De laatste bladzijde Kerkhistoricus Peter Nissen botste soms met het katholieke kerkelijk gezag, hij vond dat de wetenschap onafhankelijk zijn werk moest kunnen doen. Tijdens paus Benedictus stapte hij zelfs enige tijd over naar de remonstranten.
Kerkhistoricus Peter Nissen in 2004.
Geloven was een werkwoord voor Peter Nissen: het zoeken hield nooit op. De eerste indruk van hem was misschien een andere: zijn eruditie en brede blik vielen op. Media vroegen de kerkhistoricus graag en veel om commentaar bij ontwikkelingen in de rooms-katholieke kerk. „Peter kon iets actueels moeiteloos koppelen aan een concilie in de vierde eeuw of een of andere Renaissance-paus”, vertelt Christoph Lüthy, collega-hoogleraar in Nijmegen en met Nissen lid van een wandel- en een cultuurclub. „Maar daarachter school ook een worsteling met het geloof.”
Petrus Johannes Andreas Nissen werd geboren in het Midden-Limburgse Swalmen en groeide op in Linne. Hij had één oudere broer. Zijn vader was molenbaas op een baggermolen en net als zijn moeder katholiek, maar niet overdreven kerks. Nissen ging als puber wel steeds meer op in het geloof. Het was de tijd van een sterk veranderende kerk. Linne had een aansprekende pastoor, die openstond voor vernieuwing.
Na het gymnasium ging Nissen naar de priesteropleiding Rolduc in Kerkrade, maar vertrok daar al na een half jaar, om vervolgens te kiezen voor de Benedictijner abdij Mamelis (bij Vaals). Daar leefde hij zonder kranten, zonder radio en tv en zonder veel contacten met anderen.
Na weer een half jaar begreep Nissen dat ook dit niet zijn weg was. Zijn latere echtgenote Joyce: „Het was echt een moment van inzicht. Tijdens het schrobben van de wc’s en gangen, zijn belangrijkste taak als aspirant-kloosterling, bedacht Peter: als ik tachtig ben, ziet mijn leven er nog steeds ongeveer zo uit en heb ik nauwelijks ontwikkeling doorgemaakt. Zijn vader kwam hem graag ophalen. Die had zijn zoon erg gemist.”
Joyce Nissen-Janssen kende Nissen al van voor die tijd, maar ze kregen pas echt oog voor elkaar na zijn terugkeer uit Mamelis. „Peter viel op door zijn brede interesse. Hij was lief en erg verlegen.” Het echtpaar kreeg drie dochters: Walijne, Hadewych en Lidewij.
Via een studie theologie belandde Nissen in de wetenschap. Uiteindelijk zou hij een reeks leerstoelen op het gebied van cultuur- en kerkgeschiedenis bekleden in Tilburg en Nijmegen.
Na zijn dood ontdekte zijn familie pas wat hij allemaal las en bewaarde in zijn werkkamer onder het huis. Nissen-Janssen: „Overal liggen stapels boeken, papieren en knipsels. En hij verzamelde ook Wipneus en Pim–boeken, konijnenbeeldjes en boekensteunen in de vorm van monniken.”
Zijn speelsheid „is bij al zijn ernst en eruditie een onderbelichte kant”, vindt Brenda Mathijssen, die bij hem promoveerde. „Peter was ook iemand die aan het einde van de dag kon voorstellen om nog even een speciaalbiertje te gaan drinken. En hij had humor. Toen ik aan mijn proefschrift over uitvaartrituelen werkte, maakten we weleens morbide grappen. Dan zei hij dat hij bij zijn eigen uitvaart ‘Hoor wie klopt daar kinderen?’ wilde laten klinken vanuit zijn kist. Ik heb daar bij alle gemis en verdriet van de afgelopen tijd opnieuw om moeten lachen.”
Nissen maakte soms werkdagen van negen uur ’s ochtends tot half vier ’s nachts. Zijn echtgenote: „Dan ging ik vragen of hij niet een keer naar bed moest. Maar hij kon met weinig slaap toe. Na een paar uurtjes stond hij weer op om rond zeven uur naar een vroege mis te gaan.” Rust pakte hij als iets hem even wat minder interesseerde, zegt dochter Lidewij. „Hij kon zomaar even in slaap vallen tijdens een familiefeest of een ouderavond.”
Tegelijkertijd vond hij altijd tijd om mensen met raad en daad bij te staan. Voor Mathijssen werd hij naast promotor een vriend. „En een soort vader in de wetenschap. Hij bleef raadgever, waarschuwde voor valkuilen. Nu na zijn dood zal ik blijven denken: wat zou Peter vinden?”
Peter Nissen als kind.
Als decaan van de theologie-faculteit kwam Nissen in conflict met de Nederlandse bisschoppen. Die wilden ‘hun’ theologie-opleidingen meer kunnen controleren. In Tilburg en Utrecht gaf men toe; in Nijmegen bood Nissen verzet. „Hij vond dat de wetenschap onafhankelijk van de kerk zijn werk moest kunnen doen.”
In de media en op andere plekken uitte de hoogleraar zich kritisch over de conservatieve lijn van het Vaticaan. Onder het bewind van de behoudende paus Benedictus bracht hem dat zelfs tot een overstap naar de remonstranten. „Daar had ik wel moeite mee”, bekent Nissen-Janssen. „Ik vond dat als je bij een kerk hoort, je het gevecht van binnenuit moet voeren. Tegelijkertijd stond Peter natuurlijk meer in de vuurlinie dan ik met mijn anoniemere werk in een parochie.”
Volgens dochter Lidewij Nissen was de overstap tekenend voor haar vader. „Hij kon lang nadenken over een stap, maar dan ook een drastische beslissing nemen. Niet alleen remonstrants worden, maar meteen remonstrants predikant.”
Het bleek iets tijdelijks. Met Franciscus trad een paus aan bij wie Nissen zich wel thuis voelde en de moederkerk bleef trekken. In 2021 kondigde hij zijn terugkeer naar het katholicisme aan. „Ik had het gevoel dat ik een vreemd pak had aan getrokken”, legde Nissen uit in het tv-programma De verwondering. „Nu ben ik weer thuis en kan ik mijn eigen sloffen aan.”
In coronatijd besloot Nissen dat het tijd was voor een vervroegd emeritaat. Het online college geven stond hem tegen, evenals de toenemende universitaire bureaucratie. Na zijn vertrek verdween de wetenschap iets meer naar de achtergrond voor zaken waar zijn hart ook naar uitging. „Meer dan ooit vond hij dat het hier op aarde moest gebeuren”, stelt Nissen-Janssen. „Het maakte dat we verder naar elkaar toe groeiden. Goed zijn voor anderen werd nog belangrijker. Een à twee keer per week zette hij zich bijvoorbeeld in op een opvang voor dak- en thuislozen. Zijn aandacht voor natuur en duurzaamheid groeide.”
Vorig jaar werd Nissen getroffen door een herseninfarct. Daarna moest hij vrijwel alles opnieuw leren: praten, eten, lopen, traplopen, nadenken, lezen, teksten verwerken en zelf schrijven. Het lukte de zestiger om flink wat van zijn oude activiteiten weer op te pakken.
Na een tweede herseninfarct in februari dit jaar bleek dat herstel niet meer haalbaar. Nissen overleed vier dagen later. Over zijn voorstelling van het hiernamaals had hij het eigenlijk nooit gehad. Zijn vrouw: „Het leek voor hem meer iets geestelijks: thuiskomen bij God. Het paradijselijke koninkrijk Gods was iets waar je op aarde aan moest werken.”
In deze rubriek elk weekeinde een portret van iemand die recent is overleden.