Home

De biograaf die het denken over Vermeer op de kop zet: ‘Ik heb getwijfeld of ik gek was geworden’

De Britse historicus Andrew Graham-Dixon presenteert in zijn nieuwe biografie een opzienbarende theorie over Vermeers leven en werk. Volgens hem was de schilder geen bekeerde katholiek, maar een remonstrant. Dat zou een ander licht op zijn schilderijen werpen.

Of we het interview over zijn Vermeer-biografie in het Nederlands zullen doen? Er verschijnt een glimlach op het gezicht van Andrew Graham-Dixon bij dit voorstel. ‘Lezen gaat me inmiddels goed af’, zegt de Britse kunstcriticus en televisiemaker, ‘maar het spreken nog niet.’ In de voorbije jaren heeft de 65-jarige zich het Nederlands zo goed en kwaad als het kan eigen gemaakt om zich te kunnen verdiepen in de Gouden Eeuw, met het doel om een van de grootste raadsels uit de kunstgeschiedenis op te lossen: wie was Johannes Vermeer (1632-1675) en wat bewoog deze Hollandse meester over wie zo weinig bekend is?

Vermeer – A Life Lost and Found biedt een opzienbarend antwoord. Op basis van zes jaar historisch onderzoek is Graham-Dixon ervan overtuigd dat de schilder geen bekeerde katholiek was, zoals altijd is aangenomen, maar actief deel uitmaakte van de remonstrantse gemeenschap, en zelfs van een radicale vleugel daarvan: de vrome en vrijzinnige collegianten. Zij streefden naar een ondogmatisch christendom gebaseerd op naastenliefde en tolerantie, met open ‘vrijspreekcolleges’ waar iedereen, ook vrouwen, mocht spreken. Waar de remonstranten een kerk hadden, ontmoetten de collegianten elkaar thuis.

Zijn theorie werpt een ander licht op Vermeers schilderijen. Niet langer zijn het sfeervolle genretaferelen die bedoeld waren om te worden verkocht. Nee, het zijn werken met een diepreligieuze en persoonlijke betekenis. Bij het oplossen van het raadsel Vermeer voelde hij zich een student godsdienstwetenschap, die een weg zocht in een cultuur waar religie veel complexer en subtieler ligt dan in Engeland. ‘Ik moest mijn Engelse bril afzetten’, zegt hij daarover. Omdat er weinig documentatie is over Vermeers leven, is er amper hard bewijs voorhanden. In het boek van Graham-Dixon draait het, zoals juristen het zouden noemen, om samenhangend bewijs, of op omstandigheden gebaseerd bewijs.

In Britse media is het tegendraadse boek afgelopen maanden enthousiast ontvangen. ‘De beste biografie van Vermeer en de meest complete analyse van zijn kunstwerken die ooit is gepubliceerd’, schreef Timothy Brook in de Times Literary Supplement. In de Literary Review noemde Kathryn Murphy het een ‘buitengewoon portret, overspoeld met licht en kleur’. In The Daily Telegraph noemde Evgenia Siokos het boek ‘een goed staaltje kunsthistorisch detectivewerk’. Er stonden geen recensies in vakbladen zoals het Burlington Magazine en The Art Newspaper. In Nederland kon het boek op scepsis en stevige kritiek rekenen vanwege de speculatieve aard van Graham-Dixons bevindingen. NRC-recensent Bas Heijne noemde de Britse biograaf een complotdenker. Graham-Dixon zou verbanden zien die er niet zijn en er alles aan doen om zijn visie te rechtvaardigen en erin te hameren.

Graham-Dixons boek over Johannes Vermeer is goed geschreven, meeslepend zelfs, maar de kern ervan is fictie, schrijft Koen Kleijn in zijn recensie voor de Volkskrant. ‘Het boek rijgt de ‘misschiens’, ‘mogelijks’, ‘zou kunnens’ en ‘moet haast wels’ aan elkaar tot ketens van bewijs die uiteindelijk nergens aan bevestigd zijn.’

