Home

Het grootste humanitaire pakhuis ter wereld draait nog op volle toeren, maar ook hier wordt stopzetten van USAID gevoeld

Noodhulp In het distributiecentrum van Unicef in Kopenhagen rollen noodpakketten in hoog tempo van de banden. Maar na de bezuinigingen door de VS en teruglopende Europese steun dreigen miljoenen kinderen essentiële hulp mis te lopen. „Het klopt dat hulpverlening steeds politieker wordt. Daar hebben wij allemaal last van.”

Het distributiecentrum van Unicef in Kopenhagen wordt het "Amazon van de humanitaire wereld" genoemd.

Noodpakketten rollen met tientallen tegelijk over de loopbanden. Buiten in de regen staan enkele vrachtwagens bij het distributiecentrum van Unicef aan de rand van de Deense hoofdstad Kopenhagen, niet ver van de haven. Honderden eerstehulpdozen worden ingepakt om vervoerd te worden naar Jemen, Congo, Nigeria.

Peter Krouwel, hoofd bevoorrading, toont half januari trots de loodsen en de opslagruimtes waar 36.000 pallets in stellingen staan. Per uur worden 550 pallets verwerkt, waarmee op maat gemaakte pakketten samengesteld kunnen worden. „Naar Congo zijn het vooral medische noodpakketten, naar Libanon medicijnen. De dozen die je nu op de loopbanden ziet zijn zevenhonderd primaire gezondheidszorgdozen die naar Jemen gaan”, legt Krouwel uit. Die dozen zijn onder meer gevuld met verband, kompressen en injectiespuiten.

Sinds Israël en de VS hun bombardementen in Iran begonnen en Israël ook Libanon is binnengevallen heeft Unicef de schaal in veel gebieden opgevoerd. De Iraanse overheid heeft Unicef nog niet gevraagd om extra hulp te verlenen, maar daar lopen de reguliere programma’s (in onder meer onderwijs en drinkwatervoorziening) nog wel door. In Libanon daarentegen is de hulp toegenomen: door het hele land worden noodhulppakketten uitgedeeld met basisbenodigdheden en worden er alvast voorraden aangelegd met ondervoedingspasta’s en vitamines. Kinderen die hun ouders zijn verloren, krijgen hulp om terecht te komen bij andere familieleden. Er wordt meer ingezet op onderwijs online.

In noodsituaties wordt vaak gebruik gemaakt van zogenoemde onderwijskisten. In een hoek van de loods staan glimmende metalen kisten waar in feite een hele ‘school’ zit, met een potje verf om de deksel tot schoolbord te kunnen ‘omverven’. Er zijn schoolkrijtjes, rekenboeken, schriften, pennen, linialen, passers. De ene kist bevat spullen om te leren klokkijken, of om taal en eenvoudig rekenen te leren. In de andere zitten boeken, geodriehoeken en andere materialen voor meer gevorderd rekenen. „Met één zo’n kist krijgen veertig kinderen drie maanden les”, vertelt Jenny Gamming van de communicatieafdeling.

Ervaring in het veld

Vanuit distributiecentra in Dubai, Panama en Kopenhagen kan Unicef, het kinderfonds van de VN, binnen 72 uur na een ramp goederen sturen waaraan behoefte is: tenten, voedsel, water, medicijnen. De eerste directe hulp is daarvoor al via een centrum in de buurt geleverd. „De meeste tenten staan in Dubai, hier zijn meer de snelle opslagtenten opgeslagen”, legt Gamming uit.

Net als Krouwel heeft ze jarenlang in het veld gewerkt om de eerste hulp aan kinderen in rampgebieden te stroomlijnen. De opgedane kennis gebruiken ze in Kopenhagen en over een paar jaar hopen beiden weer uitgezonden te worden naar gebieden om daar de distributie te regelen. Bij sommige pakketten gaan de mensen op de vloer mee naar een noodgebied om daar alles snel te kunnen opzetten. In totaal werken er in het semiautomatische distributiecentrum in Kopenhagen 450 mensen.

In wat wel het „Amazon van de humanitaire wereld” wordt genoemd is het lawaaiig en koud. Koud om de medicijnen gekoeld te houden, lawaaiig omdat de loopbanden en sorteermachines op volle toeren draaien.

2025 was een rampjaar voor de hulp aan oorlogsgebieden. Met Gaza afgesloten, een grotendeels onbereikbaar Soedan. Bovendien kwamen er niet eerder zoveel hulpverleners om in oorlogsgebieden, onder meer omdat het Israëlische leger gericht op hulpverleners schoot. Ook medewerkers van Unicef zijn wereldwijd gedood. 2026 belooft eveneens een rampjaar te worden. Half maart werden in Libanon minstens twaalf medische hulpverleners bij een luchtaanval gedood door het Israëlische leger.

„Het internationale recht, en specifiek kinderrechten, wordt wereldwijd volop geschonden”, antwoordt Suzanne Laszlo, directeur van Unicef in Nederland, door de telefoon. „We zien dat er sinds het staakt-het-vuren iets meer hulp de grens met Gaza over mag, maar het is nog lang niet genoeg. Nog steeds staan er vrachtwagens stil omdat ze simpelweg een grens niet over mogen.”

Er staan 36.000 pallets in het distributiecentrum van Unicef in Kopenhagen.

In één keer de stekker overal uit

In 2025 leefden wereldwijd 412 miljoen kinderen in armoede, 417 miljoen kinderen hadden geen toegang tot basisvoorzieningen zoals onderwijs, voeding, onderdak, hygiëne, schoon water. Dat komt neer op meer dan één op de vijf kinderen in landen met een laag- of middeninkomen, blijkt uit het rapport State of the World’s Children dat Unicef eind vorig jaar presenteerde. Het was ook het jaar dat de Amerikaanse hulporganisatie USAID plotseling stopte, nadat president Donald Trump besloot dat ‘soft power’ via ontwikkelingssamenwerking niet meer nodig was. Dat betekent voor dit jaar voor Unicef, dat gelieerd is aan de VN, een afname van het budget met 20 procent.

„Dat komt niet alleen door USAID, maar ook doordat een heleboel Europese overheden zijn teruggegaan in financiering van steun”, vertelt Laszlo. „Dit jaar gaan we van ruim 8 miljard naar 6 miljard dollar. Politieke besluiten kan je zien aankomen, en daar zijn we dan niet gelukkig mee, maar doordat ze worden aangekondigd op de langere termijn kan je je er enigszins op voorbereiden. In het geval van USAID ging van de ene op de andere dag de stekker overal uit. Dat betekende dat we per direct met projecten moesten stoppen.”

Wat Laszlo betreft was het een optelsom van gebeurtenissen: „Los van de 20 procent bezuinigingen hebben meer kinderen dan ooit humanitaire hulp nodig. Daarnaast zijn de schendingen van kinderrechten enorm aan het toenemen, worden hulpverleners vaker aangevallen en is er minder toegang tot gebieden.” Het geheel leidt er volgens haar toe dat levensreddende programma’s voor kinderen in gevaar zijn. „Dat kinderen structureel onderwijs, bescherming en een stuk van hun toekomst gaan missen is nu een gegeven.”

Door de bezuinigingen worden vooral langeretermijnprojecten stopgezet. In Kopenhagen is 80 procent van wat verstuurd wordt noodhulp, de rest is voor langer lopende projecten. Behalve de schooldozen gaat het dan om bijvoorbeeld sanitaire projecten, schoon water of spelpakketten waarmee kinderen in oorlogsgebieden afleiding kunnen zoeken met voetballen, springtouwen en bordspellen.

Het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet berekende dat de bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking rond het jaar 2030 kunnen leiden tot de dood van minstens 4,5 miljoen kinderen onder de 5 jaar. Daarnaast is de verwachting dat er dit jaar zo’n 6 miljoen kinderen niet meer naar school kunnen.

Laszlo legt uit dat vaak specifieke groepen de dupe zijn van het schrappen van projecten voor de langere termijn. „Als het aanbod van voedsel sterk daalt, wordt de kwetsbaarheid van met name jonge kinderen veel groter. Als je minder ondersteuning kunt geven aan slachtoffers van seksueel geweld, dan heeft dat vooral weerslag op meisjes en vrouwen. Dat geldt ook voor minder onderwijs. Dat betekent meer armoede, meer kindhuwelijken, meer uitbuiting en een grotere kloof tussen de genders. Het schrappen van projecten werkt als een domino-effect. De impact van het stoppen van projecten die niet direct op noodhulp zijn gericht, zijn vaak na een aantal jaren te meten, en dat maakt het soms minder sexy en minder snel. Iets voor elkaar krijgen met ontwikkelingssamenwerking duurt gewoon lang.”

Wantrouwen tegen vaccinaties

Het langetermijneffect van ontwikkelingssamenwerking is volgens Laszlo ook iets waar bijvoorbeeld het ministerie van Defensie achter staat. „Dat er keuzes gemaakt worden in de politiek, is logisch. Alleen is de vraag altijd ten koste van wat”, aldus Laszlo. Iedereen snapt dat er nu veel geld gaat naar defensie, maar daar zien ze juist ook de meerwaarde in van investeren in ontwikkelingssamenwerking. Laszlo: „Dat draagt bij aan stabiliteit. Voor humanitaire hulp is nog wel financiering, maar bij ontwikkelingssamenwerking vallen de klappen. Dat is niet slim. Als je een stabielere wereld wil hebben, blijf daar dan in investeren.”

Ook bij vaccinatieprojecten hakt het korten van overheden erin. „We kunnen waarschijnlijk niet iedereen meer bereiken die we willen bereiken”, aldus Andrew Jones in zijn werkkamer boven het Kopenhaagse distributiecentrum. Hij werkt als plaatsvervangend directeur bij de afdeling vaccinaties. Unicef heeft vaccinatieprogramma’s in met name Afrikaanse en Aziatische landen. Daarnaast onderhandelt Unicef voor sommige landen bij het inkopen van vaccinaties. Met 2,8 miljard vaccinaties kon de helft van de kinderen wereldwijd bereikt worden met vaccinaties tegen cholera, malaria en wereldwijde basisvaccinaties als DTP en hepatitis.

De Verenigde Staten zijn altijd een belangrijke donor geweest voor The Global Alliance for Vaccines and Immunizations (Gavi), een organisatie die de toegang tot vaccinaties van vooral kinderen vergroot. „Onder de nieuwe regering hebben de Verenigde Staten hun steun voor Gavi ingetrokken, naast andere grote donoren (bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk). Afgelopen zomer was er een herfinancieringsronde in Brussel, die gezamenlijk werd georganiseerd door de Gates Foundation en de EU. In plaats van de gehoopte 14 miljard dollar werd er 10 miljard dollar opgehaald, waardoor er veel minder geld beschikbaar is voor vaccins”, duidt Jones.

‘Schoolkisten’ waarin materiaal zit voor veertig kinderen voor drie maanden.

Behalve minder geld voor ontwikkelingssamenwerking speelt wantrouwen jegens vaccinaties een steeds grotere rol. Jones: „Dat probleem werd vergroot door Covid. Twijfel over vaccinaties kwam naar voren tijdens de poliocampagnes in Noord-Nigeria en Afghanistan, maar we zagen het toenemen tijdens Covid. Nu waait de scepsis over vanuit de VS.”

Het is een ontwikkeling waar Unicef op inspringt, zo worden er influencers uit bijvoorbeeld de sportwereld ingeschakeld om vaccinatie-twijfel tegen te gaan. „Interessant genoeg hebben we, gelukkig, tot nu toe geen grote impact gezien op de reguliere vaccinaties. Die moeten doorgaan. We houden die, gezien de misinformatie die er rondgaat, goed in de gaten.”

‘De politiek breekt in’

Anders dan Artsen zonder Grenzen (AzG) en 36 andere hulporganisaties staat Unicef vooralsnog niet onder druk om Gaza uitgezet te worden. Omdat Unicef als kinderrechtenorganisatie onderdeel is van de VN heeft het, anders dan AzG, geen registratieplicht van de medewerkers. De organisaties met registratieplicht stapten naar het hooggerechtshof om hulp te kunnen blijven leveren. Het besluit is voorlopig opgeschort, maar zolang er geen definitieve uitspraak is, blijft de onzekerheid voor de hulporganisaties groot. In een interview in NRC constateerde directeur Karel Hendriks van AzG dat humanitaire hulp een speelbal is geworden van geopolitieke ontwikkelingen.

„Het klopt dat hulpverlening steeds politieker wordt”, reageert Laszlo. „Daar hebben wij allemaal last van. De internationale verdragen zijn er om mensen die getroffen zijn te helpen vanuit medemenselijkheid en menslievendheid. Politici moeten vooral doen wat ze moeten doen, maar toegang tot slachtoffers moet als een paal boven water staan. Dat de politiek inbreekt op de basisbeginselen van het humanitaire recht, mag niet, dan begeef je je op een glijdende schaal.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief Wereldzaken

Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.

Mensenrechten

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next