zullen gooien.

Ideologie

Een andere factor is van ideologische aard. Op het eerste gezicht is er veel verwantschap tussen de Houthi’s en het Iraanse regime, aangezien ze beide geloven in de sjiitische islam. Hun leuzen zijn eensluidend: anti-Amerika en anti-Israël. Maar als je verder inzoomt, stuit je ook op verschillen.

Anders dan de Iraanse ayatollahs zijn de Houthi’s naar eigen zeggen hasjemieten, oftewel afstammelingen van de profeet Mohammed. Waar de Iraanse theologie (net als die van Libanese bewegingen zoals Hezbollah) leunt op een raad van geestelijken, geloven de Houthi’s dat de moslimwereld geleid moet worden door directe afstammelingen van de profeet (zoals zijzelf).

Dit alles mag voor buitenstaanders klinken als wereldvreemde haarkloverij, maar dat is het volgens Farea al-Muslimi allerminst. Als Jemenitisch analist is hij verbonden aan denktank Chatham House. Tegenover tv-zender Al Jazeera betoogde hij dat de Houthi’s een eventuele oorlog om politiek-ideologische redenen niet aan hun eigen achterban kunnen verkopen.

‘Ze kunnen het zich niet veroorloven om gezien te worden als de verdedigers van de Perzen’, aldus al-Muslimi. ‘Mekka en Sana’a zijn voor hen belangrijker dan Qom en Najaf (de hoofdsteden van de sjiitische islam in Iran en Irak, red.).’

Economisch onaantrekkelijk

Niet voor niets hebben de Houthi’s zelf altijd ontkend dat ze een ordinaire pion zijn op het schaakbord van Iran, hoezeer de Amerikanen en Israëliërs hen zo ook afschilderen. De steun aan Hamas (middels raketten op Tel Aviv en de internationale scheepvaart in de Rode Zee) was wat dat betreft een stuk makkelijker te verkopen: solidariteit met de Palestijnen wordt in Jemen breed gedragen.

Tot slot is oorlog ook om economische redenen onaantrekkelijk. Ambtenarensalarissen worden naar verluidt niet of nauwelijks uitbetaald, wat het leven voor gewone Jemenieten in het toch al straatarme land haast ondraaglijk maakt. Oorlog kan daarom averechts uitpakken. Sluimerende boosheid over salarissen zou om kunnen slaan in onvrede over de politieke koers – een recept voor nog veel meer problemen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next