De kern van zijn argument staat op de omslag van het boek. Daarop is Het straatje afgebeeld, een van de twee stadsgezichten die van Vermeer bekend zijn. In het pand aan de Oude Delft, De Gouden Adelaar, dat op het schilderij te zien is, hing bijna twee derde van Vermeers oeuvre, waaronder alle topstukken, aldus Graham-Dixon. ‘In zijn beste jaren schilderde hij vrijwel exclusief voor de bewoners. Dat waren Pieter Claesz. van Ruijven en zijn vrouw Maria de Knuijt, een van de rijkste echtparen van Delft en de kopstukken van de remonstrantse beweging aldaar. Pal achter hun woning bevond zich de schuilkerk van de remonstranten. In De Gouden Adelaar zelf hield Maria de Knuijt bijeenkomsten met de collegianten, de zogeheten vrijspreekcolleges.’

De woonlocatie van de Van Ruijvens en die van de kerk komen van Graham-Dixons Rotterdamse vriend Titus van Hille, een stadsadviseur en een van de Nederlanders die hebben meegewerkt aan het boek. ‘Titus belde me met het nieuws toen ik het boek net af had’, lacht Graham-Dixon. ‘Het voelde als een boodschap van God, het licht dat op de daken van Delft viel. Het was de bevestiging. Tijdens het schrijven heb ik weleens getwijfeld of ik gek was geworden. Was mijn theorie niet te buitenissig? Maar er waren simpelweg te veel verbanden tussen Vermeer en de remonstranten.’

Het meisje met de parel is in Graham-Dixons visie een portret van De Knuijts dochter Magdalena, afgebeeld als Maria Magdalena, die zich op paasmorgen van het verlaten graf afwendt om haar verlosser te herkennen. Mogelijk, zo luidt zijn suggestie, is het gemaakt ter gelegenheid van haar doop. Voor de remonstranten is de nobele, bescheiden Magdalena een lichtend voorbeeld. De parel aan haar oor is opvallend groot, omdat het geen gewoon sieraad is, aldus Graham-Dixon, maar een weerspiegeling van de toestand van haar ziel, die barst van vreugde en straalt van goddelijk licht.

Het melkmeisje en de Vrouw met weegschaal symboliseren volgens Graham-Dixon de deugden van respectievelijk een actief en een contemplatief leven, wederom een belangrijke link met de remonstrantse levensbeschouwing. De kale spijker in de muur op deze twee schilderijen wordt gezien als een klein gedenkteken voor Christus’ dood aan het kruis. Voor de remonstranten geldt dit als het symbool voor de kruisiging. En het Brieflezend meisje bij het venster? Dat is, met de blik van Graham-Dixon, Vermeers eigen vrouw die een huwelijksaanzoek leest. De fruitschaal, een stilleven op de voorgrond, is in die lezing een stil gebed dat het huwelijk vruchtbaar zal zijn.

De auteur zit, onder een schilderij van de markies van Westminster, aan een tafel in de Reform Club, een Londense herenclub aan de Pall Mall waar Jules Verne de reis om de wereld in tachtig dagen van zijn personage Phileas Fogg liet beginnen. Hij heeft de tijd, voordat hij over Vermeer les moet geven op een Noord-Londense meisjesschool. Tevens doceert hij over de schilder aan een Amerikaanse universiteit. In het verleden heeft hij voor de BBC documentaires gemaakt over de Hollandse meesters, in het bijzonder over ‘de Sfinx van Delft’, zoals Vermeer is genoemd door de Fransman Théophile Thoré-Bürger, die hem in de 19de eeuw herontdekte.

Wat is het grote verschil tussen Groot-Brittannië en Nederland op het gebied van godsdienst?

‘Tolerantie. Er bestaat een typerend verhaal over een Engelsman die een Hollands gezin bezoekt waarvan de vrouw mennoniet is, de man hervormd, de hulp katholiek. Hij raakte helemaal in de war. Die religieuze tolerantie is belangrijk om Vermeer te begrijpen, want hij woonde in de Delftse Papenhoek. Thuis stond een altaar, zijn vrouw Catharina was katholiek en al zijn kinderen werden gedoopt.’

Dat heeft volgens Graham-Dixon alles te maken met zijn rijke, katholieke schoonmoeder, Maria Thins. ‘Zij betaalde de rekeningen, zij was de baas. Vermeer leidde een soort dubbelleven, tussen twee Maria’s, zijn schoonmoeder en zijn beschermvrouw, een jezuïet en een remonstrant.’

Wanneer had u voor het eerst de indruk dat Vermeers werk een diepere, religieuze betekenis had dan werd aangenomen?

‘Eind jaren tachtig was ik voor opnamen in het Rijksmuseum, waar ik naast Het melkmeisje stond. Ik zei tegen mijn regisseur: ‘Dat is toch gewoon een altaarstuk? Kijk alleen al naar dat blauw, het blauw van de Heilige Maagd. Maar wat betekent het?’ Er was iets met zijn werk. Vermeer kon iets heiligs uit het alledaagse halen. Het is geen wonder dat de meeste van zijn schilderijen de anderhalve eeuw hebben overleefd waarin Vermeer vergeten was.’

Sommigen waren gehavend…

‘Eind jaren zeventig werd op het Brieflezend meisje bij het venster via een röntgenfoto een afbeelding van Cupido ontdekt. Dit schilderij in een schilderij was weggeschilderd voordat het halverwege de 18de eeuw aan Frederik August werd geschonken, de keurvorst van Saksen. Zonder Cupido leek het meer op een Rembrandt. Vermeer, vergeet niet, was een vergeten schilder.’

Wat zegt het dat de beste tijd van Vermeer samenviel met het vreedzame, stadhouderloze tijdperk tussen het einde van de Tachtigjarige Oorlog en het Rampjaar 1672?

‘Hij had deze schilderijen niet in een andere tijd kunnen maken. In zijn latere werk, dat hij niet voor de Van Ruijvens maakte, was het licht verdwenen. Van Ruijven stierf, en niet lang daarna Vermeer zelf. Het probleem is dat kunsthistorici niet hebben willen erkennen dat Vermeer uniek was in de calvinistische Republiek, een bedachtzame man die trouwde met een katholieke vrouw en zich thuis voelde tussen pacifistisch-feministische collegianten.’

U neemt afstand van de bestaande interpretaties. Waarom?

‘Klopt. Verklaringen over Vermeers werk zijn traditioneel vanuit een mannelijk perspectief geschreven, met vrouwen als object. Zo is het Slapend meisje gezien als een dronken huishoudster die iets met de man des huizes had, terwijl het in mijn ogen een spirituele vrouw is die aan Jezus denkt. De soldaat en het lachende meisje is vaak neergezet als een bordeelscène; zij dronken, hij uit op seks.

‘Ik zag ooit een vrouw huilen bij een Vermeer-schilderij. Dat komt vaker voor doordat ze zo mooi zijn, maar in dit geval hadden de tranen te maken met de teksten eronder. Ze voelde zich vies door de uitleg. Vermeer had respect voor vrouwen, maakte ze tot onderwerp. Neem Het melkmeisje. Dat is niet bedoeld voor een koopman met erotische fantasieën. Ze belijdt haar geloof op actieve wijze door melkpudding te maken voor de armen, van brood en melk.’

Het brood van Vermeers beroemde bakker?

‘Ha, ja. Dat brood moest wel van Hendrick van Buyten zijn, de bakker die Vermeer, diens vrouw en elf kinderen voedde. Vermeer had het niet breed en was afhankelijk van Van Buytens goedaardigheid. Hij had een enorme rekening bij de bakker openstaan, voor zo’n 4.000 kilogram brood. Na de dood van Vermeer werden enkele van zijn schilderijen gebruikt om de ‘broodschuld’ af te lossen. De bakker is mijn held. Als er ooit een film komt over het ware leven van Vermeer – nee, niet zoals Girl with a Pearl Earring – wil ik de bakker spelen.’

Graham-Dixon is niet de eerste die een verband legt tussen Vermeer en de collegianten. Hij kwam ruim twintig jaar geleden op dat idee toen hij op bezoek ging bij John Michael Montias, auteur van Vermeer and His Milieu – A Web of Social History. Kort voor zijn dood in 2005 vertelde deze bejaarde nestor hem dat hij wenste dat kunsthistorici een spoor hadden gevolgd dat hij had ontdekt, namelijk een link tussen Vermeers belangrijkste mecenassen, de Van Ruijvens voorop, en de remonstranten en de radicalere collegianten. Hijzelf was er te oud voor. Een cruciaal document dat Montias indertijd had opgedoken was de inventarisatie van de bezittingen die Magdalena, het enige overgebleven kind van de Van Ruijvens, na haar dood had achtergelaten. Daar zat een groot deel van Vermeers schilderijen tussen, waaronder alle topstukken.

In 2003 tekende u een contract voor het Vermeer-boek. Dat is lang geleden.

‘Voor Vermeer was ik lange tijd nog niet klaar. Eerst schreef ik een boek over Caravaggio, die veel meer bekend was. Een boek over Vermeer is veel moeilijker, omdat zijn korte leven in nevelen is gehuld.’

Wanneer was u er klaar voor?

‘Ruim tien jaar geleden werden mijn ogen geopend toen ik Chrétiens sans église – La conscience religieuse et le lien confessionnel au XVIIe siècle las, een meesterwerk van de Poolse historicus Leszek Kołakowski (en naar het Frans vertaald door Anna Posner, red.) over de geschiedenis van de non-conformisten. Toen ik besefte ik dat ik de cruciale religieuze context in handen had, de basis van mijn uiteindelijke biografie.

‘En het kwartje viel pas echt toen ik erachter kwam dat de laatste grote lening die ooit aan Vermeer was verstrekt, kwam van de kleinzoon van Jacobus Arminius, de grondlegger van de remonstranten. Op dat moment begreep ik dat alle schilderijen die voor de Van Ruijvens zijn gemaakt, gaan over de remonstrantse geloofsbelevenis. Al die tijd schilderde Vermeer niet voor het geld, en daarmee is hij anders dan zijn tijdgenoten. Hij schilderde ideeën.’

U gaat uitgebreid in op de Tachtigjarige Oorlog en de gruwelijke Dertigjarige Oorlog in wat nu Duitsland is. Leerzaam, zelfs voor Nederlandse lezers, maar waarom?

‘Dat was noodzakelijk om de context te duiden bij Vermeer als schilder van de vrede. Zijn grootouders aan moeders zijde kwamen uit Antwerpen, dat enorm heeft geleden onder de Spaanse bezetting, en zijn grootouders aan vaders zijde waarschijnlijk ook. Vermeer groeide op in ‘de Mechelen’, een herberg op de Markt in Delft die werd gerund door zijn ouders. Het is vernoemd naar een stad die op een brute wijze was geplunderd door de Spaanse troepen onder leiding van de hertog van Alva, de Furie.’

Graham-Dixon ontdekte verder dat Vermeers moeder Digna als vluchteling uit Vlaanderen was opgenomen door de Rombouts, een prominente familie van remonstranten in Amsterdam. In 1615 verloofde ze zich met Reynier, een wever. Die had echter geen vader om toestemming voor het huwelijk te verlenen. Hij had een stiefvader met wie hij op goede voet stond, maar hij liet Johannes Taurinus, een prominente remonstrant, de papieren ondertekenen. Eerder al had de Leidse godsdiensthistoricus Paul Abels, auteur van Kerk en religie in het leven van Johannes Vermeer, ontdekt dat Taurinus de gezinspastor was.

Denkt u dat Vermeer naar deze remonstrant is vernoemd?

‘Als je naar de familiegeschiedenis kijkt, generaties van textielarbeiders, kom je veel Jannen tegen en opeens is daar een Johannes, een Latijnse vorm van Jan. Vader Reynier was een belezen man, een sociale klimmer die zijn eerste herberg de naam De Vliegende Vos had gegeven, naar de fabel Van den vos Reynaerde. Het lijkt erop alsof deze ongebruikelijke naam bedoeld was om de priester te eren. Hard bewijs is er niet, maar dat geldt voor vrijwel alles in Vermeers leven.’

De jonge Vermeer was in 1654 getuige van de Delftse Donderslag, een catastrofale kruitexplosie waarbij honderden mensen omkwamen. Een van de slachtoffers was de schilder Carel Fabritius, die Vermeer volgens u moet hebben gekend. Heeft deze gebeurtenis Vermeer getekend?

‘De jonge Vermeer zal thuis veel over oorlog en narigheid hebben gehoord. Een van zijn ooms was actief betrokken bij de opstand tegen de Spaanse bezetter. Al het bloedvergieten leek voorbij te zijn toen die ontploffing gebeurde, een naschok. Dat kruit was immers bedoeld voor de oorlogen. Het is de donkere wolk die wegtrekt op het schilderij Gezicht op Delft. Eindelijk vrede. De garnizoensstad wordt hemels. Vermeer werd een schilder van de vrede, net als Philip de Koninck met zijn landschappen en Pieter de Hooch met zijn huiselijke taferelen.’

Graham-Dixon grijpt naar zijn boek en bladert naar een afbeelding van De soldaat en het lachende meisje. ‘Kijk naar de landkaart op de muur, de grens die is getrokken. Het is vrede. We zien de soldaat op zijn rug, we zien de stralende lach van de vrouw, voor mij de knapste vrouw uit de westerse kunst, een vrouw met wie ik zou willen trouwen. Zij is Venus, hij is Mars, zij heeft hem veroverd. Loop straks tien minuten verder naar de National Gallery. Daar hangt Sandro Botticelli’s Venus en Mars, waarop Cupido met de wapens van Mars speelt. Vermeer maakte zijn eigen variant.’

Wat is de link tussen de drang naar vrede en de remonstranten?

‘Wereldvrede was een van hun belangrijkste boodschappen. Zij vereerden Desiderius Erasmus, die met De klacht van de vrede in 1517 een van de vroegste pacifistische geschriften had geschreven.’

De auteur neemt een slok van zijn thee, die koud is geworden door zijn enthousiasme. ‘Is er een mooiere ervaring dan de zaal in Het Mauritshuis met de Vermeers? Kijk naar Het meisje met de parel. Zij verandert je in Jezus. Draai je om en dan zie je Gezicht op Delft. Vrede op aarde. Je wordt er zelf een pacifist van. Zet Poetin hier neer en er komt vrede.’

De Nederlandse voetballer Johan Cruijff zei ooit: ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt.’ Is dat ook bij u van toepassing?

‘Ja, ik vraag me weleens af hoe het kan dat ik de verbanden nooit eerder heb gezien. De invloed van de theoloog Jacobus Arminius: onmisbaar. En dan Adriaen Paets, directeur van de Nederlandse Oost-Indische Compagnie en de invloedrijkste Nederlander van wie niemand ooit heeft gehoord. De man voor wie Vermeer De astronoom en De geograaf schilderde. Paets nam de Engelse filosoof John Locke mee naar een bijeenkomst van de collegianten en hij beïnvloedde Voltaire. Hij was de grote man van de Hollandse verlichting.’

Bent u sinds de commissie in 2003 nooit bevreesd geweest dat een ander dit boek eerder zou schrijven, temeer omdat Montias de aanzet had gegeven?

‘Ja, en vooral in de aanloop naar de Vermeer-tentoonstelling in het Rijksmuseum, maar daar bleef men goeddeels bij het traditionele idee over Vermeer. De academische gemeenschap is vrij conservatief wat dat betreft, en er bestaat weinig appetijt voor een geheel nieuwe visie die het noodzakelijk maakt om alle bordjes in de musea te vervangen. Nog steeds schrijven experts over Vermeer alsof ze het over Rembrandt hebben, als een man die voor de verkoop schilderde.’

Een van uw meest gedurfde interpretaties betreft De kantwerkster, een schilderij van een jonge vrouw die geconcentreerd bezig is met het klossen van kant. Volgens u ging dit schilderij over zwangerschap, waarbij het speldenkussen de baarmoeder symboliseerde.

‘Dat ging zelfs mijn goede vriend Paul Abels (de Leidse godsdiensthistoricus, red.) te ver’, lacht Graham-Dixon. ‘Hij zei dat ik op dit punt mijn eigen geloofwaardigheid ondermijnde, omdat Vermeer niet zal hebben geweten hoe de bloedsomloop werkt. Mijn lezing was dat Vermeer dat moest hebben geweten via de filosoof Baruch de Spinoza, met wie hij naar mijn overtuiging bekend was.

‘Maar de waarheid is mogelijk nog poëtischer. Na het verschijnen van mijn boek werd ik benaderd door een Nederlander die een boek aan het schrijven is over zijn familiegeschiedenis. De meeste van zijn voorvaderen bleken remonstranten te zijn. Een van hen, Nicolaas van Assendelft, was naast Vermeer de andere persoon aan wie Maria de Knuijt geld had nagelaten. Maar dat is niet alles. Zijn gelijknamige neef bleek een predikant bij de remonstranten te zijn en ook de chirurg die als eerste William Harveys baanbrekende boek over bloedcirculatie had vertaald (Exercitatio Anatomica de Motu Cordis et Sanguinis in Animalibus uit 1628, red.). Is dat niet fantastisch?’

Wat is uw innigste wens wat betreft uw Vermeer-werk?

‘Ik zou graag alle schilderijen die hij voor de Van Ruijvens maakte bijeen laten brengen voor een tentoonstelling in 2032, ter gelegenheid van Vermeers 400ste verjaardag. Vermeer schilderde meestal in paren en het zou fantastisch zijn om ze allemaal naast elkaar te hangen, zoals Het melkmeisje en de Vrouw met weegschaal. Dat is drie jaar geleden jammer genoeg niet gebeurd in het Rijksmuseum.’

Met De Gouden Adelaar als ideale locatie.

‘Dat zou inderdaad ideaal zijn, maar daar wonen tegenwoordig studenten. Dat vereist dus wat schilderwerk.’

1960 Wordt geboren in Londen, waar hij naar Westminster School gaat.
1978-1982 Studeert Engels op Christ Church in Oxford, gevolgd door een postdoctoraal aan het Courtauld Institute of Art.
1986-1998 Werkt als kunstcriticus bij The Independent.
1999-2010 Chef kunst bij The Sunday Telegraph.
1992-2019 Maakt documentaires, waaronder A History of British Art, Caravaggio, Secrets of the Mona Lisa, The High Art of the Low Countries en Van Meegeren: The Forger Who Fooled the Nazis.
1994-2025 Schrijft boeken, waaronder A History of British Art (1996), Renaissance (1999), Michelangelo and the Sistine Chapel (2008) en Caravaggio (2009).

Andrew Graham-Dixon: Vermeer – A Life Lost and Found. Allen Lane; 416 pagina’s; € 28,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next