De Grand Prix van Brazilië kende diverse verliezers, te beginnen met de organisatie van de race en het publiek. Het Autódromo Internacional Ayrton Senna werd in de aanloop naar de terugkeer van de MotoGP flink verbouwd om aan alle standaarden van de FIM te voldoen. Het eindresultaat zag er heel aardig uit, maar dat was buiten diverse problemen gerekend.
Regen in de aanloop naar het evenement zette een deel van het circuit onder water, waarna regen voor forse vertraging in het programma van de vrijdag zorgde. Een indirect gevolg van de vele regen was het zinkgat dat op zaterdag ontstond op start-finish, waardoor het programma opnieuw op de schop moest en het publiek urenlang naar een lege baan keek.
Wat hier mogelijk ook aan gerelateerd was, was het feit dat de Grand Prix van de MotoGP zondag vlak voor de start ingekort werd van 31 naar 23 ronden. Dit werd gedaan vanwege zorgen om het asfalt in bocht 11, dat begon op te breken. Zo maakte de organisatie geen beste beurt in het eerste bezoek van de MotoGP aan het circuit sinds 1989 en daar werd het publiek de dupe van.
De eerste Braziliaanse GP sinds 2004 had wat opstartproblemen, zoals een zinkgat op het rechte stuk.
Foto door: Gold and Goose Photography / LAT Images / via Getty Images
Ook de naam van Joan Mir kwam voor op de lijst met verliezers van het MotoGP-weekend in Goiânia. De Spanjaard van Honda HRC leek op weg naar een solide plek in de top-tien, totdat hij - net als in de sprintrace - ten val kwam en uitviel. Het zorgwekkendste is dat het de 34e uitvalbeurt van Mir was in de 58 Grands Prix die hij reed sinds zijn overstap naar Honda in 2023.
Toch gaat de twijfelachtige eer voor de grootste verliezer van de Braziliaanse Grand Prix naar een andere rijder die in de hoek zit waar de klappen vallen: Francesco Bagnaia. De wereldkampioen van 2022 en 2023 crashte in Goiânia vanuit elfde positie en noteerde daarmee een DNF. Hoewel dat zijn eerste van 2026 is, is het wel zijn zevende uitvalbeurt in de laatste negen Grands Prix.
Wat misschien nog wel meer zorgen baart dan de uitvalbeurt zelf, is de snelheid die Bagnaia heeft laten zien in Goiânia. Alleen in de nietszeggende tweede vrije training en de warm-up stond de Ducati-rijder er goed bij, maar in de andere sessies bleef hij iedere keer achterin of net buiten de top-tien steken. Dat was drie weken geleden ook het geval in Thailand, waar Bagnaia in beide races negende werd.
Waar Bagnaia ten tijde van zijn crash buiten de top-tien reed, streden teamgenoot Marc Márquez en Fabio Di Giannantonio met hetzelfde materiaal om de laatste podiumplaats. Klaarblijkelijk zit er dus meer potentie in de Ducati GP26 dan Bagnaia eruit haalt. Dat heeft weer te maken met de problemen die de Italiaan ervaart op de motor.
Na de Braziliaanse GP oordeelde Bagnaia dat het gevoel tijdens de trainingen goed was, maar dat dit tijdens de races niet meer zo was. Vooral met het afremmen van de motor heeft hij moeite, met in het verlengde daarvan de bochtensnelheid en de grip aan de achterkant. Klinken die problemen bekend? Dat kan heel goed, want dit waren ook de dingen waar Bagnaia in 2025 moeite mee had.
Wel is het opvallend dat Bagnaia toch weer met dezelfde problemen kampt als vorig jaar. Na de kennismaking met de GP26 in Sepang oordeelde hij nog dat het gevoel op de nieuwe motor veel beter was dan op de oude, en dat hij de problemen van 2025 achter zich had gelaten. Het verloop van de eerste twee Grands Prix van 2026 doet echter vermoeden dat dit een voorbarige conclusie was.
Wat zou jij graag willen zien op Motorsport.com?
- Het Motorsport.com-team
Source: Motorsport