is verslaggever van de Volkskrant.
De vrouw kreeg een appje van haar zus. Wist ze al dat ze op de site van de Volkskrant stond? Op zaterdagochtend had het campagneteam van de Nijmeegse GroenLinks-afdeling bij haar aangebeld. In het kielzog van de knalgroene windjacks volgden een verslaggever en fotograaf, voor een reportage over het laatste campagneweekend voor de gemeenteraadsverkiezingen.
De fotograaf maakte tijdens het gesprekje in de deuropening alvast wat beelden, na afloop polste de verslaggever of de bewoner instemde met publicatie van de foto. Nee, gaf de Nijmeegse duidelijk aan. Om er vervolgens achter te komen dat ze alsnog de reportage sierde op de site en, om het nog erger te maken, óók in de papieren krant van maandag stond. Als enige, van alle beelden die er die dag waren gemaakt en waarvoor wel toestemming voor publicatie was. De wet van Murphy is onverbiddelijk.
De vrouw voelde zich, heel begrijpelijk, overvallen. ‘Ik had dit niet verwacht van een kwaliteitskrant als de Volkskrant’, schreef ze.
Dit had natuurlijk niet mogen gebeuren. Zodra de redactie haar mail opmerkte, werd actie ondernomen: de foto is van de site verwijderd en uit het archief gehaald. De verslaggever bood direct haar excuses aan, de vrouw stuurde terug dat een foutje kan gebeuren.
Basta, zou je kunnen denken, maar toen sprak ik de verslaggever. Zij vertelde waarom het juist hier was misgegaan. Die verklaring werpt licht op de veranderende en steeds moeilijkere omstandigheden waarin journalisten en vooral fotografen hun werk doen. Als lezer merkt u dat misschien wel in de krant. Vandaar dat ik er toch bij wil stilstaan, overigens met toestemming van de Nijmeegse bewoner.
De verslaggever zou je portefeuillehouder moeilijke omstandigheden kunnen noemen. Ze doet haar werk regelmatig in wijken waar het vertrouwen in de pers en andere instituties laag is. Op plekken waar mensen met een migratieachtergrond haar vertellen dat hun stem niet uitmaakt, ‘want de PVV wint toch wel’ (dit was bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen). Ook media associëren zij met negativiteit en vijandigheid. De verslaggever begrijpt dat wantrouwen wel, eerlijk gezegd. Alsnog slaagt ze er vaak in het vertrouwen te winnen.
‘Bij het maken van reportages kan de sfeer gespannen worden op het moment dat de fotograaf de camera tevoorschijn haalt’, zegt ze. ‘Het komt voor dat ik de helft van de tijd brandjes aan het blussen ben. Daarom vraag ik de mensen die ik spreek veelal meteen of ze bezwaar hebben tegen een foto. Ik ben er echt bewust mee bezig.’
Die gespannen sfeer is niet voorbehouden aan wijken waar het vertrouwen in instituties laag is. Tijdens het maken van een reportage over het bakfietsparkeerprobleem bij het station van Haarlem was ik er getuige van hoe een vrouw met weldadige terrassenteint van haar Urban Arrow sprong, witheet op de fotograaf afbeende en eiste dat hij de foto zou verwijderen. Die weigerde dat – terecht overigens, hier kom ik later op terug.
Van moeilijke omstandigheden was zaterdag in Nijmegen dan weer helemaal geen sprake. ‘Ongekend ontspannen’, zegt de verslaggever over de ochtend. De reportage werd gemaakt in Bottendaal, een wijk waar de blauweregen straks weer van de gevels knalt, volgens electoraal geograaf Josse de Voogd een kenmerk van plekken waar overwegend progressief wordt gestemd. Ook het aantal Volkskrant-abonnees zal er vermoedelijk hoger liggen dan gemiddeld, en dat merkte de verslaggever. ‘Bijna iedereen wilde op de foto, gaf voor- en achternaam, er viel geen onvertogen woord.’
Juist doordat de dag zo soepel verliep, had ze er niet meer aan gedacht dat de vrouw niet in de krant wilde. ‘Normaal ben ik daar veel alerter op, kijk ik bijvoorbeeld welke foto’s geselecteerd worden.’ Ook de fotograaf wist het niet. Toen ze het aan de bewoner voorlegde, was hij alweer doorgelopen. De fotoredacteur koos de foto omdat alles erop stond: de vrouw, de campagnemedewerkers, het groen van de groene wijk en de typische gevel.
Met lede ogen zien de fotoredactie en fotografen hoe steeds minder mensen op de foto willen, en verslaggevers zich ernaar plooien. ‘Een verschrikkelijke ontwikkeling’, zegt de fotograaf. Hij beseft dat hij met zijn camera inbreuk maakt op iemands leven. Er staat dan ook iets op het spel, benadrukt hij: ‘De visuele geschiedenis van een land is net zo belangrijk als de geschreven geschiedenis.’
De fotoredacteur refereert aan het iconische beeld van Joop den Uyl die tijdens de verkiezingscampagne van 1982 langs de deuren ging. ‘In die traditie staat zo’n foto’, zegt hij. Wat hem betreft had de verslaggever niet aan de bewoners gevraagd of hun foto gepubliceerd mocht worden.
De frustratie van de fotoredactie over de toenemende gevoeligheid is begrijpelijk. Maar hier vind ik het juist te prijzen dat de verslaggever de vraag wél aan de bewoners voorlegde. Ze werden overvallen en stonden gevangen in hun deuropening – ook de reden dat de Nijmeegse bezwaar maakte tegen publicatie. De huizen waren soms herkenbaar. In die zin kun je spreken van ‘intiem afbeelden’, een belangrijke factor waarmee de rechter rekening houdt bij de afweging tussen vrije nieuwsgaring en de privacy van geportretteerden.
De omstandigheden op straat zijn veranderd. Onder invloed van de smartphone en sociale media zijn mensen gewend geraakt hun eigen beeldregie te voeren. In lessen mediawijsheid wordt geleerd dat je niet zomaar foto’s moet delen, omdat het internet niet vergeet. Niet zo gek dus, dat mensen gevoeliger reageren op een camera.
Toch is het een wijdverbreid misverstand dat zij zomaar bezwaar kunnen maken tegen publicatie van foto’s gemaakt in de openbare ruimte. Dat kan alleen als ze ‘een redelijk belang’ tegen publicatie kunnen aantonen. Gelet wordt bijvoorbeeld op de context waarin het beeld is gebruikt: is die schadelijk? Vaak is dat niet het geval.
De geagiteerde bakfietsvrouw in Haarlem had vermoedelijk geen poot om op te staan, maar eerlijk is eerlijk: een goed weerwoord had ik niet. Ik vroeg de fotograaf het beeld dus niet naar de redactie te sturen. Het is belangrijk om verslaggevers juridisch bij te spijkeren, zodat zij situaties beter kunnen inschatten. Dit zal immers steeds vaker voorkomen. De niet-juridische vraag is vervolgens of de gewraakte foto het gedoe waard is. Soms wel, soms niet.
Van een kwaliteitskrant mag niet alleen de beste fotografie worden verwacht, maar ook een prudente omgang met de mensen die haar pad kruisen. Een dun koord, dat bij de ene reportage strakker gespannen staat dan bij de ander.
Ombudsvrouw Loes Reijmer behandelt vragen, klachten en opmerkingen over de journalistiek van de Volkskrant. U kunt haar per mail bereiken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant