Turkije herbergt 3,5 miljoen Syriërs, en de meesten gaan – hoewel de burgeroorlog in hun land voorbij is – nog niet terug. Waarom niet? Het komt neer op deze afweging: wat hebben ze te winnen in Syrië en wat hebben ze te verliezen in Turkije?
Stilletjes en verslagen staat de 42-jarige Rehab langs de weg bij de Turks-Syrische grens. De tranen breken nog net niet door. Zwijgend kijkt ze in de richting van de grenspost Öncüpinar, nabij de Turkse stad Kilis. Haar echtgenoot legt uit waarom.
‘We hebben net onze dochter weggebracht’, zegt de 45-jarige Eymen bedrukt. ‘Ze gaat terug naar Syrië. Haar man heeft er een baan als politieman gekregen. Wanneer we haar weer zullen zien weet ik niet. Misschien over een paar jaar.’
De 22-jarige Marwe ruilt haar leven in Turkije in voor een onbekende toekomst in Syrië. Ze ging de grens over met haar echtgenoot en hun twee kinderen, 1,5 jaar en zes maanden oud. Dat laatste draagt bij aan de gemoedstoestand van haar ouders.
Het jonge gezin behoort tot de circa zeshonderdduizend Syrische vluchtelingen die sinds december 2024, toen het regime van Bashar al-Assad werd verjaagd, vanuit Turkije naar hun vaderland zijn teruggekeerd. De vrede is bezegeld, maar de grootschalige terugkeer laat op zich wachten. Minstens drie miljoen Syriërs zijn in Turkije gebleven, waarschijnlijk wel 3,5 miljoen, de niet-geregistreerden meegerekend.
Waarom gaan sommige vluchtelingen terug, zoals het gezin van Marwe? En waarom blijven de meesten, zoals Eymen en Rehab met hun andere zeven kinderen, vooralsnog in Turkije? Bijna altijd, zo blijkt uit gesprekken met Syriërs in Turkije, Turkse migratiedeskundigen en hulpverleners die aan beide kanten van de grens werken, komt het neer op deze afweging: wat hebben we te winnen in Syrië en wat hebben we te verliezen in Turkije?
Voor Marwe en haar man is het duidelijk: met zijn baan bij de politie kunnen ze een bestaan opbouwen, een bestaan in hun geboorteland. Hama, de stad waar ze heen gaan, bleef in de oorlog grotendeels ongeschonden. De kinderen zijn zo klein dat het gebrek aan goed onderwijs nog geen kwestie is.
Maar haar ouders? Eymen heeft werk in Turkije, hij is taxichauffeur. De andere kinderen zijn in Turkije geboren en zitten er op school, het Turkse onderwijs is gratis voor Syrische kinderen. In Syrië heeft de familie niets. Hun dorp in de provincie Idlib is verwoest.
In Turkije, in de provincie Hatay, hadden ze wel een huis. Hadden, want de aardbeving van februari 2023 maakte ook daar een eind aan. Sindsdien wonen ze in een tent, maar zelfs wonen in een tent in Hatay is beter dan teruggaan naar een land dat nog niet de kans heeft gehad zich ook maar een beetje te herstellen van de vernietigende burgeroorlog.
‘We zijn hier al bijna vijftien jaar’, zegt Rehab, niet langer zwijgend. ‘Al die tijd moesten we geduld hebben, geduld, geduld.’ Ze bedoelt te zeggen: een paar jaar geduld kunnen er nog wel bij.
Geen buurland van Syrië heeft sinds het begin van de burgeroorlog zo veel vluchtelingen opgevangen als Turkije, naar schatting 4 miljoen. Libanon ontving er 1,4 miljoen, Jordanië een half miljoen. Naar Europa kwamen 1,7 miljoen Syriërs.
Geen land ook in de regio deed zo z’n best als Turkije. Vrijwel alle Syriërs kregen ‘tijdelijke bescherming’, de Turkse variant van de vluchtelingenstatus. Sommigen kregen een verblijfsvergunning of zelfs een paspoort. Gezondheidszorg was gratis, kinderen kregen gratis onderwijs. Een deel van de Syriërs kreeg een werkvergunning, en voor clandestien werk wordt vaak een oogje toegeknepen.
Voor de opvang van Syriërs krijgt Turkije geld van de Europese Unie. Volgens de ‘Turkijedeal’ uit 2016 verplichtte Ankara zich te voorkomen dat de miljoenen vluchtelingen zouden doortrekken naar Europa. Als wederdienst betaalde de EU miljarden euro’s.
Als gevolg daarvan kunnen de Syriërs in Turkije het zich veroorloven de kat uit de boom te kijken. Want wat staat hun over de grens te wachten? Steden als Aleppo en Homs liggen deels in puin, veel dorpen op het platteland helemaal. De infrastructuur – waterleiding, stroomnet, internet, onderwijs, gezondheidszorg – is zwaar gehavend, de economie ingestort. In delen van het land is veiligheid allerminst gegarandeerd.
‘Kijk naar de Syrische vluchtelingen in Libanon’, zegt migratie-expert Murat Erdogan, oud-hoogleraar aan de Turks-Duitse Universiteit in Istanbul. ‘Hun situatie is rampzalig, veel slechter dan in Turkije. Maar ze blijven liever voorlopig in Libanon. Dat zegt genoeg.’
De eerste golf van zeshonderdduizend terugkeerders bestond vooral uit mensen die in Turkije geen werk en schoolgaande kinderen hadden, óf in Syrië beschikten over een startpunt van een nieuwe toekomst – een baan, een huis, een stuk land, familie in betere doen.
De rest wacht af, op z’n minst tot duidelijk wordt welke kant het opgaat met het Syrië van na Assad. Voor komend jaar schat Erdogan het aantal terugkeerders daarom op hooguit tweehonderdduizend. ‘Als de Turkse regering geen druk gaat uitoefenen, denk ik dat de meesten nog in Turkije willen blijven.’
Mohammad Al-Abbas, directeur van hulporganisatie Hand in Hand, actief in Turkije en Syrië, vermoedt dat zodra het Turkse schooljaar is afgelopen, een deel van de vluchtelingen zal terugkeren. De kinderen kunnen dan na de zomer instromen in het Syrische onderwijs. Ook is het zomerweer gunstig om met de bouw of het restaureren van een huis te beginnen.
‘Neem mij als voorbeeld’, zegt Al-Abbas over de telefoon. ‘Met mijn gezin ben ik vanuit Gaziantep in de schoolvakantie teruggegaan naar Homs. Ik heb een vaste baan, ik kan het me veroorloven een huis te huren. Als je een huis kunt vinden, werk en een goede school voor je kinderen, ga je natuurlijk terug. In Turkije was het leven voor ons erg zwaar geworden, vanwege de algehele economische toestand daar. Dat is de belangrijkste factor die Syriërs terugduwt naar hun eigen land.’
In het Turkse Gaziantep wordt dat zware leven tastbaar. Niet in Inönü Caddesi, de lange straat die in bezit is genomen door Syrische winkeliers en horecazaakjes; daar heerst een zweem van economische vitaliteit. Wel in de wijken in het noordoostelijk deel van de stad waar de Syriërs hun huisvesting hebben, om redenen die eenvoudig zijn af te lezen aan de onverzorgde gevels en haveloze straatjes. Armoe troef.
In een van die vervallen wijken, Türktepe, woont de 55-jarige Ahmed Huseyin met zijn gezin. De Syriër zit op het met kussens bedekte blauwe tapijt in zijn sobere woonkamer. Met grote, gefrustreerde gebaren vertelt hij over het leven in Gaziantep. ‘Voor ons Syriërs is dat: chaos en uitdaging. De huren zijn hoog en we werken ons kapot om te overleven.’
De broers Abdulkader (26) en Ahmed (22) komen onverwachts het huis van hun buurman binnen. Ze worden hartelijk ontvangen door de vrouw des huizes, Syrische gastvrijheid. ‘Als kinderen kwamen we naar Turkije en moesten we meteen aan het werk, we hadden allerlei baantjes’, zegt Abdulkader. ‘We gingen niet naar school en konden amper kind zijn. Nu wordt onze vader oud. Wij werken in een fabriek, voor een hongerloontje zonder verzekering.’
Zonder werk in Turkije ‘ga je dood’, zegt de oudste broer. ‘Niemand geeft je eten als je verhongert.’ Hij pakt zijn telefoon en laat een foto zien van een gehandicapt meisje.‘Dit is ons zusje. Ze is 14 jaar oud en kan niet lopen. We hebben geen geld voor goede zorg, ze krijgt niet eens een rolstoel van de overheid.’ De oude Ahmed vult aan: ‘Turkije ontvangt geld van Europa voor onze aanwezigheid, maar ze zorgen niet voor ons.’
En toch, hoe zwaar de mannen het ook hebben in Turkije, de situatie in Syrië blijft voor hen nog te onzeker om terug te keren. Hun oude buurt in Aleppo is met de grond gelijkgemaakt. ‘Als je nu naar Syrië teruggaat, sterf je omdat je moet vechten of door honger omdat je geen baan kunt vinden.’
Eén verontrustend gerucht wordt door Erdogan en de hulpverleners bevestigd: een deel van de terugkeerders heeft spijt van zijn beslissing. De schattingen variëren van ‘sommigen’ tot ‘de meesten’. Het maakt het animo om terug te gaan er niet groter op. Wie eenmaal uit Turkije vertrekt, blijft weg. Retourtjes staat de Turkse overheid niet toe.
Waarom de spijtoptanten terug willen naar Turkije? ‘Om alles’, zegt de Syrische Yasmin al-Sayed, hulpverlener van Hand in Hand. ‘Het leven is ook in Syrië duur. Het is er koud nu, er is geen verwarming. En het is niet veilig.’
Dat laatste niet alleen vanwege oorlogsgeweld. Ze heeft het over vechtpartijen en ontvoeringen. ‘Het is absoluut niet vrouw- en kindvriendelijk. In Idlib en andere steden hebben ze in veertien jaar geen onbedekte vrouw gezien. Een vriendin van mij voelde zich zelfs met een hijab niet veilig. Alleen in Damascus en Aleppo, de grote steden, is het beter.’
Al-Sayed werkt in Syrië, maar woont – dankzij haar dubbele paspoort – met haar gezin in Gaziantep, net over de grens. Haar dochter is 8 jaar, ze is in Turkije geboren. ‘Ze praat, leest en denkt in het Turks. Ze voelt zich Turks. Met Syrië heeft ze niks. In Gaziantep vind je om de drie gebouwen een speelplaats. Niet in Syrië. In de ogen van de kinderen daar zie je geen sprankje optimisme.’
Ondanks het ongewisse bestaan in Syrië dromen Muhammed Horan (67) en Jamal Al Bari (65) van terugkeren naar hun ‘paradijs’. De vrienden zitten in Türktepe buiten op plastic stoeltjes te kletsen onder het genot van sjekkies, dadels en kopjes thee. Ze koesteren dit moment, want Jamal gaat over twee maanden terug naar Aleppo. Muhammed grapt dat hij nog even wacht ‘tot het wat warmer is in Syrië’.
Een Turkse vrouw, bepakt met een volle boodschappentas, loopt voorbij en tiert: ‘Door de Syriërs zijn wij arm! Erdogan geeft hun alles, wij Turken krijgen niks. Syriërs kunnen werken en krijgen betaald. Mijn zonen zijn werkloos en kunnen niet trouwen.’
Jamal en Muhammed wachten rustig af totdat de vrouw is bedaard. Het lijkt ze niet te raken. Wie weet zijn ze dit soort beschuldigingen wel gewend. Vijandige gevoelens jegens ‘de buitenlanders’ bestaan wel degelijk in de Turkse samenleving, maar in de afwegingen van de meeste Syriërs lijken die geen grote rol te spelen.
Wat indirect wel een rol speelt, is de steun van de Europese Unie, die nog altijd doorloopt. Die stelt zowel Brussel als Ankara voor een dilemma. Als de steun blijft, zullen Syriërs niet gestimuleerd worden hun leven in Turkije op te geven. Maar stopt het, dan zullen sommige Syriërs volgens academicus Erdogan alsnog proberen naar Europa te komen. Anderen zullen wél naar hun vaderland gaan, daartoe gedwongen door de verslechterde omstandigheden en wellicht de nodige druk van de autoriteiten. Erdogan: ‘Ik noem dat: zelfdeportatie.’
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant