Home

De groene glans is er wel af bij de petfleskleding: mode van gerecycled polyester is minder duurzaam dan je denkt

In een poging hun kleding te verduurzamen, grijpen kledingbedrijven massaal naar gerecyclede petflesjes. Maar het ongemak daarover neemt toe, ook in de kledingindustrie zelf. ‘Het is puur bedoeld om te zorgen dat we kunnen blijven consumeren zoals we nu doen.’

zijn economieredacteuren van de Volkskrant. Voor een serie verhalen nemen ze de rol van synthetische stoffen in de kledingserie onder de loep.

Wandelend door kledingwinkels en surfend door webshops zou je zomaar kunnen denken: gaat eigenlijk best lekker met de verduurzaming van de kledingindustrie. Het stikt er immers van de kleding gemaakt van gerecycled polyester.

Meer dan 90 procent van H&M’s polyester kleding bestaat inmiddels uit gerecycled materiaal. Inditex, moederbedrijf van Zara, tikt een vergelijkbaar percentage aan. Zelfs Shein, de Chinese webgigant die draait om goedkope wegwerpmode, wil in 2030 ongeveer een derde van zijn polyester uit gerecyclede bronnen halen. En gerecycled, dat is duurzaam. Nietwaar?

Helaas, zo eenvoudig is het niet. Bijna al het gerecyclede polyester in kleding is afkomstig van gerecyclede petflessen, volgens Textile Exchange, een non-profitorganisatie die kledingbedrijven helpt verduurzamen en een autoriteit op gebied van data over vezelproductie.

Die doorzichtige flessen, veelal voor frisdrank, worden al op grote schaal van de lopende band geplukt bij afvalscheiders wereldwijd – volautomatisch met lawaaierige sorteerapparaten of ouderwets met de hand. Versnipperd, schoongemaakt, gesmolten en uitgerekt tot dunne vezels belanden zo vele miljarden flessen in kleding en ander textiel. Samen zijn ze goed voor meer dan 10 procent van de polyestervezels die elk jaar uit de fabriek komen.

In een serie verhalen onderzoekt de Volkskrant hoe de verduurzaming van de kledingindustrie dreigt te stranden door het gebruik van goedkope, synthetische stoffen, en wat de mogelijke oplossingen zijn.

Toch begint dit steeds meer te wringen. Patagonia, in de jaren negentig nota bene een trotse pionier van het gebruik van gerecyclede flesjes, schreef eind vorig jaar in zijn eerste duurzaamheidsrapport dat het wil overstappen op alternatieven. Onder meer H&M, Puma en Adidas zeggen ook hardop dat ze verder kijken.

Paulien Harmsen, die onderzoek doet naar duurzame kleding aan de Universiteit van Wageningen, spreekt zelfs zonder omhaal van ‘greenwashing’. Het massale gebruik van petflesjes verhult dat kleding in werkelijkheid verre van circulair is, zegt zij. ‘In mijn ogen is het puur bedoeld om te zorgen dat we kunnen blijven consumeren zoals we nu doen.’

Glimmend en waterdicht

Wie het probleem echt wil begrijpen, moet eerst weten welke rol de opmars van polyester en andere kunststoffen speelt in de almaar groeiende vervuilingsproblematiek die met de kledingindustrie gemoeid is.

Kunststof kleding raakte vanaf de jaren zestig in zwang, toen Europeanen en Amerikanen meer te besteden kregen en rekbare, nauw aansluitende kleding in de mode raakte. Met de toevoeging van polyester en nylon konden ontwerpers hun kleding beter rekbaar, waterdicht, glimmend of deels doorzichtig maken.

Rond de millenniumwisseling vond er een versnelling plaats in het gebruik van kunststoffen in de kledingindustrie door de doorbraak van fast fashion, zegt Harmsen. Modebedrijven als H&M, Zara en Primark wisselden sneller dan ooit van collectie, veelal in elkaar gezet door goedkope arbeidskrachten in Azië.

Voor deze snelle productie was een enorme stroom aan grondstoffen nodig. Polyester, gefabriceerd uit aardolie en -gas, was ideaal: goedkoop, veelzijdig en in enorme hoeveelheden te produceren. De kledingindustrie werd een fossiele grootverbruiker. Het versterkte een consumentenpatroon van veel kleding bestellen en deze snel weer afdanken.

Maar daarbij bleef het niet. De afgelopen jaren kreeg de productie van kleren opnieuw een impuls door een nieuw fenomeen: ultrafast fashion. Chinese bedrijven als Shein en Temu gingen nog sneller nog goedkopere kleding produceren. Bijna 90 procent van de kleding die Shein produceert bestaat uit kunststof. Een opvallend verschil met bijvoorbeeld H&M, wier kleding in meerderheid uit katoen bestaat.

Plastichonger

Het is makkelijk zat om aan kunststof te komen: elk jaar wordt er wereldwijd meer plastic geproduceerd en die trend zet naar verwachting nog decennia door. Voor de fossiele industrie wordt plastic steeds belangrijker nu het gebruik van fossiele brandstoffen afneemt als gevolg van de energietransitie, ziet het Internationaal Energie Agentschap. ‘Ultrafast fashion kan alleen maar bestaan doordat er zo’n groot volume van grondstoffen beschikbaar is’, zegt onderzoeker Harmsen. ‘Dat gaat je niet lukken met katoen.’

Had ze een paar jaar geleden nog de hoop dat de kledingindustrie op de goede weg was, inmiddels is die hoop de grond ingeslagen. ‘We gaan alleen maar meer kleding consumeren. Uiteindelijk wil je dat het grondstoffengebruik daalt. Maar dat is op deze manier echt kansloos.’

Met grote gevolgen. Het grondstoffengebruik van kledingindustrie is de afgelopen 25 jaar al verdubbeld en de stijgende lijn zet zich voort, aldus Textile Exchange. Daarmee nemen ook het energie- en waterverbruik toe. Volgens de laatste schattingen van het Apparel Impact Institute steeg de CO2-uitstoot van de textielsector in 2023 tot ruim 900 miljoen ton, 8 procent meer dan het jaar ervoor.

In Nederlandse loodsen stapelt de afgedankte kleding zich op, nu de vraag naar tweedehandsjes wereldwijd is gekelderd door de beschikbaarheid van spotgoedkope ultrafast fashion. Bovendien maken wetenschappers zich steeds meer zorgen over microplastics die door het dragen, wassen en klakkeloos storten van kunststof kleding massaal in het milieu en het menselijk lichaam terechtkomen.

Flesjes-tot-flesjessysteem

Kledingbedrijven zijn zich meer en meer van deze problemen bewust. En zo komen we weer terug bij de petfles. Die werd eerder gezien als een mogelijke oplossing. Outdoorkledingmerk Patagonia wilde ze in de jaren negentig gebruiken om los te komen van de fossiele industrie.

‘Destijds was dat heel nieuw’, zegt Matt Dwyer, vicepresident Global Product Footprint bij Patagonia in een videogesprek met de Volkskrant. Naar eigen zeggen was Patagonia in 1993 het eerste outdoorkledingbedrijf dat afval in fleece veranderde. Patagonia redde er op grote schaal flesjes mee van de verbrandingsoven, zegt hij. En toch is het op de lange termijn beter als de kledingindustrie ervan afstapt. ‘Het is nu nog een goede oplossing, het is alleen niet de oplossing voor de toekomst.’

Van afgedankte flessen kun je immers ook weer nieuwe flessen maken, in plaats van ze in kleding te stoppen. Van die flessen zijn weer opnieuw flessen te maken, en daarna nog een keertje – écht circulair, dus. Stop je ze in kleding, dan belanden ze uiteindelijk vaak op een vuilnisbelt of in een verbrandingsoven.

Niet voor niets noemt de Europese Commissie in een wetsvoorstel tegen greenwashing het gebruik van petflesjes in kleding. Claims over duurzaamheid kunnen volgens de Commissie de consument ‘misleiden’ als deze flesjes uit het flesjes-tot-flesjessysteem zijn gehaald.

Critici als Harmsen vrezen bovendien dat kledingbedrijven weinig noodzaak voelen om in veel complexere en duurdere kleding-tot-kledingrecycling te investeren zolang ze de petflesjes kunnen gebruiken.

Dat schrijft ook Beth Jensen, Chief Impact Officer van Textile Exchange, in een mail. ‘Door afvalmateriaal van andere industrieën te gebruiken, belemmert de textiel- en kledingindustrie haar eigen inspanningen op het gebied van circulariteit.’ Minder dan 1 procent van de wereldwijde kleding wordt momenteel gemaakt uit daadwerkelijk gerecyclede kleding, volgens de berekeningen van haar organisatie.

Nieuwe pogingen

Kledingbedrijven doen wel pogingen. Modeketen H&M is medeoprichter van Syre, een recyclestart-up waarvan het de komende jaren zeker 600 miljoen dollar aan echt circulair polyester wil kopen. Binnenkort wil het jonge bedrijf beginnen met de bouw van een grote fabriek in Vietnam, die 150- tot 250 duizend ton polyester uit oude kleding kan halen. Dat is meer polyester dan H&M per jaar op de markt brengt. Of het allemaal lukt, is nog niet zeker: het recyclebedrijf heeft nog niet alle financiering binnen en brengt nog in kaart waar het oude kleding die geschikt is voor recycling precies vandaan kan halen.

