De manier waarop de VS de oorlog in Iran voeren, en vooral ook de manier waarop Pete Hegseth de oorlog aan de Amerikaanse bevolking verkoopt, vormen een verontrustende breuk met het verleden en geven een inkijkje in de getroebleerde ziel van de minister ‘van Oorlog’.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over Noord-Amerika, het Caribisch gebied en Suriname.
‘They are toast’ – ze gaan eraan. Dat zei Pete Hegseth, de Amerikaanse minister van Defensie die zichzelf minister van Oorlog noemt, tegen de Amerikaanse bevolking en de pers, een paar dagen nadat de Verenigde Staten samen met Israël de oorlog waren begonnen waarover in Washington al zo’n vier decennia wordt gefantaseerd én gehuiverd: die tegen Iran.
Nu was in die eerste dagen juist gebleken dat de Iraniërs zich niet bepaald als ‘toast’ gedroegen en dat ze, ondanks het verlies van hun leider en de vernietiging van belangrijke militaire infrastructuur, in staat bleken grote schade en ontregeling aan te richten in de regio én bij de twee agressoren. Bovendien keurde de meerderheid van de Amerikaanse bevolking deze oorlog af, zo bleek uit peilingen.
Het was Hegseth die in die eerste week het Amerikaanse gezicht werd van de aanvallen op Iran, meer nog dan Donald Trump. En dus was het aan deze onervaren en volgens zijn vele critici gevaarlijk ideologische en roekeloze opperbevelhebber van het sterkste leger ter wereld om de oorlog te verkopen aan de sceptische Amerikanen. Zijn eerste persconferentie op 4 maart begon de voormalige Fox News-presentator, zoals altijd in een net te nauw en te kort pak en met een laag glimmende gel in zijn grijze haar, met de mededeling dat de VS ‘overtuigend, verwoestend en zonder genade’ aan het winnen waren. En hij beloofde Iran ‘dood en vernietiging vanuit de lucht, de hele dag door’.
De 45-jarige minister spreekt over oorlogvoering met het bronstige, brallerige jargon van gamers uit de radicaal-rechtse manosphere; een manier van praten die in het tijdperk-Trump vanuit gesloten groepschats en fysieke ruimten waar de ramen te lang niet hebben opengestaan is opgeklommen tot de taal van de politieke macht. Tijdens een volgende persconferentie, toen het nieuws al rondzong dat het Amerikaanse bommen waren die per ongeluk een meisjesschool hadden geraakt met naar schatting 175 dodelijke slachtoffers tot gevolg, merkte Hegseth met een zweem van een glimlach op dat deze oorlog nooit bedoeld was als eerlijke strijd. ‘We blijven toeslaan terwijl zij al op de grond liggen. En zo hoort het ook!’
De minister serveert deze redes, opgeknipt in soundbites, uit over al zijn accounts op sociale media. Daarnaast hebben de communicatieteams van het Witte Huis en het Pentagon in totaal meer dan honderd verschillende video’s verspreid waarin beelden van raketlanceringen en explosies zijn gemixt met beelden uit bekende games, zoals het populaire schietspel Call of Duty, maar ook Grand Theft Auto en het onschuldigere Bowling 3D (waarbij boos kijkende kegels Iran voorstellen en een spandoek dragen met de tekst ‘Nee, we stoppen niet met het maken van nucleaire wapens’.) Andere video’s bevatten, behalve oorlogsgeweld en close-ups van Hegseth, memorabele sportmomenten en heroïsche scènes uit het collectieve Amerikaanse filmgeheugen, van Superman en Braveheart tot SpongeBob SquarePants.
De manier waarop Trumps regering, Hegseth voorop, over deze oorlog communiceert, markeert een cesuur ten opzichte van alle voorgaande oorlogen. Voormalige ministers van Defensie, Republikeins of Democratisch, presenteerden oorlogsplannen altijd als een zware last en een grote verantwoordelijkheid in dienst van het hogere doel: verdediging van de ‘vrije wereld’, verspreiding van democratie en mensenrechten.
Dat dit altijd al maximaal de halve waarheid was, dat strategisch en economisch eigenbelang werden verzwegen en dat er soms een aanleiding werd verzonnen, zoals de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak, hoorde bij de ongeschreven afspraken tussen regering en bevolking. Toch achtten toenmalig president George W. Bush en zijn defensieminister Donald Rumsfeld ook bij de inval in Irak in 2003 zulk moreel pakpapier wel noodzakelijk om hun oorlog binnenlands verkocht te krijgen. Ook weerspiegelde de naam van de oorlog, Operation Iraqi Freedom, de op papier altruïstische bedoelingen van de Amerikaanse bommen.
