Home

De 100ste Johannes-Passion van dirigent Krijn Koetsveld wordt zijn laatste. ‘Een lijdensverhaal? Pardon? Lévensverhaal!’

Al 43 jaar dirigeert Krijn Koetsveld (72) Bachs Johannes-Passion. Op 3 april staat de honderdste uitvoering gepland. Het wordt tevens zijn laatste: de dirigent leeft al vijftien jaar met een zeldzame tumor. ‘Mijn lijf ligt onder vuur. Ik moet keuzes maken.’

schrijft voor de Volkskrant over klassieke muziek en opera.

Krijn Koetsveld voelde het vorig jaar al aankomen. Zoals altijd tegen Pasen dirigeerde hij een serie concerten met Bachs Johannes-Passion. Maar deze keer, de 96ste, was het anders. ‘Ik voelde iets in mijn lichaam. Ik dacht: dit zou weleens de laatste kunnen zijn.’

Of het nu kwam door Bachs briljante noten, of door Koetsvelds medische radar, de Waalse Kerk in Amsterdam vibreerde. Van openingskoor tot slotkoor was er geen ontkomen aan het Bijbelse verhaal over het verraad, de marteling en de kruisdood van Jezus. Zo intens had de dirigent het niet eerder beleefd. ‘Noem het focus, concentratie. En ik voelde het niet als enige, hè. Na afloop sprak iedereen me erop aan.’

Maar nu nadert alsnog zijn laatste Johannes. Op vrijdag 3 april zet Krijn Koetsveld (72) een vinkje achter de honderdste, 43 jaar na de eerste. ‘De reden? Mijn lijf ligt onder vuur. Ik moet keuzes maken.’

In Amersfoort klinkt het nuchter, bijna opgeruimd. Op tafel ligt de Volkskrant, het zonnetje schijnt in de tuin. Koetsveld heeft een zeldzame tumor. De kans erop is een op de miljoen, de diagnose werd vijftien jaar geleden gesteld.

‘Natuurlijk was dat een mokerslag. Wat betekende dit voor mij, voor mijn vrouw, voor onze vijf kinderen? Ik was bij wijze van spreken mijn begrafenis al aan het regelen. Maar ik had geluk: er was een medicijn.’

De tweede klap kwam vorig jaar na de Johannes. ‘Uitzaaiingen. Nu word ik behandeld en zeg tot nader order: ik heb nog x jaar te leven. Alleen, wat x is – geen flauw idee. Dan vind ik ‘pluk de dag’ nog niet zo’n slecht uitgangspunt.’

Laten we daarom praten, was de gedachte, over sterfelijkheid. Krijn Koetsveld zit dan wel niet superdicht bij de uitgang, ‘maar als het tegenzit, kan het hard gaan’. Bovendien kan hij putten uit Bachs Johannes-Passion, het compactere zusje van de Matthäus. Vind maar eens een meeslepender voorbeeld van een lijdensverhaal.

‘Pardon’, corrigeert Koetsveld, ‘lévensverhaal. De Johannes-Passion is het verhaal van een muzikaal leven, namelijk het mijne. Maar natuurlijk vooral het verhaal van een man die vrede bracht, tot hij werd vermoord door de populisten van zijn tijd.’

Zelfdiagnose: stronteigenwijs

Krijn Koetsveld, les 1: klets er niet omheen. Met smaak vertelt hij over de medische dossieroverdracht die hem omschreef als ‘een bepaald lastige patiënt’. Zijn zelfdiagnose luidt ‘stronteigenwijs’. Twee uur lang bromt zijn bariton sonoor door de huiskamer. Bij humor of ironie – dus vaak – schiet de stem hikkend omhoog.

‘Mijn eerste Johannes? Ik was 16 en zat net op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Ze zouden een paar delen uitvoeren en zochten voor de begeleiding nog een organist. Ik weet niet hoeveel studenten ik op weg naar de orgelbank heb vertrapt!’

Op de eerste passiedirigenten die zijn pad kruisten, was angry young Koetsveld kritisch. Een van hen, een heuse Bachcoryfee, hakte alles in losse nummers. ‘Stukje koor, stukje sopraan, stukje evangelist, stukje koor. Ik dacht: maar de Johannes is toch één doorlopend meesterwerk?’

Of neem de dirigent die had bedacht dat je de tekst van de koralen – de eenvoudige kerkliederen die Bach vierstemmig heeft gezet – niet vloeiend gebonden mocht zingen. ‘Resultaat: alles ging in een hakkelend wah wah wah.’

Zelfs op de grote Bach zelf had hij kritiek. De componist had tussen twee prachtige zangsolo’s en het slotkoor nog even twee lappen tekst gepropt van de evangelist – de solist die de Bijbelpassages zingzegt – en bovendien nog een koraaltje. Schrappen, vond Koetsveld, dóór!

‘Nu denk ik: wat een meesterlijke dramaturgie. Eerst wrijft Bach ons in: Es ist vollbracht, Jezus is dood. Dan plengen we tranen in de aria Zerfliesse, mein Herze. Natúúrlijk moet de evangelist, die min of meer afstandelijk verslag doet, onze emoties even tot bedaren brengen. Want pas dan zijn we klaar voor de troost van het slotkoor: Ruht wohl, rust zacht.’

In 1976 trad hij aan in het Nederlandse muziekleven. Bericht in de Nieuwe Vlaardingsche Courant: Krijn Koetsveld bespeelt eens per maand na de ochtenddienst het orgel in de Gereformeerde Kerk van Maasdijk, onder de rook van Rotterdam.

Middelburgs Kamerkoor

Een jaar later dook hij op als chef-dirigent van het Middelburgs Kamerkoor. ‘Ik was pas afgestudeerd en hoogst onzeker. Wat kon ik, wie zat er op mij te wachten? Maar op de een of andere manier ging het lopen. Eerst werd ik repetitor bij het Nederlands Kamerkoor, later bij het Chœur de Radio France in Parijs. Ik heb een paar jaar op en neer gereisd.’

De Johannes-Passion dirigeerde hij voor het eerst op 2 april 1983, in het kerkje van Vreeland, bij de Loosdrechtse Plassen. ‘Gek is dat: vanaf het begin heb ik bijgehouden waar ik de Johannes dirigeerde, wanneer, met welke solisten. Dat deed ik verder met geen enkel stuk. Alsof ik van meet af aan besefte: deze muziek blijft bij me.’

Jaar na jaar groef hij dieper. Wat zei die tekst nu écht? Waarom componeerde Bach de noten zus en niet zo? Waarom hier een snijdende dissonant en daar die duikeling omlaag? Als iets hem frappeerde, rustte Koetsveld niet voordat hij een verklaring had gevonden.

Neem de aria Ich folge dir gleichfalls, over de apostel Petrus die Jezus volgt ‘met vreugdevolle passen’. In de analyse-Koetsveld: ’Toonsoort bes-groot. De twee houten dwarsfluiten die het stuk begeleiden, kunnen dat amper spelen. Voor hen is het, excuus, een klotetoonsoort. Dat wist Bach natuurlijk ook. Vreugdevolle passen? Niet helemaal, want kort daarop ontkent Petrus glashard dat hij bij Jezus hoort.’

Het geloof laten varen

De broer van Koetsveld is een protestantse predikant, zijn zus een katholieke non. Zelf liet hij het geloof al lang geleden varen. ‘Mijn vader, dominee, preekte vanaf de kansel over liefde. Nou, die droeg hij bij zijn gezin bepaald niet uit.’

Evengoed verdiepte de dirigent zich in het piëtisme uit de Lutherse geloofscultuur, de wereld van Bach. ‘Dat was een en al ik-en-onzelieveheer. Jezus? Daar zat je thuis mee op de bank. Al die verkleinwoordjes ook, Jesulein. Kom op, het was een volwassen vent. Van de andere kant: het getuigt van een puur gevoel dat bij ons allemaal op het DNA zit. As we speak knuffelt iemand zijn kind of de hond.’

Dát overdragen aan de moderne mens, zonder onrecht te doen aan Bachs noten – ziedaar zijn drijfveer. ‘Ik speel al ruim een halve eeuw barokmuziek. Niet om per se het oude te herhalen, maar om de inhoud ervan mee te geven aan het publiek van nu.’

Om dat te bereiken verzamelt hij getrouwen om zich heen. Musici die je niet hoeft uit te leggen hoe je een 17de-eeuwse versiering speelt. Zangers die zelf wel zorgen dat ze op toon blijven. Le Nuove Musiche is zo’n groep, ‘de nieuwe muziek’, vernoemd naar een revolutionaire bundel uit 1602. Met hen nam Koetsveld de ruim tweehonderd madrigalen op van Claudio Monteverdi, baanbrekende muziek op tekst van dichters als Tasso en Guarini.

‘Excellente uitvoeringen’, schreef de Volkskrant. Een hoge onderscheiding waard, vond de Italiaanse staat. Krijn Koetsveld, die ook nog een Monteverdibiografie schreef, werd in 2023 door president Sergio Mattarella bevorderd tot ridder in de Orde van de Italiaanse Ster.

Maar nu, met de wegtikkende tijd, is het kiezen. De kar van Le Nuove Musiche zal hij niet langer trekken. Ook met de Johannes-Passion bij het Nieuw Bach Ensemble is het schluss. Maar stilzitten? ‘Mijn hoofd en mijn handen doen het nog goed. In mijn creatieve brein merk ik geen verslapping. Er móét nog zo veel.’

‘Musici zijn soms zó vermoeiend’

Zoals dat boek over klassieke musici waaraan hij schrijft. Fictie of non-fictie, dat moet nog blijken. ‘Het wordt ontnuchterend, hilarisch en tragisch tegelijk. Musici zijn soms zó vermoeiend. Ze hebben aandacht nodig, bevestiging, applaus. Op het podium ben je zo kwetsbaar, ik snap het. Maar kom even niet meer bij mij.’

En hij zet de schouders onder de enscenering van een meesterwerk van Monteverdi: Il combattimento di Tancredi e Clorinda, het gevecht tussen Tancredi en Clorinda, première najaar 2027. ‘Waanzinnig actueel thema. Hij christen, zij moslima, ze zijn verliefd, maar treffen elkaar in het harnas op het slagveld. Ramsey Nasr schrijft er nieuwe tekst bij. Het eindigt met de scène waarin Tancredi de helm van zijn slachtoffer wegneemt. Blijkt hij Clorinda te hebben geveld. Eén noot voor de slotnoot sterft ze. Terwijl ik dit vertel, voel ik de rillingen.’

Dus nee, Krijn Koetsveld verdampt niet zomaar uit het Nederlandse muziekleven. Trekt zich niet terug in het gehucht boven Turijn, waar zijn vrouw vandaan komt. Daar in Piëmonte loopt hij langzamer, dat wel. En wordt er met respect aangesproken als maestro (want dirigeert), professore (want gaf les) of cavaliere (want geridderd).

Intussen nadert zijn volgende behandeling. Radiotherapie in het Rotterdamse Erasmus MC. Ze sturen spul door zijn bloed met radioactief materiaal dat zich hecht aan de uitzaaiingen. Bestraling op microniveau.

Lotgenoten

‘Radioactief en wel bivakkeer ik een dag met een groep lotgenoten in een soort bunker. Meestal houd ik mijn mond maar, want er zitten mensen tussen met een veel snellere groei van tumoren, of die veel jonger zijn dan ik, of ze hebben een hartprobleem, of zitten mentaal in de knoop. Als je het zo bekijkt, heb ik nog mazzel.’

Wat hij uit de Johannes-Passion het allermooist vindt, vroeg iemand laatst. Dan toch maar dat recitatief – spreekzang – van de verbijsterde evangelist. Die scène zit zo: de Romeinse bestuurder Pontius Pilatus vraagt aan het Joodse volk: welke gevangene zal ik vrijlaten, Jezus of Barabas? Scandeert het volk: Barabas!

‘Maar Barabas was een móórdenaar, krijst de evangelist. Als in: die lui zijn knettergek! Die ontsteltenis heeft Bach briljant in noten gevat. Waarna de evangelist zich herpakt en vervolgt als een min of meer neutrale verteller.’

Geen idee hoe hij zich na zijn laatste Ruht wohl zal voelen. Blanco, opgelucht, aangedaan? In elk geval houdt hij een praatje vooraf. Misschien vertelt hij iets over het Bijbelverhaal. Of over wat het betekent om de Johannes-Passion een levenlang met je mee te dragen.

‘En daarna graai ik hopelijk niet in koude lucht. Het mooiste zou zijn als de musici, het publiek en ik één warm kloppend organisme worden. Dan hebben we magie.’

Johann Sebastian Bach: Johannes-Passion. Nieuw Bach Ensemble o.l.v. Krijn Koetsveld. Amersfoort (31/3), Wageningen (1/4), Amsterdam (2/4, 3/4).

Geen houden aan: tot en met Pasen (5 en 6 april) trekt een paasmuziekkaravaan langs concertzalen en kerken in Nederland. Voorop de Matthäus-Passion van Bach, het Bijbelse verhaal over het lijden en de kruisdood van Christus. Een goede tweede is Bachs kortere, gevlamdere Johannes-Passion. En dan zijn er nog alternatieve paasmuzieken. De opvallendste op een rij.

Strijd der titanen: wie dirigeert in het Amsterdamse Concertgebouw de aangrijpendste Matthäus? De Fin Klaus Mäkelä, aanstaand chef van het Concertgebouworkest, die zijn passiedebuut maakt? (27/3, live op NPO Klassiek, 29/3) Of toch Raphaël Pichon, de Fransman die met zijn Ensemble Pygmalion steevast verbluft? (31/3)

De Nederlandse Bachvereniging toert rond met de gelauwerde Japanse Bachdirigent Masaaki Suzuki, van Groningen (24/3) tot Aardenburg (28/3) en Naarden (vanaf 31/3).

Wie het kort en krachtig wil, kan met de kinderen (8+) naar de Zapp Mattheus. Jezus is een voetbalcoach, het Laatste Avondmaal is zijn Laatste Wedstrijdje. Nijmegen (4/4 middag), Arnhem (4/4 avond), Amsterdam (5/4) en Utrecht (6/4).

Phion, het orkest van Gelderland en Overijssel, heeft voor de Johannes-Passion een specialist gestrikt: Shunske Sato, voormalig leider van de Nederlandse Bachvereniging. Enschede (27/3), Oldenzaal (28/3) en Zwolle (29/3).

De Vlaamse barokgroep B’Rock brengt de Johannes-Passion als kamermuziek met acrobatiek. ‘Klinkt onlogisch, werkt verrassend goed’, schreef de Volkskrant in 2024 over In Your Hands. Van Amersfoort (28/3) tot Den Haag (19/5).

Bachs voorloper Dieterich Buxtehude laat in Membra Jesu Nostri subliem de blik glijden over het lichaam van de lijdende Christus. Voces Suaves, Utrecht (31/3), Amsterdam (1/4).

Joseph Haydns Stabat mater richt het vizier op de rouwende Maria aan de voeten van haar gekruisigde zoon. Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Jan Willem de Vriend, Utrecht (3/4, live op NPO Klassiek).

Het gloednieuwe Passio bekijkt het verhaal van lijden en opoffering door de lens van vrouwen, met muziek van de Frans-Utrechtse pianist Lucie de Saint Vincent. Den Haag (2/4, 3/4).

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next