Shein zegt in samenwerking met de Donghua Universiteit in Shanghai te werken aan ‘innovatieve polyesterrecyclingprocessen’, om naast petflessen ook textielafval chemisch te gaan recyclen. Dat is een vorm van recycling die nog goeddeels in de kinderschoenen staat, waarbij gebruikt plastic wordt opgelost om er plastic van te maken dat zo goed als nieuw is.

Tot nu toe zijn dit soort pogingen druppels op een gloeiende plaat. Zelfs Patagonia maakt nog heel weinig gebruik van textiel uit oude kleding. ‘Vergeleken met een flesje, dat uit één stuk plastic, een labeltje, een dopje en een beetje vervuiling bestaat, is kleding recyclen extreem ingewikkeld’, verklaart Dwyer.

Voor Patagonia is die complexiteit reden genoeg om petflessen als een goede tussenoplossing te zien. Zolang veel flessen nog niet worden gerecycled, draagt de kledingindustrie hiermee bij aan het stimuleren van deze recycling, meent Dwyer.

In Europa zijn wat dat betreft al stappen gezet. Het EU-doel was om vorig jaar minstens 77 procent van de plastic flessen apart in te zamelen. Volgens de Europese vereniging voor frisdrankproducenten Unesda werd dit percentage in 2022 al bijna gehaald, grotendeels dankzij de invoering van statiegeld in steeds meer lidstaten.

Maar niet overal is het zo goed geregeld, zegt Dwyer. ‘De recycle-infrastructuur voor flessen en andere verpakkingen werkt wereldwijd, en zeker in de Verenigde Staten, nog voor geen meter. Totdat dat verandert, kun je denk ik niet zeggen dat het een probleem is als je kleding van flessen maakt.’

‘Bijdehante soundbites’

Is de gerecyclede petfles nou een schaamlap om te verdoezelen dat de kledingindustrie allesbehalve circulair is, of een stapje vooruit op het rommelige pad van de verduurzaming? Duurzaamheidsexperts zijn verdeeld. Eigenlijk moeten ‘we’ met zijn allen minder kopen en het gebruik van fossiele synthetische grondstoffen terugschroeven, stellen zij al jaren. Maar verwachten dat consumenten anno nu volledig overstappen op kleding van 100 procent katoen, hennep, vlas en wol is ook niet realistisch.

Beth Jensen, van Textile Exchange, heeft wel begrip voor het gebruik van petflesjes. De industrie moet toe naar kledingrecycling, maar er zullen nog jaren overheen gaan om dat op poten te zetten. Tot die tijd is dit tenminste een verbetering ten opzichte van fossiele grondstoffen, meent zij.

Wat zou helpen, is als kledingbedrijven zorgen dat hun kleding beter te recyclen is door minder materialen te mengen. Zodat een jas in dat opzicht meer op een flesje gaat lijken. Maar ook dat klinkt makkelijker dan het is, zegt Dwyer, de vicepresident Global Product Footprint van Patagonia. Zeker voor outdoorkleding. ‘We hebben in 2006 geprobeerd een regenjas te maken die uit 100 procent polyester bestaat. Hij was waterdicht en hij ademde. Maar als het te koud werd, bevroor de stof en het waterdichte laagje op het lijf van de drager. Daar wordt niemand blij van.’

De Amerikaan wordt er soms een beetje moe van, de ‘bijdehante soundbites’ over hoe je kleding kunt verduurzamen door gewoon geen materialen meer te mengen of te kappen met synthetische stoffen. Hij mist vaak nuance in de gepolariseerde discussie over duurzame kleding, die in zijn woorden gaat tussen de ‘plasticmensen’ en ‘natuurvezelmensen’. Ook katoen heeft zo zijn nadelen, gezien het benodigde water, gebruik van pesticiden en de energie die nodig is om het tot garen te verwerken. ‘Je moet kijken naar wat de functie van een product is, en welke materialen daarbij passen.’

Schaamlap of niet?

Maar ook hij waarschuwt dat waar het gebruik van gerecyclede petflessen in kleding ooit het terrein was van groene voorlopers, het misbruikt kan worden voor het witwassen van overconsumptie. ‘Een milieuoplossing mag nooit een excuus zijn voor slecht gedrag.’

Het is een gecompliceerd plaatje, zegt onderzoeker Harmsen. ‘Zeker bij outdoorkleding die lang meegaat is het gebruik van synthetische materialen echt wel te verdedigen. Het gaat vooral mis bij de wegwerpkleding.’ Zij neigt bij het huidige gebruik van petflesjes daarom toch naar het oordeel ‘schaamlap’. ‘Door een label met gerecycled polyester denk jij als consument: o, dan is het niet erg als ik weer iets koop. Ondertussen maken we onszelf alleen nog maar afhankelijker van polyester.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next