In de naam van deze oorlog, Epic Fury, epische woede, ontbreekt van een nobel doel elk spoor. Dat geldt ook voor Hegseths (en Trumps) oorlogsretoriek, die er een is van geweldsverheerlijking zonder hoorbare sporen van moraliteit en schijnbaar ook zonder ander doel dan machtsvertoon en ‘winnen’ (wat een overwinning inhoudt definieert Hegseth niet).
Aan de gamificatie van de oorlog ligt een bewuste strategie ten grondslag, namelijk het idee dat de regering voor deze onzekere en vooral kostbare buitenlandse missie vooral jonge Amerikanen voor zich kan winnen door de oorlogspropaganda naadloos af te stemmen op de gemiddelde Instagram- of TikToktijdlijn vol memes en kattenfilmpjes.
De video’s worden gemaakt door een klein groepje communicatiemedewerkers in het Witte Huis, dat de opdracht krijgt om dingen te bedenken die mensen normaal gesproken zouden delen in een groepschat met vrienden. Tegen Politico zegt een van hen trots (en anoniem) dat hun ‘banger video’s’ alleen in de eerste week van de oorlog al drie miljard keer zijn bekeken en dat dit ‘overweldigend veel meer is dan alles wat we tot nu toe hebben gemaakt’. Dit vermeende positieve effect is niet terug te vinden in de peilingen: daarin blijkt de meerderheid van de Amerikanen ook na drie weken nog steeds niet voor de oorlog te zijn gewonnen.
Met het verheerlijken van oorlog en geweld, ‘kill talk’ over ‘krijgers’ en ‘dominantie’, probeert de Maga-beweging ook nieuwe rekruten voor de strijdkrachten te winnen, schreef communicatiedeskundige Casey Ryan Kelly onlangs in The Washington Post. Toch is de vraag in hoeverre de groteske, karikaturale en volgens critici angstaanjagend enthousiaste manier waarop Hegseth over de oorlog oreert een tactiek is.
Het lijkt erop dat Hegseth vooral spreekt uit ideologische overtuiging, omdat in de oorlog met Iran een aantal belangrijke lijnen uit het persoonlijke leven van de minister samenkomen: zijn obsessie met mannelijkheid, zijn haat-liefdeverhouding met de Amerikaanse strijdkrachten en vooral zijn steeds verder geradicaliseerde en gepolitiseerde christelijke geloof.
Hegseth, die opgroeide in Minnesota en als tiener uitblonk in American football en basketbal, diende al jong in de loopgraven van de cultuuroorlog. Als student aan het prestigieuze Princeton schreef hij universiteitsbladen vol met pleidooien tegen abortus en de emancipatie van vrouwen in bredere zin. Na de aanslag op de Twin Towers op 11 september 2001 verruilde hij de collegebanken voor het leger. Als reservist van de Nationale Garde diende hij in de jaren die volgden in Irak, Afghanistan en het beruchte detentiekamp Guantanamo Bay.
Aan zijn tijd in het Midden-Oosten hield Hegseth een diepe fascinatie over voor middeleeuwse kruistochten, waarover hij tijdens de pandemie een boek schreef. In American Crusade – Our Fight to Stay Free (2020) betoogt hij dat we de westerse beschaving danken aan de ‘heilige oorlogen’ tegen de moslims. Ook liet hij in die tijd twee tatoeages zetten: eentje die het door de kruisvaarders vaak gebruikte Jeruzalemkruis uitbeeldt en een met de tekst Deus vult, Latijn voor ‘God wil het’, een spreuk die in de VS vooral wordt gebruikt door extreemrechtse witte supremacisten.
Omdat Hegseth nu eenmaal graag pronkt met zijn eigen mannelijkheid, plaatste hij in de loop der jaren talloze selfies van zijn torso met die symbolen. Het was de reden dat de toenmalige Fox News-presentator na de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 door de Nationale Garde, zijn voormalige werkgever, werd aangemerkt als een gevaar voor de binnenlandse veiligheid. ‘In 2001 sloot ik me aan bij het leger om extremisten te bestrijden, twintig jaar later bestempelt datzelfde leger mij tot extremist’, heeft hij daarover herhaaldelijk en zichtbaar woedend gezegd. De gebeurtenis was het begin van zijn jarenlange lastercampagne over het in zijn ogen te ‘woke’, ‘verwijfde’ en dus zwakke Amerikaanse leger dat was vergeten dat zijn kerntaak lethality was: dodelijkheid.
Hegseths religieuze radicalisering kwam in een stroomversnelling op het moment dat hij zich in 2018 aansloot bij de Communion of Reformed Evangelical Churches, een aftakking van het evangelistische christendom die ijvert voor het strafbaar stellen van homoseksualiteit, een einde wil aan het kiesrecht voor vrouwen en niet de grondwet maar de Bijbel als leidraad voor recht en rechtvaardigheid stelt – in feite bijna een theocratie naar Iraans model.
Hegseth sloot zich bij dit kerkgenootschap aan op het moment dat zijn leven dreigde in te storten. In 2017, vlak voor zijn derde huwelijk, werd hij beschuldigd van verkrachting. Hoewel de zaak eindigde in een schikking, liep zijn publieke imago ook hierdoor een knauw op. Temeer omdat een e-mail uitlekte waarin Hegseths eigen moeder hem ‘een vrouwenmishandelaar’ noemt en een man die ‘vrouwen gebruikt voor zijn eigen macht en ego’. In datzelfde jaar bekeerde Hegseth zich definitief tot het trumpisme. Volgens Katherine Stewart, auteur van het veelgeprezen boek Money, Lies, and God over de opmars van het christelijk nationalisme in de VS, heeft Trump ‘een ongekend talent voor het opsporen van gebroken mensen’.
Met Hegseths ministerschap is naar het centrum van de Amerikaanse macht een religieus fundamentalisme teruggekeerd dat we in de westerse wereld definitief overwonnen waanden, betoogden de Duitse sociologen Carolin Amlinger en Oliver Nachtwey deze week in een ingezonden essay in Die Zeit. Zij duiden Hegseths taalgebruik en de achterliggende denkbeelden aan met de term ‘apocalyptisch activisme’: de overtuiging, zo oud als het christendom zelf, dat de wereldse orde zo kapot en verdorven is dat alleen een eindstrijd nog een uitweg biedt. Wie zo denkt, ziet oorlog niet alleen als laatste maar ook als ultieme oplossing voor de mensheid – of in elk geval voor de man.
Dat de zelfbenoemde minister van Oorlog inderdaad zo denkt, blijkt uit zijn toespraak voor Amerikaanse officieren, twee weken geleden: ‘President Trump werd door Jezus gezalfd om het signaalvuur in Iran te ontsteken waardoor Armageddon werd ingeluid en Zijn terugkeer naar de aarde werd gemarkeerd.’ In het idee van oorlog als het hoogste, heiligste doel van de mensheid, passen ook zijn aanhoudende pleidooien voor het begaan van oorlogsmisdaden – uitspraken die veel Amerikanen, onder wie ook sommige Republikeinen, verontrusten. In een van zijn persconferenties beloofde Hegseth dat de oorlog in Iran zal worden gevoerd ‘zonder domme regels voor oorlogsvoering, zonder het moeras van ‘nation building’ of oefeningen in democratie, geen politiek correcte oorlogen’.
In de afgelopen, derde week van de oorlog zwol de binnenlandse kritiek aan, door de toenemende chaos op het slagveld, maar ook vanwege communicatie die in de ogen van Democraten en ook volgens een deel van Trumps eigen Maga-universum ongepast is. En vanwege een gebrek aan respect voor de inmiddels dertien omgekomen Amerikaanse militairen. ‘Het lijkt helemaal losgekoppeld van de realiteit’, zei Ben Hodges, een gepensioneerde hooggeplaatste militair die onder president Obama het bevel voerde over de Amerikaanse troepen in Europa, tegen Politico over de manier waarop Hegseth over deze oorlog praat. ‘Onze bondgenoten zullen zich afvragen waar we mee bezig zijn.’
En Joe Rogan, de bekende Maga-podcaster die Trump vorig jaar aan veel jonge, mannelijke kiezers hielp, blijft herhalen dat hij deze oorlog ‘gestoord’ vindt en dat zijn luisteraars zich ‘verraden’ voelen. Deze week nam ook Joe Kent, hoofd counterterrorisme bij de binnenlandse veiligheidsdienst en aanhanger van Trump, ontslag vanwege ‘gewetensbezwaren’ door de gebeurtenissen in Iran. Hegseth en Trump lijken de controle te verliezen over deze oorlog; op het slagveld in het Midden-Oosten én op het slagveld van de beeldvorming.
Bij wijze van reactie is Hegseth een tweede front gestart: een oorlog tegen de pers. Elke dag gaat hij op X tekeer tegen de ‘leugenachtige nepjournalisten’ die zijn oorlog proberen zwart te maken. Waar hij tijdens het spreken over bombardementen op Iran trots en soms bijna blij oogt, verandert hij in een piranha als hij de media te lijf gaat. Hij windt zich op over krantenkoppen à la ‘de oorlog breidt zich uit’, die een feitelijk juiste weergave van de werkelijkheid zijn, maar in zijn ogen ‘fake’. Patriottische journalisten, brieste Hegseth tijdens een persconferentie, zouden moeten koppen met ‘Iran verschrompelt’. Soms lijkt het erop dat de strijd om het behoud van zijn imago voor Pete Hegseth de allerheiligste oorlog is.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant